Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Inbreng PvdA in debat over interimwet zij-instroom leraren

Datum nieuwsfeit: 16-03-2000
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Partij van de Arbeid

16 maart 2000

 

Verslag Partij van de Arbeid-fractie over interimwet zij-instroom leraren primair- en voortgezet onderwijs (27 015)

__________________________________________________________

Woordvoerder: Marleen Barth

De leden van de Partij van de Arbeid hebben kennis genomen van het wetsvoorstel. Zij delen het uitgangspunt van dit wetsvoorstel, dat de komst van voorwaardelijk bevoegde leraren in het primair- en voortgezet onderwijs een verrijking van het lerarencorps kan betekenen, en een oplossing kan vormen voor het tekort aan leraren op de arbeidsmarkt. Deze leden beschouwen het assessment in principe als een goed instrument om te komen tot een beoordeling van de geschiktheid van een zij-instromende kandidaat voor het onderwijs. Maar, zo tekenen deze leden daar bij aan, bij het komen tot een oordeel over dit wetsvoorstel staat centraal de vraag of de kwaliteit van de man of vrouw die voor de klas staat gehandhaafd blijft. Op die kwaliteit moeten ouders en leerlingen blindelings kunnen vertrouwen, zo menen deze leden. Zij achten zich niet in staat tot een antwoord op die vraag te komen, zolang deze kwaliteitscriteria, zoals die zullen worden vastgelegd in een uitvoeringsregeling, nog niet bekend zijn. Zij vragen de regering wanneer het ontwerpbesluit de Tweede Kamer bereiken zal? Gaan zij er terecht van uit dat het afgerond zal zijn voordat de Kamer plenair over dit wetsvoorstel zal debatteren, zodat de Kamer in dat stadium in staat is om tot een voldragen oordeel te komen?

De leden van de PvdA vinden het een terechte keuze dat het hier een tijdelijke wet betreft, en dat de voorwaardelijke onderwijsbevoegdheid uiteindelijk een vaste plek in de rechtspositie van leraren zal krijgen in de nog in te dienen Wet op het Leraarschap. Is al bekend wanneer de Tweede Kamer een voorstel van deze wet zal ontvangen, zo vragen de leden van de PvdA-fractie zich af.

De leden van de PvdA vragen de regering nog eens de doelgroepen waar het thans onderliggende wetsvoorstel voor bedoeld is nader te omschrijven. Zal er gedifferentieerd worden in de kwaliteitseisen die voor verschillende doelgroepen gelden, bijvoorbeeld tussen mensen die dag(del)en in het onderwijs gaan werken, terwijl zij een hoofdbetrekking elders vervullen, en mensen die vanuit andere sectoren een volwaardige aanstelling in het onderwijs ambiëren? Zal het wetsvoorstel ook gaan gelden voor de Speciale Scholen voor Basisonderwijs? Zo ja, welke extra eisen zullen er in het assessment voor deze groep worden opgenomen? Krijgen zij-instromers die naar het speciaal onderwijs willen, meer tijd om hun definitieve bevoegdheid te behalen dan de in het wetsvoorstel genoemde twee jaar?

Deze leden stellen vast dat de reeds bestaande mogelijkheid tot ontheffing van de onderwijsbevoegdheid, zoals neergelegd in art. 3.7 van de WEC en artikelen 33.3 en 126.7 van de WVO vooralsnog blijft bestaan. Zou nader uiteen kunnen worden gezet wat op de langere termijn nut en noodzaak van deze regeling is, zo vragen de leden van de PvdA. Deze leden constateren dat deze mogelijkheid vooral voor kort durende situaties bedoeld is. Zij stellen echter ook vast dat het in de dagelijkse onderwijspraktijk niet ongebruikelijk is dat het gebruik van deze mogelijkheid gedurende een reeks van jaren wordt verlengd. Bestaat er een beeld van hoe vaak zulke verlengingen aan de orde zijn? En hoe lang onbevoegden in het onderwijs gemiddeld werken met zo'n tijdelijke ontheffing? Zou de tijdelijke ontheffing niet tegelijk met het tot wet verheffen van het onderliggende voorstel aan een maximum gebonden moeten worden, zodat zeker is dat onbevoegd lesgeven in alle gevallen een tijdelijke zaak is? Past een initiatief zoals dat van de TU Delft, om studenten les te laten geven in exacte vakken binnen deze mogelijkheid in de wet?



De leden van de PvdA-fractie vragen zich af of het onlangs door de Besturenraad Protestants Christelijk Onderwijs gelanceerde initiatief om onbevoegden te werven voor het onderwijs past binnen de randvoorwaarden van dit wetsvoorstel. Zo nee, waar wijkt het plan af? Zal dit betekenen dat afspraken die binnen het kader van het plan van de BPCO nu worden gemaakt, bij inwerkingtreding van het onderliggende wetsvoorstel illegaal zullen zijn geworden?

Aspirant-voorwaardelijk bevoegden kunnen hun wens kenbaar maken bij een bevoegd gezag of bij een instelling waar een assessment kan worden afgenomen. De leden van de PvdA-fractie vragen zich af of niet ook de Arbeidsbureaus of uitzendbureaus hierin een functie zouden moeten kunnen vervullen? Is het niet van belang, zo vragen deze leden, dat aanstaande voorwaardelijk bevoegden op zo veel mogelijk plaatsen voor aanmelding terechtkunnen?

Ook vragen deze leden zich af hoe sterk de binding moet zijn met een bepaald bevoegd gezag om tot een assessment-procedure te worden toegelaten. Hoe moet een potentiële zij-instromer, die niet een specifieke school of schoolbestuur op het oog heeft, aan een bevoegd gezag komen dat bereid is in zijn voorwaardelijke bevoegdheid te investeren? Krijgt een bevoegd gezag met zo'n 'losse' band met een zij-instromer een vergoeding voor het mee-beoordelen van de geschiktheid van een zij-instromer?

In het voorstel van de BPCO verplicht een zij-instromer zichzelf juist om tenminste drie jaar bij het bevoegd gezag dat hem bijstaat in dienst te blijven. Is de regering van plan een dergelijke bepaling in het onderliggende wetsvoorstel over te nemen? Is het niet belangrijk dat scholen die zo'n inspanning leveren, daar ook rendement van hebben?

De leden van de PvdA-fractie vragen zich voorts af hoe de verhouding komt te liggen in de weging van opleiding en praktijkervaring van aspirant-zij-instromers. Toelating tot het leraarsvak zonder hoger-onderwijsdiploma zal niet mogelijk zijn; is toelating zonder enige relevante praktijkervaring wel mogelijk? Behoort het tot de mogelijkheden dat een potentiële zij-instromer over een zodanige combinatie van praktijkervaring en opleiding beschikt, dat hij onmiddellijk, zonder verdere scholing, in aanmerking kan komen voor een onderwijsbevoegdheid, zo vragen deze leden.

Het maatschappelijk draagvlak voor dit wetsvoorstel staat of valt met de kwaliteit van het assessment, herhalen de leden van de PvdA. Zij willen daarom graag nadere toelichting op de zinsnede in de Memorie van Toelichting dat "bij de vaststelling van in een uitvoeringsregeling onderscheid gemaakt kan worden tussen schoolsoorten". Deze leden zijn van mening dat onderscheid in de vormgeving van het assessment tussen verschillende schoolsoorten noodzakelijk is om voldoende kwaliteit te waarborgen. De omgang met jongere kinderen verschilt bijvoorbeeld wezenlijk van de omgang met leerlingen in het voortgezet onderwijs, zo stellen de leden van de PvdA. Het assessment dient daar rekening mee te houden, bijvoorbeeld door zwaardere eisen op het gebied van pedagogiek en didactiek te stellen aan zij-instromers in het basisonderwijs, zo menen deze leden. Deelt de regering deze mening? Zou een nadere uitwerking kunnen worden gegeven?

De leden van de PvdA hechten aan een zo breed mogelijk draagvlak voor dit wetsvoorstel in de onderwijspraktijk. Zijn de werkgevers-, werknemers-, ouder- en leerlingorganisaties betrokken bij de ontwikkeling van kerncompetenties en de vaststelling van het uiteindelijke assessment? Ook willen deze leden benadrukken dat zij hechten aan de objectiviteit van het assessment. De criteria moeten helder, inzichtelijk en landelijk breed gedragen zijn.

De leden van de PvdA-fractie zijn van mening dat voorwaardelijk bevoegden regelmatig in de praktijk van het lesgeven moeten worden gevolgd en beoordeeld; zij achten het onvoldoende als daar slechts een mogelijkheid toe zou bestaan. Kan de regering aangeven hoe zou zo'n verplichting het beste vorm kan worden gegeven, zo vragen deze leden?

De leden van de PvdA-fractie delen het uitgangspunt dat de lerarenopleidingen voorlopig als enige bevoegd worden om assessments voor zij-instromers af te nemen. Wel zijn zij van mening dat de kwaliteit van de assessments vooraf behoort te worden vastgesteld. Deze leden vragen zich af waar de regering de veronderstelling op baseert dat uitsluitend lerarenopleidingen die deze taak aan kunnen, zich er voor zullen aanmelden. Denkt dat regering werkelijk dat toetsing achteraf in dit geval volstaat om de kwaliteit van assessments te waarborgen? Gaan er in zo'n geval niet al snel een aantal jaren overheen voordat vast kan komen te staan dat de kwaliteit onder de maat blijft, zo vragen de leden van de PvdA-fractie. Al die tijd bestaat het risico dat het maatschappelijk draagvlak voor zij-instroom in het onderwijs onder druk komt te staan, door tekortschietende assessments. Daarom hechten de leden van de PvdA-fractie er aan dat er ook toetsing vooraf plaatsvindt van de lerarenopleidingen die het afnemen van de assessments willen gaan uitvoeren. Is de regering daar toe bereid, zo vragen deze leden? Aan welke criteria moeten lerarenopleidingen die assessments willen gaan verzorgen voldoen, en wie zal deze criteria kunnen toetsen, zo vragen de leden van de PvdA-fractie.

De uitkomst van een assessment moet zijn dat de lacunes in kennis en vaardigheden die noodzakelijk zijn om een onderwijsbevoegdheid te halen in maximaal twee jaar te behalen zijn, stellen de leden van de PvdA-fractie vast. Wat gebeurt er als een zij-instromers niet direct werk vindt, dat noodzakelijk is om tekortkomingen in praktijk-ervaring in te halen, zo vragen deze leden zich af. Gaat de klok voor de periode van twee jaar direct lopen? Is verlening van de periode van twee jaar mogelijk in geval van ziekte, tekortschietende opleiding of begeleiding van de zij-instromer, of als de zij-instromer niet direct een baan vindt?

De leden van de PvdA-fractie vragen zich wat voor status het assessment heeft, als de eisen die aan een zij-instromer worden gesteld kennelijk kunnen wisselen per schoolbestuur. Hoe verhoudt zich dat tot een harde kwaliteitsbewaking van het assessment? Impliceert die niet een landelijke handhaving van bekwaamheidseisen, zo vragen deze leden?

In het scholingstraject van de zij-instromer kunnen ook andere, niet in onderwijswetgeving geregelde instellingen een rol spelen, constateren de leden van de PvdA-fractie. Zij vragen zich op welke instellingen hier concreet gedoeld wordt, en aan welke rol de regering precies denkt?

Zullen aan zij-instromers die een directeursfunctie willen bekleden andere eisen gesteld worden dan aan aspirant-leraren? Is het mogelijk dat iemand met managementervaring, maar zonder onderwijservaring, in aanmerking kan komen voor een (volledige) directeursfunctie?

De leden van de PvdA-fractie zijn met de Onderwijsraad en de Raad van State van mening dat de uitvoeringsregeling, waarin de kwaliteitscriteria van assessment en bevoegd- en bekwaamheidseisen worden vastgelegd, bij Algemene Maatregel van Bestuur dient te worden vastgesteld. Dit vanwege het belang dat de samenleving moet kunnen blind varen op de kwaliteit van het assessment.

De leden van de PvdA-fractie zouden ook graag nog een nadere uitleg zien van de rechtspositie van zij-instromers die er niet in slagen binnen twee jaar hun voorwaardelijke bevoegdheid in een permanente om te zetten. Zullen scholen in dit soort gevallen wachtgeld moeten betalen? Is de regering van mening dat het mogelijk ontstaan van wachtgeldclaims remmend kan werken op de bereidheid van scholen om met een zij-instromer in zee te gaan?

Deze leden zetten ook enige vraagtekens bij de financiële gevolgen van het wetsvoorstel, die slechts tijdelijk zullen worden opgevangen. Waar baseert de regering de verwachting op dat scholen de extra taak van intensieve begeleiding van zij-instromers in de regel zullen kunnen opvangen binnen hun huidige budget? Betekent de vaste omvang van de voor de overgangsperiode uitgetrokken middelen ook dat er een plafond aan het aantal zij-instromers zal worden gesteld?

Tenslotte hechten de leden van de PvdA-fractie er aan dat de uitwerking van dit wetsvoorstel wordt geëvalueerd voordat de voorwaardelijk bevoegde leraar definitief zijn plek krijgt in de Wet op het Leraarschap. Is de regering daar toe bereid, zo vragen zij.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 2.

Vallen ook remedial teachers onder de strekking van het wetsvoorstel? Zal voor deze functie een apart assessment worden ontworpen?

Artikel 12.

Heeft het eerste assessment voor schooljaar 1999-2000 reeds plaatsgevonden? Hoe zijn de resultaten en ervaringen?

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie