Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord Kamervragen IVF-behandeling lesbische paren

Datum nieuwsfeit: 17-03-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Antwoord Kamervragen over ivf-behandeling van lesbische paren
Gemaakt: 21-3-2000 tijd: 14:25

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 maart 2000

Hierbij zend ik u, mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie, de antwoorden op de vragen, gesteld door het lid van uw Kamer Van der Vlies (SGP) over IVF-behandeling van lesbische paren (29906900).

De Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,

dr. E. Borst-Eilers


3

Antwoorden op kamervragen van het lid Van der Vlies over IVF-behandeling van lesbische paren.

(299006900)


1.

Heeft u kennisgenomen van de uitspraak van de Commissie Gelijke Behandeling 1) inzake behandeling door IVF-klinieken aan alleenstaanden, ongehuwd-samenwonenden en lesbische paren?


1.

Ja.


2.

Wat is uw oordeel over de overweging van de Commissie dat de opvatting dat een kind bij voorkeur behoort op te groeien in een gezin met een vader en moeder, niet door de bestaande onderzoekgegevens wordt onderschreven?


2.

Wij zijn van oordeel dat ook andere leefvormen dan het traditionele gezin met een vader en een moeder een zorgzaam en stabiel opvoedingsklimaat kunnen bieden aan de kinderen die daarin opgroeien.


3.

Deelt u de opvatting dat tenminste zolang onderzoekgegevens niet eenduidig wijzen op afwezigheid van nadelen voor een kind dat moet opgroeien zonder vader, de uitsluiting van lesbische paren door bepaalde klinieken gerespecteerd dient te worden omdat het dan niet duidelijk is of dit onderscheid niet objectief gerechtvaardigd is?


3.

Neen. Uit onderzoek is niet gebleken dat alternatieve gezinsstructuren een negatief effect hebben op de ontwikkeling van kinderen. Naar voren komt dat naast diverse andere factoren met name de pedagogische kwaliteiten van de ouders van belang zijn voor de ontwikkeling van het kind. Waar het veeleer op aan komt - en dat geldt voor welke relatievorm dan ook - is dat het kind in een gezinssituatie terecht komt waar de voorwaarden voor een optimale ontwikkeling aanwezig zijn. Onzes inziens vormt het in de vraag genoemd criterium dan ook geen objectieve rechtvaardiging voor het niet toelaten van lesbische paren tot een IVF-behandeling.


4.

Moet ten aanzien van klinieken die het standpunt innemen dat IVF
-behandeling van vrouwen in lesbische relaties (vooralsnog) onverantwoord is, geen onderscheid gemaakt worden tussen klinieken waar deze weigering berust op de professionele overtuiging van de behandelende artsen en klinieken waarbij dit niet het geval is?

4.

Neen. Vooropgesteld zij dat bij de toepassing van kunstmatige bevruchtingstechnieken naar ons oordeel geen voorrang behoort te worden gegeven aan heteroseksuele paren. Het belang van het kind dient uitgangspunt te zijn en dat belang vormt in zijn algemeenheid geen rechtvaardiging voor een achterstelling van homoseksuele paren ten opzichte van heteroseksuele paren op dit terrein. Dit wordt mede bevestigd door het onderhavige onderzoek van de Commissie gelijke behandeling. Hierin wordt aangegeven dat bestaande onderzoeken op dit punt geen enkele aanleiding geven tot het vermoeden dat kinderen die opgroeien in een gezin met twee lesbische moeders minder goed zouden functioneren dan kinderen die opgroeien in een gezin met een vader en een moeder.


5.

Bent u de overtuiging toegedaan dat de AWGB, lettend op de ontstaansgeschiedenis, bedoeld is om de autonome medische professie van de behandelende artsen te doorbreken?


5.

De AWGB heeft niet het oogmerk om de autonome medische professie van de behandelende artsen te doorbreken. De bedoeling van de AWGB is geweest het discriminatieverbod van artikel 1 van de Grondwet uit te werken op verschillende terreinen van de arbeid en het maatschappelijk leven. Ditdiscriminatieverbod richt zich ook op instellingen die actief zijn op een aantal uitdrukkelijk in artikel 7 van de AWGB genoemde terreinen van het maatschappelijk leven. Op grond van artikel
7, eerste lid, onder c, valt daar ook onder de gezondheidszorg vanwege het algemeen maatschappelijk belang. Ingevolge de toelichting bij dit artikel dienen onder meer deze voorzieningen in beginsel voor een ieder, zonder onderscheid, open te staan. (zie kamerstukken II
1990-1992, 22 014 nr.3).


6.

Kunt u aangeven welk vervolg is gegeven aan de vraag van de Tweede Kamer, zoals verwoord in de motie Van der Burg (22 700 nr. 19), naar aanleiding van de discussie over de notitie Leefvormen in het familierecht?


6.

Voor wat betreft het vervolg, dat is gegeven aan de in genoemde motie gestelde vragen wordt verwezen naar de brief van de toenmalige staatssecretaris van Justitie van 4 maart 1996 (kamerstukken II
1996/97, 22 700, nr. 22). Het daarin vervatte standpunt heeft mede geleid tot wettelijke invoering van de mogelijkheid van interlandelijke adoptie door één persoon (sinds 1 oktober 1998).
Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie