Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief VenW inzake openbare gezondheidszorg

Datum nieuwsfeit: 17-03-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Brief VenWs inzake openbare gezondheidszorg

Gemaakt: 22-3-2000 tijd: 14:58


7


26598 Openbare gezondheidszorg

nr. 2 Brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 maart 2000

Mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid, zend ik u hierbij mijn standpunt op het visiedocument van het Platform Openbare Gezondheidszorg, dat u op 2 februari 2000 werd toege-zonden. Op 29 maart spreek ik met u over de openbare gezond-heidszorg naar aanleiding van een aantal brieven en rapporten die ik u vanaf 1998 heb toegestuurd, waaronder dit standpunt. Het Platform Openbare Gezondheidszorg (verder te noemen: het platform) heeft mij laten weten pas eind april zijn slotdocument gereed te hebben, zodat dat niet in deze bespreking betrokken kan worden.


1. Over openbare gezondheidszorg

In de 20e eeuw steeg de gemiddelde levensverwachting in Nederland van
50 jaar naar 75 -80 jaar (voor respectievelijk mannen en vrouwen). De medische wetenschap heeft in die toegenomen levensverwachting een groot aandeel in gehad, maar belangrijker oorzaken zijn de verbeterde hygiëne, betere voeding en - in het algemeen- de toegenomen welvaart.
Het gaat ons op dit terrein beter dan ooit tevoren. Maar daar is wel een kanttekening bij te plaatsen. We worden weliswaar ouder, maar op hogere leeftijd zijn veel mensen niet meer «gezond». De kosten van de gezondheidszorg spitsen zich ook toe op die laatste levensjaren. Een andere kanttekening is ook dat het niet iedereen even goed gaat in dit land; zo zijn er nog steeds verschillen in gezondheid tussen mensen met hogere en lagere inkomens, neemt de psychische problematiek toe en zijn er veel kinderen met psychosociale problemen.

Ongezond zijn kost ons ook wat: persoonlijk, maatschappelijk en financieel. Denk aan het ziekteverzuim, de grote hoeveelheid mensen in de WAO en de almaar stijgende kosten van de gezondheidszorg. Aan preventie zijn ook kosten verbonden, maar het levert omgekeerd ook het nodige op - niet alleen financieel, maar ook in maatschappelijk en persoonlijk opzicht.

Hier gaat het mijns inziens om in de openbare gezondheidszorg. En het platform verwoordt dat in zijn volgende definitie: "openbare gezondheidszorg bevat die delen van de gezondheidszorg en het openbaar bestuur die zich doelbewust richten op de ziekte-preven-tie en de bescherming en de bevordering van de volksge-zond-heid" (p.8). De openbare gezondheidszorg richt zich op de gezondheid van de gehele bevolking of groepen daarin, vindt veelal plaats zonder dat er een individuele hulpvraag aan ten grondslag ligt en komt tot stand onder verantwoordelijkheid van het openbaar bestuur.

Verantwoordelijkheden in de openbare gezondheidszorg

Gemeenten en Rijk hebben (naast anderen) een verantwoordelijkheid in de openbare gezondheidszorg. Het platform laat zien hoe dat financieel uitpakt in het -uit de zorgnota overgenomen- staatje op p. 28. Spil van de openbare gezondheidszorg zijn de gemeentelijke gezondheidsdiensten (GGD'en). De Wet collectieve preventie volksgezondheid (WCPV) regelt sinds 1989 het bestaan van een landelijk dekkend netwerk van GGD'en en de aansturing van de GGD door de gemeente. Ook legt de wet aan de gemeenten een aantal taken op, zoals de verplichting om gezondheids(facet)beleid te voeren, om de gezondheidssituatie van de bevolking te bewaken en om taken op het terrein van de jeugdgezondheidszorg en de infectieziektebestrijding uit te voeren. Gemeenten besteden dit jaar ongeveer 610 miljoen gulden aan collectieve-preventietaken.

Het Rijk is verantwoordelijk voor een aantal voorwaardenscheppende zaken als het instandhouden van een ondersteuningsstructuur voor onderzoek, onderwijs en werkontwikkeling (bijv. RIVM, Zorg Onderzoek Nederland, de Netherlands School of Public Health, het Nederlands Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie), voor nationale programma's als het rijksvaccinatieprogramma en de screeningen op baarmoederhalskanker en borstkanker, het maken van wet- en regelgeving, het regelen van de financiering, de interdepartementale en internationale samenwerking en het uitoefenen van het toezicht. Hiermee is dit jaar op de begroting van VWS een bedrag van 330 miljoen gulden gemoeid, uit premiegelden wordt 660 miljoen betaald

Naast deze verdeling van taken tussen de overheden vind ik het van belang te benadrukken dat mensen zelf in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor het bevorderen van hun eigen gezondheid. De Volksgezondheid Toekomst Verkenning uit 1997 laat zien dat er aanzienlijke gezondheidswinst is te boeken door een gezondere leefstijl. Ik wil vanuit het Rijk met name daaraan aandacht schenken de komende periode, onder meer door inzet van 50 miljoen gulden in een programma van Zorg Onderzoek Nederland met de titel «gezond leven».


2. Versterking openbare gezondheidszorg

Uitgangspunt voor het traject waarvan het visiedocument van het platform een uitvloeisel is, vormt het in 1995 uitgebrachte rapport «gemeentelijke betrokkenheid bij collectieve preventie» van de Inspectie Gezondheidszorg (IGZ). Dit rapport liet een zorgwekkend beeld zien over de collectieve preventie en de relatie tussen gemeenten en GGD'en. Het rapport bracht naar voren dat gezondheidsbeleid veelal niet uit de verf komt en dat veel gemeenten de GGD op minimale wijze aansturen. In vervolg op dit rapport heb ik een commissie ingesteld (commissie versterking collectieve preventie ofwel de commissie-Lemstra) die in 1996 met een groot aantal aanbevelingen kwam, gericht op Rijk, gemeenten en GGD'en. De analyse van deze commissie was dat gemeenten onvoldoende aandacht besteden aan taken op het terrein van de volksgezondheid; een groot aantal aanbevelingen moest daar verandering in brengen.

Sinds het zorgelijke rapport van de IGZ, is er beweging gekomen binnen de gemeenten; gezondheidsbeleid komt meer en meer op de lokale agenda en ook de GGD raakt steeds meer georiënteerd op het gemeentelijke beleid.

Die belangstelling voor gezondheidsbeleid is mede toegenomen als gevolg van het actieprogramma «versterking gemeentelijk gezondheidsbeleid» dat ik op basis van de aanbevelingen van de commissie-Lemstra heb ingesteld (TK 1996-1997. 22894, nr. 13). Hierin heb ik gemeenten en GGD'en, in nauwe samenwerking met onder meer de VNG en GGD Nederland, gestimuleerd en ondersteund bij het vormgeven van het beleid op het terrein van de openbare gezondheidszorg.

Een uitgebreide beschrijving van de uitvoering van het actieprogramma treft u aan in de notitie openbare gezondheidszorg (TK 1998-1999, 25
598 nr. 1). Hieronder een korte opsomming van de hoofdpunten:
Na een landelijke startconferentie in 1997 is in 1998 en 1999 het project «regionale gedachtewisselingen» van start gegaan. Dit werd uitgevoerd door de VNG en gefinancierd en ondersteund door VWS. Doel hiervan was om het gezondheidsbeleid op de agenda van gemeenten te krijgen en om daarbij het gemeentelijk gezondheidsplan als instrument te introduceren. In het kader van dit project zijn 34 regionale bijeenkomsten over gezondheidsbeleid geïnitieerd en ondersteund waarbij de GGD, de gemeenten en andere betrokkenen hebben geconfereerd over inhoud en aanpak van gezondheidsbeleid. Ook is in dit project een handreiking ontwikkeld voor gezondheidsbeleid en het gemeentelijke gezondheidsplan. GGD Nederland sloot hierbij aan met een project gericht op interactieve beleidsvorming.

Op mijn verzoek heeft de Netherlands School of Public Health (NSPH) een cursus ontwikkeld gericht op gemeente-ambtenaren om kennis en vaardigheden bij te brengen op het terrein van gemeentelijk gezondheidsbeleid en het gemeentelijke gezondheidsplan. Deze cursus wordt nu twee keer per jaar aangeboden en buitengewoon goed bezocht. Hiermee is inmiddels ten minste een kwart van de gemeenten bereikt. De NSPH biedt de cursus ook «in company» en op locatie aan.

Ik heb het Platform Openbare Gezondheidszorg ingesteld, met als centrale opdracht het verder formuleren van een visie op de openbare gezondheidszorg. In het kader van dit platform heb ik ook enkele experimenten mogelijk gemaakt. Op de Zuid-Hollandse eilanden is men gaan experimenteren met modellen voor het ontwikkelen van de gemeentelijke gezondheidsplan, in Zwolle en omgeving is men hier eveneens mee bezig, in de Achterhoek wordt een «werkplaats openbare gezondheidszorg» ontwikkeld en in de omgeving van Vlaardingen is geëxperimenteerd met een bestuurlijk model voor de GGD. Het eerste experiment is vrijwel gereed en levert input op voor de verdere ontwikkeling van gemeentelijk gezondheidsbeleid. In zijn slotdocument zal het platform conclusies formuleren uit de verschillende experimenten.

De Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft in 1998 een handhavingsplan ontwikkeld voor het toezicht op de GGD'en en werkt nu volgens dit plan. Het behelst met name periodieke inspectiebezoeken aan GGD'en, die volgens een vast stramien verlopen met gebruikmaking van gestandaardiseerde vragenlijsten. Deze systematiek maakt het mogelijk de GGD'en onderling te vergelijken.

Er zijn onderzoeken verricht als basis voor de versterking van de informatievoorziening en de ondersteuningsstructuur van GGD'en en er is onderzoek gedaan naar de bestuursvormen van GGD'en. De Raad voor de Volksgezondheid en Zorg heeft geadviseerd over de samenwerking tussen curatieve zorg en openbare gezondheidszorg en het NIGZ-Ivoren Kruis heeft met de Nederlandse Maatschappij Tandheelkunde een project uitgevoerd om de preventieve mondzorg in de regio te bevorderen. De implementatie van de verschillende adviezen en projecten wordt momenteel door de verschillende partijen ter hand genomen.

De stuurgroep en werkgroepen «basistaken collectieve preventie» hebben geadviseerd over de taken die in de (AMvB bij) de WCPV moeten worden aangescherpt. Ik bereid momenteel een wijziging van de wet en AMvB voor op basis van dit advies.


3. De visie van het Platform Openbare Gezondheidszorg
Het platform noemt in het verkennende deel van zijn document een aantal problemen in de openbare gezond-heidszorg, die zowel te maken hebben met de zorgverlening als met de gezondheidstoestand. Wat dat laatste betreft, wijst het platform er bijvoorbeeld op dat de gezonde levensver-wachting in Nederland niet toeneemt; dat er een (niet afnemend) ver-schil in levens-verwachting is van 3,5 jaar tussen mensen met hogere en lagere sociaal-economische status; dat het risicogedrag bij jongeren toeneemt en dat ziekteverzuimcijfers en arbeidsonge-schikt-heidscijfers nog altijd te hoog zijn.

Daarnaast noemt het platform een groot aantal verbeterpunten in de openbare gezondheidszorg , zoals: er is meer draag-vlak voor de openbare gezondheidszorg nodig; de samenwerking met de overige zorg moet beter; het Rijk brengt te weinig samen-hang aan; de lokale overheid geeft onvoldoende inhoud aan haar rol; de financiering is te verbrokkeld; er zijn te weinig adequaat opgeleide professionals; en er wordt nog te veel aanbodgericht gewerkt.

Het platform constateert dat het moeilijk is om de vele verschillende partijen in en rond de openbare gezondheidszorg systematisch te laten samenwerken. Het platform meent wel dat de tijd er rijp voor is om de partijen dezelfde kant op te bewegen. Met het versterkingsprogramma is volgens het platform veel in gang gezet. Daarvan moet nu geprofiteerd worden.

Er kan op het versterkingsprogramma worden voortgebouwd door met name de samenwerking tussen de partijen meer structuur te geven. Zo wil het platform dat enerzijds gemeenten met gemeentelijke gezondheidsplannen komen, maar anderzijds moet ook het Rijk een landelijk kader voor het beleid ontwikkelen. Die lijnen moeten bij elkaar komen in een gezamenlijk beleid waarover ook meerjarenafspraken kunnen worden gemaakt. Het proces ter versterking van de openbare gezondheidszorg werkt hiermee zowel top-down als bottom-up.

Als startpunt voor dit traject stelt het platform voor om een nationaal contract voor de openbare gezondheidszorg in te stellen. Dit zou een bindend wils-besluit moeten zijn van partijen als het Rijk, gemeenten, zorgverze-keraars, zorg-instellingen en patiënten. In dit contract spreken zij hun intenties uit en geven zij aan hoe zij daaraan invulling willen geven

Reacties op de visie van het Platform

Ik heb inmiddels reacties ontvangen op het visiedocument van de VNG, GGD Nederland, de Nederlandse Hartstichting, de Nederlandse Vereniging voor Preventie en Gvo, GGD regio Nijmegen, het Nationaal Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie en stichting Consument en Veiligheid. De organisaties zijn zeer positief over het visiedocument en willen graag betrokken zijn bij het voorgestelde nationaal contract. Men waardeert de ambitie die het document uitstraalt, maar waarschuwt voor het al te breed benaderen van de openbare gezondheidszorg. De VNG en GGD Nederland vragen voorts om duidelijkheid over de financiële en wettelijke kaders.


4. Standpunt

Het platform geeft in zijn visiedocument een heldere omschrijving van het begrip openbare gezondheidszorg, wat de belangrijkste problemen zijn, welke ambities de openbare gezondheidszorg heeft en aan welke zaken gewerkt moet gaan worden.

Ik ben verheugd met dit document, waarin een breed samengesteld gezelschap van deskundigen uit de betrokken partijen elkaar hebben gevonden in een gemeenschappelijke analyse van het thema, de belangrijkste problematiek en een aantal instrumenten om de openbare gezondheidszorg verder vorm te geven. Ook waardeer ik de ambities van wat ik gemakshalve de «sector openbare gezondheidszorg» noem erg positief. Het document straalt enthousiasme uit om de openbare gezondheidszorg in samenwerking met een groot aantal partijen te gaan versterken. Met deze bereidheid kan de openbare gezondheidszorg inderdaad gaan « spelen op de winst» , zoals de titel van het visiedocument aangeeft.

Ik wil wel een kanttekening plaatsen bij het grote aantal problemen dat het platform opsomt; problemen waar de openbare gezondheidszorg volop mee te maken krijgt- en waar deze ook volop aan werkt- maar die niet allemaal binnen het kader van de openbare gezondheidszorg kunnen worden opgelost. Het is hierbij goed om voor ogen te houden wat Lalonde ons al voorspiegelde: de volksgezondheid is uitkomst van vele factoren: sociale, economische, genetische, psychologische, omgevings- en zorgsysteem- factoren. Ik vind het van belang om op een realistische en evenwichtige manier om te gaan met de genoemde problematiek. Liever daadwerkelijk vooruitgang boeken op een paar vraagstukken binnen de openbare gezondheidszorg, dan een groot aantal problemen «aanraken» zonder ze op te lossen. Een goede analyse van de problemen is hiervoor onontbeerlijk en moet hoe dan ook deel uitmaken van het vervolgtraject.

De openbare gezondheidszorg heeft een «vliegwielfunctie» doordat hij werkt op het grensvlak van openbaar bestuur en gezondheidszorg. Hij kan partijen bijeen brengen die een bijdrage kunnen leveren aan het oplossen van de genoemde problemen. Die vliegwielfunctie krijgt vorm in het voorstel van het platform voor een nationaal contract. Hieronder zal ik ingaan op de belangrijkste aanbevelingen van het platform

Gemeentelijk gezondheidsbeleid

Het platform formuleert een aantal opdrachten voor gemeenten: zij moeten vierjaarlijks hun gezondheidsbeleid vastleggen in een gemeentelijk gezondheidsplan en partijen betrekken bij de openbare gezondheidszorg, kortom: de regie voeren over het lokale gezondheidsbeleid. Ik ondersteun deze opdracht aan de gemeenten- een concretisering van datgene wat de WCPV hun feitelijk al oplegt- van harte. Het gemeentelijk gezondheidsplan weerspiegelt het belang van een lokale benadering van gezondheidsbeleid; op dat niveau heeft men het beste zicht op volksgezondheidsproblemen en een groot aantal instrumenten in handen om deze op te pakken.

Gemeenten ontwerpen in toenemende mate gezondheidsplannen, daartoe zoals gezegd gestimuleerd door middel van regionale conferenties, een handreiking gemeentelijk gezondheidsbeleid en cursussen. Ik zal de verplichting om vierjaarlijks een gezondheidsplan uit te brengen opnemen in de WCPV (zie notitie openbare gezondheidszorg, p. 11).

De VNG en GGD Nederland hebben een projectvoorstel ingediend om de gemeenten te ondersteunen bij het verder ontwikkelen van gemeentelijk gezondheidsbeleid en het ontwerpen van gezondheidsplannen. Het voorstel bevat een aansprekende maar ook ambitieuze doelstelling voor het aantal gemeentelijke gezondheidsplannen: eind 2002 zou 75% van de gemeenten een dergelijk gezondheidsplan moeten hebben. Ik heb inmiddels 1,1 mln. subsidie voor dit projectvoorstel toegekend.

De voorstellen van het platform sluiten aan bij de filosofie van het grote-stedenbeleid. Een aantal steden heeft gezondheidsaspecten een herkenbare plaats gegeven in de meerjarenontwikkelingsprogramma's. Ik zal - met de ministers van BZK en voor GSI - bevorderen dat in de volgende fase van deze programma's gezondheid nog nadrukkelijker een thema zal zijn. Ook in de volgende grote-stedenmonitor krijgt het lokale gezondheidsbeleid een plaats. In het kader van de Volksgezondheid Toekomst Verkenning zal een deelrapport over gezondheid in de grote steden worden uitgebracht.

Landelijk beleidskader openbare gezondheidszorg

Het platform stelt voor dat het Rijk vierjaarlijks een beleidskader openbare gezondheidszorg vaststelt. Doelstelling is een kader te scheppen voor activiteiten van het Rijk, de gemeenten, de GGD'en en alle andere bij de openbare gezondheidszorg betrokken partijen.

Het beleidskader zal gebaseerd zijn op landelijke documenten als de Volksgezondheid Toekomst Verkenning en de Staat van de Gezondheidszorg en zal worden ontworpen in wisselwerking met de lokale gezondheidsplannen. Het zal een analyse moeten bevatten van de gezondheidstoestand en de belangrijkste problemen daarbij, doelen voor de komende periode stellen en een beschrijving van de instrumenten om die doelen te bereiken. Het beleidskader zal de ambities en de instrumenten van het Rijk moeten beschrijven en zal aangeven op welke wijze het lokale niveau ondersteund zal worden.

Belangrijk vind ik het proces waarbij een dergelijk beleidskader tot stand komt: samen met de meest betrokken partijen en gevoed door kennis van zowel het lokale als het landelijke niveau.

Ik neem de aanbeveling voor het ontwerpen van een landelijk beleidskader graag over. Het voorstel om dit wettelijk vast te leggen neem ik in overweging. Hierover zal ik nader overleg voeren met de ministers van Justitie en BZK.

Basistaken

In de notitie openbare gezondheidszorg heb ik al aangegeven voornemens te zijn de WCPV en de bijbehorende AMvB te gaan aanpassen. De WCPV ondergaat een wijziging in die zin, dat niet alleen de gemeentelijke taken, maar ook de taken van het Rijk hierin een plaats zullen krijgen. Dit bevordert de duidelijkheid over de verantwoordelijkheidsverdeling tussen Rijk en gemeenten.

Gemeenten krijgen de verplichting om een gezondheidsplan te produceren. Betreffende de overige basistaken ben ik met de VNG overeen gekomen dat nog dit voorjaar een traject wordt ingezet waarbij afspraken worden gemaakt over de wijzigingen in de (AMvB bij de) WCPV en de financiële consequenties daarvan voor het Rijk en de gemeenten. Basis hiervoor zullen zijn de aanbevelingen van de «stuurgroep basistaken collectieve preventie» en een financiële doorberekening hiervan.

Hierbij zullen de taken op het terrein van de bevorderingstaken, infectieziekten, medische milieukunde openbare geestelijke gezondheidszorg en technische hygiënezorg nader geconcretiseerd worden. Het belang van het laatste heb ik al eerder aangegeven in verband met het toezicht op tatoeage- en piercingstudio's. De basistaken voor de jeugdgezondheidszorg worden onder leiding van de staatssecretaris ontwikkeld in het kader van het traject positionering jeugdgezondheidszorg (zie de beleidsnotitie TK 1999-2000, 27004, nr.
2).

Ik zal de voorstellen tot wijziging van de AMvB bij de Raad van State indienen na afloop van de parlementaire behandeling van de Wet tot wijziging van de WCPV.

Nationaal contract

Het platform stelt voor om de intenties van partijen om daadwerkelijk stappen te zetten in de openbare gezondheidszorg, vast te leggen in een nationaal contract voor de openbare gezondheidszorg. Ik ondersteun dit voorstel. Het benadrukt niet alleen de intenties, maar het schept ook een kader om die intenties om te zetten in daden.

De VNG en GGD Nederland hebben in hun reacties op het visiedocument aangegeven het voorstel van een nationaal contract positief te waarderen en te willen bijdragen aan de vormgeving van het nationale contract. Zij zijn het met mij eens dat het nationaal contract een mengeling moet zijn van inhoudelijke en bestuurlijke thema's. Het contract zou enerzijds kunnen vastleggen dat partijen gaan werken aan het landelijk beleidskader, de gemeentelijke gezondheidsplannen en de wetgeving, anderzijds zie ik ook plaats voor een (beperkt) aantal concrete doelen waar partijen gezamenlijk aan gaan werken. Tabak, gezondheid van achterstandsgroepen en het bevorderen van gezond gedrag onder met name de jeugd zie ik -met genoemde partijen- als kansrijke thema's.

Bij de vormgeving van het nationale contract denk ik aan het model zoals dat ook bij de openbare geestelijke gezondheidszorg is gehanteerd: de koepels spreken op landelijk niveau af dat ze de openbare gezondheidszorg zullen bevorderen en dat ze daartoe de samenwerking op lokaal niveau zullen stimuleren. Die samenwerking kan plaatsvinden in lokale of regionale platforms, zoals het platform suggereert. Het heeft echter niet mijn voorkeur om van bovenaf op te leggen op welke wijze samengewerkt wordt. Dat kan per regio verschillend zijn, ook omdat de problemen - en daarmee de samenwerkingspartners- uiteen zullen lopen.

Ik streef ernaar nog dit voorjaar de meest betrokkenen bijeen te roepen om het traject ter voorbereiding op het nationale contract te gaan starten. Ik denk daarbij aan een stuurgroep van VWS, BZK, VNG en GGD Nederland. Ik zal aanmoedigen dat vanuit deze stuurgroep anderen uitgenodigd worden om deel te nemen aan de voorbereiding van het contract- en dit uiteindelijk ook tekenen. Zorgaanbieders, zorgverzekeraars en patiënten/consumenten dienen in ieder geval betrokken te worden bij het nationale contract voor de openbare gezondheidszorg.

De Minister van Volksgezondheid,

Welzijn en Sport,

E. Borst-Eilers

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie