Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord Kamervragen informatie over zelfmoord op Internet

Datum nieuwsfeit: 20-03-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Antwoord Kamervragen over informatie over zelfmoord op internet
Gemaakt: 21-3-2000 tijd: 17:18


3

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 20 maart 2000

Onderwerp:

Informatie over zelfmoord op internet

In antwoord op uw brief van 2 februari jongstleden, deel ik u,

mede namens de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mee dat de vragen van het lid Ross-van Dorp (CDA) van uw Kamer over informatie over zelfmoord op internet worden beantwoord zoals aangegeven in de bijlage van deze brief.

Bijgesloten zijn voldoende kopieën van het antwoord, ten behoeve van de vragensteller en de afdeling voorlichting van uw Kamer.

De Minister van Justitie,

Antwoorden van de Minister van Justitie, mede namens de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, op de kamervragen van het lid

Ross- van Dorp over informatie over zelfmoord op internet

( ingezonden 1 februari 2000, nr. 2990006160)


1.

Ja.

Ik betreur een dergelijke internet-site.

De informatie is eenzijdig en behelst onvoldoende verwijzing naar de hulpverlening.


2, 3 en 4.

In antwoord op eerdere vragen Aanhangsel Handelingen II 1998/99, nrs.
526. heb ik uiteengezet, dat voor strafbare hulp bij zelfdoding er sprake moet zijn van het verstrekken van middelen of het geven van instructies tijdens de uitvoering van de zelfdoding, kortom een actieve vorm van behulpzaamheid. Gelet op de delictsomschrijving van artikel 294 Wetboek van Strafrecht, is voor een veroordeling op basis van dit artikel noodzakelijk dat in een concreet geval het overlijden het directe gevolg is van de geboden hulp.

Het geven van algemene informatie over zelfdoding, zoals via de bedoelde internetsite, of het verstrekken van een handleiding, valt niet onder de delictsomschrijving van artikel 294 Wetboek van Strafrecht en is niet in strijd met de wet. De grens tussen een advies in algemene zin of een handleiding en een instructie is, zoals ik heb geantwoord op eerdere vragen Aanhangsel Handelingen II 1998/99, nrs.
762 en 837. , vloeiend. Een advies (tijdens een zelfdoding) krijgt het karakter van een -strafbare- instructie, indien deze is gericht op een concrete handeling of vaardigheid, gekoppeld aan de uitvoering ervan en komend van een persoon die daarin meer deskundig is dan degene die haar ontvangt.

Ik acht het niet onverantwoord dat informatie over zelfdoding, zoals op de bedoelde internetsite, vrij toegankelijk is. Er is naar mijn oordeel geen aanleiding om dit soort informatie te verbieden. De informatie op de bewuste internetsite wordt beschermd door artikel 7 van de Grondwet. Het grondrecht informatie van welke aard dan ook te verspreiden, wordt naar inhoud slechts beperkt door bij wet bepaalde verboden. De Nederlandse regering hecht grote waarde aan dit grondrecht en is terughoudend om de verspreiding van informatie bij wet in te perken. Dit doet niet af aan het feit dat ik, zoals gezegd, vind dat de bedoelde informatie onkies en eenzijdig is en onvoldoende een verwijsfunctie naar de hulpverlening bevat.


5.

Het reguliere hulpverleningscircuit dient mensen met vragen rond hulp bij zelfdoding op te vangen. In de huidige praktijk worden huisartsen, specialisten en andere hulpverleners regelmatig geconfronteerd met vragen met betrekking tot zelfdoding. Aangezien dergelijke vragen samen kunnen gaan met psychische stoornissen wordt daarbij vaak de hulp ingeroepen van de geestelijke gezondheidszorg (GGZ).

Levensgerichte hulp bij vragen rond zelfdoding is ook voor iedereen toegankelijk via algemene GGZ-voorzieningen en is in crisissituaties in principe ook meteen beschikbaar. Een hulpverlener bepaalt daarbij in hoeverre er sprake is van urgentie. Is er naar het oordeel van de hulpverlener(s) geen sprake van crisissituaties en schat men in dat de kans op zelfdoding erg klein is, dan kan men in voorkomend geval terechtkomen op een wachtlijst. Veelal zullen hulpverleners weinig risico's nemen als zij constateren dat iemand met psychische stoornissen nadenkt over levens beëindiging.

Meer in het algemeen merk ik op dat aan het terugbrengen van de wachttijden voor GGZ -cliënten momenteel hard wordt gewerkt, mede via het inzetten van extra middelen. Verder wijs ik er op dat in het verleden in binnen- en buitenland is geëxperimenteerd met speciale hulpverleningsprojecten voor suïcidale mensen. Uit deze experimenten blijkt dat de meerwaarde van speciale voorzieningen voor suïcidale mensen ten opzichte van algemene GGZ -voorzieningen nihil of zeer beperkt is. Extra inzet van middelen specifiek ten behoeve van suïcidale cliënten lijkt dus vooralsnog niet aan de orde.

In het voorstel om te komen tot een helpdesk rond het thema "suïcidaliteit " wordt al voorzien door het Informatiepunt Suïcidepreventie, gevestigd bij het Trimbos-instituut. Momenteel wordt dit informatiepunt omgevormd tot een meer algemeen informatiepunt dat zich niet alleen richt op suïcidepreventie, maar ook op allerlei andere vormen van preventie in de GGZ. Uiteraard kunnen daarnaast ook andere instellingen een bijdrage leveren aan suïcidepreventie. Daarbij is het overigens de vraag of informatieverstrekking via het Internet een geschikt medium is.

De Minister van Justitie,

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie