Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag Europese Raad - Algemene Zaken 20-03-2000

Datum nieuwsfeit: 20-03-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Raad van de Europese Unie

2249. Raad - ALGEMENE ZAKEN Press Release: Brussels (20-03-2000) - Press: 73 - Nr: 6810/00


6810/00 (Presse 73)

(OR. en)

PERSMEDEDELING

Onderwerp :


2249e zitting van de Raad

- ALGEMENE ZAKEN -

Brussel, 20 maart 2000

Voorzitter :

de heer Jaime GAMA

Minister van Buitenlandse Zaken van de Portugese Republiek

INHOUD

DEELNEMERS


*

BESPROKEN PUNTEN

Error! No table of contents entries found.

Voor meer informatie: tel.

&

DEELNEMERS

De regeringen van de lidstaten en de Europese Commissie waren als volgt vertegenwoordigd:

België
:

de heer Louis MICHEL

de heer André FLAHAUT

de heer Pierre CHEVALIER

Vice-Eerste minister en Minister van Buitenlandse Zaken

Minister van Landsverdediging

Staatssecretaris van Buitenlandse Handel

Denemarken
:

de heer Niels HELVEG PETERSEN

de heer Hans HÆKKERUP

de heer Friis Arne PETERSEN

Minister van Buitenlandse Zaken

Minister van Defensie

Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken

Duitsland:
:

de heer Joschka FISCHER

de heer Rudolf SCHARPING

de heer Christoph ZÖPEL

Minister van Buitenlandse Zaken

Minister van Defensie

Staatsminister van Buitenlandse Zaken

Griekenland
:

de heer Giorgios PAPANDREOU

de heer Apostolos-Athanasios TSOCHATZOPOULOS

Minister van Buitenlandse Zaken

Minister van Defensie

de heer Christos ROKOFYLLOS

Onderminister van Buitenlandse Zaken

Spanje
:

de heer Abel MATUTES

de heer Eduardo SERRA REXACH

de heer Ramón de MIGUEL

Minister van Buitenlandse Zaken

Minister van Defensie

Staatssecretaris voor het Buitenlandse Beleid

Frankrijk
:

de heer Hubert VEDRINE

de heer Alain RICHARD

Minister van Buitenlandse Zaken

Minister van Defensie

de heer Pierre MOSCOVICI

Onderminister van Europese Zaken

Ierland
:

de heer Brian COWEN

Minister van Buitenlandse Zaken

de heer Michael SMITH

Minister van Defensie

Italië
:

de heer Sergio MATTARELLA

de heer Umberto RANIERI

Minister van Defensie

Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken

Luxemburg
:

mevrouw Lydie POLFER

de heer Charles GOERENS

Minister van Buitenlandse Zaken

Minister van Ontwikkelingssamenwerking, van Humanitaire Acties en van Defensie

Nederland
:

de heer Jozias VAN AARTSEN

de heer Frank de GRAVE

Minister van Buitenlandse Zaken

Minister van Defensie

de heer Dick BENSCHOP

Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken

Oostenrijk
:

mevrouw Benita FERRERO-WALDNER

Minister van Buitenlandse Zaken

de heer Herbert SCHEIBNER

Minister van Defensie

Portugal
:

de heer Jaime GAMA

Minister van Buitenlandse Zaken

de heer Júlio CASTRO CALDAS

Minister van Defensie

de heer Francisco SEIXAS da COSTA

Staatssecretaris van Europese Zaken

Finland
:

de heer Erkki TUOMIOJA

de heer Jan-Erik ENESTAM

Minister van Buitenlandse Zaken

Minister van Defensie

de heer Kimmo SASI

Minister van Buitenlandse Handel en Europese Aangelegenheden

Zweden
:

mevrouw Anna LINDH

de heer Björn VON SYDOW

Minister van Buitenlandse Zaken

Minister van Defensie

Verenigd Koninkrijk
:

de heer Robin COOK

de heer Keith VAZ

Minister van Buitenlandse Zaken en Gemenebestzaken

Onderminister van Buitenlandse Zaken en Gemenebestzaken

barones SYSMANS of VERNHAM DEAN

Onderminister van Defensie, belast met Defensieaankopen


* * *

Commissie
:

de heer Romano PRODI

de heer Michel BARNIER

de heer Poul NIELSON

Voorzitter

Lid

Lid

de heer Christopher PATTEN

Lid

de heer Günter VERHEUGEN

Lid


* * *

Secretariaat-generaal van de Raad
:

de heer Javier SOLANA

de heer Pierre de BOISSIEU

Secretaris-generaal/Hoge vertegenwoordiger voor het GBVB

Plaatsvervangend secretaris-generaal


* * *

VOORBEREIDING VAN DE BUITENGEWONE EUROPESE RAAD

De Raad toonde zich verheugd over de vorderingen die gemaakt zijn bij de voorbereidingen van het kernpunt van de buitengewone Europese Raad van Lissabon van 23/24 maart, namelijk "Werkgelegenheid, economische hervormingen en sociale samenhang: naar een Europa van innovatie en kennis".

De Raad nam tevens nota van de aanwijzingen van het voorzitterschap bij het programma; naast het kernpunt zullen worden behandeld: de situatie in de Balkan, het verslag van het voorzitterschap over de versterking van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid, de stand van zaken met betrekking tot de intergouvernementele conferentie over institutionele hervormingen en in de marge, de tweede Gezamenlijke Raad met Mexico (donderdag, einde van de ochtend). Wat de organisatie van deze zitting betreft zijn voor het belangrijkste agendapunt drie rondetafelgesprekken gepland: één op donderdagochtend, over het algemene strategische doel en de informatiemaatschappij, alsmede twee op donderdagmiddag, die respectievelijk gewijd zullen zijn aan de economische en de sociale dimensies.


* * *


2e MINISTERIËLE BIJEENKOMST VAN DE IGC 2000
De 2e ministeriële IGC-bijeenkomst, die in de marge van de Raadszitting plaatsvond, werd voorafgegaan door een vergadering met de voorzitster van het Europees Parlement, mevrouw FONTAINE en de vertegenwoordigers van het Europees Parlement in de Voorbereidende groep, de heer BROCK en de heer TSATSOS. Tijdens deze vergadering deed de voorzitter van de Vertegenwoordigersgroep, staatssecretaris SEIXAS da COSTA, verslag van de stand van de werkzaamheden in zijn groep.

Tijdens de ministeriële IGC-bijeenkomst hebben de ministers de volgende twee punten besproken: de samenstelling/structuur van de Commissie en de deelneming/stemmenweging van de lidstaten in het besluitvormingsproces van de Raad.

GEMEENSCHAPPELIJK EUROPEES VEILIGHEIDS- EN DEFENSIEBELEID - CONCLUSIES

In het kader van de follow-up van de Europese Raad van Helsinki wijdde de Raad met deelneming van de ministers van defensie een alomvattende bespreking aan de voortgang op het gebied van het Europees veiligheids- en defensiebeleid, en boog zich daarbij zowel over het militaire als het civiele spoor van het EVDB.

De Raad hechtte zijn goedkeuring aan het ontwerp-verslag van het voorzitterschap aan de Europese Raad van Lissabon: "versterking van het gemeenschappelijk Europees veiligheids- en defensiebeleid" en uitte zijn grote waardering voor wat tot dusverre is bereikt in zowel het militaire als niet-militaire spoor van de crisisbeheersing.

Voortbouwend op de besprekingen van de informele bijeenkomst van de ministers van Defensie in Sintra op 28 februari 2000, stelde de Raad het proces vast voor de verdere uitwerking van de hoofddoelstelling en de capaciteitsdoelstellingen. Hij concludeerde dat het "reflectiedocument" over de "uitwerking van het hoofddoel", met inbegrip van het daarin uitgezette tijdpad voor de organisatie van een conferentie voor de toezegging van capaciteiten vóór eind 2000, een basis vormt voor de toekomstige werkzaamheden van de bevoegde organen. Ook nam de Raad het document aan over "militaire lichamen in de Europese Unie en het plannen en voeren van door de EU geleide operaties" als basis voor het toekomstige door de militaire interimorganen en andere bevoegde organen te verrichten werkzaamheden.

De Raad nam de oprichting van een comité voor civiele crisisbeheersing in overweging en kwam overeen om de rol en de bevoegdheden daarvan verder te omschrijven in de zin van het document "Oprichting van een comité voor civiele crisisbeheersing van de EU" teneinde voor of tijdens de Europese Raad van Feira tot een besluit betreffende de oprichting van een dergelijk comité te komen. De Raad verzocht het COREPER bij te dragen tot het verduidelijken van de institutionele vraagstukken over de bevoegdheden van de Gemeenschap en de positie van een dergelijk comité in het institutionele kader van de EU.

MOZAMBIQUE - CONCLUSIES

De Raad heeft van zeer nabij en met grote bezorgdheid de situatie in Mozambique gevolgd, alsook die in andere landen in de regio, waaronder Madagaskar, Zimbabwe, Botswana en Zuid-Afrika, waar de overstromingen een van de meest ernstige catastrofes van de recente jaren zijn.
De Raad drukt zijn solidariteit uit met het volk en de regering van Mozambique en van de overige landen van de regio die worstelen met de verwoestende gevolgen van de overstromingen en hij spreekt zijn waardering voor hen uit, nu zij zich opmaken om hun ontredderde levens herop te bouwen.

De Raad heeft nota genomen van de conclusies van de missie die kort na de oproep van de Mozambikaanse regering om hulp van 2 tot 4 maart is gevoerd in Mozambique door de voorzitter van de Raad Ontwikkeling, de Portugese staatssecretaris van Buitenlandse zaken en samenwerking, de heer AMADO, en het Commissielid voor Ontwikkelingszaken en humanitaire hulp, de heer NIELSON, om de omvang van de schade op te nemen en vast te stellen welke behoeften prioritair zijn.

De Raad heeft er nota van genomen dat de lidstaten en de Gemeenschap tot op heden 85 miljoen euro voor humanitaire noodhulp hebben toegezegd, naast verdere hulp in natura. De Raad benadrukte dat dit het grootste aandeel vormt van de door de VN (OCHA) gerapporteerde internationale bijdragen, die tot nog toe 115 miljoen euro bedragen. Bovendien heeft de Raad met voldoening vastgesteld hoe de burgers van de EU in een gulle respons op de oproepen tot hulp hun solidariteit betuigd hebben.

De Raad heeft erkend dat de leidinggevende rol in de coördinatie van de hulp berust bij het Departement rampenbeheer van de regering van Mozambique, in samenwerking met de VN-instanties. De Raad heeft er ten zeerste de nadruk op gelegd dat gezorgd moet worden voor een doeltreffende coördinatie, zowel intern als met de Gemeenschap, opdat doublures voorkomen worden en de verstrekte hulp een maximaal effect sorteert.

De Raad heeft ook de ruimere gevolgen onderkend die deze catastrofe vermoedelijk zal hebben voor de Mozambikaanse economie en ontwikkeling. Hij onderschrijft de tweesporige aanpak die de regering van Mozambique volgt en die erop gericht is te voldoen aan de directe hulpbehoeften en aan de rehabilitatie van getroffen gebieden, terwijl zowel de macro-economische stabiliteit als het beheer van lopende programma's van ontwikkelingsbijstand gegarandeerd worden.

Te dien einde hebben verscheidene lidstaten en de Gemeenschap reeds een totaal aangekondigd van 66,5 miljoen euro voor steun voor rehabilitatie en begrotingssteun, naast 156 miljoen euro verlichting van de schuldenlast. De Raad heeft er nota van genomen dat bovenop deze steun, in 1999 in Mozambique 100 miljoen euro uit hoofde van het samenwerkingsprogramma van de Gemeenschap zijn uitbetaald en dat in
2000 hiervoor tot 150 miljoen euro wordt verwacht.
De lidstaten en de Gemeenschap zullen in Maputo actief blijven deelnemen aan de door de regering van Mozambique gevoerde coördinatie van de rehabilitatie en zij zien ernaar uit, een positieve bijdrage te leveren aan de conferentie van donorlanden die eind april/begin mei in Rome zal worden gehouden.

AFRIKAANS-EUROPESE TOP

De Raad nam kennis van de vorderingen bij de voorbereiding van de Afrikaans-Europese Top die op 3/4 april in Caïro zal plaatsvinden, alsmede van de ontwerp-teksten van de EU voor de verklaring en het actieplan die bij deze gelegenheid zullen worden aangenomen.
Hij constateerde dat de EU-trojka en de groep van landen die aan Afrikaanse zijde voor de voorbereidingen verantwoordelijk is, zich momenteel over gezamenlijke ontwerp-teksten buigen. De Raad noteerde ook dat deze teksten, met het oog op voorlegging aan de Top, zullen worden voltooid tijdens een gezamenlijke ministeriële bijeenkomst Afrika-EU, op 2 april in Caïro.

CONFLICTEN IN AFRIKA

Overeenkomstig de Raadsconclusies van 24 januari 2000 zette de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger voor het GBVB de Raad uiteen hoe zijns inziens de EU kan bijdragen tot een oplossing van de conflicten in Afrika, met name in het gebied van de Grote Meren.
De Raad droeg zijn bevoegde instanties op hun werkzaamheden voort te zetten op basis van de door de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger gepresenteerde discussienota, alsmede in het licht van de bijdrage van de lidstaten aan de zitting van vandaag; tevens verzocht hij hen tijdig aanbevelingen te doen voor mogelijke specifieke maatregelen van de EU. De Raad kwam overeen om, wellicht reeds tijdens zijn zitting in april, over deze zaak een inhoudelijk debat te houden.

WESTELIJKE BALKAN - CONCLUSIES

FRJ/KOSOVO

De Raad betreurde de verslechtering van de veiligheidssituatie in en om Kosovo, met name in Mitrovica en in Presevo/het zuiden van Servië. Hij veroordeelde de aanvallen gericht tegen de KFOR- en UNMIK-aanwezigheid en het extremisme van beide zijden. Ook onderstreepte hij dat het van cruciaal belang is de bestuurlijke grens tussen Servië en Kosovo te beveiligen, en de illegale smokkel over alle grenzen van Kosovo een halt toe te roepen. De Raad riep politieke leiders in Kosovo op hun invloed aan te wenden om verdere incidenten en ongeregeldheden te voorkomen, door geweld en extremisme te verwerpen, extremisten uit hun midden te verdrijven, steun te verlenen aan de UNMIK en KFOR en uitsluitend hun toevlucht te zoeken tot vreedzame en democratische middelen. De Raad herinnerde die leiders eraan dat ze voor iedere verdere geweldsuitzaaiing ter verantwoording zullen worden geroepen.

De Raad betuigde opnieuw zijn volledige steun voor de inspanningen van de UNMIK en KFOR, om ervoor te zorgen dat UNSC-Resolutie 1244 in alle opzichten wordt uitgevoerd. De Raad was ingenomen met onlangs door de lidstaten genomen besluiten om hun financiële, technische en personele bijdragen aan de internationale politie van de VN en de KFOR aanzienlijk te verhogen.

De Raad bracht zijn gehechtheid aan het democratiseringsproces in Kosovo in herinnering. In dit licht memoreerde hij zijn oproep tot de Servische leiders in Kosovo om deel te nemen aan de gezamenlijke bestuurlijke interimstructuren en aldus bij te dragen tot coëxistentie en de democratisering van Kosovo, overeenkomstig UNSC-Resolutie 1244. Alleen als de vertegenwoordigers van de minderheden verantwoordelijkheden delen, zal de weg naar een multi-etnisch Kosovo openliggen.

De Raad herinnerde eraan dat hij het grootste belang hecht aan een grondige voorbereiding door de UNMIK van de lokale verkiezingen die later dit jaar zullen plaatsvinden. Hij riep de UNMIK en de OVSE op het nodige te doen om ervoor te zorgen dat die verkiezingen, met inbegrip van de kiezersregistratie, waarmee in april een aanvang zou moeten worden gemaakt, correct worden voorbereid en regelingen te treffen voor de mogelijkheid tot schriftelijke stemming en deelname door minderheden.

De Raad memoreerde dat voor de periode 1999/2000 als reactie op de Kosovocrisis een grote hoeveelheid middelen werd toegewezen door de EG, naast de aanzienlijke bijstand die de lidstaten hebben verleend. De humanitaire hulp in de regio voor Kosovaarse vluchtelingen, voor ontheemden in Kosovo zelf en voor repatrianten zal plusminus
428 miljoen euro bedragen, terwijl de wederopbouw en uitzonderlijke financiële steun, inclusief ondersteuning van de UNMIK in de periode
1999/2000 in totaal 437 miljoen euro zal belopen. Hij onderstreepte voorts hoe belangrijk het is dat de UNMIK, en met name de EU-pijler, over de expertise en middelen kan beschikken die zij nodig heeft om deze vitale taak tot een goed einde te brengen. De Raad herhaalde ervan overtuigd te zijn dat de internationale steun voor Kosovo, ook die van de Europese Unie, zoals recentelijk opnieuw werd bevestigd door het bezoek van SG/HV Solana en Commissielid Patten aan de regio, staat of valt met de medewerking van de leiding en de bevolking van Kosovo, met name van hun gehechtheid aan democratische en vreedzame middelen.

FRJ/SERVIË

Met verwijzing naar de verklaring van het voorzitterschap van 3 maart over de schending van de vrijheid van meningsuiting in Servië veroordeelde de Raad de steeds zwaardere dreigementen en intimidaties van het regime van President Milosevic tegen de onafhankelijke media en de democratische oppositie als onaanvaardbaar discriminerend beleid dat erop uit is afwijkende, onafhankelijke stemmen het zwijgen op te leggen.

De Raad juichte het onlangs door de democratische oppositie van Servië bereikte akkoord over een gemeenschappelijk "platform" toe, en riep de democratische krachten in de FRJ op om hun inspanningen op te voeren om één front te vormen dat een sterk en geloofwaardig alternatief kan bieden voor het regime van Milosevic. Hij herinnerde eraan dat een eensgezinde democratische oppositie van cruciaal belang is om politieke veranderingen teweeg te brengen in de FRJ.

In verband met het algemene beleid om zoveel mogelijk druk uit te oefenen op Milosevic en daar niet de Servische bevolking voor te laten boeten, onderstreepte de Raad het belang van volgehouden steun, met name via humanitaire hulp en het programma "energie voor democratie". De Raad memoreerde dat hij de kwestie sancties in beraad zal houden in het licht van toekomstige ontwikkelingen.

Herinnerend aan zijn conclusies van 14 en 15 februari 2000 en zijn Besluit 2000/177/GBVB van 28 februari tot uitbreiding van de lijst van personen voor wie een inreisverbod geldt, heeft de Raad een verordening vastgesteld tot schorsing, voor een periode van zes maanden, van het verbod op vluchten( 1).

De Raad heeft het Coreper verzocht de bestudering af te ronden van het Commissievoorstel voor een verordening van de Raad ter versterking van de doeltreffendheid van de bestaande financiële sancties, teneinde dit voor het eind van de maand te kunnen aannemen.

DONAU

De Raad wees er nogmaals op dat de diverse obstakels voor de vrije vaart op de Donau dringend moeten worden weggenomen, en moedigde de Donaucommissie aan om de nodige stappen te zetten, zodat de Europese Commissie het projectvoorstel van de Donaucommissie verder kan behandelen en het project spoedig kan worden uitgevoerd.
FRJ/MONTENEGRO

De Raad wees met nadruk op de steun van de Europese Unie voor Montenegro en zijn democratisch verkozen regering. Hij bracht in herinnering welke steun tot dusver al is verleend en herhaalde zijn bereidheid om Montenegro te blijven steunen. Hij nam nota van de door de Commissie gepresenteerde beoordeling van de behoeften en de informatie over de huidige communautaire steun, en nam er ook nota van dat de Commissie steun zal blijven verlenen, met inbegrip van voedselhulp, steun op grond van het Obnova-programma en humanitaire hulp.

Teneinde de steun aan Montenegro op te voeren, drong de Raad er bij de Commissie op aan projecten vast te stellen die de budgettaire beperkingen van Montenegro op een gerichte manier kunnen helpen verlichten en mogelijkheden voor verdere steun te bekijken. De Raad verzocht de Europese Investeringsbank te bezien of haar activiteiten tot Montenegro kunnen worden uitgebreid. Herinnerend aan zijn conclusies van november 1999, verzocht hij de Commissie zich te beraden op een voorstel aan de Raad om Montenegro op te nemen in de taakomschrijving van het Europees Bureau voor wederopbouw.

BOSNIË-HERZEGOVINA

De Raad nam nota van het verzoek van de Bosnische autoriteiten om een haalbaarheidsstudie naar onderhandelingen over een stabiliteits- en associatieovereenkomst. De Raad was ingenomen met het initiatief van de Commissie inzake een leidraad voor Bosnië-Herzegovina, die ertoe moet bijdragen de weg vrij te maken voor een haalbaarheidsstudie. Deze leidraad roept de autoriteiten in Bosnië-Herzegovina op om zich er onvoorwaardelijk toe te verbinden dit initiatief over te nemen in de Adviserende Stuurgroep EU/Bosnië-Herzegovina. De Raad beklemtoonde ook dat het tempo van de vorderingen zal afhangen van de bereidheid van de autoriteiten van Bosnië-Herzegovina om de mogelijkheden van het stabiliteits- en associatieproces ten volle te benutten en herhaalde dat de verklaring van New York van november 1999 onverkort moet worden uitgevoerd.

STABILITEITSPACT

De Raad betuigde volledige steun voor het streven van de speciale coördinator, de Europese Commissie en de Wereldbank naar een substantieel resultaat van de regionale financieringsconferentie op
29/30 maart, en naar het samenstellen van een geloofwaardig pakket van snelstartprojecten. De conferentie vormt een onderdeel van een langduriger proces dat de regio vrede, stabiliteit en economische ontwikkeling moet brengen. Het is de bedoeling dat ze een krachtige aanzet geeft tot de doelstelling van het pact dat de politieke en economische hervormingsprocessen nieuw leven krijgen ingeblazen en de regionale samenwerking wordt gestimuleerd door de begunstigde landen zelf en met de steun van de internationale gemeenschap.
Benadrukkend dat de regionale financieringsconferentie en het stabiliteitspact deel uitmaken van een lopend proces en een wederzijdse verbintenis inhouden, beklemtoonde de Raad er met nadruk op dat de landen in deze regio geloofwaardige en consequente hervormingen tegenover de EU-steun moeten stellen. Herinnerend aan zijn conclusies van 14 en 15 februari 2000 inzake conditionaliteit, verzocht de Raad daarom de begunstigde landen hun gedetailleerde toezeggingen ten aanzien van de uitvoering van de doelstellingen van het stabiliteitspact te presenteren. De Raad beklemtoonde dat er regelmatig toezicht op de vorderingen in de regio op weg naar de hervormingsdoelstellingen nodig is.

De EU zal een leidende rol blijven vervullen in de initiatieven in het kader van het stabiliteitspact, en zal voor de regionale financieringsconferentie haar standpunt bepalen. Daartoe werd de Commissie verzocht om met spoed een gedetailleerd voorstel voor een bijdrage van de Unie aan deze conferentie in te dienen.

ECMM

De Raad benadrukte dat hij een geherstructureerde, flexibele en gestroomlijnde ECMM op het oog heeft, die aan vaststaande operationele criteria voldoet. Het is de bedoeling dat de ECMM verantwoording moet afleggen aan de Raad, via de SG/HV, en dat haar functies op gezette tijden door de relevante instanties worden heroverwogen, zodat ze als middel ter ondersteuning van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU kan functioneren.

De Raad nam nota van de vorderingen bij de besprekingen over de toekomst van de ECMM. Hij verzocht de bevoegde instanties om het plan voor de herstructurering van de ECMM zo snel mogelijk af te ronden, zodat er spoedig een passende EU-rechtsgrondslag kan worden voorbereid en aangenomen.

ECONOMISCHE SITUATIE IN BULGARIJE EN ROEMENIË

De Raad nam kennis van de informatie die de Commissie verstrekt heeft over de macro-economische situatie in Bulgarije en Roemenië. Hij benadrukte dat het voor deze landen van belang is dat zij de op de herstructurering van hun economieën gerichte hervormingen voortzetten.

56e ZITTING VAN DE VN-COMMISSIE VOOR DE MENSENRECHTEN - GENÈVE, MAART-APRIL 2000


- CHINA - CONCLUSIES


1. Overeenkomstig zijn conclusies van 22 maart 1999, in het licht van de dialoog over de mensenrechten EU/China en aan de vooravond van de 56e vergadering van de VN-Commissie voor de rechten van de mens heeft de Raad zijn beleid ten aanzien van de mensenrechten in China onder de loep genomen.

2. De Raad is verheugd over de door China vertolkte bereidheid om samen te werken met de VN-mechanismen inzake mensenrechten en dringt er bij China op aan zijn inspanningen daartoe op te voeren. De EU moedigt China er meer bepaald toe aan de VN-verdragen over economische, sociale en culturele rechten en burger- en politieke rechten zo spoedig mogelijk te ratificeren, nauwer samen te werken met de speciale rapporteurs en werkgroepen van de VN-Commissie voor de rechten van de mens, en het Memorandum van Overeenstemming met het Bureau van de Hoge commissaris voor de rechten van de mens te ondertekenen.

3. De Raad herhaalt dat hij belang hecht aan de gelegenheid die wordt geboden door de mensenrechtendialoog EU/China en het samenwerkingsprogramma, waarbij gezamenlijk kan worden geijverd voor de bevordering en de eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden in China. De Raad neemt er akte van dat China bereidwilligheid aan de dag heeft gelegd om in het kader van de dialoog te praten over een aantal gevoelige vraagstukken van gemeenschappelijke bezorgdheid. De EU blijft bij haar standpunt dat de dialoog alleen een aanvaardbare mogelijkheid is wanneer voldoende vooruitgang wordt geboekt en er tastbare resultaten voorliggen.

4. De Raad betreurt het evenwel dat de positieve initiatieven die China op internationaal niveau heeft ondernomen niet alleen geen vooruitgang te zien geven, maar ook niet gevolgd zijn door tastbare vorderingen op het gebied van de binnenlandse mensenrechtensituatie. De EU is ernstig bezorgd over de voortdurende en wijdverspreide beperkingen van de fundamentele vrijheden, met name vrijheid van vergadering, meningsuiting en vereniging. De EU is meer bepaald ontzet over het feit dat de Chinese regering strenge straffen blijft opleggen aan actieve voorstanders van de democratie en strenge maatregelen blijft nemen tegen sommige minderheidsgroepen, meer bepaald in Tibet en Xinjiang. De EU is eveneens verontrust over het aantal arrestaties van en de strenge straffen die zijn opgelegd aan volgelingen van de Falun Gong, en over de beperkingen en de straffen die worden opgelegd aan leden van de Christian Church en andere religieuze groepen.

5. De Raad neemt met hevige verontrusting akte van de frequente toepassing van de doodstraf in China. Bovendien kan, ondanks de recente hervormingen die in het Chinese rechtssysteem zijn doorgevoerd, het aantal niet gewelddadige delicten, waaronder economische delicten, waarop nog steeds de doodstraf staat, nauwelijks voldoen aan de door de Chinese autoriteiten gehanteerde definitie van ernstige delicten. De handhaving van administratieve detentiekampen, waar mensen kunnen worden vastgehouden zonder passende juridische bijstand, en in de meeste gevallen zonder een eerlijk proces, is een verdere bron van bezorgdheid waaraan de Chinese autoriteiten geen passende aandacht hebben geschonken.
6. De Raad zal de dialoog opnieuw bezien om te komen tot een meer geconcentreerde, resultaatgerichte aanpak, meer bepaald op de voornaamste gebieden waarover de EU zich, zoals gezegd, zorgen maakt. Voor die gebieden zullen doelstellingen worden vastgesteld en die zullen publiekelijk worden toegelicht, om te beginnen met de toespraak van het voorzitterschap van de EU in de
56e vergadering van de commissie rechten van de mens (CHR), en tevens wanneer gesproken wordt over de situatie van de afzonderlijke landen, en in agendapunten over burger- en politieke rechten en thematische vraagstukken. De EU zal de toekomst van de dialoog moeten beoordelen op basis van de geboekte resultaten. De EU zal publiekelijk uiting blijven geven aan haar bezorgdheid over de mensenrechten in China en die in vergaderingen met China op alle niveaus ter sprake brengen.

7. De Raad deelt de bezorgdheid van het Europees Parlement, de civiele samenleving en de NGO's met betrekking tot de mensenrechten in China. Hij zal het EU-beleid met betrekking tot China regelmatig in het oog blijven houden, ook in de
56e vergadering van de CHR.


- DOODSTRAF

De Raad verzocht het Politiek Comité om met het oog op de 56e vergadering van de UNCHR het EU-standpunt over de doodstraf op te stellen.

RUSLAND / TSJETSJENIË -CONCLUSIES

De Raad spreekt opnieuw zijn diepe bezorgdheid uit over de situatie in Tsjetsjenië en herhaalt zijn oproep tot de Russische autoriteiten om onmiddellijk stappen te nemen voor een vreedzame oplossing van het conflict, met name een staakt-het-vuren in te stellen, een eind te maken aan het gebruik van willekeurig geweld en een politieke dialoog aan te gaan tussen de Russische regering en vertegenwoordigers van Tsjetsjenië. De Raad toont zich ook bezorgd over het risico dat het conflict overslaat op de buurlanden.

De Raad geeft blijk van diepe bezorgdheid over de aanhoudende berichten over ernstige schendingen van de mensenrechten en van het internationaal humanitair recht en herinnert aan de toezeggingen die Rusland in Lissabon gedaan heeft. De Raad verzoekt de Russische autoriteiten met klem hun verbintenissen na te komen en spoedig een omstandig en doorzichtig onderzoek in te stellen naar vermeende schendingen van de mensenrechten, in overeenstemming met het internationaal recht en in samenwerking met de bevoegde internationale organen.

In dat verband neemt de Raad nota van de benoeming van de presidentiële vertegenwoordiger voor de mensenrechten in Tsjetsjenië en verheugt hij zich op de opening van diens bureau. Er lopen gesprekken met de Russische autoriteiten over de eventuele opneming van twee vertegenwoordigers van de Raad van Europa in dit bureau. Deze vertegenwoordigers moeten volledig onafhankelijk zijn en mogen niet beperkt worden in hun bewegingsvrijheid en contacten. De Raad verwacht ook dat de vertegenwoordiger van het voorzitterschap voor de mensenrechten nauw samenwerkt met de OVSE.

De Raad blijft bijzonder bezorgd over de ernstige humanitaire situatie in de regio, vooral in het licht van de rapporten van de Raad van Europa na de recente bezoeken aan Tsjetsjenië.

De Raad betreurt het uitblijven van een reactie op de specifieke verzoeken die de EU in Lissabon aan de Russen heeft gedaan met het oog op een verbetering van de internationale hulpactie in Tsjetsjenië, met name via bezoeken van ECHO-deskundigen, EU-diplomaten met standplaats in Moskou en andere belanghebbende humanitaire hulporganisaties. Hij roept de Russische autoriteiten andermaal op om de NGO's een onbelemmerde en veilige toegang te verschaffen met het oog op werkzaamheden ter plaatse. Voorts wijst de Raad erop dat dringend positief moet worden gereageerd op het verzoek van het ICRK om vrije toegang tot de gedetineerden in Tsjetsjenië.

De Raad spreekt opnieuw zijn hoop uit dat de missie van de OVSE (Assistance Group) spoedig kan terugkeren onder omstandigheden waarin zij haar mandaat volledig kan vervullen. De Raad betreurt het dat de manier waarop het bezoek van het hoofd van de missie georganiseerd was, een onvoldoende grondslag biedt voor een besluit over de terugkeer van de missie naar de regio. Verdere bezoeken, met inbegrip van een bezoek van de bijzondere fact-finding missie van de Assistance Group aan Tsjetsjenië, zullen nodig zijn om de situatie, inclusief het veiligheidsaspect, te beoordelen.

De Raad benadrukt het belang van een internationale aanwezigheid in Tsjetsjenië en neemt nota van de uitnodigingen van Rusland aan de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de Mensenrechten, de fungerend OVSE-voorzitter en de ICRK-voorzitter om Tsjetsjenië te bezoeken. De Raad hoopt dat deze bezoeken zullen bijdragen aan de totstandbrenging van een permanente gecoördineerde internationale aanwezigheid in de Noordelijke Kaukasus en aan een vruchtbare dialoog over alle openstaande vraagstukken.

De Raad herhaalt bereid te zijn om bij te dragen aan het opbouwen van een stabiel duurzaam partnerschap met Rusland op basis van gemeenschappelijke waarden en doelstellingen. In dat verband neemt hij nota van het nut van de diepgaande en openhartige besprekingen tijdens de ontmoeting van de trojka met Rusland en de informele trilaterale ministeriële bijeenkomst EU/USA/Rusland in Lissabon.

De Raad spreekt de hoop uit dat de komende presidentsverkiezingen verder zullen bijdragen aan de stabilisering en ontwikkeling van democratische en economische hervormingen in alle regio's van de Russische Federatie. Hij is ingenomen met de uitnodiging van Rusland aan het ODIHR om de verkiezingen te volgen en hoopt dat deze in overeenstemming met de internationale normen vrij en eerlijk zullen verlopen.

STATUUT VAN DE LEDEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT

Het voorzitterschap informeerde de Raad over de stand van zaken in zijn contacten met het Europees Parlement, met name in het licht van de vergadering met de contactgroep van het EP van 14 maart, die erop gericht was de onderhandelingen over het statuut van de leden van het Europees Parlement opnieuw op gang te brengen. In die vergadering hebben de vertegenwoordigers van het EP bevestigd dat het "Rothleyrapport" van 3 december 1998 nog steeds hun uitgangspunt vormt, maar dat het EP openstaat voor onderhandelingen.

Het voorzitterschap stelde het EP een drieledige methode voor met betrekking tot de aanpak van de problemen inzake het statuut van de leden van het Europees Parlement: de eerste twee onderdelen daarvan - redactionele kwaliteit en juridische aspecten - zullen door de bevoegde interinstitutionele werkgroep worden behandeld. Van deze groep wordt verwacht dat zij tijdig een verslag indient, vóór de volgende vergadering van het voorzitterschap met de contactgroep van het Europees Parlement tijdens de vergaderperiode in april in Straatsburg.

Wat de politieke vraagstukken betreft is het voorzitterschap voornemens de standpunten van de instellingen nader tot elkaar te brengen op basis van een lijst met hun voornaamste bezwaren, die het voorzitterschap na intensieve contacten met het EP en de Raad heeft opgesteld.

Concluderend steunde de Raad de benadering van het voorzitterschap en kwam overeen om, in het licht van de ontwikkelingen tijdens de onderhandelingen, in een volgende vergadering op deze zaak terug te komen.

BEPERKING VAN HET AANTAL SAMENSTELLINGEN VAN DE RAAD

Het voorzitterschap constateerde dat het vereiste quorum voor een stemming over deze zaak niet meer voorhanden was en verklaarde dat dit punt op de agenda van een volgende Raadszitting zal worden geplaatst.

FREELANCE TOLKEN

De Raad heeft met gekwalificeerde meerderheid van stemmen een verordening aangenomen tot wijziging van Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68 tot vaststelling van het statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en van de regeling welke van toepassing is op andere personeelsleden van deze Gemeenschappen - in dit geval freelance tolken.

Het gewijzigde artikel 78 inzake aanwervingsvoorwaarden voor andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen biedt aan freelance tolken die door de Commissie worden aangeworven voor rekening van de instellingen en de organen van de Europese Gemeenschappen dezelfde aanwervingsvoorwaarden als die welke van toepassing zijn op door het Europees Parlement aangeworven conferentietolken.

ZONDER DEBAT AANGENOMEN PUNTEN

(Besluiten die vergezeld gaan van een verklaring die de Raad voor het publiek beschikbaar heeft gesteld, zijn aangegeven met een asterisk; deze verklaringen zijn verkrijgbaar bij de Persdienst).
EXTERNE BETREKKINGEN

Tweede Gezamenlijke Raad EG-Mexico

De Raad nam het standpunt aan dat de Gemeenschap zal innemen bij de tweede Gezamenlijke Raad EG-Mexico, die op 23 maart 2000 in Lissabon plaatsvindt.

De zitting, die in de marge van de bijzondere Europese Raad in Lissabon wordt gehouden, zal gewijd zijn aan de uitvoering van de relevante artikelen van de interimovereenkomst die verband houden met het resultaat van de onderhandelingen tussen de EU en Mexico inzake liberalisering van het goederenverkeer, overheidsopdrachten en mededinging, alsmede het opzetten van een raadplegingsmechanisme voor problemen inzake intellectuele eigendom.

Wapenembargo ten aanzien van Ethiopië en Eritrea

De Raad hechtte zijn goedkeuring aan het gemeenschappelijk standpunt van de Raad tot verlenging van het wapenembargo ten aanzien van Ethiopië en Eritrea.

Met dit nieuw gemeenschappelijk standpunt wordt het wapenembargo ten aanzien van Ethiopië en Eritrea verlengd tot en met 30 september 2000; het betreft het gemeenschappelijk standpunt dat de Raad op
15 maart 1999 voor een periode van zes maanden heeft vastgesteld - en later tot en met 31 maart heeft verlengd - naar aanleiding van Resolutie 1227, die de VN-veiligheidsraad op 10 februari 1999 heeft aangenomen en waarbij alle lidstaten met aandrang wordt gevraagd alle verkopen van wapens en munitie aan bovengenoemde landen onmiddellijk stop te zetten.

Bijstand van de Europese Unie op het gebied van mijnopruiming in Kroatië

De Raad nam een besluit aan ter aanvulling van een eerder in 1998 aangenomen besluit inzake een specifieke actie van de Unie voor bijstand op het gebied van mijnopruiming in Kroatië.

Middels een aanvullende financiering van 308.133 euro ten behoeve van operationele uitgaven in 2000, zal de namens de EU door de West-Europese Unie uitgevoerde mijnopruimingsactie in Kroatië, kunnen worden voortgezet.

Ontslag van de heer Roumeliotis, speciale vertegenwoordiger van de EU voor het proces van Royaumont

De Raad stemde in met het antwoord van het voorzitterschap aan de heer Roumeliotis, die op 3 februari 2000 zijn ontslag heeft ingediend. Dit ontslag had moeten ingaan op 1 maart 2000 maar na contacten tussen het voorzitterschap en de heer Roumeliotis heeft deze laatste ermee ingestemd zijn mandaat tot en met 31 mei 2000 te vervullen, teneinde de follow-up van de lopende Royaumontkwesties te garanderen. Bij monde van het voorzitterschap bracht de Raad zijn grote waardering over voor de waardevolle bijdrage die de heer Roumeliotis heeft geleverd aan het doel van stabiliteit en goednabuurschap in Zuidoost-Europa.

Indonesië - Conclusies van de Raad

"1. De Raad is ingenomen met de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement over de totstandbrenging van nauwere betrekkingen tussen Indonesië en de Europese Unie. Hij is tevens ingenomen met de bijdragen die de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger via de eenheid beleidsplanning van het secretariaat heeft geleverd.


2. Ter erkenning van de historische veranderingen die zich in Indonesië hebben voltrokken, in het bijzonder de democratische verkiezing van het parlement, de president en de vice-president, acht de Raad voor de Europese Unie de tijd gekomen om nieuwe en nauwere betrekkingen met de nieuwe Indonesische regering aan te gaan, teneinde haar te steunen in haar streven om de democratie van het land te versterken, de eerbiediging van de mensenrechten te waarborgen, het leger en rechtsstelsel te hervormen, de beginselen van de rechtsstaat en goed bestuur te versterken, de economie nieuw leven in te blazen en de interne conflicten op te lossen door een dialoog in plaats van met geweld.


3. De Raad erkent ook het belang van de rol die Indonesië in de regio kan spelen. Hij streeft naar een intensievere samenwerking met Indonesië bij de bevordering van de veiligheid in de regio. Hij erkent dat nauwere betrekkingen met Indonesië de dialoog EU-ASEAN en het ASEM-proces, waaraan de Raad veel waarde blijft hechten, kunnen versterken. Hij spoort aan tot de ontwikkeling van nauwe en op goed nabuurschap gebaseerde betrekkingen tussen Indonesië en Oost-Timor nu dat gebied een overgangsfase naar de onafhankelijkheid ingaat. In dit verband neemt de Raad ook nota van de verbintenis van de Indonesische regering om zich bezig te blijven houden met het vraagstuk van de Oost-Timorese vluchtelingen en de illegale activiteiten van milities in West-Timor, alsmede om ervoor te zorgen dat degenen die verdacht worden van mensenrechtenschendingen in Oost-Timor voor de rechter gebracht worden.


4. De Raad is zich bewust van de ernstige gevolgen die Indonesië van de economische en financiële crisis in Azië ondervindt, en geeft uitdrukking aan zijn vertrouwen dat democratische en politieke stabiliteit de grondslag zullen vormen voor een versneld proces van economisch herstel. Hij moedigt de regering van Indonesië aan de macro-economische problemen voortvarend en rigoureus aan te pakken. In dit verband acht de Raad hervorming en herkapitalisatie van het financieel stelsel, beheersing van de buitenlandse schuld, en het aanpakken van nepotisme en corruptie bijzonder belangrijk.

5. De Raad beklemtoont dat binnen de kortetermijnstrategie van de EU ten opzichte van Indonesië prioriteit zal worden gegeven aan de ondersteuning van het economisch herstel. Tegelijkertijd erkent hij de aanzienlijke behoeften van Indonesië aan ontwikkelingsbijstand als omschreven in de mededeling van de Commissie. De Raad erkent dat de EU en de Indonesische autoriteiten nader moeten overleggen over de verdere prioriteitsstelling inzake ontwikkelingsbehoeften.

6. De Raad beklemtoont het belang van een sterkere coördinatie tussen de EU en de internationale financiële instellingen, met name de Wereldbank en de Aziatische Ontwikkelingsbank, alsmede de Europese Investeringsbank. Hij erkent de belangrijke rol die deze instellingen kunnen spelen bij het kanaliseren van ontwikkelingsgelden. De Raad roept op tot de instelling van een mechanisme voor regelmatige coördinatie te Jakarta. De Raad erkent de waardevolle rol die het trustfonds van de ASEM in Indonesië speelt.


7. De Raad onderstreept dat de EU geïnteresseerd is in de ontwikkeling van een hechtere samenwerking met Indonesië om het lanceren van de nieuwe WTO-onderhandelingsronde te vergemakkelijken.
Om deze redenen:

a) verzoekt de Raad Indonesië een geregelde politieke dialoog met de Unie aan te gaan, onder andere op ministerieel niveau, via welke de EU de ontwikkeling van een sterk, democratisch, verenigd en welvarend Indonesië kan steunen. Die dialoog zou onder meer de eerbiediging van de mensenrechten en de bevordering van de rechtsstaat en goed bestuur moeten bestrijken, alsook de samenwerking met Indonesië ter bevordering van stabiliteit in de regio. De Raad zal de resultaten van die dialoog en de manier waarop die versterkt kan worden, geregeld bezien;

b) verzoekt de Raad de Commissie bijstandprogramma's te ontwikkelen die de Indonesische democratie zullen helpen verankeren en de rechtsstaat, goed bestuur en eerbiediging van de mensenrechten zullen versterken, zoals geschetst in de mededeling;

c) moedigt de Raad het geleidelijk uitbouwen aan van contacten tussen civiele en militaire functionarissen van de lidstaten en van Indonesië ter ondersteuning van de hervormingen waarmee de nieuwe Indonesische regering tracht het leger en de politie om te vormen tot moderne, professionele defensie- en veiligheidsinstellingen die uitgaan van de eerbiediging van de mensenrechten en van het politieke gezag van de democratisch gekozen regering;

d) verklaart de Raad zich bereid steun te bieden aan inspanningen om dialoog en verzoening te bevorderen teneinde de culturele en religieuze spanningen in Indonesië te verminderen, de stabiliteit van het land te bevorderen en zijn territoriale integriteit te behouden;

e) spoort de Raad de Commissie aan zich bezig te houden met het vraagstuk van de armoedebestrijding in Indonesië, met het accent op de omvang van de armoede en de samenstelling van de betrokken bevolkingsgroep, alsmede met de specifieke behoeften ingevolge etnische conflicten en vluchtelingenstromen in de Molukken en West-Timor;

f) signaleert de Raad de behoefte aan passende en gerichte programma's in de sociale sector, onder andere betreffende volksgezondheid, onderwijs en gezinsplanning, in het bijzonder in samenwerking met de bevoegde Indonesische instellingen;

g) is de Raad ingenomen met het voornemen van de Commissie om een economische dialoog tussen de EG en Indonesië op te zetten door middel van geregelde vergaderingen van hoge ambtenaren met de Indonesische overheid, en haar samenwerkingsprogramma's met Indonesië te verruimen en te versterken;

h) neemt de Raad er nota van dat de Commissie bereid is om in nauwe samenwerking met de desbetreffende Indonesische instellingen technische bijstand te verlenen voor de hervorming van de regelgeving en de bevordering van de rechtsstaat en goed bestuur in Indonesië;

i) herinnert de Raad aan de handelsverbintenis die ASEM II in Londen is aangegaan en onderstreept hij dat het noodzakelijk is een begin te maken met besprekingen tussen beide partners over markttoegangaangelegenheden teneinde het handelsverkeer in beide richtingen te stimuleren;

j) verzoekt de Raad de Commissie om op basis van de relevante gegevens de toepassing van het SAP-graduatiemechanisme te bezien;

k) dringt de Raad er bij de regering van Indonesië op aan goede handelspraktijken te stimuleren en het land verder open te stellen voor rechtstreekse buitenlandse investeringen teneinde nieuwe investeringen te stimuleren;

l) verzoekt de Raad de Commissie de bestaande programma's voor economische samenwerking van de EG ten volle te benutten teneinde meer bedrijvigheid en investeringen van Europese KMO's in Indonesië te stimuleren;

m) roept de Raad de regering van Indonesië op om met spoed actie te ondernemen in verband met het probleem van illegaal kappen en de ontwikkeling van een nationaal programma voor duurzaam beheer van de bossen;

n) verzoekt de Raad de Commissie en de lidstaten voorts werk te maken van het bosbouwbeheer en de samenwerking met Indonesië inzake een duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen, met name de bosbouw, te intensiveren;

o) verzoekt de Raad de Commissie en de lidstaten tevens de coördinatie te versterken teneinde de impact van de EU-bijstand aan Indonesië te optimaliseren."

Financiering van de Verenigde Naties - Raadsconclusies

"De Raad bevestigt zijn gehechtheid aan de verwezenlijking van de alomvattende herziening van de verdeelsleutels voor zowel de contributies aan de gewone begroting als de bijdragen voor vredesoperaties, teneinde de financiering van de VN van een solide, duurzame en billijke grondslag te voorzien.

De Raad bevestigt dat het grondbeginsel voor de berekening van de contributies van de lidstaten de draagkracht (het vermogen van een staat om te betalen) moet blijven. In dat verband brengt hij de beginselen van het EU-standpunt van 1996 in herinnering.

De Raad benadrukt dat hij een herschikking van de VN-contributies alleen in overweging kan nemen op basis van open onderhandelingen met het oog op een rechtvaardiger verdeling van de financiële last en de vrijwaring van de financiële belangen van de EU-lidstaten."

Buitengewone financiële bijstand aan Tadzjikistan *

De Raad keurde een wijziging goed van Besluit 97/787/EG, waarmee beoogd wordt de buitengewone financiële bijstand aan Armenië en Georgië uit te breiden tot Tadzjikistan.

Besluit 97/787/EG van de Raad voorziet in financiële bijstand van de Gemeenschap in de vorm van een combinatie van langlopende leningen en giften. Bij de aanneming van het besluit kwam de Raad overeen om een dergelijke actie ook voor Tadzjikistan te overwegen zodra de omstandigheden zulks toelaten. Met de aanneming van dit besluit constateert de Raad dat Tadzjikistan fundamentele politieke en economische hervormingen aan het doorvoeren is. Bij de uitvoering van dit besluit zal de Commissie terdege rekening houden met de voortgang die wordt gemaakt in het vredesproces in Tadzjikistan, met name wat betreft het houden van verkiezingen onder aanvaardbare omstandigheden.

Uitzonderingen voor EVA-staten op het gebied van audiovisuele diensten

Namens de EU nam de Raad een ontwerp-besluit van het Gemengd Comité van de EER aan tot wijziging van de bijlage bij de EER-overeenkomst, die betrekking heeft op audiovisuele diensten.

Bijlage X bij de EER-overeenkomst bevat een aanpassing van Richtlijn
89/552/EEG van de Raad van 3 oktober 1989. Deze aanpassing schept evenwel geen afdwingbare verplichting om af te zien van het recht op blancoschakelen van reclamespots betreffende alcoholhoudende dranken. Om zoveel mogelijk homogeniteit tot stand te brengen zonder het alcoholbeleid van de EER/EVA-staten in het gedrang te brengen, werd overeengekomen het toepassingsgebied van de afwijking te beperken tot uitzendingen die hoofdzakelijk voor het publiek in de EER/EVA-staten bestemd zijn. Het Gemengd Comité van de EER dient derhalve bovengenoemd ontwerp-besluit tot wijziging van bijlage X bij de EER-overeenkomst, aan te nemen.

Overeengekomen werd de volgende verklaring in de notulen van het Gemengd Comité van de EER op te nemen:

"De Europese Gemeenschap begroet Besluit .../2000 dat een stap voorwaarts betekent op de weg naar een eenvormige toepassing van de EER-wetgeving, meer bepaald artikel 15 van Richtlijn 89/552/EEG. Uit het algemene beginsel van dynamische homogeniteit van de EER volgt dat elke afwijking van het gemeenschappelijk acquis tijdelijk moet zijn, en alleen gericht moet zijn op het vergemakkelijken van de overgang. Op lange termijn moeten de beginselen van de EER prevaleren. De Europese Gemeenschap betreurt het dat de EER/EVA-staten niet hebben aanvaard om in dit besluit naar deze beginselen te verwijzen en verwacht dat ze bij de volgende herziening volledig zullen worden toegepast. Deze herziening moet vóór eind 2003 voltooid zijn."

Uitbreiding - partnerschap voor toetreding met Cyprus en Malta

De Raad nam twee besluiten aan inzake de beginselen, prioriteiten, tussentijdse doelstellingen en voorwaarden van het partnerschap voor toetreding voor respectievelijk Cyprus en Malta (zoals deze aan elke kandidaat-lidstaat worden voorgelegd).

De besluiten brengen met name in herinnering dat om voor de hulpverlening van de Gemeenschap in aanmerking te komen moet worden voldaan aan een aantal essentiële voorwaarden, inzonderheid het maken van vorderingen bij het voldoen aan de criteria van Kopenhagen. Wanneer een essentieel element ontbreekt kan de Raad, op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen passende maatregelen nemen met betrekking tot de pretoetredingshulp.

De besluiten vermelden voorts dat ter voorbereiding van het lidmaatschap Cyprus en Malta nationale programma's voor de overname van het acquis dienen op te stellen, waarin rekening wordt gehouden met de objectieve analyse van de voorbereiding van beide landen op het lidmaatschap, alsmede met de prioritaire gebieden waarop volgens het periodiek Commissieverslag van 1999 verdere werkzaamheden moeten worden verricht.

Associatieraad EU-Roemenië

De Raad bepaalde het standpunt dat de Europese Unie zal innemen tijdens de zesde zitting van de Associatieraad met Roemenië, op
21 maart 2000 (zie perscommuniqué, doc. UE-RO 1805/00, Presse 84).
HANDELSKWESTIES

Controle op de uitvoer van goederen voor tweeërlei gebruik
De Raad nam een besluit aan tot wijziging van een gemeenschappelijk optreden ten aanzien van de controle op de uitvoer van goederen voor tweeërlei gebruik.

Bij dit besluit worden de bijlagen I en IV van Besluit 94/942/GBVB gewijzigd - bijlage I bevat de lijst van goederen voor tweeërlei gebruik waarvan de uitvoer aan controle onderworpen is en bijlage IV bevat de lijst van goederen voor tweeërlei gebruik waarvoor een vergunning vereist is voor handelsverkeer binnen de Gemeenschap. Deze wijzigingen zijn nodig om rekening te houden met een reeks verbintenissen die de lidstaten in het kader van internationale fora zijn aangegaan (Missile Technology Control Regime, het Wassenaararrangement, de Australiëgroep en de Groep van Nucleaire Exportlanden).

Invoer van landbouwproducten na het ongeluk in de kerncentrale van Tsjernobyl

De Raad nam een verordening aan tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 737/90 betreffende de voorwaarden voor de invoer van landbouwproducten van oorsprong uit derde landen ingevolge het ongeluk in de kerncentrale van Tsjernobyl.

Het doel van de verordening is de verlenging met 10 jaar van het controlesysteem voor de naleving van de maximaal toelaatbare niveaus van radioactiviteit voor landbouwproducten die zijn opgenomen in Verordening (EEG) nr. 737/90 waarin de nasleep van het ongeluk in de kerncentrale van Tsjernobyl in aanmerking wordt genomen; deze verordening is later bij Verordening (EG) nr. 686/95 tot en met
31 maart 2000 verlengd.

BELASTINGEN

Zesde BTW-richtlijn - afwijking voor Nederland

De Raad nam de beschikking aan houdende machtiging van het Koninkrijk der Nederlanden tot het toepassen van een maatregel die afwijkt van artikel 11 van de zesde richtlijn (77/388/EEG) betreffende de harmonisatie van de wetgeving der lidstaten inzake omzetbelasting.

Krachtens deze afwijking is Nederland gemachtigd om tot en met
31 december 2004 in de maatstaf van heffing voor goederenleveringen en diensten die de verwerking omvatten van beleggingsgoud waarvoor belastingvrijstelling geldt, de waarde op te nemen van het in het afgewerkt product verwerkte goud, op basis van de huidige marktwaarde van het beleggingsgoud, teneinde bepaalde vormen van belastingfraude of -ontwijking te voorkomen.

VORDERINGEN VAN DE EUROPESE UNIE IN 1999

De Raad bereikte overeenstemming over het ontwerp-verslag aan het Europees Parlement betreffende de vorderingen van de Europese Unie in
1999, dat door de Europese Raad van Lissabon moet worden aangenomen.
Het verslag belicht de belangrijkste aspecten van de werkzaamheden die de EU het afgelopen jaar heeft verricht: de goedkeuring van het pakket maatregelen van Agenda 2000, de overeenstemming over het mandaat en het tijdschema voor de IGC inzake institutionele hervormingen, de vorderingen met betrekking tot het GBVB - met name op het gebied van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid en justitie en binnenlandse zaken - op de weg naar de totstandbrenging van een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid - permanente aandacht voor werkgelegenheid en groei, alsmede de historische beslissingen betreffende de uitbreiding.

Footnotes:

( 1) De verordening is de uitvoering van het politiek akkoord van de Raad van 14 februari 2000, waarbij het verbod op vluchten voor zes maanden wordt geschorst in het algemeen beleidskader van maximale druk op het regime van Milosevic door het aanscherpen van sancties die tegen dat regime gericht zijn, zonder dat dit de Servische bevolking benadeelt. Dit akkoord bevatte ook een politiek besluit om de reikwijdte van de visarestricties uit te breiden door namen toe te voegen aan de lijst van degenen aan wie geen visum zal worden verstrekt, alsmede het verzoek aan de Commissie om gedetailleerde voorstellen te doen teneinde de doeltreffendheid van de bestaande financiële sancties te versterken. De door de Raad aangenomen verordening voorziet ook in een wijziging van de relevante verordeningen inzake de bevriezing van middelen en het verbod op investeringen ten aanzien van de FRJ alsmede het verbod op de verkoop en levering van aardolie en bepaalde aardolieproducten aan bepaalde delen van de FRJ, voorzover zulks nodig is om vluchten tijdens de schorsingsperiode mogelijk te maken.


reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie