Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Toespraak Van Hoof op symposium 'Defensie Natuurlijk'

Datum nieuwsfeit: 20-03-2000
Vindplaats van dit bericht
Vindplaats 2
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

MINISTERIE DEF

www.mindef.nl

MINDEF: TOESPRAAK VAN HOOF SYMPOSIUM DEFENSIE NATUURLIJK

Toespraak voor de staatssecretaris van Defensie, H.A.L. van Hoof, voor het symposium Defensie Natuurlijk, 20 maart 2000 te Rijswijk

Het verhaal gaat dat de toenmalige Israëlische premier Golda Meir een buitenlandse delegatie op bezoek kreeg, die een krans wilde leggen bij het graf van de onbekende soldaat. Israël kent echter geen graf van de onbekende soldaat. Om de buitenlandse gasten niet voor het hoofd te stoten, stelde een van haar medewerkers voor de krans te leggen bij het mausoleum van de componist Mendelsohn. Meir stemde in. Aangekomen bij het mausoleum herkende een van de gasten het bouwwerk en zei tegen de premier: 'Maar dit is het mausoleum van Mendelsohn'. Na een korte, pijnlijk stilte antwoordde Golda Meir: 'Dat is juist. Mendelsohn was wereldberoemd als componist, maar onbekend als soldaat'.

Aan deze anekdote moest ik denken toen een van mijn medewerkers mij vertelde dat hij onlangs werd opgebeld door een medewerkster van een politieke partij, die informeerde hoe laat en waar wij de actie tegen de aanleg van de Betuwelijn zouden beginnen. Bij doorvragen bleek dat zij in de veronderstelling verkeerde Milieudefensie aan de lijn te hebben. Een antwoord in de geest van Golda Meir zou kunnen zijn dat mijn departement alom bekend is als defensieorganisatie, maar onbekend als milieuorganisatie. Zo'n antwoord zou op zichzelf juist zijn. Over onze positie als defensieorganisatie bestaat geen twijfel. Die is bekend. Veel minder bekend is wat Defensie doet met betrekking tot het milieu. Defensie is steeds vaker bezig met de verdediging van het milieu. Vanmiddag spreken we over een specifiek aspect daarvan, namelijk natuur op defensieterreinen.

Voor sommigen is Defensie en natuur een tegenstelling. Tegen degenen die dat vinden zeg ik dat zij een beeld hebben dat al geruime tijd achterhaald is door de feiten. Al in de jaren tachtig van de vorige eeuw kende Defensie een beleid gericht op bescherming en bevordering van de natuur op haar terreinen. Het beleid uit de jaren negentig weerspiegelde het veranderde denken over natuur en milieu. Met het oog op de natuurwaarden werd in die periode de Veluwe vrijwel 'rupsvrij' gemaakt en werden kostbare programma's zoals het bodemsaneringsprogramma en het geluidsisolatieprogramma uitgevoerd. In de 21ste eeuw zal Defensie de ingezette koers voortzetten. Zo heeft het kabinet afgelopen vrijdag ingestemd met de nieuwe ambitieuze Defensie Milieubeleidsnota 2000. In deze nota zijn doelstellingen opgenomen om de belasting van het milieu en de natuur door defensieactiviteiten nog verder terug te dringen. In de loop van dit jaar zal deel 1 van het nieuwe Structuurschema Militaire Terreinen verschijnen, waarin de aandacht voor natuur en het groene milieu een rode draad zal zijn.

Voor sommigen is er dus, ten onrechte, een tegenstelling tussen Defensie en natuur. Door anderen wordt over Defensie en natuur steeds vaker een stuk genuanceerder gedacht dan vroeger. De militaire aanwezigheid is namelijk een buffer gebleken tegen allerlei natuuraantastende en -verstorende ontwikkelingen, zoals verstedelijking en recreatie. De ontoegankelijkheid van de schietterreinen voor de mens maakt deze bijvoorbeeld tot een kraamkamer voor het wild. Door het specifieke beheer van vliegbases zijn daar voor Nederlandse begrippen ongekend rijke kruiden- en vlinderpopulaties ontstaan. Om milieubelasting te voorkomen en natuurwaarden te sparen wordt het gebruik van oefenterreinen geregeld aangepast of beperkt. Ook wordt veel gebruik gemaakt van simulatoren. Op die manier wordt het milieubelang maximaal in het oog gehouden. Wat betreft de techniek kan de defensieorganisatie overigens nog veel leren van de natuur. De zwaluw die elk jaar vanuit Zuid-Afrika op dezelfde oeverwal op het oefenterrein Marnewaard neerstrijkt, heeft een vliegbereik om jaloers op te zijn en een 'global position system' dat perfect is. Vleermuizen, 20% van de populatie overwintert op defensieterreinen, hebben een akoestisch systeem waar de materieelafdelingen van de krijgsmacht slechts van kunnen dromen. Echter, zelfs als de simulatoren de capaciteiten van deze dieren zouden kunnen evenaren, blijven terreinen nodig voor de echte oefeningen.

Defensie stopt veel tijd en geld in beheers- en inrichtingsmaatregelen van haar terreinen, waardoor de bestaande natuurwaarden in stand blijven en verder worden ontwikkeld. Tijdens vakanties en broedperiodes staan militaire activiteiten op een laag pitje, vanwege de recreatieve en natuurbelangen. Waardevolle terreindelen worden buiten militair gebruik gesteld. De overeenkomst over het bosreservaat 'Het Ossenbos' die over een uurtje wordt ondertekend, is hiervan een van de vele voorbeelden. De gang van zaken rondom de Vogelrichtlijn is een duidelijke illustratie dat Defensie en natuur goed samengaan. In eerste instantie waren de defensieterreinen op de Veluwe buiten de selectie gehouden. Men veronderstelde dat het militaire gebruik kwalificatie in de weg stond. Het tegendeel bleek waar. Tellingen wezen uit dat alle militaire terreinen op de Veluwe zich kwalificeren. Met andere woorden, militair gebruik en beheer kunnen worden beschouwd als passende beheersmaatregelen. Dit toont duidelijk aan dat de relatie tussen Defensie en natuur een duurzame is.

Als u dit alles horende denkt toch terechtgekomen te zijn op een symposium van het ministerie van Milieudefensie dan moet ik u, al naar gelang uw achtergrond, teleurstellen of geruststellen. De defensieterreinen zijn er in de eerste plaats om de Nederlandse militairen voor te bereiden op hun taak. Oorspronkelijk zou dit symposium vorig jaar november worden gehouden. Op de voorziene dag werd echter de Defensienota gepresenteerd. Inmiddels is de nota besproken in parlement en samenleving. De reacties kunnen worden samengevat als: Defensie: natuurlijk! Defensie heeft nog steeds een algemene verdedigingstaak. Er is daarnaast grote waardering voor de bijdragen die Nederlandse militairen leveren aan vredesoperaties zoals in Bosnië en Kosovo.

Deelneming aan dergelijke operaties kan risicovol zijn. Daarom zijn een goede opleiding, training en voorbereiding voorwaarden die vanzelf spreken. Wie onze krijgsmacht haar taken wil laten uitvoeren, zal diezelfde krijgsmacht in staat moeten stellen zich daarop voor te bereiden. Er zijn dus oefenmogelijkheden nodig. Defensie heeft dan ook in Nederland onder meer een terrein nodig waar de mariniers hun amfibische oefeningen kunnen houden, terreinen waar luchtmobiele of gemechaniseerde compagnieën leren als eenheid op te treden, waar infanteristen, artilleristen en cavaleristen leren te schieten, waar helikopters kunnen laagvliegen en waar F-16 piloten leren hun wapens te gebruiken. Vertaald in hectaren heeft Defensie behoefte aan ongeveer 12.000 ha. oefenterrein, 10.000 ha. schietterrein, 5.000 ha. vliegbases en ongeveer 2.000 ha. voor kazernes, havens en andere bebouwing. Dat is enkele duizenden hectaren minder dan Defensie nu heeft.

Met uitzondering van de bebouwde hectaren is geen enkel terrein dat bij Defensie in gebruik is exclusief militair. Multifunctionaliteit is een sleutelwoord. De oefen- en schietterreinen en de vliegbases hebben onmiskenbaar de nevenfunctie natuur. Het project 'Inventarisatie en monitoring van Natuurwaarden op Defensieterreinen', dat Defensie en LNV sinds 1996 gezamenlijk uitvoeren, heeft dit in de vorm van meters rapporten ondubbelzinnig aangetoond. Alle oefenterreinen, op enkele specifieke na, zijn opengesteld voor recreatief medegebruik. Door natuurontwikkelingsprojecten en de aanleg van wandel- en fietspaden op haar terreinen bevordert Defensie de multifunctionaliteit. Defensie is, zoals op een van de panelen op de gang is te lezen, een 'Partner in Natuurbeheer'. Toch blijft er een zekere spanning tussen defensiebelangen en de wensen op het gebied van ruimtelijk ordening en natuur. Door historische ontwikkelingen gedwongen, bevinden de meeste oefen- en schietterreinen van Defensie zich in natuurgebieden, in het bijzonder de Veluwe en de Waddenzee. De defensieaanwezigheid in en nabij de ecologische hoofdstructuur is daarmee een gegeven. Dat verplicht Defensie wel zorgvuldig om te gaan met haar terreinen en zuinig te zijn met haar ruimtewensen, en dat is zij ook.

In afgelopen jaren zijn de activiteiten in het Waddengebied en de oefenterreinbehoefte ongeveer gehalveerd. Er blijft echter druk om resterende activiteiten te verplaatsen of verder te verminderen. Verplaatsing naar het buitenland is geen optie. We doen al heel veel dingen in het buitenland die in Nederland niet kunnen. Daar moet wat tegenover staan. Export van milieubelasting past niet in het Nederlandse beleid en dus moeten we ook geen defensieactiviteiten naar het buitenland willen verplaatsen. Bij verplaatsing binnen Nederland lopen we vooralsnog voortdurend NIMBY en TINA tegen het lijf. Dat is geen komisch duo. Deze termen staan voor de twee belangrijkste problemen bij het invullen van de ruimtebehoefte van Defensie: 'Not in my backyard' en 'There is no alternative'. Vermindering van het militair ruimtebeslag is door de al gerealiseerde afstotingen en de vergroting van het aantal parate militairen op grond van de Defensienota nauwelijks nog mogelijk. De rek is er zo langzamerhand uit.

In verschillende rijksdocumenten die dit jaar nog moeten verschijnen, zoals de Vijfde Nota Ruimtelijk Ordening, het Structuurschema Militaire terreinen, de PKB Waddenzee en de Nota Natuur, Bos en Landschap in de 21ste eeuw komen de botsende ruimtelijke wensen aan de orde. Het gaat dan naast weg- en spoorverbindingen, woningbouwlocaties, toenemende recreatieve druk, oprukkende bedrijfsterreinen, windmolens, overlooppolders voor water, ook over Defensie. Deze documenten moeten oplossingen, of op z'n minst openingen, bieden voor de belangrijkste knelpunten. Het denken over de inrichting van Nederland stopt echter niet met het zetten van een handtekening onder zo'n document. Geen enkele nota of PKB is voor de eeuwigheid. Ook tijdens de geldigheidsduur van bijvoorbeeld het Structuurschema Militaire Terreinen zal nagedacht worden over het bereiken van verdere synergie tussen Defensie, natuur en recreatie.

Defensie en natuur zijn beide onmisbaar voor onze samenleving. Defensie staat voor vrede en veiligheid, nationaal en internationaal. De uitspraken hierover van parlement en regering zijn op dit punt glashelder. De inspanningen die voor het uitvoeren van de defensietaken nodig zijn, gaan, net als de andere zaken die ik net noemde, soms ten koste van rust en soms ten koste van ruimte. Wat van belang is, is de maatvoering. Defensie neemt als grote terreinbeherende organisatie haar verantwoordelijkheid voor natuur en milieu. Defensie en natuur zijn hierdoor over het algemeen zeer goed verenigbaar. Ik kan dan ook de opmerking van mevrouw Faber van harte beamen toen zij vorige maand in de Eerste Kamer, sprekend over de Vogelrichtlijn, opmerkte dat vogels het plezierig vinden op defensieterreinen. Ik wil daaraan toevoegen dat dit ook geldt voor de rest van de flora en fauna en voor een belangrijk deel van de recreanten.

Defensie is een belangrijke partij bij het beheer van natuur en landschap in Nederland. In het programma heet mijn inleiding Defensie Natuurlijk, gevolgd door een vraagteken. Ik hoop dat deze middag u duidelijk maakt dat dat vraagteken daar niet hoort, want eigenlijk is het ministerie van Defensie toch ook het ministerie van Milieudefensie.

20 mrt 00 14:44

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie