Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord financien op vragen over 'spookopnames'

Datum nieuwsfeit: 20-03-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financien

Titel: Vragen van de leden Witteveen-Hevinga en Giskes over zogenaamde


DIRECTIE BINNENLANDS GELDWEZEN

Aan:

De Voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

Plein 2

2511 CR DEN HAAG

Uw brief van/kenmerk

Ons kenmerk

Den Haag

25 februari 2000/ 2990007590

BGW 2000/440 M

Onderwerp

Vragen van de leden Witteveen-Hevinga en Giskes over zogenaamde spookopnames.

Inlichtingen: mr.dr.drs. J.F. Koers ·· Telefoon: 070-342 8993 ·· Fax: 070-342 7918 ·· Postbus 20201, 2500 EE Den Haag

Bezoekadres: Korte Voorhout 7, Den Haag

Bij deze doe ik u de antwoorden toekomen op de vragen van de leden Witteveen-Hevinga en Giskes, die mij werden toegestuurd bij brief van 25 februari jongstleden. De antwoorden zijn mede gebaseerd op informatie van De Nederlandsche Bank (DNB) en van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB).

Vraag 1

Heeft u kennis genomen van de melding en de programmas Kassa van 12 en 19 februari jl. van zogenaamde spookopnames en andere onregelmatigheden met betrekking tot geldopnames?

Antwoord

Ja.

Vraag 2

Heeft u inzicht hoe vaak, en op welke schaal deze voorkomen? Zo nee, bent u bereid hiernaar onderzoek te doen?

Antwoord

Jaarlijks vinden ongeveer 500 miljoen geldautomaattransacties en 700 miljoen pinbetalingen in winkels plaats. Volgens de banken komt het in ongeveer 1 op de 6 miljoen gevallen voor dat een pashouder stelt dat een zogenaamde spooktransactie heeft plaatsgevonden. Per jaar gaat het in Nederland derhalve om circa 200 gevallen.

Vraag 3

Ziet u, in uw rol als eindverantwoordelijke voor het toezicht op het bankwezen, aanleiding aanvullende maatregelen te laten treffen ter wille van de aanpak van deze problemen?

Antwoord

De Nederlandsche Bank heeft de afgelopen jaren veel onderzoek gedaan naar het voorkomen van spooktransacties en meer in het algemeen het gebruik van pincodes. Hieruit bleek dat:

(i) banken in Nederland adequate beveiligingsmaatregelen hebben genomen om te voorkomen dat de PIN in tekstvorm bekend is bij anderen dan de klant (toepassing van ISO 9564-1, eerst uitgewerkt in specificaties Beanet, later ook de verdere beveiligingsvoorschriften van de Commissie Informatiebeveiliging (CIBEV) van de Nederlandse Vereniging van Banken);

(ii) criminele fraude met zowel magneetstripinhoud als PIN-code die leidt tot onterechte afschrijvingen bij nietsvermoedende klanten nooit gericht is op enkele klanten, maar ten behoeve van het te verkrijgen rendement gericht is op grote groepen klanten. Hierdoor kan in die situaties op basis van de kenmerken en de verklaringen van de slachtoffers een gemeenschappelijk profiel worden opgesteld van de dader(s). Voorts zijn zo diverse malen profielen tot stand gekomen van behulpzame dan wel criminele mensen die bij geldautomaten klanten dwingen magneetstrip en PIN-code af te geven, hetgeen aanleiding is voor strafrechtelijk onderzoek;

(iii) het zwakste punt veelal het echt geheim houden van de PIN door de klant is. Zoals ook blijkt uit de uitspraken van de Geschillencommissie Bankzaken, die over dit soort vraagstukken oordeelt, is in de meeste gevallen de familiesituatie de bron van betwiste transacties. Familieleden kennen de code van elkaars pas en maken daar vervolgens misbruik van. Ook bleek dat klanten in de praktijk te onzorgvuldig omgingen met de PIN-code. Deze ervaringen hebben vervolgens hun weerslag gevonden in nieuwe technische richtlijnen en verscherpte juridische voorlichting aan klanten.

Samenvattend is de omvang van de geschetste problemen in relatie tot de genomen veiligheidsmaatregelen niet zodanig dat ik in het kader van het toezicht op het bankwezen aanvullende maatregelen nodig acht. Daarbij wijs ik ook op de in SER-verband in overleg tussen de Consumentenbond en de Nederlandse Vereniging van Banken tot stand gekomen voorwaarden voor het gebruik van geld- en betaalautomaten, waarin de rechten en plichten van de banken en gebruikers van geld- en betaalautomaten zijn geregeld. Het is in eerste instantie aan marktpartijen om indien zij daartoe aanleiding zien te komen tot aanvullende maatregelen.

Vraag 4

Deelt u de mening dat de bewijslast alleen bij de klant gelegd kan worden als hij/zij over afdoende mogelijkheden en instructies beschikt om fraude aan te tonen? Vindt u dit momenteel goed geregeld in de voorwaarden die de banken stellen?

Antwoord

Gelet op het voorgaande lijkt mij de huidige in de voorwaarden opgenomen bewijslastverdeling niet onredelijk. De veiligheid van het systeem is gebaseerd op het bezit van de pinpas en de kennis van de pincode, die samen gebruikt moeten worden. De pincode is uitsluitend aan de pashouder bekend. Zolang de pincode niet ter kennis van onbevoegden komt is misbruik van de pinpas uitgesloten, ook al is die gestolen. Daarom rust, zoals opgemerkt, op de pashouder de plicht om ervoor te zorgen dat de pincode niet ter kennis van onbevoegden kan komen. Als de pashouder weet of vermoedt dat de pincode aan een derde bekend is geworden moet hij dat onverwijld bij zijn bank melden opdat de pinpas voor verder gebruik kan worden geblokkeerd. Indien de klant zich aan deze regels houdt, is het eigen risico in geval van misbruik van de pas beperkt tot 350 gulden.

De bancaire systemen leggen op zeer zorgvuldige en betrouwbare wijze ieder gebruik van de pinpas en de pincode vast. Als uit deze administratie blijkt dat pas en pincode correct zijn gebruikt is het niet onredelijk om bij betwisting van de pashouder tegenbewijs te verlangen. Ook al slaagt hij daarin, dan komt vervolgens de vraag aan de orde hoe een onbevoegde derde in het bezit van pinpas en/of pincode is gekomen. Het betreft dan de zorgvuldigheidsvraag. Zoals opgemerkt oordeelt in laatste instantie de Geschillencommissie Bankzaken hierover. Desgewenst kan zij een deskundigenonderzoek gelasten.

Vraag 5

Wilt u de optie van de omkering van de bewijslast daarbij betrekken, dat wil zeggen dat de bewijslast bij de bank zou komen te liggen?

Antwoord

Zoals ook naar voren kwam in het programma Kassa is het voor consumenten in de praktijk vaak moeilijk om te bewijzen dat er inderdaad sprake is geweest van een spooktransactie. Desalniettemin acht ik het omkeren van de bewijslast geen oplossing. Zoals hiervoor reeds aangegeven gaat het om een relatief beperkt aantal betwiste transacties per jaar, waarbij het in de meeste gevallen blijkt te gaan om situaties waarbij de klant de pincode niet geheim heeft gehouden. Zoals verder opgemerkt hanteren banken deugdelijke systemen, waardoor het uitgangspunt gerechtvaardigd is dat banken door hun administratieve vastlegging kunnen aantonen dat de pas en de pincode van een bepaalde pashouder zijn gebruikt. Verder zou het omkeren van de bewijslast grote bewijsproblemen met zich meebrengen voor banken, aangezien zij dan voor elke betwiste transactie ook nog zouden moeten bewijzen dat de pashouder deze transactie zelf heeft verricht. Tenslotte valt niet uit te sluiten dat een omkering van de bewijslast leidt tot een belangrijke toename van ten onrechte betwiste transacties.

Ik zie dan ook meer in aanvullende maatregelen zoals het plaatsen van (werkende) cameras bij geldautomaten. Bewijsproblemen van klanten zouden daardoor aanzienlijk kunnen worden verminderd. Naar ik heb begrepen van de Nederlandse Vereniging van Banken plaatsen de meeste banken nu reeds dergelijke cameras of zijn voornemens dat op korte termijn te gaan doen.

Vraag 6

Wilt u reageren op de voorstellen die een bijdrage zouden kunnen leveren aan het tegengaan van spookopnames en met de banken overleggen over mogelijke toepassing van:


-de mogelijkheid van consumenten om de maximale dagelijkse opnamecapaciteit te verlagen


-de mogelijkheid voor een minimumperiode tussen geldopnames waarbij een keuze aan de consument moet worden gelaten


-de verplichting dat alle betaalautomaten uitgerust zijn met een camera


-meer voorlichting over blokkeringsmogelijkheden en noodzaak van betaalrekeningen.

Antwoord

Alle voorstellen die zouden kunnen leiden tot meer veiligheid en verbetering van de informatievoorziening aan consumenten zijn de moeite van het overwegen waard. Ik zal daarom de genoemde voorstellen doorgeleiden naar de Consumentenbond en de Nederlandse Vereniging van Banken met het verzoek daarop te reageren, mede met het oog op een technisch oordeel over deze voorstellen.

DE MINISTER VAN FINANCIEN,

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie