Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Toekomstige structuur van uitvoering werk en inkomen (SUWI)

Datum nieuwsfeit: 21-03-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
GPV

Keywords: militaire,Kosovo

Toekomstige structuur van de uitvoering werk en inkomen (SUWI) Bijdrage van RPF- en GPV-fractie Tweede Kamer
21 maart 2000
L.C. van Dijke

26 448, nr 7

Voorzitter, het is goed dat het aftreden van een minister van Binnenlandse Zaken het Kamerdebat over de toekomst van de uitvoering werk en inkomen niet doorkruist. Er is, op weg naar een nieuwe uitvoeringsstructuur, al te veel vertraging opgelopen. Daardoor blijft het aantal mensen dat afhankelijk is van een uitkering groter dan noodzakelijk en blijven de uitvoerders zelf langer in het ongewisse over de toekomst dan goed is. Vorige week nog ontving de Kamer een aantal CWI-managers, die pleitten voor voortvarendheid en duidelijkheid. Wat mogen we nu wel in een Centrum voor Werk en Inkomen doen en wat niet, was hun prangende vraag. Ze hebben recht op meer duidelijkheid en ik hoop dat die er deze week zal komen.

Het debat over de eerste SUWI-nota, negen maanden geleden, heeft geleid tot een ingrijpende wijziging van de kabinetsvoorstellen. De regering heeft de inzichten van de Kamer willen verwerken. Dat is positief, al vragen we ons af of ze een andere keus had. Bovendien doet het gemak waarmee van inzicht wordt gewisseld wel het ergste vrezen voor de onderbouwing van de voorstellen. Vooral de minister moet zich onderhand een kameleon voelen, nu hij voor de derde keer in drie jaar tijd zijn handtekening heeft gezet onder een andere opzet van de uitvoering. Je vraagt je af waar de grenzen liggen van de flexibiliteit van deze minister.

Voorzitter, het CTSV noemde in zijn commentaar de vijf modellen waaruit de regering zei te kunnen kiezen tijdelijke stollingen in een proces van continue verandering. Het college verwacht dat verschuivingen naar geheel andere modellen en varianten in de toekomst zeker zullen optreden. Nu hoef je geen helderziende te zijn om dat laatste te voorspellen, maar de vraag is in welk tempo wijzigingen zich zullen blijven voordoen. De fracties van RPF en GPV hebben al vaak aangedrongen op rust in de uitvoeringswereld. Voortdurende wijzigingen vormen een grote belemmering voor de voortgang van de uitvoering en voor de motivatie van ongeveer 30.000 mensen die in deze sector werkzaam zijn. Daarom vraag ik de minister hoe solide de nu gekozen structuur in zijn ogen is. Is het nu gepresenteerde model een tussenstation of kunnen we hiermee een behoorlijk aantal jaren uit de voeten?

Voorzitter, het nader kabinetsstandpunt van 24 januari komt in belangrijke mate tegemoet aan de bezwaren die wij in juni vorig jaar hebben ingebracht. De keuze voor het zogenaamde publieke ZBO-model is op zich verdedigbaar. Wat ik in dit debat wel wil horen is waarom de regering niet gekozen heeft voor een directie van het eigen ministerie, zodat de ministeriele verantwoordelijkheid voor zon vitaal onderdeel van de sociale zekerheid sterk wordt benadrukt. Wat is in het nu voorgestelde model precies de verantwoordelijkheidspositie van de minister?

Drie klassieke uitvoeringstaken, te weten de claimbeoordeling, de uitkeringsverstrekking en de premie-inning, komen in publieke handen. Hiermee wordt voorkomen dat we worden opgezadeld met een hybride verdeling van verantwoordelijkheden en met onnodig veel momenten waarop dossiers moeten worden overgedragen. Ook het toezicht kan over de hele linie beter worden ingericht. Dat neemt niet weg dat er nog veel open einden zijn én wat minstens zo belangrijk is dat ook het publieke ZBO-model verschillende nadelen kent. De bewindslieden spreken in hun nota eufemistisch over aandachtspunten. Bij één grote publieke uitvoeringsinstelling, het Uitvoeringsorgaan Werknemersverzekeringen (UWV), wordt de doelmatigheid niet bevorderd door concurrentieprikkels. Sommigen vrezen voor bureaucratie. Zeker is dat een omvangrijke reorganisatie onvermijdelijk is. Ook worden kleinere spelers in het veld in de verdrukking geduwd als hun grote broer het UWV bovenwettelijke taken mag verrichten. Misschien zijn de problemen te overzien. Ik verzoek de bewindslieden in dit debat nader aan te geven welke uitwerkingen de regering voor ogen heeft op deze aandachtspunten. Met name die laatste twee punten vragen om een adequate oplossing.

Onze fracties maken zich over het ontbreken van concurrentieprikkels en het ontstaan van meer bureaucratie niet al te grote zorgen. De Belastingdienst en de Sociale Verzekeringsbank zijn ook grote naar tevredenheid functionerende overheidsdiensten. Bovendien toonde het onderzoeksinstituut IOO eind vorig jaar aan dat het absoluut niet vaststaat dat de tot dan toe bepleite marktwerking in de uitvoering ook tot voldoende concurrentie zou hebben geleid. Een argument dat juist pleit voor het samengaan van de huidige uvis in het UWV is dat hierdoor de vorming van Centra voor Werk en Inkomen (CWIs) wordt vereenvoudigd. En om die CWIs en de daarbij behorende één-loket-gedachte was het toch allemaal begonnen.

Voorzitter, een groot deel van de wettelijke taken komt dus in publieke handen. Dat geldt niet voor de reïntegratie. Die taak komt exclusief op het bordje van private reïntegratiebedrijven. De regering lijkt dit een haast onvermijdelijke keus te vinden, omdat er al zoveel in het publieke domein wordt ondergebracht. Aan de reïntegratiebedrijven zullen uiteraard kwaliteitseisen worden gesteld. Dit is één van die nog bestaande open einden. Ik realiseer me dat de privatisering van de reïntegratie voor de sociale partners een belangrijke voorwaarde was om tot overeenstemming te komen. Toch hebben wij zorgen op dit punt. De regering stelt terecht expliciet dat het om een groot publiek belang gaat. Ik vraag de minister dan ook waarom hij hier zo zwart wit wil redeneren. Waarom zou de uitvoering van deze taak het best en exclusief in private handen moeten worden gelegd? Dreigen nu bepaalde groepen, bijvoorbeeld Wajong-gerechtigden, niet buiten de boot te vallen? Welke rechtsmogelijkheden hebben belanghebbenden als onverhoopt geen (passend) traject wordt aangeboden? Kan onomstotelijk worden aangetoond dat privatisering van de reïntegratie leidt tot een doelmatiger en doeltreffender besteding van de publieke middelen? Ik heb mijn aarzelingen, maar als dat wél het geval is, waarom gaat die redenering dan niet op als het gaat om premie-inning en uitkeringsverstrekking?

Welke gevolgen heeft de nieuwe opzet voor allerlei reïntegratietaken die momenteel bij de lokale overheid liggen? De afspraken tussen de gemeenten en het rijk over de invulling van het Fonds Werk en Inkomen komen er toch op neer dat gemeenten naar eigen inzicht invulling kunnen geven aan de reïntegratietaak? Ik ga ervan uit dat die ruimte ook zal blijven bestaan. De VNG wijst er in dit kader op dat voor een deel van de arbeidsmarkt nooit een echte markt zal kunnen ontstaan. Denk aan trajecten binnen de WSW en WIW die niet beogen te leiden naar de reguliere arbeidsmarkt. Kan duidelijk worden aangegeven of, en zo ja in welke mate, de uitvoering van deze taken een verantwoordelijkheid van de gemeenten blijft?

Vanuit de GAK-groep werd ons overigens de suggestie gedaan reïntegratiebedrijven alleen te belonen ingeval van daadwerkelijke herplaatsing dan wel als bij arbeidsongeschiktheid herplaatsing ook nog leidt tot een indeling in een lagere arbeidsongeschiktheidsklasse. Vindt de regering dit een zaak voor de contracterende partijen of wil zij hierin sturen?

Voorzitter, de trage voortgang in dit dossier heeft gevolgen voor het enthousiasme bij de CWIs. Ik begon mijn bijdrage met vraag vanuit de CWIs wat men nu precies binnen CWI-verband mag doen en wat niet meer. Men wil meer dan een administratieve intake verzorgen. Uiteraard willen de centra werkzoekenden zover mogelijk in het proces blijven begeleiden. Uit de nota blijkt echter niet ondubbelzinnig hoever de bevoegdheden van de CWIs strekken. Wil de minister aangeven tot welk moment het CWI een fase-1-klant kan vasthouden en op welk moment fase-2-tot-en-met-4-klanten moeten worden doorgestuurd naar gemeenten of UWV? Streeft de regering naar een zo groot mogelijke uniformiteit bij de CWIs of blijft er ruimte bestaan voor een wat afwijkende invulling? Wij zouden dat laatste niet willen uitsluiten, als in de wet maar volstrekt helder wordt neergelegd waar de grenzen liggen. Belangrijk ijkpunt daarbij is ook de democratische controle. Als de gemeente uitvoerder blijft van verschillende relevante wetten, waaronder de bijstandswet en de WIW, moet de gemeenteraad zijn controlefunctie kunnen waarmaken. Blijft die mogelijkheid geloofwaardig - bestaan? Ik heb nog een vraag over de investeringen die worden gemaakt voor nieuwe bedrijfsverzamelgebouwen. In welke mate draagt het rijk daarin bij en wat gebeurt er concreet om kapitaalvernietiging te voorkomen?

Voorzitter, er bestaat nog erg veel onduidelijkheid over de toekomst van Arbeidsvoorziening. Drie vragen hierover. Vindt de minister dat Arbeidsvoorziening zich met name moet blijven richten op moeilijk plaatsbaren en zo ja, welke toekomst ziet hij voor de Centra voor Vakopleidingen? Wat doet de minister met de extra kosten van de ontvlechting, die door Arbeidsvoorziening zelf op 2,5 miljard worden geschat? En hoe staat het met het sociale plan?

Voorzitter, de nieuwe organisatiestructuur moet ook leiden tot een beter antwoord op de WAO-problematiek. Is de staatssecretaris ervan overtuigd dat SUWI de basis biedt voor een beter poortwachtersmodel? Ik heb bij vorig jaar bij de behandeling van de begroting via een motie gevraagd zo snel mogelijk een verbeterd poortwachtersmodel in te voeren. De staatssecretaris reageerde niet afwijzend, maar wilde een en ander zien in het licht van dit debat. Inmiddels is duidelijk dat de nieuwe structuur niet vóór 2002 zal worden ingevoerd. Wij vinden het onverantwoord in de tussenliggende periode verbeteringen in de poortwachtersfunctie achterwege te laten, zeker als daarvoor slechts een marginale wijziging van de wetgeving nodig is. Ik heb begrepen dat ook vanuit de Stichting van de Arbeid wordt aangedrongen op actie en vraag de staatssecretaris om daartoe op korte termijn over te gaan.

Voorzitter, één van de nieuwe organen in uitvoeringsland is de Raad voor Werk en Inkomen. De exacte status en juridische vormgeving daarvan is nog onbekend. Ook hier een belangrijk open eind. Ik ga ervan uit dat de sociale partners hebben bedongen dat de raad een zeer zware adviserende functie krijgt. Wil de minister daar wat meer over zeggen? Zijn de adviezen in bepaalde gevallen bindend? We kunnen nu wel ja zeggen tegen dit instituut, maar het is natuurlijk vreemd dat we dan niet precies weten welke consequenties dat heeft. Het voorstel om de raad te laten adviseren over alle reïntegratiegelden lijkt moeilijk verenigbaar met het voorstel de raad de bevoegdheid te geven subsidies te verstrekken. Hoe verhoudt de extra geldstroom zich overigens tot die van het Fonds Werk en Inkomen? Ik zou ook graag horen waarom het kabinet is teruggekomen van het voornemen om ook kroonleden zitting te laten nemen in dit orgaan.

Voorzitter, tot slot het invoeringstraject. De nieuwe organisatiestructuur moet voortvarend maar uiteraard ook weloverwogen tot stand worden gebracht. Misschien wil de minister meer duidelijkheid geven over de planning en over de wijze waarop de Kamer in het vervolgtraject zal worden geïnformeerd.

Voorzitter, ik rond af. De kabinetsvoorstellen voor de nieuwe structuur hebben in belangrijke mate onze sympathie. Wij hebben wel kritische vragen over de plannen rond de reïntegratie en over een aantal losse einden. Ik wacht het antwoord van de bewindslieden met belangstelling af.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie