Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Roozemond: 'De vakbeweging en de nieuwe Europese economie'

Datum nieuwsfeit: 21-03-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Persbericht FNV


Meesterklas "Het sociaal en economisch klimaat in Europa na 2000"

De vakbeweging en de nieuwe Europese economie

Inleiding door Kitty Roozemond, vice-voorzitter van de FNV, te Eindhoven: Meesterklas "Het sociaal en economisch klimaat in Europa na 2000" De vakbeweging en de nieuwe Europese economie 21 maart 2000

Dames en heren,

In de titel heb ik twee belangrijke ontwikkelingen tot uiting gebracht. Onze economie na het jaar 2000 is nieuw en ze is Europees.

Europese economie

Het Europese karakter blijkt al snel als je er een paar cijfers bijhaalt. Zoals iedereen weet is ons land een handelsnatie bij uitstek. De helft van wat wij in ons land produceren wordt geëxporteerd. Daarvan wordt 80% afgezet in de andere landen van de Europese Unie. Omgekeerd wordt bijna de helft van wat we in ons land gebruiken geïmporteerd. Al onze grootste handelspartners zijn Europese landen, met uitzondering van de VS. Sinds de totstandkoming van de Interne Markt is de handel tussen de lidstaten sterk toegenomen. Dat komt omdat handelsbarrières zijn weggenomen en de wettelijke eisen die gesteld worden aan producten en diensten steeds meer gelijk worden getrokken.

Nieuwe Economie

Dan de nieuwe economie. Ik weet niet of u er al eens wat over gelezen hebt, maar in economenland wordt druk gepraat over de zogenaamde Nieuwe Economie (met hoofdletters). Dit is een modieus begrip dat is komen overwaaien uit de VS. Waar gaat het om? Zoals u wel weet gaat het met de economie in de VS al jarenlang erg goed. Er worden hoge groeicijfers gerealiseerd en de werkgelegenheid stijgt alsmaar door. Het zijn dan vooral drie verschijnselen die de aandacht vragen. De eerste twee zijn de aanhoudende en ononderbroken economische groei en afwezigheid van conjuncturele dips. Dit gaat gepaard met een aanhoudende groei van de werkgelegenheid. Het bijzondere zit `m dan vooral in het gegeven dat die groei wordt gerealiseerd zonder een al te sterk stijgende inflatie. Voor de oorzaken van deze nieuwe economie wordt met name gekeken naar de ontwikkelingen in de informatie- en communicatietechnologie en de constante groei van de productiviteit die daarvan het gevolg zou zijn. Deze nieuwe technieken, vooral het internet, maken het mogelijk om enorme nieuwe markten aan te boren en grote stijgingen in de productiviteit van de economie te realiseren.

Het gaat er in feite om dat er een heel nieuw soort goederen wordt verhandeld, namelijk digitale informatie. De belangrijkste wet van de economie, namelijk die van de schaarste, raakt daarbij buiten werking. Informatie kan eindeloos verspreid worden. De dienst die geleverd wordt is vaak niet meer het leveren van schaarse informatie, maar het selecteren van de juiste informatie uit een eindeloze hoeveelheid. De Nieuwe Economie gaat letterlijk de schaarste voorbij.

Wat betekent de Nieuwe Europese Economie voor de Nederlandse arbeidsmarkt?

We leven dus in een nieuwe Europese economie. In ons land neemt die een grote vlucht. Een fors deel van de economische voorspoed die we meemaken komt voor rekening van bedrijfstakken waarvan we tien jaar geleden nog nooit gehoord hadden. Voor de groei in de werkgelegenheid geldt dit zo mogelijk nog meer.

Neemt in oude bedrijfstakken, zoals industrie en bouw, de werkgelegenheid af; dit wordt ruimschoots goedgemaakt door nieuwe werkgelegenheid in nieuwe bedrijven.

Een van de belangrijkste gevolgen voor werknemers is dat de plaats van het werk -in letterlijke zin- minder betekenis heeft. Ondernemingen worden steeds mobieler. Landsgrenzen spelen in de Nieuwe Economie geen rol meer. Rond ons kantoor in Amsterdam-Sloterdijk worden op het moment in rap tempo allerlei nieuwe kantoorgebouwen uit de grond gestampt. Die worden voornamelijk bezet door zogenaamde callcenters. Daar worden mensen telefonisch te woord gestaan, bijvoorbeeld als hun computer is vastgelopen of als ze vragen hebben over aangeschafte producten. Deze callcenters werken allang niet meer nationaal, maar wereldwijd. Als je om een uur of vijf 's middags naar het cafeetje naast het station gaat dan hoor je om je heen Spaans, Engels, Frans, Turks, Italiaans, Japans....

Voor het bedrijfsleven en voor investeerders worden in rap tempo belemmeringen weggenomen voor het internationale verkeer. De interne markt nadert zijn voltooiing. Op dit moment worden de plannen voorbereid voor de laatste stappen, zoals de liberalisering van de energiemarkt (2004), de luchtvaart (2004) en de Europese aanbesteding van overheidsprojecten (2002). Al deze besluiten worden op Europees niveau genomen.

De vakbeweging verzet zich niet tegen het internationaler worden van de economie en de arbeidsmarkt. Dat zou onverstandig zijn. Wel vragen wij stelselmatig aandacht voor de gevolgen voor werknemers en werkzoekenden.

Werknemers van tegenwoordig krijgen op vele manieren te maken met de nieuwe economie. Ik noem er een paar:
* Toename van grensarbeid
* Grensoverschrijdende bedrijfsconcentraties (Corus, Fortis) * Bedrijfsverplaatsingen (Philips Terneuzen)
* Grensoverschrijdende detachering van personeel (Randstad, Westerscheldetunnel)

Voor de werknemer en de werkzoekende is er van een interne markt nog geen sprake. Je kunt met één druk op de knop een miljard euro van Finland naar Italië sturen (en nog wel verder ook); een werknemer loopt al vast in de bureaucratie als hij van Nederland naar België gaat om daar te werken. De grensarbeider komt tot de ontdekking dat hij in het ene land belastingen moet betalen en in het andere land premies, met funeste gevolgen bijvoorbeeld voor aftrekposten. Als hij zijn kinderen naar school wil laten gaan in het werkland ontstaan er problemen met de studiefinanciering, als ze ziek worden zijn er problemen bij de verzekering.

Een ander onderwerp zijn grensoverschrijdende bedrijfsconcentraties. Fusies tussen bedrijven uit verschillende landen hebben enorme gevolgen voor de medezeggenschap van werknemers en hun vertegenwoordiging in Raad van Commissarissen. Voor de Britse bonden zijn die gevolgen meestal positief. Voor ons zijn ze vaak negatief, bijvoorbeeld in geval van een Brits-Nederlandse concentratie (zoals Corus).

De vakbeweging wordt regelmatig geconfronteerd met verplaatsing van bepaalde soorten ondernemingen uit Nederland naar andere landen. Recente voorbeelden zijn Akzo Fibers in Ede en Philips Terneuzen. Deze gebeurtenissen plaatsen ons voor grote dilemma's. Aan de ene kant moet je constateren dat verplaatsing van bepaalde bedrijven naar andere landen met lagere loonniveaus onvermijdelijk zijn. Wij concentreren ons in Nederland meer en meer op meer kennisintensieve bedrijvigheid. Je kunt van de bonden echter moeilijk verwachten dat we blij zijn als in een zwakkere regio in ons eigen land een grote onderneming een fabriek langzaam laat doodbloeden zonder na te denken over vervangende bedrijvigheid. En dat de Nederlandse overheid erbij staat en ernaar kijkt zonder iets te doen. Als je in een fabriek en in de mensen jarenlang onvoldoende investeert kan deze zich niet toeleggen op nieuwere, meer kennisintensieve producten en kunnen de mensen niet makkelijk elders aan het werk.

Detachering van werknemers over de grens komt ook veel voor. Het gaat zowel om Nederlanders die tijdelijk voor hun baas in het buitenland gaan werken als om buitenlanders die hier naartoe komen om een klus te klaren.

Dat laatste neemt op dit moment toe vanwege de druk op de arbeidsmarkt. Op zichzelf is grensoverschrijdende detachering geen probleem. Wel ziet de vakbeweging erop toe dat detachering niet misbruikt wordt als een instrument om nationale regels te omzeilen.

Bijvoorbeeld ten aanzien van beloning of ontslagrecht. Voor de vakbeweging geldt dat voor de gedetacheerde de regels van het werkland van toepassing zijn. Hier moet ook strikt de hand aan gehouden worden.

Europees sociaal beleid

Deze problemen kunnen niet meer nationaal worden aangepakt. Oplossingen moeten gezocht worden op Europese schaal. Deze week zijn de Europese regeringsleiders in Lissabon bijeen om een Europees antwoord te vinden op deze nieuwe ontwikkelingen. Zij hebben, blijkens hun agenda, wel begrepen wat de uitdagingen zijn. Er wordt veel gesproken over het bevorderen van nieuwe technologieën, scholing en training.

Tot dusverre blijft het bij woorden.

De top in Lissabon is de aangewezen gelegenheid om het Europese sociale model en de Nieuwe Economie aan elkaar te knopen. De huidige plannen moeten dan wel worden aangevuld. Ik wil een paar suggesties doen:
* afronding van de Interne Markt ook op sociaal gebied. Door ook het werknemersverkeer daadwerkelijk vrij te maken: coördinatie van sociale stelsels, inkomstenbelasting, beroepskwalificaties e.d.; zodat werknemers daadwerkelijk internationaal kunnen werken als ze dat willen.
* meer aandacht voor de sociale gevolgen van grensoverschrijdende bedrijfsconcentraties. Het is onaanvaardbaar dat werknemersrechten verloren gaan louter doordat ondernemers op Europese schaal gaan opereren;
* concretere afspraken op het gebied van scholing, het voorkomen van drop-out uit het beroepsonderwijs en het bieden van een tweede kans aan degenen die zonder diploma de school hebben verlaten; * Beter beschermen van werknemers met flexibele arbeidscontracten, onder meer door hen volledig op te nemen in de wettelijke sociale zekerheid;
* Aandacht voor de bestrijding van het armoedeprobleem. Een Europees sociaal minimum, afhankelijk van de welvaartspositie van het betrokken land.

De nieuwe rol van de vakbeweging

Er wordt wel gezegd, bijvoorbeeld door de Britse premier Blair, dat in de nieuwe economie geen behoefte meer bestaat aan representatieve kanalen zoals ondernemingsraad of vakbond. Onze ervaring is dat dit bij nieuwe bedrijven vaak de eerste jaren het geval is. Na een tijdje verandert dit echter. In het uitzendwezen zijn het met name de werkgevers geweest die gestreefd hebben naar erkenning van hun bedrijfstak, onder meer via een CAO. Ook op Europees niveau zetten de werkgevers een dergelijke ontwikkeling in.

Wel moeten we onze organisatie vernieuwen. Hoewel we eigenlijk al wel beter weten gaat de vakbeweging er in feite nog steeds vanuit dat werknemers en werkgevers in de regel blijven waar ze zijn. We beschouwen nog steeds veel zaken binnen een louter nationaal kader. Als we het hebben over de politiek, de overheid, of zelfs de werkgevers dan denken we toch nog steeds op de eerste plaats aan de Nederlandse politiek, de Nederlandse overheid en de Nederlandse werkgevers. Dat is dus niet meer zo. Wet- en regelgeving komt volgens betrouwbare schattingen voor zo'n tweederde uit Europa. Op sommige gebieden, bijvoorbeeld arbeidsomstandigheden, zijn al sinds jaar en dag alle regels afkomstig uit Brussel. Ondernemingen denken allang niet meer nationaal. Hun horizon is op zijn minst de Europese.

De vakbeweging moet hierin mee. We zijn aan het leren om over de grenzen heen met elkaar samen te werken. Bijvoorbeeld langs de lijnen van grote concerns. Europese ondernemingsraden helpen ons daarbij. Of in Europese bedrijfstakken of productketens. De belangenbehartiging van grensarbeiders in de grensgebieden wordt opgepakt door Interregionale vakbondsraden. De Vakcentrale FNV, nu nog een nationale koepelorganisatie boven een aantal nationale bonden, zal in de toekomst steeds meer een afdeling worden van de Europese vakbeweging. Een lobbybureau dat zich richt op de Nederlandse overheid, net zoals het EVV zich richt op de Europese overheid en bijvoorbeeld FNV Bondgenoten op Philips Nederland en de Europese Metaalbewerkersbond op Philips Europa. Zo kunnen we bijvoorbeeld gezamenlijk het arbeidsvoorwaardenbeleid vormgeven en eventueel acties coördineren. De nieuwe vakbeweging als een internationaal netwerk, met veel verantwoordelijkheid aan de basis, een losse hiërarchische structuur maar een sterke grensoverschrijdende solidariteit.

Steeds meer komen de bonden tot de ontdekking dat de nieuwe communicatietechnologieën grote mogelijkheden bieden. Ze maken het werk van vakorganisaties gemakkelijker omdat het leggen van contacten, het uitwisselen van informatie en het organiseren van activiteiten veel sneller gaat. De FNV was één van de eerste Nederlandse maatschappelijke organisaties met een goed geoutilleerde website. 400 hits per dag is niet slecht. Over enkele dagen gaat overigens onze geheel vernieuwde website in de lucht. De wekelijkse FNV Magazine e-mailkrant is onlangs uitgeroepen tot het snelst groeiende e-mail-weekblad van Nederland.

Zo komt de nieuwe vakbeweging langzaam maar zeker uit de verf. Misschien niet voor iedereen een vakbeweging die hij of zij direct herkent. Maar wel een die zichzelf klaarstoomt voor de toekomst en de uitdagingen aankan.

Voor meer informatie:

FNV Voorlichting, 020 5816 550

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie