Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

CDA over Structuur Uitvoering Werk en Inkomen (SUWI)

Datum nieuwsfeit: 21-03-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
CDA


Structuur Uitvoering Werk en Inkomen (SUWI)

Den Haag, 21 maart 2000

MDV,

Het feit dat dit debat nu wel doorgaat geeft mij in ieder geval de gelegenheid om de minister van Sociale Zaken geluk te wensen met zijn nieuwe verantwoordelijkheid als minister van Binnenlandse Zaken. Een beleidsterrein waarop wij elkaar weining zullen tegenkomen, denk ik. Ik hoop niet dat de minister nu een zucht van verlichting slaakt, al kan ik niet ontkennen dat wij elkaar in de afgelopen twee jaren regelmatig in de haren hebben gezeten. Op dit dossier maar ook op dat van de ESF-subsidies bijvoorbeeld. Dat neemt niet weg dat ik de minister wil bedanken voor de samenwerking. En ik hoop dat hij nu dit toch zijn laatste SUWI-debat is wat toegeeflijker in onze richting zal zijn dan de vorige. Want, zoals bekend, de CDA-fractie is niet erg gelukkig met het voorstel dat nu voorligt.

Koerswijziging
Met dit SUWI-standpunt is het kabinet een nieuwe weg ingeslagen met de uitvoering van de werknemersverzekeringen. De marktwerking in de uitvoering, die in 1997 met de OSV 97 en in 1998 met de PEMBA is ingezet, wordt vervangen door nationalisatie van de uitvoeringsinstellingen. Het regeerakkoord is daarmee opengebroken. Nog geen jaar geleden werd door deze beide bewindslieden marktwerking in de uitvoering van de werknemersverzekeringen verdedigd. Deze koerswijziging roept vragen op. Ook vragen van meer principiële aard. De gemaakte vergelijking van de nieuwe
overheidsuitvoeringsorganisatie met de SVB en de Belastingdienst geeft al aan dat de werknemersverzekeringen met deze nationalisatie van de uitvoering óók van karakter veranderen. Feitelijk worden ze volksverzekeringen of wellicht overheidsvoorzieningen in plaats van werknemersverzekeringen.
Juist hierop heeft het verzet van sociale partners zich gericht. In het vervolg van mijn inbreng kom ik hierop terug.
Ook ten aanzien van de enkele jaren geleden ingezette samenwerking werk en inkomen wordt een volstrekt andere koers ingezet. Veel vragen over de toekomst van de huidige CWI's blijven nog onbeantwoord.

De werknemersverzekeringen
Die vragen zijn niet vreemd want dit debat begint opnieuw aan de verkeerde kant. Zonder een heldere visie op inhoud en verantwoordelijkheidsverdeling van het stelsel van de werknemersverzekeringen zal een nieuwe structuur niets oplossen en tikt de teller door richting 1 miljoen WAO-ers. De vraag die in een discussie over de uitvoering centraal moet staan is: welke uitvoeringsstructuur past het beste bij de verantwoordelijkheidsverdeling die er voor de inhoud van de verzekeringen bestaat? Met name m.b.t. de WAO zijn er de afgelopen jaren verschillende wijzigingen ingevoerd die gericht zijn op méér financiële prikkels voor de individuele werkgevers. Daarnaast wordt van sectoren en branches verwacht middels de arboconvenanten dat zij zich meer gaan inzetten voor verbetering van de arbeidsomstandigheden. De inhoud van de WW is nog volop in beweging: premiedifferentie en een langere sectorale verantwoordelijkheid zijn voorstellen die onderzocht worden. Daarbij past géén uitvoeringsstructuur waarin de overheid alle verantwoordelijkheid voor de uitvoering naar zich toetrekt en waarin sociale partners geen zeggenschap hebben. Ze hebben dan ook hun handen ervan af getrokken. Wij verwachten dat door deze keuze financiële prikkels zullen worden afgekocht en richting de overheid zullen worden afgewenteld.

Het CDA kiest nadrukkelijk voor een andere weg. Een andere verantwoordelijkheidsverdeling waarin sociale partners die de werknemersverzekeringen betalen, ook betrokken zijn bij de uitvoering. Verantwoordelijkheid niet als doel op zich maar als beste middel om de mensen die het betreft aan hget werk te krijgen of te houden!
De discussie over de uitvoering van de bovenwettelijke aanvullingen, die per sector of CAO verschilt, is een voorbeeld van de problemen die de keuze voor nationalisatie zullen opleveren. De UWV zou deze bovenwettelijke aanvullingen ook moeten kunnen gaan uitvoeren. In feite begeeft een overheidsbedrijf ( monopolie ) zich daarmee op het terrein van de verzekeraars en pensioenfondsen. Het CDA kiest ervoor dat sociale partners de uitvoering van de werknemersverzekeringen en de aanvullingen daarop kunnen laten uitvoeren door een uitvoerder, die opereert als een maatschappelijke onderneming, bijvoorbeeld de pensioenfondsen. Daarin is ook de medeverantwoordelijkheid van de sociale partners gewaarborgd. Daar kan dan een pakket op maat geboden worden. De schadelast van WAO + aanvulling ligt
Branches en CAO-partijen die daarvoor kiezen kunnen de werknemersverzekeringen onder bipartiet opdrachtgeverschap bij een uitvoerder onderbrengen. Zo ontstaat een directe samenhang tussen de verantwoordelijkheid voor de werknemersverzekeringen en de reïntegratie.
Bovendien kunnen sociale partners in de CAO-onderhandelingen afspraken maken over zowel de kwaliteit van beleid als over aanvullingen op uitkeringen in het kader van ziektewet en WAO. (De kosten van WW en WAO zijn dan onderdeel van de loonvorming) De discussie over de uitvoering kan niet los worden gemaakt van de discussie over de inhoud. En die voeren we vandaag opnieuw niet!

Het kabinet maakt tot onze teleurstelling een andere keuze, waarbij de overwegingen niet altijd duidelijk of steekhoudend zijn. Ook bestaat veel onduidelijkheid over de interpretatie (van het voorstel). De kamer moet echter weten waar ze ja of nee tegen zegt.

kan de UWV de claimbeoordeling en uitvoering nu wel of niet uitbesteden aan private bedrijven? (Hoogervorst, Financieel Dagblad, 25 1 2000)

Hoe verhoudt zich dit met de centralisatiegedachte? Dit staat toch haaks op elkaar?

Reïntegratie
Het kabinet wil dat reïntegratie aan private partijen op de markt wordt overgelaten. De huidige tripartiete structuur van Arbeidsvoorziening wordt opgeheven. Welke overwegingen hebben tot deze keuze van het kabinet hebben geleid, nog geen 10 jaar na de start van de tripartisering? Op deze vraag hebben wij nog steeds geen bevredigend antwoord.
In het voorstel tot privatisering van het reïntegratiebedrijf arbeidsvoorziening kunnen wij ons wel vinden. Hierbij is wel uiterste zorgvuldigheid vereist. Het nu reeds bestuurlijk uitschakelen van RBAs past niet binnen die kaders van zorgvuldigheid.
Voor de Centra voor Vakopleiding (de CVVs) moet meer duidelijkheid komen. Hun toekomst bungelt. Hier dreigt het risico van kapitaalvernietiging. De CVVs zijn vanwege hun deskundigheid en aanbod met name van belang voor de scholing van specifieke, zwakke, groepen zoals fase-4 werkzoekenden, vluchtelingen en werkloze allochtonen. CWIs zouden ook veel meer een rol moeten spelen als het gaat om employability. Het streven naar het behalen van een startkwalificatie voor alle groepen werkenden en werkzoekenden is met het oog op de toekomst van groot belang, juist voor de genoemde, zwakkere groepen op de arbeidsmarkt. Om dit te realiseren wil mijn fractie allereerst dat de samenwerking met ROCs versterkt wordt. Deelt het kabinet deze opvatting en hoe zal samenwerking bevorderd worden? Verder stelt mijn fractie de vraag of privatisering en marktwerking voor deze opleidingen echt mogelijk is. Wat ons betreft een open vraag die snel beantwoord moet worden, voordat de CVVs verdwenen zijn.

De verwachting dat Arbo-diensten en re-ïntegratiebedrijven hun krachten zullen bundelen lijkt terecht, gelet op alle bewegingen die we op dat vlak al waarnemen. Daarom moet ook voor Arbo-diensten bipartiet opdrachtgeverschap wettelijk worden vastgelegd. Mijn fractie is tevreden over het voorstel om CAO-partijen, die afspraken maken om te investeren in reïntegratie van WW-ers, daartoe de gelegenheid te bieden. Dat voorstel biedt mogelijkheden om sociale partners hun verantwoordelijkheid te laten waarmaken en de WW als afvloeiingsregeling (oudere werknemers) te beperken. Hier ligt een aanknopingspunt om afwenteling tegen te gaan. De uitwerking is in het kabinetsplan echter zéér onduidelijk. Hoe krijgen CAO-partijen budget en eigen verantwoordelijkheid voor reïntegratie WW?

Raad voor werk en inkomen en Arbeidsmarktbeleid Zonder sociale partners is geen effectief beleid op het terrein van de arbeidsmarkt mogelijk. Van de speelruimte van de RWI zal in hoge mate afhangen of er straks sprake zal zijn van arbeidsmarktbeleid dat effectief inspeelt op vraagontwikkeling. Niet alleen de vraag van vandaag maar ook en juist die van 2 tot 5 jaar verder moet véél meer aandacht krijgen.
De CDA-fractie ondersteunt de keuze om de Raad de mogelijkheid te geven initiatieven op het gebied van arbeidsmarktbeleid en sociale zekerheid vanuit de branches met elkaar te verbinden en op die wijze integraal te adviseren en reïntegratiebudgetten toe te kennen. Zo komen verbindingen tot stand tussen sociale zekerheid en arbeidsmarktbeleid, die mijn fractie voor ogen heeft. Op de hoe-vraag geeft het kabinet geen antwoord. Daarom de volgende vragen:

a. In welke mate gaat de Raad naast middelencoördinatie en arbeidsmarktbeleid, ook adviseren over sociale zekerheidszaken en hoe bindend zijn deze adviezen?

b. Om welke reïntegratiebudgetten gaat het precies? Wij gaan ervan uit dat het gaat om het totale budget van plusminus 10 miljard.
c. Zal de RWI ook zelfstandig kunnen bepalen waar een deel van het budget heen gaat i.v.m. ondersteuning van sectorale en regionale initiatieven en door wie wordt onafhankelijke toetsing uitgevoerd?
d. Gemeenten dragen met de introductie van het FWI een groter risico voor de bijstand. Daarmee hebben zij een groot belang bij de hoogte van het budget. Op welke wijze is gewaarborgd dat gemeenten weten waar ze aan toe zijn?

Het antwoord op deze vragen is bepalend voor de slaagkans van de RWI.

Gemeenten en reïntegratie
Het kabinet vindt dat gemeenten de reïntegratie moeten inkopen op de markt. Geen eigen reïntegratiebedrijven dus. Dat lijkt logisch. Gemeenten kunnen niet als opdrachtgever hun eigen reïntegratie-opdrachtnemer zijn, maar hoe krijgt dit handen en voeten? Welk wettelijk instrumentarium heeft het kabinet om gemeenten alle reïntegratie te laten uit besteden?
Daarbij is tevens de vraag hoe het kabinet reïntegratie definieert. Valt daar ook de maatschappelijke begeleiding van cliënten onder? Mijn fractie vindt dat de verantwoordelijkheid van de gemeente.
Onduidelijk is de nota ook over de positie van WSW-bedrijven. Veel WSW-bedrijven voeren ook andere reïntegratiemaatregelen en trajecten uit, zoals WIW en ID-banen. De CDA-fractie wil daarbij onderscheid maken tussen de unieke functie van beschermd of beschut werken en de overige activiteiten van een WSW-bedrijf. Voor een rendabele bedrijfsvoering is het nu veelal noodzakelijk meerder reïntegratie-activiteiten te verrichten. De CDA-fractie wil die mogelijkheid openhouden. De vraag is dan hoe het met de ID-banen en WIW-regelingen zal gaan. Kan geschetst worden hoe deze op de markt aanbesteed gaan worden? De CDA-fractie pleit opnieuw voor een vereenvoudiging, bundeling en eventueel fiscalisering van arbeidsmarktmaatregelen als deze.

Intake en claimbeoordeling bij de Bijstand, de rol van de CWIs De Bijstand is een publieke taak die onder verantwoordelijkheid van en door gemeenten uitgevoerd dient te worden. Daarom is, ongeacht welke gegevens verzameld worden in het (gebouw van het) CWI, de gemeente verantwoordelijk voor de beschikking m.b.t. de toekenning van de bijstand. Onderschrijft de minister dit uitgangspunt? Door SUWI zullen nieuwe knips in de gevals- behandeling ontstaan.

De positie van de CWIs wordt gewijzigd met de nieuwe kabinetsplannen. Een CWI wordt in feite onderdeel van het LIWI en daarmee teruggebracht tot de basisdienstverlening van arbeidsvoorziening. De huidige CWIs zijn méér. Daar wordt ook in personele sfeer samengewerkt in de uitvoering van de verschillende wetten.

De huidige gebouwen waarin de CWIs gevestigd zijn, worden niet meer dan een verzamelgebouw waarin het UWV, de gemeenten en het CWI allen een loket hebben. Wat is hiervan de meerwaarde? De rol van de gemeenten wordt minder groot. Wij begrijpen daarom heel goed dat de VNG ervoor pleit om gemeenten een grotere rol te geven en de CWIs in te richten als een bedrijfsverzamelgebouw. Maar hoe efficiënt doelmatig en effectief is dit als niet de gemeente maar het LIWI gaat aansturen?
Zowel de werkgever als de werknemer moet de meerwaarde kunnen ervaren. Die meerwaarde t.o.v. private reïntegratiebedrijven zit echter veel méér in het ter beschikking hebben van een adequate vacature- en sollicitantenbank, dan in het onder één dak brengen van meerdere instanties.

Op welke wijze wordt er ook actieve bemiddeling door de CWIs uitgevoerd? Ligt er wel een actieve bemiddelingstaak?

Cliënten moeten in een CWI iets te zoeken hebben. Een CWI zal dan ook vraag-gericht moeten opereren. Als dat niet gebeurt, gaan zowel werkgevers als werkzoekenden liever direct naar uitzendbureaus of maken gebruik van internet, om elkaar tegen te komen. Hoeveel CWI's komen er eigenlijk: de beoogde 204 CWIs of slechts 150? Dat laatste zou betekenen dat het CWI fysiek op nog meer afstand komt, omdat gemiddeld dan slechts één op de 3 a 4 gemeenten een CWI gaat huisvesten.
Waarom wordt niet veel meer gebruik gemaakt van ICT en flexibiliteit om vraag en aanbod te koppelen en optimaal vraaggericht te kunnen werken? Wij denken aan het volgende:

In publiek toegankelijke gebouwen als postkantoren, bibliotheken en gemeentehuizen worden vacature- en sollicitantenzuilen aangebracht die up to date gehouden worden vanuit een CWI.

Een mobiel CWI, dat letterlijk bij cliënten in de buurt komt op gezette tijden. Hier kunnen werkgevers en werknemers informatie en advies krijgen en bovendien vraaggericht gebruik maken van de faciliteiten van het CWI, ook over scholing en employability.

Het CWI brengt desgevraagd bezoeken aan bedrijven i.v.m. bv. een komende reorganisatie, aan scholen i.v.m. oriëntatie op werk van komende schoolverlaters, aan CVVs of ROCs, moskeeën of een wijken met een geconcentreerde werkloosheidsproblematiek.

Zo ontstaat een CWI dat kan mee-ademen met de arbeidsmarkt en daar actief op inspeelt door vraag en aanbod dynamisch bij elkaar te brengen. Graag reactie.

Cliënten
Voor werkzoekenden heeft het kabinet terecht veel aandacht. De voorstellen kunnen niet anders dan leiden tot een kaderwet cliëntenparticipatie, zoals we die nu bijvoorbeeld al hebben in de zorg en in de huursector. Zal deze kaderwet betrekking hebben op de positie van cliënten zowel bij gemeente, als UWV, CWI en private bemiddelaars?
Te weinig oog heeft het kabinet voor samenhangend pakket van rechten en plichten van werkzoekenden. Cliënten worden nog steeds afhankelijk gemaakt en nog onvoldoende aangesproken op hun eigen capaciteiten en verantwoordelijkheid. Werkzoekenden reïntegreren zichzelf en hebben daarbij ondersteuning nodig. De case-manager bij de uitkerende instantie, blijft de werkzoekende volgen tot een half jaar ná reïntegratie.
Wij willen niet dat een cliënt naar de rechter moet. Een geschillencommissie, die een bindende uitspraak doet, is vele malen effectiever (geen wachttijden en geen verstoorde relatie en minder hoge drempel) Cliëntenorganisaties hebben hierin evenals in het kader van voorlichting, advisering en begeleiding een belangrijke rol te vervullen.

ICT
De huidige stand van ICT-zaken binnen arbeidsvoorziening, de uitvoeringsinstellingen en de gemeenten stemt niet tot optimisme. Toch is voor het kabinetsvoorstel een operationeel CVCS cruciaal. De operationaliteit van de beoogde structuur staat of valt hiermee. In het belang van cliënten en van een rechtmatige en doelmatige uitvoering willen wij de zekerheid dat een nieuwe werkwijze pas van start gaat als de garantie bestaat aan cliënten dat hun gegevens niet zoekraken of in niet bedoelde handen raken.

Reorganisatie en overgang
Er ligt geen reorganisatieplan voor de 25.000 mensen die werken in de sociale zekerheid, bij Arbeidsvoorziening en bij gemeenten. Het risico is dat de uittocht van deskundigen op vitale posities in versnelde en versterkte mate zal doorgaan. De kosten voor deze giga-reorganisatie zijn niet uitgewerkt. De schattingen lopen uiteen van 10 tot 25 miljard voor de reorganisatie. En niemand durft nog te voorspellen hoeveel de exploitatie uiteindelijk gaat kosten. Waarop baseert het kabinet de verwachting dat de uitvoeringskosten van de UWV lager zullen zijn dan die van de uvis nu? Om hoeveel miljarden gaat het bij reorganisatie en exploitatie naar schatting? En waaruit zal dat worden gefinancierd?

Besluit
De CDA-fractie vraagt zich ten zeerste af of de beoogde doelen met deze operatie gehaald zullen worden. De klantvriendelijkheid en de één-loketgedachte zullen zowel door de bouw van één uitvoeringsorgaan werknemers-verzekeringen als door wijziging van de positie van de CWI's, niet gehaald worden.
Sterker: de bureaucratie zal toenemen, ten koste van klantvriendelijkheid en efficiency.
Op de hoofdvraag of de mensen die het betreft beter aan het werk komen of worden gehouden luidt naar onze mening het antwoord helaas ontkennend. En dààr zou het toch om moeten gaan.
Wij wachten de antwoorden dan ook met belangstelling af.

Kamerlid: Gerda Verburg

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie