Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Speech Van Aartsen (BUZA) bij opening debat mensenrechten

Datum nieuwsfeit: 21-03-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Buitenlandse Zaken


Persbericht 21-03-2000

SPEECH VAN MINISTER VAN AARTSEN BIJ OPENING DEBAT OVER MENSENRECHTEN

Bericht van Ministerie van Buitenlandse Zaken:


1. De inspiratie

De Nederlandse Grondwet draagt ons op de internationale rechtsorde te bevorderen. Een opdracht waar BZ als eerste de verantwoordelijkheid voor neemt. Het is ook een opdracht die niet kan worden verkaveld tot een enkel hoofdstuk van ons beleid.

De bevordering van de mensenrechten loopt als een rode draad door het buitenlands beleid. Ik heb mij altijd zeer aangesproken gevoeld door de woorden van Franklin Delano Roosevelt. Hij vatte in 1941 de grondrechten van de mens op magistrale wijze samen. Magistraal door zijn tijdloze eenvoud en kernachtigheid. De "Four Freedoms": the freedom of speech and expression, the freedom of worship, the freedom from want en the freedom from fear.

Roosevelt zei erbij dat dit geen visie voor een ver millennium moest zijn. Hij zag het als fundament voor een mondiale samenleving die bereikbaar moest zijn in zijn tijd en generatie.

Inmiddels staan wij in een nieuw millennium en hebben wij nog niet zo lang geleden de 50ste verjaardag van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens herdacht. We kunnen verheugd zijn, dat mensenrechten "everybody's business" zijn geworden, of het nu regeringen, het bedrijfsleven of individuele burgers betreft. Er zijn nog maar heel weinig regimes die zich kunnen onttrekken aan een dialoog over mensenrechten. Maar mensenrechten worden nog steeds en helaas dikwijls op grove schaal geschonden. In Noord en Zuid, in Oost en West. De four freedoms hebben dus nog niets aan zendingskracht en zeggingskracht verloren.

Er is daarom alle reden om de bevordering van de mensenrechten met nog meer energie en nog meer creativiteit te blijven ondersteunen.


2. Universaliteit, legitimiteit, effectiviteit
Rechten van de mens kunnen niet onderworpen worden aan beding. In de rechten van de mens bestaat geen 'business' of 'economy'-class. Mensenrechten zijn universeel. Het is niet overbodig dat nog eens te herhalen.

Gaandeweg zijn mensenrechten ook een erkende en legitieme zorg van de internationale gemeenschap gaan vormen. In 1993 heeft die gemeenschap in Wenen verklaard dat mensenrechten soevereine grenzen overstijgen. Bemoeienis met de situatie van de mensenrechten in elkaars landen is legitiem. Ik

herinner aan de boeiende inaugurele rede die Professor Flinterman hierover heeft gehouden.

De consistentie van het Nederlandse mensenrechtenbeleid stoelt op deze twee uitgangspunten, universaliteit en legitimiteit. Consistentie in norm en principe, consistentie in de analyse en in het aankaarten van schendingen. Onze meetlat is steeds dezelfde.

Het criterium voor de wijze waarop wij deze principes in de praktijk willen hanteren is effectiviteit. Bij de mensenrechten gaat het niet om de goede sier hier, maar om de mensen daar (wier rechten in het geding zijn). Voor effectief optreden - zo heb ik het ook in de Kamer gezegd - bestaat geen algebraïsche formule. De instrumenten die kunnen worden

ingezet verschillen, al naar gelang de verwachte effectiviteit. Over de vraag welk instrument het beste in een gegeven situatie kan worden gehanteerd, is nauwelijks een algemeen geldende uitspraak te doen.

Telkens opnieuw zal een tactiek bepaald en het juiste instrument - het scherpste ook - gekozen moeten worden. Over deze afweging heeft David Owen eens gezegd dat de schijn van inconsistentie in de aanpak de prijs is die de politicus betaalt zodra hij of zij mensenrechten op de agenda zet.


3. Het instrumentarium

In EU-verband hebben we sinds het Verdrag van Amsterdam een Gemeenschappelijk Buitenlands- en Veiligheidsbeleid. Ik vind het van groot belang om in de ontwikkeling daarvan in de door ons gewenste richting te blijven investeren. Niet voor niets hebben de lidstaten vorig jaar een Hoge Vertegen-woordiger van de EU aangesteld om dat buitenlands beleid nu daadwerkelijk handen en voeten te geven, ook op het vlak van mensenrechten. De EU als geheel kan dan ook in andere kaders, zoals de VN, de Raad van Europa en de OVSE, beter een vuist maken. Kijk bijvoorbeeld naar de wijze waarop de EU binnen de Mensenrechten-Commissie gezamenlijk optreedt.

Binnen de EU kan Nederland zelf met succes tot actie tegen mensenrechtenschendingen aanzetten en daarop aandringen en dat doen we ook. Zo heeft de EU onlangs op Nederlands initiatief de Verenigde Staten opgeroepen tot een moratorium op de toepassing van de doodstraf. Het is nog nooit eerder gebeurd dat Amerikaanse federale autoriteiten en gouverneurs hierop rechtstreeks door de EU zijn aangesproken. En in VN-verband hebben eind vorig jaar 116 lidstaten, ook op Nederlands initiatief, een oproep tot afschaffing van vrouwenbesnijdenis ondersteund.

Een gezamenlijke aanpak belet ons uiteraard niet om mensenrechtenschendingen ook bilateraal aan de orde te stellen. Tijdens de bezoeken die ik het afgelopen jaar mocht afleggen zijn de mensenrechten vast punt van de agenda of het nu in Turkije, de Palestijnse Gebieden, Indonesië of Rusland is. Bilateraal zetten wij ook dikwijls het project-instrument in: steun aan mensenrechtenorganisaties en andere NGO's, versterking van de rechtsstaat door middel van trainingen, steun aan onafhankelijke media, hulp aan slachtoffers van mensenrechtenschendingen.

De manier waarop de verschillende instrumenten worden gehanteerd, valt goed te illustreren aan de hand van een actueel voorbeeld: de mensenrechtensituatie in Tsjetsjenië.

Een onderwerp dat zonder twijfel in de komende weken in Genève zal worden besproken. Nederland heeft in het kader van de EU het initiatief genomen om demensenrechtensituatie in Tsjetsjenië in EU-kader aan de orde te stellen. De Russen hebben de afgelopen tijd bij diverse gelegenheden en contacten met ministers uit de EU toezeggingen ter verbetering van de situatie gedaan, maar zijn nog weinig beloftes nagekomen. Dat kan niet zo blijven duren. Uiteraard zal het EU-voorzitterschap in zijn verklaring voor de Mensenrechten-Commissie de kwestie aankaarten, maar Nederland is daarnaast voorstander van het indienen van een Tsjetsjenië-resolutie, mits de lidstaten van de EU dat gezamenlijk doen. Rusland - ik heb dat vorige week ook zo tegen mijn collega Ivanov gezegd - is lid van de OVSE en de Raad van Europa en heeft daarmee aangegeven tot de Europese waardengemeenschap te willen behoren. Dat betekent dat wij via die organisaties 'leverage' hebben op Rusland. De Russische Federatie, noch enig ander Europees land, mag die waardengemeenschap verloochenen. Het is belangrijk dat Rusland inziet dat openheid via die kaders zijn positie in Europa eerder versterkt dan verzwakt. Tijdens het bezoek aan Rusland was het ook voor de eerste keer dat onze nieuwe Mensenrechtenambassadeur mee in de delegatie is gegaan en het was op alle fronten duidelijk dat dat in Moskou ook heel goed begrepen is. Voor de officiële contacten hebben wij eerst een uitvoerig gesprek gehad met lokale mensenrechtenorganisaties. De officiële contacten, in Moskou en St.Petersburg, zijn benut om een sterk protest te laten horen en aan te dringen op zaken als toegang tot het gebied voor humanitaire organisaties, het mogelijk maken van onafhankelijk onderzoek naar mensenrechtenschendingen en het toe-laten van een OVSE-waarnemingsmissie.

In een gesprek onder vier ogen sprak minister Ivanov ook tegenover mij over openheid. Ik hoop nu ook dat die woorden daden blijken tij-dens het toegezegde bezoek aan het oorlogs-gebied van Mary Robinson, de Hoge Commis-saris van de VN voor de Mensenrechten, door

toelating van een missie van de OVSE en

door onafhankelijk onderzoek toe te staan naar
mensenrechtenschendingen door Human Rights Watch.
De Russische Federatie moet nu boter bij de vis geven, anders zullen we haar hard moeten confronteren met Tsjetsjenië in de Mensenrechten-Commissie. Die lijn heb ik ook gisteren in de Algemene Raad van de EU bepleit.


4. Creativiteit door dialoog met achterban
Ik zei al dat de Nederlandse regering inzake mensenrechten uitgaat van een consistent beleid - althans daarvan uit poogt te gaan - met flexibele instrumenten. Flexibiliteit vereist creativiteit, en daarvoor moeten we zoveel mogelijk inspiratiebronnen aanboren. Dat betekent discussie, debat en uitwisseling van ideeën en ervaringen. Onlangs heb ik tijdens de Ambassadeursconferentie uitdrukkelijk gepleit voor een brede discussie over onderwerpen van buitenlands beleid. We moeten alle informatie aanboren en denktanks, universiteiten en andere instellingen bij die discussie betrekken. Want ik denk dat zo'n brede discussie een mes is dat aan twee kanten snijdt: het zorgt voor een diepere verankering van ons beleid in de Nederlandse samenleving, en het verrijkt ons beleid. Het is een essentieel reservoir voor de uiteindelijke formulering van ons beleid. "The best way to

have a good idea is to have lots of ideas." Mensenrechten lenen zich daar goed voor.

Zij zijn immers een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid. Het is een onderwerp dat dwars door alle beleidsterreinen heen loopt en niet kan worden verkaveld tot een enkel hoofdstuk in ons beleid. Sterker nog: mensenrechten spelen even goed een rol op andere terreinen als op het klassieke terrein van het buitenlands beleid. Kinderarbeid, een themadat ook andere delen van de overheid en ook het bedrijfsleven raakt. Het is daarom goed dat ook het bedrijfsleven zich steeds bewuster wordt van zijn positie. De discussie vindt allang niet meer alleen tussen overheden plaats. Juist vanwege die gemeenschappelijke verantwoordelijkheden ben ik blij te zien dat u hier vanmiddag allemaal vertegenwoordigd bent: bedrijven, ngo's, universiteiten, media, politici en individuele burgers. De brede discussie over het thema mensenrechten krijgt vandaag meer gestalte. Het panel dat met u het debat zal voeren weerspiegelt een breed spectrum van de samenleving. Morris Tabaksblat, voormalig Voorzitter van de Raad van Bestuur van Unilever, Adri Kemps, Directeur van Amnesty International, Stephan Sanders, schrijver en programmamaker, en onze nieuwe mensenrechtenambassadeur, Renée Jones-Bos. Met hen gooien we vandaag de deuren open voor een gesprek met Nederland. Ik wil hier nadrukkelijk pleiten voor de discussie, die hier niet alleen vandaag moet plaatsvinden maar ook in de komende jaren moet worden voortgezet. BZ wil midden in de samenleving staan.


5. Nieuwe instrumenten

Excellenties, dames en heren, in het licht van de discussie en de ontwikkelingen op het terrein van mensenrechten hebben we ook onze organisatie aangepast. Vandaag presenteer ik u met enige trots onze nieuwe Mensenrechtenambassadeur, Renée Jones-Bos, en de nieuwe Directie Mensenrechten en Vredesopbouw (DMV). Onze Mensenrechtenambassadeur belichaamt de verwevenheid van mensenrechten met ons hele buitenlands beleid. Haar belangrijkste opdracht is de samenhang van mensenrechten met andere beleidsterreinen te versterken. De rode draad waarover ik het in het begin van mijn speech had. En waar dat in de tactiek past, zal zij meegaan op missies in het buitenland en eventueel eigen missies uitvoeren.

Met onze Mensenrechtenambassadeur kunnen wij ons mensenrechtenbeleid in binnen- en buitenland beter uitdragen en de communicatie

hierover met de samenleving intensiveren. Zij is het vaste aanspreekpunt en ze is er dus ook voor u!

Met de Directie Mensenrechten en Vredesopbouw, onder leiding van Susan Blankhart en Marion Kappeyne van de Copello, willen minister Herfkens en ik een sterkere integratie van de thema's mensenrechten, goed bestuur, democratisering, vredesopbouw en humanitaire

hulp bewerkstelligen. Volgens mij - en in elk geval ook in EU-verband
- een unieke en ook noodzakelijke combinatie, want we hebben die keten gewoon nodig. We hebben het afgelopen jaar duidelijk gemerkt dat deze thema's voortdurend op elkaar ingrijpen en dat het daarom goed is om die in een geïntegreerde Directie onder te brengen.
Dames en heren, we willen en kunnen een nog actiever mensenrechtenbeleid voeren. Ik nodig u graag uit, ook namens minister Herfkens, om hieraan in een open en uitdagende discussie een bijdrage te leveren. Nogmaals: dat verrijkt het buitenlands beleid en dat verrijkt het beleid van de Nederlandse regering.

© 1998 (minbuza@minbuza.nl)

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie