Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Bijdrage PvdA hoofdlijnendebat onderwijsachterstanden

Datum nieuwsfeit: 22-03-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Partij van de Arbeid

Den Haag, 22 maart 2000

BIJDRAGE VAN MARLEEN BARTH (PVDA) AAN HET HOOFDLIJNENDEBAT ONDERWIJSACHTERSTANDEN

Als de hoorzittingen van de Kamer over onderwijsachterstanden iets hebben geleerd, dan is het dat de oplossing voor dit probleem niet bestaat. Sterker nog, het is maar zeer de vraag of het als maatschappelijk verschijnsel binnen enkele generaties verdwijnen zal. We hebben met z'n allen te lang gedacht dat dat het geval zou zijn. Maar zolang bijvoorbeeld jaarlijks duizenden migranten zich in Nederland vestigen, zullen er kinderen met achterstanden in hun ontwikkeling de school binnen blijven komen. Wat samenleving, onderwijs en politiek moeten zien te bereiken, is dat vanuit dat gegeven individuele kinderen optimale kansen op ontplooiing van hun talenten wordt geboden. Dat je leven kansarm begint, mag nooit automatisch betekenen dat het ook kansarm eindigt. Tegen die achtergrond hebben wij de nota 'Onderwijskansen' van de staatssecretaris in ogenschouw genomen. Mijn fractie vindt de poging van de staatssecretaris, om op de werkvloer tot verbetering van de kwaliteit van onderwijs aan achterstandsleerlingen te komen, op zichzelf waardevol. Maar wij zijn er, ook na lezing van de dit weekend verzonden hoofdlijnenbrief, niet van overtuigd dat de geschetste aanpak voldoende is om tot een effectieve aanpak van onderwijsachterstanden te komen. "Er hangt rond dit thema te veel een geur van vrijblijvendheid", zei een van de deelnemers aan de hoorzittingen na afloop. De voorstellen van de staatssecretaris hebben die geur niet doen verwaaien. Er blijven naar de mening van de PvdA-fractie nog te veel vragen onbeantwoord rond de uitwerking van wat is gaan heten de 16 laboratoriumscholen. Op grond van welke criteria krijgt een school dit predikaat? Hoe lang houden scholen dat? Wat gebeurt er als ook de laboratorium-aanpak niet tot verbeteringen leidt? Hoe wordt opgedane kennis gegarandeerd en gericht verspreid naar andere scholen? Gaat die kennis ook naar lerarenopleidingen, SBD's en LPC's? Wat gaat het kosten, en wie draait daar voor op? Mijn fractie voelt er niet veel voor, dat hiertoe wordt geput uit het GOA-budget van gemeenten. Kwaliteitsbewaking is een rijkstaak, en dient dus ook door het rijk bekostigd te worden. Al met al is het Onderwijskansenplan te onvoldragen om als basis van convenanten met de grote steden te dienen. De staatssecretaris zal eerst met een nadere uitwerking moeten komen. Maar er is meer. De PvdA-fractie is ongelukkig met de manier waarop autochtone kinderen met achterstanden uit het beleid lijken te worden gedefinieerd. Daar is in het geheel geen reden voor. Ik citeer uit de Volkskrant van 1 februari jl.: "De situatie is echt dramatisch op de scholen met veel autochtone achterstandskinderen. Op een vijfde van de scholen met veel Nederlandse leerlingen met laag opgeleide ouders, leren de kinderen te weinig. Van zwarte scholen haalt 13 procent het verwachte niveau niet." Nu de staatssecretaris zo voluit inzet op de G4, dreigen 1.25-scholen uit beeld te verdwijnen. Wij zouden dat zeer betreuren, en het is betrekkelijk eenvoudig te voorkomen. Want waarom zouden wij dit traject beperken tot alleen deze gemeenten, en deze scholen? Tijdens het debat over de onderwijsbegroting heeft mijn fractie er al op aangedrongen haast te maken met het ontwerpen van heldere kwaliteitscriteria voor scholen. Onderwijsstandaarden moeten daar een centrale rol in gaan spelen. Als een school langere tijd niet aan die objectieve kwaliteitsnormen voldoet, moet ze onder curatele kunnen worden gesteld. Wat ons betreft wordt dit zo snel mogelijk landelijk ingevoerd. Dat zal twee belangrijke effecten teweeg brengen. De vrijblijvendheid die nu een effectieve inzet van de gewichtengelden remt zal verdwijnen; het maakt duidelijk dat scholen kunnen en zullen worden aangesproken op het behalen van resultaten. Tegelijkertijd wordt geformuleerd wat de minimale ambities in leerprestaties met ieder kind zijn. Een van de belangrijkste boodschappen die wij van de hoorzittingen hebben meegekregen, is hoe belangrijk het is dat leraren hoge verwachtingen koesteren met kinderen met onderwijsachterstanden. Doen ze dat niet, dan wordt onderpresteren een self fullfilling prophecy. Dat vergt dat de overheid laat merken dat ze hoge verwachtingen heeft van scholen, van alle scholen. Voor de PvdA-fractie is cruciaal dat deze landelijke aanpak niet opgehouden zal worden door het experiment in de G4. De tijd van experimenten is bij dit beleid verstreken; er moet snel en gelijktijdig een landelijke aanpak komen. Graag een reactie.

Bij het creëren van kansen voor kinderen speelt de leraar een cruciale rol. Maar in de stukken komt hij niet voor. Mijn fractie vindt dat merkwaardig. Zoals gezegd: de manier waarop leraren met leerlingen omgaan is van groot belang. Toch wordt lang niet elke leraar daar goed voor opgeleid. Dat is onbegrijpelijk. Ongeveer een kwart van de kinderen valt onder de gewichtenregeling; daarnaast kennen we Weer Samen Naar School en de Rugzak. Toch rapporteert de Inspectie elk jaar weer dat leraren slecht naar niveau kunnen differentiëren, de goede niet te na gesproken. Ook het hebben van ambities met de leerprestaties van kinderen is niet vanzelfsprekend. Weer volgens de Inspectie: het Nederlandse onderwijs is warm en veilig en bevestigend naar kinderen. Maar het bevestigt ze dus ook in hun achterstand. Hoog tijd, dat alle lerarenopleidingen hun studenten standaard gaat bijbrengen hoe je met ontwikkelingsachterstanden omgaat. Tenslotte brengen verreweg de meeste kinderen die onder de gewichtenregeling vallen, geen extra geld mee, omdat hun school de drempel niet haalt. Kennelijk hoort hun opvang bij het gewone werk. Dan moet werken met achterstandskinderen ook onderdeel zijn van de gewone lerarenopleiding. Wij vragen de staatssecretaris dit verder uit te werken. En laat ze daarbij de schoolbegeleidingsdiensten en de nascholing niet vergeten.

Achterstanden bij kinderen worden het hardst ervaren in een gebrekkige taalbeheersing. Dat zet ze niet alleen intellectueel, maar ook sociaal op achterstand. Kinderen belanden al snel in een isolement als ze het Nederlands niet in al haar rijkdom machtig zijn. Dat geldt net zo hard voor autochtone als allochtone leerlingen! De staatssecretaris wil effectieve aanpakken versneld ter beschikking stellen. Maar ze vertelt niet hoe, wanneer, door wie. Nederlands als tweede taal zal op den duur integraal onderdel uitmaken van effectief taalonderwijs. Hoe lang moet dat nog duren, vragen wij? De PvdA-fractie bepleit een sociaal taalbeleid, met een integrale aanpak van peuter tot en met ouder. Educatieve uitgeverijen laten dit onderwerp links liggen, omdat de markt niet interessant is. Wij zien een belangrijke rol voor het Expertisecentrum Taal. Maar ook voor de SBD's. En voor ICT, en Kennisnet. Als je tientallen nationaliteiten in je school hebt, is het leren van Nederlands veel simpeler als je voor iedereen een computerprogrammaatje hebt! Belangrijk is om alle scholen snel voor te lichten over wat er allemaal al is, en wat werkt en wat niet. Waarom niet een soort consumentengids voor taal gemaakt? Dat moet toch snel kunnen.

Ook voorschoolse opvang is van groot belang bij de aanpak van achterstanden. Wat de PvdA-fractie betreft wordt daar stevig in geïnvesteerd; in een breder, professioneler en laagdrempeliger aanbod. Onderwijs wordt ruimschoots benut, omdat het gratis is. Juist voor de lagere inkomensgroepen, die wij zo graag willen stimuleren van de voorschoolse opvang gebruik te maken, is een eigen bijdrage snel een te zware last. Belangrijk is ook dat kinderen niet alleen bezig worden gehouden, maar dat de leidster een gerichte aanpak kiest. Wanneer zal het kabinet uitsluitsel geven over broodnodige investeringen? En hoe wil de staatssecretaris een goede samenwerking met de basisscholen waarborgen? Als die niet effectief omgaan met de resultaten van de voorschoolse opvang, smelten die voor je ogen weer weg.

Nog een paar korte punten. De staatssecretaris bereidt een nieuw Landelijk Beleidskader GOA voor. Wij vragen haar daarbij een helderder taakverdeling tussen rijk en gemeenten te creëren. Het heeft geen zin om dingen dubbel te doen; dat leidt maar tot risico op afschuiven van verantwoordelijkheden. Ook vallen sommige thema's tussen wal en schip. De rol van ouders bijvoorbeeld. Juist op lokaal niveau kunnen tal van mogelijkheden worden uitgedokterd om hen meer bij de schoolcarrière van hun kinderen te betrekken. Brede buurtscholen, opvoedingsondersteuning, verlengde schooldagen: het floreert het beste in een integrale, lokale aanpak. Daarom zou het in het beleidskader terug te vinden moeten zijn! Met een 'Abi-Abla'-aanpak zijn mooie resultaten te behalen. Zie het boeiende proefschrift van Maurice Crul, die nu eens aan succesvolle allochtone jongeren zelf is gaan vragen wat hen op weg geholpen heeft. Hij kwam opvallend vaak een oudere broer of zus tegen. De Britse Labour-regering heeft een systeem van tutoren ontwikkeld. Experimenten daar bleken interessant genoeg om op landelijk niveau voort te zetten. Laten wij studenten bijvoorbeeld studiepunten geven, als zij bereid zijn een groepje kinderen te begeleiden. Ik heb gekozen voor een Turkse naam, maar ook dit idee is bruikbaar voor alle kinderen. Graag een reactie. Tenslotte: de gewichtenregeling. Die kraakt in haar voegen. Nationaliteit als criterium werkt niet meer, als steeds meer kinderen de Nederlandse nationaliteit krijgen. De drempel werkt wellicht segregatie in de hand. Voor zij-instromers is zelfs een gewicht van 1.9 niet toereikend. Wij beseffen dat herziening van de regeling grote gevolgen in het onderwijs kan hebben. Dat vraagt om een zorgvuldige, fundamentele discussie. Het zou goed zijn als de Onderwijsraad daar een advies over zou uitbrengen.

Ik rond af. Wat de PvdA-fractie betreft is het pad dat de staatssecretaris gekozen heeft, te smal. Dat betreuren we, juist nu we gemerkt hebben hoe breed de zorg in de samenleving over dit thema leeft. Wat ons betreft gaat zij opnieuw aan de slag. Met onderwijsstandaarden, met scholing van leraren, met taalbeleid, met voor- en vroegschoolse opvang. Voor het afsluiten van convenanten achten wij de tijd nog niet rijp, zolang het voorstel voor laboratoriumscholen nog zo schetsmatig is. Bovenal manen wij de staatssecretaris tot spoed. Voor kansarme kinderen is elk jaar dat niet goed gaat een verloren jaar. Wie hun talenten niet verspillen wil, heeft geen tijd te verliezen.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie