Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

CDA: Integrale Aanpak Mestproblematiek

Datum nieuwsfeit: 22-03-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
CDA

Integrale Aanpak Mestproblematiek

Den Haag, 22 maart 2000

Inleiding voor de fractie

Van Aartsen, 10 juli 1997. Aanvang van dit dossier. Op die dag presenteerde de toenmalige minister van landbouw zijn herstructureringsvoorstellen voor de varkenshouderij. In eerste instantie werden deze voorstellen beoordeeld als martktordeningsvoorstellen. Bij de herziene versie gold de EU Nitraatrichtlijn als onderbouwing. De Wet Herstructurering Varkenshouderij heeft lange tijd voor een impasse in het mestdossier gezorgd. Dit werd veroorzaakt door de juridische procedures over de vraag of er generiek gekort mag worden zonder schadevergoeding. De CDA-fractie heeft zich hiertegen altijd fel verzet. De voorlopige tussenstand is dat de rechter heeft bepaald dat een deel van de generieke korting mag plaats vinden, de omvang is vastgesteld op dat deel dat verantwoordelijk is voor een te grote belasting voor het milieu en is vastgesteld op een 10% generieke korting op varkensrechten. De overheid gaat deze nu doorvoeren, het laatste proces is hier nog niet over gevoerd. Voor de overige 15% generieke korting (25% totaal) die de toenmalige minister wilde doorvoeren heeft de rechter geen toestemming geven.
Inmiddels is het mestprobleem veel nijpender geworden omdat voldaan moet worden aan de nitraatrichtlijn, van 50 miligram N per liter grond/drinkwater. Daarnaast beperkt de aanpak van het mestprobleem zich niet meer uitsluitend tot de varkenssector maar is het (terecht) verbreed tot de complete veehouderij (varkens, runderen, kippen). Het kabinet heeft inmiddels ingestemd met een nieuw plan van aanpak (dit wetsvoorstel moet de Kamer nog bereiken). De kern hiervan is dat iedere veehouderij verantwoordelijk wordt gesteld voor de afzet van de eigen geproduceerde mest, middels mestafzetcontracten met akkerbouwers, export, be- en verwerking van mest en verbranding. Hieraan moet iedere veehouder in Nederland voor 2003 aan voldoen. Dit heeft tot gevolg dat zeker 6000 bedrijven zullen moeten verdwijnen als gevolg van een tekort aan ruimte (land/grond) om de mest op verantwoorde wijze uit te rijden en om aan de overige maatregelen met betrekking tot milieu en dierenwelzijn te kunnen voldoen. Om de veehouderij sectoren tegemoet te komen is een pakket flankerende maatregelen bedacht om met name diegene die willen/moeten wijken tegemoet te komen opdat geen compleet koude sanering plaats zal vinden.
Onderdelen van de op handen zijnde ReconstructieWet treden tegelijkertijd in werking. De ReconstructieWet beoogt versterking en vernieuwing van het platteland te bereiken waarbij tevens milieu, ziektepreventie, vitaliteit en natuurwaarden doelen worden meegenenomen.
Tot op heden gaat de regering voorbij aan de onderbouwing van het mestbeleid. De onderbouwing van het mestbeleid (die grotendeels theoretisch tot stand gekomen is) vormt de spil van de CDA-inbreng. Op basis van niet wetenschappelijk onderbouwde en niet daadwerkelijk gemeten waarden zijn de normen ten aanzien van de Nitraatrichtlijn vastgesteld. Deze geven een onjuiste voorstelling van zaken, met als gevolg dat de Nederlandse landbouw aan veel strengere eisen moet voldoen dan strikt noodzakelijk is. Daardoor moeten de sectoren een extra aderlating doen die overbodig is.

CDA Inbreng

Doelstelling van de voorstellen van de minister is het voldoen aan de EU-Nitraatrichtlijn

Aanleiding van dit debat is de brief van 25 februari jongstleden. Hierin beschrijven de ministers van VROM en LNV de nadere uitwerking van het flankerend beleid. Het flankerend beleid dat nodig is om de verstrekkende gevolgen voor de sectoren, om aan de Nitraatrichtlijn te voldoen, enigszins te faciliteren.

Voodat ik hier op in ga, moet mij toch het volgende van het hart. Vandaag spreken we onder andere over het pakket begeleidende maatregelen. Vanmorgen werd deze opengesteld en kunnen ondernemers erop inschrijven. Afgelopen vrijdag werd deze bekend gemaakt en eerst nu spreekt de Kamer erover. Daar wringt de schoen. Wie weet is de regeling zo succesvol, en ik sluit niks uit, dat er al voor 100 miljoen aan aanvragen binnen zijn en dan moeten wij daar nu nog over spreken. Wellicht voelen ook collegas de behoefte om voorstellen tot aanpassing te doen, ik sluit niks uit. En het is niet ondenkbaar dat de Kamer er nog veel reacties over krijgt en dat een langere voorbereidingstijd wenselijk was geweest. Dat er wat te zeggen valt over het democratische gehalte van de behandeling, dat sluit ik ook niet uit.

De CDA-fractie kan niet ontkennen dat het begeleidende pakket maatregelen een aanzienlijke verbetering is ten aanzien van eerdere voorstellen. Een aantal onderwerpen waar de CDA-fractie reeds lange tijd voor heeft gepleit zien wij hierin terug. Wat echter met name opvalt is dat het beleid grotendeels gericht is op wijkers en voor de blijvers geen houvast biedt voor de periode na 2003.

Het beleid is met name gericht op wijkers. De twee pijlers uit het pakket maatregelen zijn: de opkoopregeling in staffels en een Ruimte voor Ruimte benadering. Daarnaast wordt middels fiscale instrumenten wat gedaan, weinig concreets over mestbe- en verwerking en het stank- en ammoniakbeleid moet nog gedeeltelijk ingevuld worden.

In totaal wordt 1.8 miljard gulden uitgetrokken. 950 miljoen voor de Ruimte voor Ruimte benadering en 670 miljoen voor de opkoopregeling.

De opkoopregeling is voor heel Nederland, de CDA-fractie pleit ervoor om ook de Ruimte voor Ruimte benadering voor alle provincies te laten gelden. Met andere woorden als een geografisch bredere toepassing van de Ruimte voor Ruimte benadering ertoe bijdraagt om eerder aan de doelstellingen te voldoen, dan is het niet meer dan rechtvaardig dat ook intensieve veehouders buiten de 5 reconstructie provincies hiervan kunnen profiteren.

Als we spreken over een integrale aanpak dan betekent dat in de ogen van de CDA-fractie, versterking en vernieuwing van alle sectoren en het gelijktijdig voldoen aan milieudoelstellingen. Dit wordt tevens bereikt via de Reconstructiewet waar wij nog over komen te spreken. In dit verband wil ik een mijn zorgen uitspreken voor de melkveehouderij. Deze zijn uitgesloten voor de opkoopregeling omdat ze extensief is, daarnaast is zij ook uitgesloten voor de Ruimte voor Ruimte benadering. Het is echter duidelijk dat voor de plaatsingsruimte voor mest van runderen na 2003 de melkveehouderij in de knel komt ondanks hun extensieve imago. 60% van de melkveehouders zal niet aan de dan geldende normen kunnen voldoen.

De CDA-fractie was van mening dat met de start van de opkoopregeling hoog ingezet moet worden. De eerste klap is een daalder waard. Helaas heeft de minster voor een bedrag gekozen dat in onze ogen wat aan de magere kant is. Ook word het eerste trance bedrag gelimiteerd tot 100 miljoen, dat is jammer. De CDA fractie ahd liever gezien dat de minister het advies van de commissie Koning had op gevolgd. Het iz voor de CDA fractie niet te accepteren als ondernemers de deksel op de neus zouden krijgen, omdat het bedrag van 100 miljoen is overschreden. Een dergelijke beslissing nemen is zeer ingrijpend, als je als ondernemer tot dat besluit komt dan is het toch niet te verkopen als hij dan de boodschap krijgt dat het budget niet toereikend is.

De opkoopregeling dient uniform toegepast te worden ongeacht de situering van bedrijven. Ligging van bedrijven binnen de EHS, SGR of anderszins heeft in deze geen extra prioriteit (dubbele agenda PvdA).

Om welke reden zijn de nertsenhouderij en de konijnenhouderij niet meegenomen. Ook deze zijn intensieve en dragenbij aan het mest en dus het overschatte nitraatprobleem.

Het tweede onderdeel van de sloopsubsidie is de tegemoetkoming in de waarde van de gebouwen. De grondslag voor de taxatie is de gecorrigeerde vervangingswaarde. In de eerste tranche wordt maximaal 40% van de gecorrigeerde vervangingswaarde vergoed. De CDA-fractie pleit voor maatwerk. Laat het te vergoede percentage vrij, met andere woorden, laat de beoordeling over aan de provincies zelf.

Voor wat betreft stank is nog veel onduidelijk. We kunnen lezen dat er een nieuwe cumulatietechniek wordt ontwikkeld, meer onderzoek wordt daar momenteel nog aan gedaan. Deze cumulatie techniek/beoordeling vinden wij overbodig, hier komen we later nog op terug.

Naast de zojuist genoemde punten zijn er nog een aantal zaken die opheldering behoeven voordat de regeling in werking treedt, ware het niet dat deze reeds in werking is getreden. U begrijpt dat op deze vragen vandaag nog duidelijk antwoord moet komen. Dat lijkt me noodzakelijk voor ondernemers om mee te nemen in hun beslissing om te stoppen dan wel door te gaan met hun bedrijf:
Wat zijn de fiscale aspecten.

Om welke reden is er voor gekozen om de beslissing van een ondernemer om te stoppen, onherroepelijk te laten zijn. Mede gezien het feit dat deze pas later definitief weet welke bedrag hij krijgt als vervangingswaarde voor zijn stallen.

Waarom is voor een sloop vergoeding gekozen van slechts 50 gulden (eerder in BEVAR vastgesteld op 80 gulden.

Goedkeuring uit Brussel moet nog verkregen worden, men verwacht geen problemen. Wat als die er wel zouden zijn

Om welke reden komen bedrijven die na 10 september 1999 grond hebben verkocht niet meer in aanmerking voor de regeling.

Waarom moeten bedrijven binnen de EHS verplicht hun grond verkopen aan BBL.

Hoe worden gedwongen ontslagen begeleid in het vinden van ander werk (zie brief FNV, vaak oudere laaggeschoolde arbeidskrachten)

Welke initiatieven gaat de minister ondernemen ten aanzien van schulsanering.

Waarom komen bedrijven die aan een eerdere opkoopregeling hebben deel genomen niet in aanmerking voor de ruimte voor ruimte benadering.

De rechter heeft bepaald dat een generieke korting van 10% zonder schadevergoeding doorgevoerd mag worden in de varkenshouderij. Ondanks dat er door geprocedeerd wordt en dus het laatste woord hier nog niet over gezegd is voert de regering de korting door. Het CDA heeft zich hiertegen altijd fel verzet en wij zijn daar nog steeds tegenstander van. Wij verwachten echter dat door de invoering van de korting weer vele knelgevallen zullen ontstaan gezien het feit dat in het verleden deze 10% weer rechtmatig opgevuld is, inclusief de latente ruimte. Voor de overige 15% generieke korting (25% totaal) die de toenmalige minister wilde doorvoeren heeft de rechter geen toestemming geven. Graag horen wij van de minister hoe hij hier over denkt, hoe hij dit denkt te ondervangen en hoe groot de feitelijke korting zal uitpakken.

De evaluatie van het mest- en ammoniakbeleid zou eerst in 2008 plaatsvinden, dat was zo overeen gekomen met de sector. Deze evaluatie is nu vervroegd naar 2002. Met het oog op de evaluatie van het mest- en ammoniakbeleid in 2002 wordt het onderzoek- en monitoringsprogramma geïntensiveerd. Hiermee geeft de regering invulling aan de motie-Meijer (Tweede Kamer, vergaderjaar 1999-2000, 26 800 XIV, nr.14). De CDA-fractie is blij dat de regering een begin heeft gemaakt met de uitvoering van de motie. Echter wij zijn van mening dat slechts ten delen tegemoet gekomen wordt aan het dictum van de motie. Kern van de motie Meijer is om meer inzicht te krijgen door middel van daadwerkelijk meten over de effecten van wat nitraat doet per grondsoort, gewas en bij dezelfde meetmethoden. Op basis van deze gegevens is dan vast te stellen of de aanvoernormen zoals deze door Brussel zijn vastgesteld, gebaseerd zijn op de werkelijke situatie. In dit verband heeft onze fractie een aantal aanvullende vragen waar we antwoord op willen:

1. Voor de vaststelling van de normen voor de Nitraatrichtlijn heeft de Nederlandse regering Brussel van gegevens moeten voorzien. Deze cijfers gaven de milieubelasting van de Nederlandse bodem ten gevolge van overbemesting door de land- en tuinbouw weer. Vraag: Op basis van welke en hoeveel daadwerkelijke metingen zijn destijds de cijfers vastgesteld die aan Brussel zijn aangeboden.

2. Hoe hard waren de gegevens/cijfers die in Brussel zijn aangeboden.
3. Hoe betrouwbaar waren de gegevens/cijfers die in Brussel zijn aangeboden.

4. Zijn de ministers van mening dat deze gegevens een betrouwbare weergave zijn van de realiteit.

De CDA-fractie wil naar aanleiding van de uitvoering van de motie-Meijer de regering oproepen om aan te tonen wat nu de daadwerkelijke belasting door de land- en tuinbouw op de Nederlandse bodem en grondwater is, op basis waarvan betrouwbare aanwendingsnormen afgeleid kunnen worden in plaats van de natte vinger norm van 170 kg stikstof die Brussel hanteert.

MINAS

1. MINAS is verworden tot een grote bureaucratische rompslomp die haar doel voorbij schiet. Het werkt als middel niet meer.
2. Brussel ziet MINAS steeds minder als een adequaat controle systeem als bijdrage aan het oplossen van de mestproblematiek in Nederland.
3. Tussen de verschillende mestmonsters zitten grote (vaak onverklaarbare) verschillen.

4. Bij de uitvoering doen zich voor bedrijven veel oneigenlijke problemen voor. Zoals bijvoorbeeld bij akkerbouwers met een tweede tak en bedrijven met meerdere UBNs.

5. Door MINAS nemen de administratieve lasten ten gevolge van te maken kosten enorm toe, dat is slecht voor de concurrentiepositie, voorbeelden hiervan zijn de veesaldokaarten en de accountantsverklaring zeer kosten verhogend.

6. MINAS werkt belemmerend bij bedrijfsovernames gezien de voorraadvorming van mineralen die meegenomen moeten worden.
7. Er worden gedifferentieerde normen binnen een gebied toegepast. Dit is onder de huidige Nitraatrichtlijn niet toegestaan omdat Nederland als één gebied is aangewezen.

Om bovenstaande redenen pleit de CDA-fractie voor het volgende, waarbij de nadruk ligt op Meten is weten en de verantwoordelijkheid daar gelegd wordt waar die hoort, bij de boer:

Hanteer MINAS wederom als management instrument waar het oorspronkelijk voor bedoeld was.

Introduceer een eenvoudige stikstofboekhouding.

Grondwatermonstername per boer per jaar. De gehaltes in het monster zijn bepalend voor de aanwending van mineralen op het land.

De laatste tijd is veel tumult ontstaan ten aanzien van het Boer-boer transport (korte afstand transport). De CDA-fractie was destijds mede verantwoordelijk voor de invoering ervan. De redenen waren toen ook legitiem: MINAS maximaal acceptabel maken voor Brussel. Die reden is weggevallen en daarom vinden wij op dit moment het toepassen van het zware regime gezien bovenstaande een onevenredige belasting in relatie tot het doel dat ermee beoogd wordt. Daarom stellen wij het volgende voor, waarbij de reeds gedane investeringen behouden blijven: Voortzetting van het verlichte regime tot en met 2002 onder twee voorwaarden:

Bemonsteren bij transport.

Afzetcontract op basis van de 1 op 1 relatie

Concluderend, de CDA-fractie is van mening dat we in onze landbouwsectoren langs dezelfde lijn afspraken kunnen en moeten maken met betrekking tot milieudoelen zoals we dat doen bij bijvoorbeeld Schiphol. Hierbij werken we met doelvoorschriften in plaats van middelvoorschriften, waarbij de verantwoordelijkheid gelegd wordt bij de ondernemer. De daadwerkelijke gemeten waarden dienen als basis voor de aanvoernormen van mineralen op het land, conform de daadwerkelijk gemeten geluidswaarden op Schiphol die de basis zijn voor het aantal starts en landingen. p.m. Ammoniakbeleid na 2005 (Europa: 104 miljoen ton + bandbreedte)

Moties:
Verbrede toepassing Ruimte voor ruimte
Stankrichtlijn

Kamerlid: Theo Meijer

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie