Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Kamerbrief over de positie van concierges

Datum nieuwsfeit: 22-03-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

brief mi nocw inzake de positie van concierges
Gemaakt: 30-3-2000 tijd: 11:51


2

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Zoetermeer, 22 maart 2000

Onderwerp:

positie concierges

Op de vraag in welke mate ik aandacht besteed aan de problemen rondom de positie van de conciërge zoals die door het Conciërge Comité verwoord worden, kan ik u het volgende meedelen.

De afgelopen 2 jaar is veelvuldig correspondentie gevoerd met de voorzitter van het comité. Naar aanleiding van een verzoek van het comité heb ik het comité op 14 juli 1999 ontvangen. Bij deze bijeenkomst kreeg ik van hen het zogenoemde Zwartboek overhandigd. Dit betreft een bundeling van persoonlijke verhalen van conciërges in relatie tot hun werkzaamheden.

Sinds 1 augustus 1996 ben ik voor wat betreft het voortgezet onderwijs alleen nog verantwoordelijk voor de arbeidsvoorwaardenvorming op het gebied van de zogenoemde protocolonderwerpen (algemene salarisontwikkeling, algemene arbeidsduur, ijkpunten functiewaardering en bovenwettelijke sociale zekerheid).

De ijkpunten functiewaardering zijn neergelegd in de taakkarakteristieken voor leraren en directeuren. Het is de verantwoordelijkheid van de instelling om de functie van conciërge of enige andere onderwijs ondersteunende functie te waarderen.

De arbeidsvoorwaarden voor het personeel dat werkzaam is in het primair onderwijs komen onder mijn verantwoordelijkheid tot stand en staan beschreven in het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel (RPBO). In het RPBO is in bijlage S1 de normfunctie van conciërge beschreven. Deze functie is gewaardeerd met schaal 3.

Wanneer het bevoegd gezag iemand aanstelt in een andere functie dan een normfunctie, dient het bevoegd gezag deze te waarderen, rekening houdend met de voor het rijkspersoneel ter zake geldende normen (artikel I-P2, vierde en vijfde lid van het RPBO). De mogelijkheid om een functie als die van facilitair beheerder te creëren, is er dus ook in het primair onderwijs, maar de keuze daartoe is aan het bevoegd gezag van de instelling.

Dat conciërges, met name in het primair onderwijs, verdrongen worden door betrokkenen die in het kader van de Regeling in- en doorstroombanen voor langdurig werklozen aan een school worden aangesteld, kan ik niet onderschrijven.

De inhoud van de I/D-functie is anders dan die van de normfunctie conciërge en is daarom ook lager gewaardeerd. Het aanstellen van een betrokkene volgens genoemde regeling kan geen aanleiding zijn tot het ontslaan van een regulier benoemde conciërge.

Ter informatie kan ik u meedelen dat uit onderzoek is gebleken dat lagere functies in het onderwijs beter beloond worden dan de vergelijkbare functies in het bedrijfsleven

(Bron: Een vergelijking van de lonen bij de overheid met lonen in de marktsector,

Alessie en Hoogendoorn, Center Applied Research, 1999).

In de CAO onderwijs 1999-2000 zijn enige specifieke salarismaatregelen afgesproken die voordelig uitwerken voor de conciërges. Zo zijn in de op de conciërges van toepassing zijnde carrièrepatronen vanaf 1 januari 2000 4 zogenoemde wachtjaren komen te vervallen. Conciërges bereiken hierdoor 4 jaar eerder het hoogste bedrag van hun carrièrepatroon. Voor de conciërges die op 1 januari 2000 volgens één van de wachtjaren werden bezoldigd, betekende dit direct een salarisverhoging van maximaal 200 gulden bruto per maand. Tevens is de op hen van toepassing zijnde eindejaarsuitkering vanaf het kalenderjaar 1999 verhoogd met f 396,-- en is bij de vaststelling van de algemene salarismaatregel per 1 februari 1999 een zogenoemde vloer afgesproken waardoor mede hun salaris relatief hoger is vastgesteld dan die van het overige onderwijspersoneel.

Het vorenstaande heb ik in correspondentie en in een gesprek aan het Conciërge Comité uiteengezet.

Tenslotte deel ik u mee dat het overleg over de CAO met ingang van
2000 inmiddels is gestart en dat de centrales daarbij opnieuw de positie van de conciërge aan de orde hebben gesteld.
Ik vetrouw er op u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

(drs. L.M.L.H.A. Hermans)

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie