Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief VROM met verslag vergadering exCOP

Datum nieuwsfeit: 22-03-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Brief VROM verslag vergadering excop 24-29

2000

Gemaakt: 24-3-2000 tijd: 11:18


3


26800 XI Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (XI) voor het jaar 2000
nr. 60 Brief van de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 22 maart 2000

Mede namens de Ministers van EZ, LNV en Buitenlandse Zaken doe ik u hierbij een verslag toekomen van de eerste buitengewone vergadering van de Conferentie van Partijen (exCOP) bij het Biodiversiteitsverdrag, gehouden van 24 t/m 29 januari 2000 in Montreal, Canada.

De Nederlandse interdepartementale delegatie (VROM, EZ, BuZa, LNV), uitgebreid met adviseurs uit de milieuorganisaties, de industrie en de COGEM (Commissie Genetische Modificatie), stond onder leiding van de Minister van VROM.

Doel van de bijeenkomst was om, na de mislukte onderhandelingen vorig jaar in Cartagena, te komen tot overeenstemming over de tekst van het zogenaamde Cartagena Protocol. Na vijf jaar van onderhandelingen hebben de ongeveer 130 aanwezige landen deze overeenstemming inderdaad weten te bereiken. De overeengekomen tekst van het Protocol zal tijdens de vijfde conferentie van Partijen bij het Biodiversiteitsverdrag (CBD-COP 5), te houden in Nairobi van 15-26 mei
2000, worden opengesteld voor ondertekening. Het Protocol zal in werking treden als vijftig landen zijn overgegaan tot ratificatie van het Protocol.

Het Protocol beoogt het milieu te beschermen tegen de mogelijke risico's op het gebied van grensoverschrijdend verkeer van genetisch veranderde levende organismen (`living modified organisms'/LMO's).

Belangrijkste elementen uit het Protocol zijn:

Relatie van het Protocol tot andere internationale verdragen (preambule)
Er heeft een langdurige discussie plaatsgevonden over de relatie van het Protocol met andere internationale overeenkomsten (de z.g. hiërarchie-discussie). In de preambule is uiteindelijk komen te staan dat het Protocol geen wijziging impliceert in de rechten en verplichtingen voortvloeiend uit andere internationale overeenkomsten.
Reikwijdte (art. 4, 5 en 6)

Het Protocol omvat in beginsel alle LMO's. LMO-medicijnen voor menselijk gebruik (vaccins) die reeds onder ander internationale regels vallen zijn uitgezonderd van het Protocol. LMO's voor zgn. ingeperkt gebruik (gebruik in een laboratorium zonder dat de LMO's in het milieu worden gebracht) en LMO's in transit vallen onder de reikwijdte van het Protocol, maar zijn uitgezonderd van de `Advanced Informed Agreement-procedure' (AIA). De van LMO's afgeleide niet levende producten, zoals sojaschroot en maïsmeel, vallen niet onder het bereik van het Protocol.

AIA-Procedure voor LMO's (art. 7, 8, 9,10 en 12)

De exporterende partij draagt er zorg voor dat aan het land van import kennis wordt gegeven van het voornemen van grensoverschrijdend verkeer van LMO's naar het betrokken land. Het land van import bevestigt de ontvangst van de notificatie en geeft daarbij onder meer aan of de invoer volgens de nationale wetgeving of volgens de procedure voorzien in het Protocol zal plaatsvinden. Volgt het land van invoer de procedure van het Protocol, dan dient in beginsel uiterlijk 270 dagen na notificatie een met redenen omkleed besluit te volgen (toestemming voor invoer, toestemming voor invoer onder voorwaarden, geen toestemming voor invoer). Het land van invoer mag bij de besluitvorming het voorzorgsbeginsel mee laten wegen.

Voorzorgsbeginsel (art. 10 en 11)

Voor het eerst is het voorzorgsbeginsel opgenomen in het operationele deel van een multilaterale milieuovereenkomst. Het is in artikel 10 lid 6, uiteindelijk als volgt omschreven:

`Gebrek aan wetenschappelijke zekerheid als gevolg van ontoereikende relevante wetenschappelijke informatie en kennis betreffende de reikwijdte van de potentiële negatieve effecten van een LMO op het behoud en duurzaam gebruik van biologische diversiteit in het land van import, daarbij ook in acht nemend de risico's voor de menselijke gezondheid, zal dit land niet verhinderen waar noodzakelijk , met betrekking tot de import van het betreffende LMO een beslissing te nemen als waarnaar verwezen in paragraaf 3, om dergelijke eventuele schadelijke effecten te voorkomen of te minimaliseren.'

Bulkgoederen

Het Protocol bevat een aparte procedure voor genetisch gemodificeerde bulkgoederen bestemd voor voeding, diervoeders of verwerking (o.a. sojabonen en maïs). Zodra een land een besluit neemt over het op de nationale markt toestaan van een LMO, dat mogelijk geschikt is voor direct gebruik in voeding dan wel diervoeding of voor verwerking, wordt dit gemeld aan het zgn. `Clearing House Mechanism' (CHM), een soort databank. Het bewuste LMO is dan dus nog niet geëxporteerd. Vervolgens kunnen alle landen die zijn aangesloten bij het Protocol nadere informatie vragen. Zij worden geacht hun regelgeving op het terrein van invoer van genetisch gemodificeerde bulkgoederen aan het CHM door te geven. Het Protocol voorziet niet in een eigen procedure voor de invoer van bulkgoederen. De uitvoer van deze goederen naar een land kan echter niet zonder meer plaatsvinden. Het Protocol geeft partijen het recht de invoer van LMO's aan expliciete toestemming te onderwerpen. Landen mogen dus op grond van het Protocol op de invoer van deze goederen hun nationale regelgeving toepassen. Ontwikkelingslanden en landen met een economie in transitie die (nog) geen nationale wetgeving hebben kunnen via het CHM aangeven dat besluitvorming t.a.v. een eerste invoer van genetisch gemodificeerde bulkgoederen binnen een termijn van 270 dagen plaatsvindt en gebaseerd zal zijn op de in het Protocol voorziene risicobeoordeling.

Expliciete toestemming (art. 9, 10 en 11)
Het bovenstaande betekent dat een exporteur van LMO's pas over kan gaan tot de uitvoer van LMO's na expliciete toestemming van het land van invoer.

Art. 10, lid 5: `Het verzuim van de invoerende Partij haar beslissing binnen tweehonderdenzeventig dagen na datum van ontvangst van de notificatie te communiceren, zal geen instemming met een grensoverschrijdend transport impliceren.'

Art. 11, lid 7: `Het verzuim van een Partij haar beslissing volgens paragraaf 6 te communiceren, zal niet haar toestemming of weigering van de import van een LMO bedoeld voor direct gebruik als voedsel of veevoeder, of voor de verwerking impliceren, behalve indien anders aangegeven door de Partij.'

Documentatie (art. 18)

LMO's die de grens overgaan moeten vergezeld zijn van bepaalde informatie/ documentatie. Voor bulktransporten van LMO's is bepaald dat ze geïdentificeerd moeten worden als `may contain LMOs'. Dit heeft twee gevolgen, te weten dat:


- ladingen die niet vergezeld gaan van een dergelijk document LMO-vrij zijn;

- bij ladingen die wel vergezeld gaan van een dergelijk document niet behoeft te
worden aangegeven welke bulkgoederen er in de lading zitten.
Tijdens de onderhandelingen in Montreal moesten vele tegenstellingen overbrugd worden. De mislukking van de vorige ronde, begin '99, in Cartagena, Colombia, stond nog helder voor ogen. De uitgangspunten van de vijf onderhandelingsgroepen, de `Miami-groep' (de grotere exporterende landen), de `like-minded groep' (de meeste ontwikkelingslanden), de Midden- en Oost Europese landen, de `compromise groep' (o.a. Zwitserland, Noorwegen, Japan, Nieuw Zeeland, Singapore) en de EU, lagen veelal ver uiteen. De tegenstellingen concentreerden zich met name op de positie van het Protocol ten opzichte van andere verdragen, zoals de WTO, het voorzorgsbeginsel, de positie van de bulkgoederen en de soevereiniteit van landen om importen te kunnen weigeren.

In de tegenstellingen tussen de `Miami-groep' en andere groepen, zoals met name de `like-minded groep', hebben de EU en de `compromise groep getracht een brugfunctie te vervullen. In de laatste fase ging het echter met name om het overbruggen van verschillen tussen de `Miami- groep' en de EU.

Pas op het laatste moment is over het voorzorgsbeginsel en de bulkgoederen overeenstemming bereikt.

De positie van de VS bij het Protocol blijft een punt van aandacht. Omdat de VS het biodiversiteitsverdrag niet hebben geratificeerd, kan dit land vooralsnog geen partij worden bij het Cartagena protocol. Het is echter een zeer belangrijke exporteur van LMO's en was ook via deelname in de `Miami-groep' nadrukkelijk aanwezig tijdens de onderhandelingen in Montreal. Overigens hebben de verdragspartijen wel afgesproken, dat de transacties tussen een verdragspartij en een niet-verdragspartij in overeenstemming met de doelstelling van het Protocol moet plaatsvinden. Belangrijk is dat alle betrokkenen uiteindelijk ingestemd met het Cartagena Protocol zonder enige kanttekening te plaatsen. Tijdens de slotbijeenkomst van de conferentie waarin het Protocol werd aangenomen, spraken de landen zich uitdrukkelijk positief uit over het bereikte akkoord.

Bijgevoegd vindt u de tekst van het Protocol in de in Montreal overeengekomen Engelse versie. *)

de Minister van Volkshuisvesting,

Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J.P. Pronk


*) Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie
Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie