Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

PvdA over financiering Foster Parents Plan Nederland

Datum nieuwsfeit: 23-03-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Partij van de Arbeid

Den Haag, 23 maart 2000

BIJDRAGE VAN SHARON DIJKSMA (PVDA) AAN HET ALGEMEEN OVERLEG OVER DE TOELATING VAN FOSTER PARENTS PLAN NEDERLAND TOT HET MEDEFINANCIERINGSPROGRAMMA

Vlak voor de eeuwwisseling heeft minister Herfkens de aanvraag van Foster Parents Plan Nederland (FPPN) om toe te treden tot het medefinancieringsprogramma ingewilligd. Na dit besluit is de discussie rondom de medefinanciering van ontwikkelingsorganisaties losgebarsten, waarbij de betrokken organisaties het voortouw hebben genomen, maar ook meningen uit wetenschappelijke kringen breed zijn uitgemeten in de media. De reactie van de vier traditionele medefinancieringsorganisaties (MFO's) was enigszins voorspelbaar, hoewel de voortdurende dreiging met het nemen van juridische stappen tegen dit besluit kan worden bestempeld als vergaand. Novib, Hivos, Icco en Cordaid verwerpen de manier waarop het besluitvormingsproces is verlopen alsmede de toepassing van de subsidieregeling, die in hun ogen onjuist is. Ook vrezen deze organisaties "Belgische praktijken", waarmee wordt verwezen naar de versnippering die heeft plaatsgevonden in de ontwikkelingssamenwerking van onze zuiderburen. Minister Herfkens daarentegen hamert op het gevaar van kartelvorming als de subsidiewet geen andere aanvragen honoreert. Dat na dit besluit "het hek van de dam is" en de versnippering zijn intrede zal doen, bestrijdt ze. FPPN vervult haars inziens het laatste additionele element binnen de MFO's, nl. "het kind". Overigens interesseert het mijn fractie in hoge mate of met het vullen van de laatste "niche"binnen het medefinancieringsprogramma - het zijn de woorden van minister Herfkens - er geen sprake zal zijn van een mogelijk kartel zoals de minister de huidige situatie heeft beschreven. Wat is het verschil tussen een kartel van vier of een kartel van vijf organisaties? Kan de minister dat uitleggen?
Voor de PvdA-fractie is het glashelder dat serieuze aanvragen voor toetreding tot het medefinancieringsprogramma een kans verdienen. Met het aannemen van de subsidiewet in 1998 wil je geen fort opbouwen rondom de MFO's. Toch is mijn fractie kritisch ten aanzien van het besluit van minister Herfkens om Foster Parents door middel van dit artikel van de subsidiewet financiële steun te bieden. Die kritiek bestaat uit meerdere componenten:
Allereerst zou ik de minister willen vragen om haar besluit en daarop volgende uitspraken juridisch te onderbouwen. Met andere woorden: is de deur nu niet wagenwijd opengezet voor een groot aantal andere organisaties met een internationale grondslag zoals die van Foster Parents? De PvdA deelt de bezorgdheid van deskundigen die waarschuwen voor versnippering in het Nederlandse ontwikkelingsbeleid. Alhoewel de minister met regelmaat en met grote overtuiging deze bezorgdheid naast zich neer legt, ben ik van mening dat een gedegen juridisch onderzoek naar mogelijke precedentwerking ten aanzien het nu genomen besluit wenselijk was geweest.. Slechts op die manier kun je met zekerheid stellen dat er geen tientallen andere organisaties binnen of buiten Nederland aanspraak kunnen maken op de medefinancieringsregeling.
Vervolgens wil ik ingaan op de inhoudelijke onderbouwing die ten grondslag ligt aan het besluit van minister Herfkens. Dat Foster Parents Plan bewonderenswaardig werk verricht dat ten goede komt aan kinderen in de arme landen is een feit en staat hier niet ter discussie. De financiële steun die de minister aan deze werkzaamheden van FPPN wil verlenen evenmin. Ik vraag me echter wel af of het opnemen van FPPN in het medefinancieringsprogramma de enige mogelijkheid is om gehoor te geven aan deze aanvraag. Biedt de subsidiewet geen ander artikel waaronder deze organisatie kan worden gebracht? Te denken hierbij valt aan het artikel sociale ontwikkeling, dat onder meer de bevordering van de totstandkoming en uitvoering van het beleid met betrekking tot kinderen herbergt. Het is statutaire vastgelegd dat de werkzaamheden van MFO's in hoofdzaak gericht zijn op structurele armoedebestrijding in ontwikkelingslanden via particuliere organisaties in die landen. FPPN past in dit kader wellicht beter in een andere subsidiestructuur, aangezien deze organisatie middels haar eigen uitvoerende organisatie een rechtstreekse bijdrage levert aan het realiseren van de doelstellingen. FPPN werkt samen met (lokale) partnerorganisaties wanneer het de expertise zelf niet in huis heeft. Deze tegenstrijdigheid kan worden voorkomen indien FPPN niet als MFO wordt ingedeeld, maar subsidie uit een ander potje haalt. Het medefinancieringsprogramma is gericht op structurele armoedebestrijding. Dat kan op een paar manieren: directe armoedebestrijding, helpen het maatschappelijk middenveld op te bouwen én trachten de internationale spelregels te veranderen. In hoeverre heeft de minister Foster Parents aan een uitgebreide kwaliteitstoets onderworpen teneinde te bepalen of deze organisatie aan alle criteria voldoet? Is bijvoorbeeld gecheckt, zoals uw eigen ambassade in Mali suggereert, of alle veldkantoren waarmee FPPN relaties onderhoudt een degelijk beheer voeren? En hoe reageert de minister op de kritiek dat deze organisatie te maken heeft met een vermoedelijk grote overhead in Nederland en in het veld in verhouding tot activiteiten aldaar? Ik moet eerlijk zeggen dat bij nalezing van de adviezen uit uw eigen ambassaderapporten ik geenszins de conclusie kan rechtvaardigen dat Foster Parents zonder meer wordt omarmd als nieuwe aanwinst binnen het medefinancieringsprogramma. In tegenstelling, de teneur is juist uiterst kritisch, en als dat nodig is kan ik dat met vele citaten uit de documenten staven.. Hoe verklaart de minister deze kritische toonzetting van het eigen ambassadepersoneel met haar optimistische vertaling van de geleverde rapporten in de beantwoording van de vragen van mevrouw van Ardenne en de brief die zij de Kamer daarna nog heeft gestuurd? Vervolgens wil ik nu ingaan op de naar mijn mening ongelukkige behandeling van dit besluitvormingsproces. Waarom heeft de minister de huidige MFO's niet betrokken bij de gang van zaken rondom de toelating van FPPN? Een open en eerlijk debat was te prefereren boven een schijnbaar interne besluitvorming.
Samenvattend kan men zich derhalve twee hoofdzaken afvragen: was de beoordeling van de aanvraag wel voldoende en in het verlengde hiervan, kan FPPN niet onder een ander artikel in de subsidiewet vallen? Het is de opvatting van mijn fractie dat zowel juridisch als inhoudelijk de beoordeling van de aanvraag onvoldoende is en mijn fractie is er niet van overtuigd dat het besluit van de minister om Foster Parents een medefinancieringsstatus te verlenen juist is. Wel ziet mijn fractie mogelijkheden om het werk van deze organisatie die een zeer groot draagvlak heeft in onze samenleving van overheidswege te ondersteunen via een ander artikel in de subsidiewet. Tenslotte zijn wij wel van mening dat ook Foster Parents dan volkomen openheid van zaken zal moeten bieden over de wijze waarop haar organisatie functioneert, zeker gezien de nodige discussies en ruis waarmee zij vanuit de eigen achterban bij tijd en wijle wordt geconfronteerd.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie