Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag Europese Raad - Vervoer 28-03-2000

Datum nieuwsfeit: 28-03-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Raad van de Europese Unie

2252. Raad - VERVOER Press Release: Brussels (28-03-2000) - Press: 87 - Nr: 7348/00


7348/00 (Presse 87)

(OR. fr)

PERSMEDEDELING

Onderwerp :


2252e zitting van de Raad

- VERVOER -

Brussel, 28 maart 2000

Voorzitter :

de heer Jorge COELHO

Minister van Infrastructuur van de

Portugese Republiek

INHOUD

DEELNEMERS


*

BESPROKEN PUNTEN

HORIZONTALE VRAAGSTUKKEN


-

GALILEO *

LUCHTVERVOER


-

LUCHTVERVOER EN MILIEU - CONCLUSIES *


-

OPRICHTING VAN EEN EUROPESE AUTORITEIT VOOR DE VEILIGHEID VAN DE

LUCHTVAART (EASA) *


-

RECHTEN VAN DE PASSAGIERS IN HET LUCHTVERVOER *


-

HUSHKITS - CONCLUSIES *

INLANDTRANSPORT


-

INTEROPERABILITEIT VAN HET CONVENTIONELE SPOORWEGSYSTEEM *


-

VERKEERSVEILIGHEID *

ZEEVERVOER


-

VEILIGHEID TER ZEE *

DIVERSEN


-

Eén Europees luchtruim *

-

Zeevervoer, de korte vaart *

-

Het overvliegen van Siberië *

ZONDER DEBAT AANGENOMEN PUNTEN

VERVOER


-

Ondertekening van de overeenkomsten inzake transitogoederenvervoer over de weg met Bulgarije en Hongarije houdende vaststelling van bepaalde voorwaarden voor het goederenvervoer over de weg en de bevordering van het gecombineerd vervoer *

-

Veiligheidsadviseurs voor het vervoer van gevaarlijke goederen *
-

Spoorwegpakket * *

Voor meer informatie: tel. 02/285.60.83 of 02/285.68.08

DEELNEMERS

De regeringen van de lidstaten en de Europese Commissie waren als volgt vertegenwoordigd:

België :

Mevrouw Isabelle DURANT

Vice-Eerste Minister en Minister van Mobiliteit en Vervoer

Denemarken
:

de heer Jacob BUKSTI

Minister van Vervoer

Duitsland
:

De heer Reinhard KLIMMT

Minister van Verkeer en Bouw- en Woonbeleid

Mevrouw Elke FERNER

Staatssecretaris, Ministerie van Verkeer en Bouw- en Woonbeleid

Griekenland
:

De heer Stavros SOUMAKIS

Minister van Koopvaardij

De heer Joannis MANIATIS

Secretaris-generaal, Ministerie van Vervoer

Spanje
:

De heer Miguel Angel NAVARRO

Plaatsvervangend Permanent vertegenwoordiger

Frankrijk
:

De heer Jean-Claude GAYSSOT

Minister van Infrastructuur, Verkeer en Huisvesting

Ierland
:

De heer James BRENNAN

Plaatservervangend Permanent vertegenwoordiger

Italië
:

De heer Pierluigi BERSANI

Minister van Verkeer en Scheepvaart

Luxemburg
:

De heer Henri GRETHEN

Minister van Vervoer

Nederland
:

Mevrouw Tineke NETELENBOS

Minister van Verkeer en Waterstaat

Oostenrijk
:

De heer Michael SCHMID

Minister van Wetenschappen en Verkeer

Portugal
:

De heer Jorge COELHO

Minister van Infrastructuurvoorzieningen

De heer António Guilhermino RODRIGUES

Staatssecretaris van Verkeer

De heer José RODRIGUES de MIRANDA

Staatssecretaris van Zeevaart- en havenbestuur

Finland
:

De heer Jan STORE

Plaatsvervangend Permanent vertegenwoordiger

De heer Juhani KORPELA

Staatssecretaris bij het ministerie van Verkeer en Communicatie

Zweden
:

De heer Lars-Olof LINDGREN

Plaatsvervangend Permanent vertegenwoordiger

Verenigd Koninkrijk
:

Lord MacDONALD of Tradeston

Onderminister van Verkeer


* * *

Commissie
:

Mevrouw Loyola DE PALACIO DEL VALLE LERSUNDI

Vice-voorzitter

HORIZONTALE VRAAGSTUKKEN


-

GALILEO

De Raad nam nota van het mondeling verslag van de Commissie over de stand van de werkzaamheden betreffende de ontwerp-fase van GALILEO, het ontwerp van een Europees satellietnavigatiesysteem. De verrichte studies hebben betrekking op de technische aspecten, onder andere op de radiofrequenties, de financiering en met name het partnerschap tussen de overheid en de particuliere sector (POP), de kosten-batenanalyse en de systeemveiligheid. Tevens nam de Raad nota van de stand van de lopende onderhandelingen met de Verenigde Staten enerzijds en Rusland anderzijds, waarbij gezocht wordt naar vormen van een eventuele samenwerking.

De Raad verzocht de Commissie deze werkzaamheden op zodanige wijze voort te zetten dat het tijdschema voor de afronding van de ontwerp-fase wordt gehaald, en hem tijdens zijn zitting van juni aanstaande een schriftelijk verslag voor te leggen over de ontwikkeling van het project en het verloop van de onderhandelingen met de Verenigde Staten en Rusland.

De Raad achtte het van groot belang dat tijdens de Wereldtelecommunicatieconferentie die in mei/juni 2000 te Istanboel zal worden gehouden, de radiofrequenties worden verkregen die voor de uitvoering van het Europees satellietnavigatiesysteem noodzakelijk zijn. De lidstaten zullen in dit verband vastberaden en eensgezind te werk gaan. De Raad erkende eveneens dat bij gesprekken of onderhandelingen met derde landen het communautaire standpunt dient te worden bijgetreden.

LUCHTVERVOER


-

LUCHTVERVOER EN MILIEU - CONCLUSIES

De Raad hield over dit onderwerp een oriënterend debat aan de hand van de Commissiemededeling "Luchtvervoer en milieu". Vervolgens keurde de Raad onderstaande conclusies met betrekking tot dit onderwerp goed.
Deze mededeling van de Commissie kadert, zoals bekend, in de door de Europese Raad te Helsinki goedgekeurde strategie tot integratie van milieu-aspecten in de diverse beleidssectoren, waaronder het vervoer. De Commissie gaat uit van de vaststelling dat het luchtvervoer een groeisector vormt, die voor de economieën van de Unie belangrijk is. Maar de groei in deze sector ligt veel hoger dan het tempo van de verbeteringen op het gebied van het milieu die door de technische vooruitgang mogelijk worden gemaakt. Deze kloof lijkt in de toekomst alleen maar breder te zullen worden, tenzij wordt ingegrepen middels verbeteringen op het punt van de milieuprestaties van de luchtvervoersactiviteiten, die de gevolgen voor het milieu van de groei in deze sector zouden compenseren.

In haar mededeling bestudeert de Commissie hoe de Europese Unie op het gebied van het luchtvervoer een samenhangend en geïntegreerd beleid zou kunnen voeren, en geeft zij haar bevindingen hierover weer. In dit verband stelt zij in de mededeling dat de verwijzing naar betere, bij voorkeur in internationale overeen-komsten vast te leggen normen en regelingen, dient te worden aangevuld met een effectiever systeem van maatregelen op het niveau van de Europese Unie en op nationaal en plaatselijk niveau tot versnelde invoering van meer milieuvriendelijke exploitatietechnologieën en -technieken, waardoor het lawaai en de gasemissies van vliegtuigen kunnen worden beperkt. Voor een dergelijk optreden bestaat er trouwens reeds een passend pendant op internationaal niveau, namelijk de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO).

De Commissie geeft de voorkeur aan economische en regelgevende stimuleringsmaatregelen om het concurrentievoordeel voor die exploitanten en gebruikers die de voorkeur geven aan het gebruik van de modernste technieken en aan milieubesparende exploitatiewijzen, te vergroten. Op langere termijn moet er door middel van de programma's voor onderzoek en ontwikkeling naar worden gestreefd op het stuk van de milieuprestaties van vliegtuigen en hun motoren aanzienlijke vooruitgang te boeken.

De Raad besprak tijdens zijn debat vooral de verschillende vragen die in de Commissiemededeling aan de orde komen, met name de problemen in verband met de goedkeuring van de nieuwe internationale geluidsnorm voor vliegtuigen door de Algemene vergadering van de ICAO in september 2001, en de economische stimuleringsmaatregelen die genomen moeten worden om de toepassing van milieu-vriendelijker technieken en middelen te bevorderen. De Raad acht daarbij een gecoördineerd optreden ter voorbereiding van de algemene vergadering van de ICAO te Montreal in september 2001 van het grootste belang. In dit verband hield hij tevens een gedachtewisseling over de problemen betreffende de belastingheffing op vliegtuigbrandstof.

De Raad verzocht de Commissie binnen het kader van haar bevoegdheden haar werkzaamheden voort te zetten, en daarbij niet alleen rekening te houden met de door de Raad goedgekeurde conclusies maar eveneens met de overige resultaten van het debat.

Conclusies van de Raad inzake luchtvaart en milieu:

"De Raad

HERINNERT ERAAN dat in het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, als gewijzigd bij het Verdrag van Amsterdam, wordt bepaald dat de eisen inzake milieubescherming moeten worden geïntegreerd in de omschrijving en uitvoering van het beleid en het optreden van de Gemeenschap, met het oog op het bevorderen van duurzame ontwikkeling (artikel 6);

HERINNERT ERAAN dat de strategie van de Raad inzake de integratie van milieu en duurzame ontwikkeling in het vervoersbeleid - die naast andere sectoriële strategieën door de Europese Raad van Helsinki in december 1999 werd goedgekeurd - er ook toe bijdraagt dat de Gemeenschap haar ambitie - volledige nakoming van het Protocol van Kyoto van 1997 bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatsverandering - zal verwezenlijken;

HERINNERT ERAAN dat in deze strategie de gebieden worden aangewezen waar de grootste behoefte bestaat aan maatregelen ter beperking van de toename van CO2- en andere gasachtige emissies van het vervoer, met name het wegvervoer en de luchtvaart, alsook lawaai van wegvervoer, spoorwegen en luchtvaart; verlegging van de keuze van vervoerwijze via bevordering van de uit milieuoogpunt minder schadelijke vervoerwijzen, verbeterde uitstoot- en geluidsnormen, technologische verbeteringen, operationele maatregelen en economische incentives werden in de strategie voorts genoemd als manieren om de milieugevolgen van de luchtvaart aan te pakken;

HERINNERT AAN het standpunt dat het Finse voorzitterschap namens de Europese Unie en haar lidstaten in november 1999 tijdens de 5e conferentie van de partijen bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering heeft gepresenteerd ten aanzien van het speciaal rapport van de intergouvernementele werkgroep inzake klimaatsverandering (IPPC) "Aviation and Global Atmosphere";

IS VAN OORDEEL dat verfijning van de sectoriële strategieën een doorlopend proces is en dat alle sectoren van de economie tot het algemene doel van duurzame ontwikkeling moeten bijdragen; is van oordeel dat een dergelijke strategie wat de luchtvaart betreft op lange termijn gericht moet zijn op het bereiken van een verbetering van de milieuprestatie van luchtvervoersoperaties die de milieugevolgen van de groei van deze sector compenseren; maatregelen van deze strekking dienen

tevens een hoog veiligheidsniveau te waarborgen, concurrentievervalsing te voorkomen, de liberalisering van het luchtvervoer, de efficiënte werking van het vervoerssysteem en billijke toegang tot vervoersdiensten te vrijwaren, en rekening te houden met de uiteenlopende situaties in de verschillende regio's van de Gemeenschap en, met name, met de vereiste samenhang;

IS VAN OORDEEL dat als onderdeel van de integratiestrategie in de luchtvaartsector rekening moet worden gehouden met de differentiatie van de beleidsmaatregelen op basis van de milieukwaliteit van de luchtvaartoperaties;

NEEMT NOTA van het feit dat in de afgelopen jaren in de Gemeenschap vooruitgang is geboekt op weg naar een meer duurzame luchtvaart doordat het gebruik van bepaalde categorieën luidruchtige vliegtuigen bij verscheidene verordeningen en richtlijnen is beperkt;

IS VERHEUGD over de prioriteit die door de Commissie in het kader van de O&O-kaderprogramma's wordt gehecht aan het helpen van het bedrijfsleven bij de ontwikkeling van verbeteringen in de milieuprestatie van vliegtuigen en motoren, alsook over haar voornemen om bij de ontwikkeling van de TEN-T doeltreffender lucht/spoorverbindingen in overweging te nemen teneinde het luchtvervoer door spoorvervoer te kunnen vervangen wanneer het spoor een bevredigend dienstenniveau kan bieden;

ERKENT het mondiale karakter van de luchtvaart; benadrukt dat milieunormen en -methodologieën op internationaal niveau worden vastgesteld en dat in dit internationale kader de nodige aanvullende regionale regelingen moeten worden ontwikkeld als antwoord op specifieke behoeften en verdragsverplichtingen, die, indien van toepassing, verder moeten worden uitgewerkt om de flexibiliteit te bieden die de verscheidenheid aan situaties vereist;

IS ZICH BEWUST van de doorlopende ontwikkeling van het milieubeleid in ICAO-verband, culminerend in de 33e vergadering in 2001 waar in een dergelijk kader fundamentele besluiten moeten worden genomen; derhalve zal actieve en gecoördineerde voorbereiding en deelname door de Gemeenschap en haar lidstaten noodzakelijk zijn; verheugt zich in dit opzicht over het voornemen van de Commissie om een efficiënte en samenhangende strategie voor deze deelname voor te stellen;

IS BIJZONDER INGENOMEN met het initiatief van de Commissie om de kwestie luchtvaart en milieu in haar mededeling "Luchtvervoer en het milieu: werken aan duurzame ontwikkeling" op alomvattende wijze aan te pakken en verzoekt de Commissie haar werk op basis van deze mededeling voort te zetten;

IS VAN OORDEEL dat tot de prioritaire acties behoren:


- ontwikkeling en snelle invoering van striktere internationale geluidsnormen, alsook passende overgangsregelingen voor geleidelijke afschaffing van de vliegtuigen die het meeste lawaai maken, waarmee tegemoet moet worden gekomen aan de verlangens van regio's met hoge milieueisen en dringende geluidsproblemen en van ontwikkelingslanden,

- op een volledige analyse gebaseerde voorstellen voor de invoering van economische incentives ter beperking van de milieu-effecten, vooral als gevolg van gasvormige emissies, van verschillende luchtvaartoperaties, daarbij onder meer rekening houdend met de noodzaak om concurrentievervalsing te voorkomen, met het bijzondere karakter van operaties die verafgelegen locaties betreffen en met de wenselijke bijdrage van vrijwillige regelingen met de luchtvaartindustrie,

- de verdere ontwikkeling, in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel en rekening houdend met de beste praktijken, van een algemeen communautair kader van richtsnoeren voor de uit milieuoogpunt duurzame ontwikkeling van luchthavens als objectieve basis voor door de bevoegde autoriteiten te nemen maatregelen om met name aan de wensen van de bevolking rond luchthavens tegemoet te komen;

MOEDIGT de Commissie AAN om haar voorbereidende werkzaamheden in samenwerking met de betrokken partijen te voltooien teneinde voorstellen in te dienen, waarbij met name rekening wordt gehouden met de ontwikkelingen op internationaal niveau.".


-

OPRICHTING VAN EEN EUROPESE AUTORITEIT VOOR DE VEILIGHEID VAN DE

LUCHTVAART (EASA)

De Raad nam nota van de presentatie door mevrouw DE PALACIO, vice-voorzitter van de Commissie, van een werkdocument over de oprichting van de EASA, alsook van een aantal opmerkingen van de delegaties hierover. De Raad droeg het Comité van permanente vertegenwoordigers op dit dossier verder te bespreken, zodat de Raad tijdens zijn zitting van juni aanstaande een besluit kan nemen over de institutionele structuur waarbinnen de Europese autoriteit voor de veiligheid van de luchtvaart zou moeten functioneren.
Er zij aan herinnerd dat de Raad tijdens zijn zitting van
17-18 juni 1998 een besluit had aangenomen om de Commissie te machtigen onderhandelingen te openen met het oog op de oprichting van een Europese organisatie die verantwoordelijk zou zijn voor de veiligheid van de luchtvaart (de EASA), met als hoofddoelstelling de totstandbrenging, op pan-Europese schaal, van een hoog uniform veiligheidsniveau door de opstelling, goedkeuring en uniforme toepassing van alle nodige veiligheidsvoorschriften voor luchtvaart. Voorts heeft de Raad het tijdens zijn zitting van december 1999 nuttig geacht dat nog eens aandacht zou worden geschonken aan de institutionele aspecten (internationale organisatie of communautaire instantie).


-

RECHTEN VAN DE PASSAGIERS IN HET LUCHTVERVOER

De Raad nam nota van en betuigde zijn steun aan het voornemen van de Commissie een grote campagne op gang te brengen om het publiek bekend te maken met de bestaande rechten van passagiers op het gebied van het luchtvervoer.

De Raad verzocht de Commissie snel een mededeling voor te leggen met daarbij, in voorkomend geval, wetsvoorstellen op basis waarvan de Raad tijdens zijn zitting van juni een debat zou kunnen houden over de toepassing van de bestaande rechten van de passagiers en over de uitbreiding daarvan.

Dit nieuwe initiatief van de Commissie ten gunste van de Europese consument, dat door het voorzitterschap prioritair wordt geacht, zou het mogelijk dienen te maken alle burgers beter te beschermen tegen falende handelspraktijken en dienstverlening in de luchtvaartsector. De Commissie is voornemens om na raadpleging van de luchtvaartmaatschappijen en de gebruikersverenigingen, een Europees handvest voor de bescherming van passagiers in de luchtvaartsector in te dienen. Alle op dit terrein reeds bestaande maatregelen die thans vervat zijn in een grote hoeveelheid teksten, zoals informatie over vluchten en reserveringen, overboeking, schadevergoeding bij ongevallen, gegevensbescherming en luchtvervoer in het kader van vakantiepakketten, zouden in dat handvest worden gebundeld. Aldus zou het publiek gemakkelijker toegang krijgen tot en kennis krijgen van de rechten waarover het beschikt.


-

HUSHKITS - CONCLUSIES

De Raad maakte de stand van zaken op van met betrekking tot de discussies die met de Amerikaanse autoriteiten worden gevoerd over het dossier vliegtuiglawaai.

Hij bevestigde daarbij zijn verbintenis om in 2001 binnen de ICAO tot een nieuwe norm te komen en de meest luidruchtige vliegtuigen geleidelijk uit de markt te nemen teneinde rond de luchthavens de geluidshinder daadwerkelijk te beteugelen.

De Raad verzocht de Commissie deze besprekingen met de Amerikaanse autoriteiten voort te zetten, zodat de werkzaamheden binnen de ICAO in een sfeer van onderlinge samenwerking kunnen verlopen.

Gezien de toepassing van Verordening nr. 925/99 per 4 mei 2000 neemt de Raad nota van het voornemen van de Commissie om een compromis met de Amerikaanse autoriteiten na te streven, waarbij de volgende beleidslijnen voorop staan:


- opschorting van de toepassing van bepaalde aspecten van de verordening met betrekking tot de derde landen teneinde in 2001 consequenties te kunnen verbinden aan de werkzaamheden in het kader van de ICAO;

- opschorting van de klacht die de Verenigde Staten bij de ICAO hebben neergelegd;

- aanneming van de gemeenschappelijke verklaring tot samenwerking binnen de ICAO met het oog op de opstelling van een nieuwe norm en overgangsregeling op basis van het ontwerp-akkoord ad referendum van 24 februari, tussen de Commissie en de vertegenwoordiger van de Amerikaanse overheid.

De Raad verzocht de voorzitter en de Commissie dit standpunt aan het Parlement mede te delen teneinde tot convergentie te komen tussen de drie instellingen. De Raad verzocht de Commissie het COREPER op de hoogte te houden van de reacties van het Europees Parlement en van de Amerikaanse autoriteiten.

INLANDTRANSPORT


-

INTEROPERABILITEIT VAN HET CONVENTIONELE SPOORWEGSYSTEEM

De Raad nam nota van het verloop van de besprekingen over het voorstel voor een richtlijn betreffende de interoperabiliteit van het conventionele trans-Europese spoorwegsysteem. Hij verzocht het Comité van Permanente Vertegenwoordigers deze besprekingen voort te zetten, zodat de Raad in juni terzake vooruitgang kan boeken.
De Commissie had in november jl. een mededeling aan de Raad toegezonden inzake de integratie van conventionele spoorwegsystemen, alsmede een voorstel voor een richtlijn. Dit voorstel sluit aan op de conclusies van de Raad van 6 oktober 1999 over een nieuwe dynamiek voor de Europese spoorwegen voor het vervoer van goederen, waarin de Commissie wordt gevraagd een strategie voor te stellen om de interoperabiliteit van de spoorwegen te vergroten. Tijdens zijn zitting van 9 en 10 december jl. heeft de Raad de presentatie van het voorstel door de Commissie gehoord en zich ertoe verbonden om het voorstel met voorrang te analyseren teneinde vóór eind 2000 en na ontvangst van het eerste advies van het Europees Parlement een gemeenschappelijk standpunt aan te nemen waarin met name de prioritaire thema's worden genoemd in verband waarmee vooruitgang noodzakelijk is, alsook de uiterste data voor het opstellen van specificaties hiervoor.

Met dit voorstel voor een richtlijn worden communautaire mechanismen gecreëerd voor het opstellen en aannemen van technische specificaties die interoperabiliteit mogelijk maken en voor de beoordeling van overeenstemming met deze specificaties. Het voorstel is van toepassing op het conventionele Europese netwerk en bestrijkt de vernieuwing van materieel, evenals modernisering en constructie. Het voorstel voorziet in het ontwerpen van technische specificaties voor een aantal subsystemen; in het bijzonder signalering, controle/besturing, rollend materieel, infrastructuur, onderhoud, exploitatie en informatietechnologie. De technische specificaties en de Europese normen waarmee die operationeel worden gemaakt, zijn verplicht op het gehele conventionele trans-Europese netwerk, met bepaalde uitzonderingen.


-

VERKEERSVEILIGHEID

Commissaris DE PALACIO presenteerde aan de Raad de mededeling van de Commissie over prioriteiten op het gebied van de verkeersveiligheid in de Europese Unie. De Raad nam hiervan nota en droeg het Comité van permanente vertegenwoordigers op zijn beraad over dit onderwerp in juni voor te bereiden.

In juni 1997 had de Raad reeds conclusies aangenomen betreffende het tweede communautaire-actieprogramma voor veilig wegverkeer voor de periode 1997-2001 (het eerste had betrekking op de periode 1993-1996). Met haar mededeling bouwt de Commissie verder op de suggesties die in deze conclusies worden gedaan. De mededeling omvat


- een activiteitenverslag betreffende het lopende actieprogramma,
- de opstelling, van een volgorde van prioriteit voor de maatregelen die in het kader van het programma op communautair niveau zullen worden genomen.

De Commissie beveelt de nationale, regionale en lokale autoriteiten aan, meer rekening te houden met het feit dat de kosten in verband met preventie van ongelukken over het algemeen aanzienlijk lager liggen dan de economische schade ten gevolge van ongevallen. Gezien dit feit beveelt de Commissie aan, de investeringen ten behoeve van verkeersveiligheidsmaatregelen op te voeren en mechanismen in te stellen met behulp waarvan de besluitvormende en betalende instanties zich een directer beeld kunnen vormen van de voordelen van verkeersveiligheidsmaatregelen.

Wat de te nemen maatregelen betreft worden in de mededeling zes prioriteiten gesteld:


- voortzetting en uitbreiding van de werkzaamheden in het kader van het Europees programma voor de beoordeling van nieuwe auto's (EuroNCAP);

- campagnes en wetgeving betreffende het dragen van de veiligheidsgordel en het gebruik van kinderzitjes;
- aanbeveling aan de lidstaten betreffende de maximaal toegestane alcoholconcentratie die in het bloed van bestuurders mag worden aangetroffen;

- wetgeving betreffende snelheidsbegrenzers voor lichte bedrijfsvoertuigen;

- het opstellen van richtsnoeren voor het beheer van "zwarte punten" (plaatsen met een hoog ongevallencijfer) en het ontwerpen van een "minder gevaarlijke" infrastructuur (waar het gevaar van lichamelijk letsel bij ongevallen minder groot is); en
- wetgeving betreffende voor voetgangers en fietsers veiliger voorzijden van auto's.

Daarnaast worden drie ondersteunende maatregelen voorgesteld: de CARE-gegevensbank betreffende verkeersongevallen, het geïntegreerd informatiesysteem inzake de verkeersveiligheid en het ondersteunen van onderzoek naar normen en telematica voor voertuigen.

ZEEVERVOER


-

VEILIGHEID TER ZEE

De Raad hield een oriënterend debat op basis van de recente mededeling van de Commissie ter verbetering van de veiligheid van olietankers en tot versterking van de controle daarop, alsook van een memorandum van het voorzitterschap over dit onderwerp. Bij de Commissiemededeling gaan drie wetgevingsvoorstellen waarmee respectievelijk wordt beoogd

- de controle van olietankers in de havens te versterken,

- de controle door met de inspectie van schepen belaste organisaties te verbeteren, en


- in de periode tot 2015 de toegang tot havens van de Gemeenschap geleidelijk te verbieden aan enkelwandige olietankers.
In het memorandum van het voorzitterschap wordt nader ingegaan op de oorzaken van de onveiligheid ter zee en worden leidraden voor nader beraad ten behoeve van een communautair optreden aangereikt. Tevens wordt in dit memorandum gewezen op de noodzaak binnen de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) vastberaden en samenhangend te blijven optreden.

In de loop van het debat bleek uit verschillende opmerkingen dat de Europese Unie en haar lidstaten vastbesloten zijn de veiligheid ter zee van olietankers te verbeteren en te versterken.

Het Comité van permanente vertegenwoordigers werd ermee belast deze mededeling en de door de Commissie ingediende voorstellen verder te onderzoeken, zodat de Raad in juni een debat over dit thema kan houden.

Voorts stelde de Raad vast dat er ook een duidelijke wens bestaat om op gecoördineerde wijze op te treden teneinde de schadeloosstellingen voor getroffenen uit hoofde van het Fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (FIPOL) te verhogen, zulks met name om tot een betere dekking van milieuschade te komen.

Naar aanleiding van de schipbreuk van de olietanker ERIKA voor de Franse kust, heeft de Raad Algemene Zaken van 24 januari gewezen op de dringende noodzaak van maatregelen om een herhaling van een dergelijke ramp te voorkomen en heeft hij er akte van genomen dat de Commissie voornemens is op dit gebied voorstellen in te dienen. Hij stelde tevens vast dat de Raad Vervoer aan deze zaak de hoogste prioriteit zal geven.

DIVERSEN


-

Eén Europees luchtruim

De Raad nam nota van de mededeling van mevrouw DE PALACIO, vice-voorzitter van de Commissie, over de werkzaamheden van de groep op hoog niveau die belast is met het onderzoek naar het beheer van het luchtverkeer, en met name naar middelen om het probleem van de vertragingen bij het luchtverkeer in Europa te verzachten. De Raad nam nota van het voornemen van de Commissie om over de stand van de werkzaamheden van deze groep een verslag bij de Raad in te dienen tijdens diens zitting van juni aanstaande.

Mevrouw DE PALACIO wees op de belangstelling die de buitengewone Europese Raad te Luxemburg op 23-24 maart 2000 voor dit onderwerp heeft getoond.


-

Zeevervoer, de korte vaart

De Raad nam nota van de opmerkingen van de Griekse en de Nederlandse delegatie over de bevordering van het zeevervoer over korte afstand. Deze delegaties verzochten de lidstaten en de Commissie nauw samen te werken om ervoor te zorgen dat de nationale diensten voor de bevordering van en de voorlichting over deze wijze van vervoer alsook het internationale netwerk van verbindingen tussen deze diensten zo goed mogelijk worden gebruikt.


-

Het overvliegen van Siberië

De Raad werd door de Commissie op de hoogte gesteld van het feit dat Rusland het lopende overleg over de regeling voor compensatie aan Rusland voor de doorvoer door de lucht boven Siberië heeft opgeschort.

De Raad nam nota van het voornemen van de Commissie om deze zaak binnenkort in het kader van de Samenwerkingsraad EU-Rusland aan de orde te stellen.

ZONDER DEBAT AANGENOMEN PUNTEN

(Besluiten ten aanzien waarvan verklaringen voor de Raadsnotulen beschikbaar zijn voor het publiek, zijn aangegeven met een asterisk; de tekst van de verklaringen is verkrijgbaar bij de Persdienst.)
VERVOER

Ondertekening van de overeenkomsten inzake transitogoederenvervoer over de weg met Bulgarije en Hongarije houdende vaststelling van bepaalde voorwaarden voor het goederenvervoer over de weg en de bevordering van het gecombineerd vervoer

De overeenkomsten hebben ten doel de samenwerking tussen de overeenkomstsluitende partijen op het gebied van het goederenvervoer, met name het transitovervoer over de weg, te bevorderen. Het toepassingsgebied omvat, naast de toegang tot de markt voor het transitovervoer, begeleidende maatregelen van juridische en administratieve aard, samenwerking bij de ontwikkeling van een vervoerssysteem dat onder andere aan milieu-eisen voldoet, en een geregelde uitwisseling van informatie over de ontwikkeling van het vervoersbeleid van de overeenkomstsluitende partijen. De overeenkomstsluitende partijen verbinden zich ertoe een gemeenschappelijk systeem op te zetten voor het regelen van de toegang tot de markt van het toekomstige wegvervoer tussen de partijen. Zij besluiten voorts voor ieder kalenderjaar toegang te verlenen voor transitovervoer van vrachtwagens over het grondgebied van de lidstaten van de Gemeenschap en van Bulgarije respectievelijk Hongarije, met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst, door als volgt vergunningen te verlenen:


- de Gemeenschap ontvangt

= 13.000 vergunningen die geldig zijn in Bulgarije = 12.500 vergunningen die geldig zijn in Hongarije;


- Bulgarije en Hongarije ontvangen ieder

= 6000 vergunningen die geldig zijn in de lidstaten van de Gemeenschap waarvoor plakzegels zijn aangebracht
= 3000 plakzegels voor iedere lidstaat van de Gemeenschap.
Veiligheidsadviseurs voor het vervoer van gevaarlijke goederen

Nadat de Raad zijn goedkeuring had gehecht aan het amendement van het Europees Parlement bij het gemeenschappelijk standpunt inzake de richtlijn betreffende de minimumeisen voor het examen voor veiligheidsadviseurs voor het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, per spoor of over de binnenwateren wordt de richtlijn geacht te zijn aangenomen in de vorm van het aldus gewijzigde gemeenschappelijk standpunt.

Deze richtlijn vormt een aanvulling op Richtlijn 96/35/EG van juni 1996 betreffende het aanwijzen van en de beroepskwalificaties voor veiligheidsadviseurs voor het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg, per spoor en over de binnenwateren, volgens welke richtlijn ondernemingen die zich bezighouden met het vervoer van gevaarlijke goederen en met het laden en lossen in verband met een dergelijk vervoer een of meer veiligheidsadviseurs dienen aan te wijzen.

Volgens de aangenomen richtlijn dienen de lidstaten een gemeenschappelijk minimumkader voor het examen van veiligheidsadviseurs en de voorwaarden voor de exameninstanties op te zetten om een bepaald kwaliteitsniveau te waarborgen en de wederzijdse erkenning van de EG-scholingscertificaten voor veiligheidsadviseurs in de gehele Gemeenschap te vergemakkelijken.

Spoorwegpakket *

Ingevolge het politiek akkoord dat de Raad hierover tijdens zijn zitting van 9 en 10 december jl. had bereikt, heeft hij met eenparigheid van stemmen - waarbij de Portugese delegatie zich onthield met betrekking tot de richtlijn tot wijziging van Richtlijn
91/440/EEG - zijn goedkeuring gehecht aan zijn gemeenschappelijke standpunten met betrekking tot drie richtlijnen tot wijziging van de Richtlijnen 91/440/EEG en 95/18/EG en tot vaststelling van de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur alsmede veiligheidscertificering. Een samenvatting van deze ontwerp-richtlijnen wordt gegeven in mededeling aan de pers nr.
13848/99 (Presse 403-G) van 9/10 december 1999.


reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie