Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag over 'immateriele activa, balanceren met kennis'

Datum nieuwsfeit: 28-03-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Verslag algemeen overleg immateriele activa, balanceren met kennis
Gemaakt: 4-4-2000 tijd: 12:26


26800 XIII Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Economische Zaken (XIII) voor het jaar 2000

nr. 49 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 28 maart 2000

De vaste commissie voor Economische Zaken<1> en de vaste commissie voor Financiën<2> hebben op 15 maart 2000 overleg gevoerd met minister Jorritsma-Lebbink van Economische Zaken en staatssecretaris Vermeend van Financiën over de brief van de minister van Economische Zaken d.d.
23 december 1999 inzake de kabinetsreactie op het rapport "Immateriële activa, balanceren met kennis" (EZ-99-836).

Van dit overleg brengen de commissies bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissies

Mevrouw Voûte-Droste (VVD) stelde met genoegen vast dat het kabinet veel aandacht aan dit onderwerp geeft. Dit is van groot belang omdat kennis steeds belangrijker wordt in de huidige samenleving, in het kader van R&D, marketinginformatie, intellectuele eigendom, scholing, octrooien enz. Nederland loopt achter waar het gaat om het ontwikkelen van innovatieve producten. De waardering van immateriële activa kan in dit verband een stimulans zijn en de fractie van de VVD heeft er geen enkel bezwaar tegen wanneer Nederland op dit terrein een voortrekkersrol speelt.

Deze waardering kan een belangrijke factor zijn voor het verkrijgen van financieringsmiddelen, onder meer van banken. In dit verband kan de beursgang van World On Line als voorbeeld worden genoemd. Juist met betrekking tot ICT- en telecombedrijven kan de waardering van immateriële activa voor beleggers zeer belangrijk zijn. Ook ik het kader van overnames en fusies is de waardering van de productiefactor kennis van grote betekenis. Wanneer er over immateriële aspecten bij het desbetreffende bedrijf zelf onvoldoende kennis aanwezig is, kan dit leiden tot verkeerde managementbeslissingen. Verder kan het aspect immateriële activa een belangrijk onderdeel zijn van de corporate governmentdiscussie die thans wordt gevoerd.

Vier accountantsbureaus hebben bezien waar zich op het onderhavige terrein knelpunten voordoen. Voor het wegnemen daarvan moet goed naar de internationale ontwikkelingen worden gekeken. Het is tegen deze achtergrond een goede zaak dat Nederland in OECD-verband het initiatief voor een congres heeft genomen. Gebleken is dat in bijvoorbeeld de Verenigde Staten, Engeland en Denemarken al instrumenten zijn ontwikkeld. Kunnen deze instrumenten een rol spelen bij de waardering van immateriële activa in Nederland?

De door Economische Zaken beoogde acties voorzien in de presentatie van een beoordelingsinstrument in het voorjaar van 2000. Dit instrument kan van groot belang zijn voor het bedrijfsleven. Niet duidelijk is echter of deze presentatie in Nederland of in het Verenigd Koninkrijk plaatsvindt. Ook de OECD treft maatregelen. Bij de vertaling daarvan is gebleken dat zowel Nederlandse als Europese regelgeving belemmerend kan werken. Op welke termijn kunnen deze belemmeringen worden weggenomen?

Wat het fiscale aspect betreft kan de staatssecretaris een standpunt innemen in de vorm van beleidsmaatregelen. Mevrouw Voûte daagde hem uit om hieraan op een goede manier vorm te geven opdat Nederland hier een voortrekkersrol kan blijven spelen.

Mevrouw Wagenaar (PvdA) zag het zichtbaar maken van immateriële activa als een mooie kans voor bedrijven om een impuls te geven aan de kenniseconomie. De verslaglegging over immateriële activa heeft een functie ten aanzien van de interne én de externe bedrijfsvoering. Op dit moment hebben veel kennisintensieve bedrijven een "zeepbelimago"; deze verslaglegging kan eraan bijdragen dat ze op hun juiste waarde worden geschat. Daarnaast kunnen negatieve massapsychologische effecten bij beleggers worden voorkomen wanneer immateriële activa duidelijker worden gewaardeerd, zodat de markt stabieler wordt. Voor de groei van de kenniseconomie is dit inzicht onontbeerlijk, óók in verband met een goede afstemming van het overheidsbeleid. Voorts kan hiermee een positieve houding van investeerders worden bewerkstelligd tegenover risicodragende investeringen in nieuwe markten, nieuwe producten en nieuwe productiemethoden.

Initiatieven, gericht op een standaard voor deze verslaglegging, kunnen alleen internationaal totstandkomen. Kan Nederland in een voortrekkersrol bevorderen dat deze standaard deel gaat uitmaken van de international accountancystandards? Is in dit verband een aanpassing van de Wet op de jaarrekeningen noodzakelijk? Zo ja, neemt het kabinet daarvoor dan het initiatief?

Mevrouw Wagenaar meende dat in de brief iets te veel wordt meegegaan in de huiver van bedrijven om wat de immateriële activa betreft meer transparant te zijn. Men mag niet op het niveau van de interne verslaglegging blijven steken; externe verslaglegging biedt belangrijke voordelen voor toekomstige werknemers en beleggers. Wat de interne verslaglegging betreft dient op z'n minst de ondernemingsraad te worden geïnformeerd. Is de regering bereid een prijs in te stellen voor het beste jaarverslag over immateriële zaken, zulks om de openheid te stimuleren?

De fractie van de PvdA is nieuwsgierig naar de immateriële activa die bij overheden aanwezig zijn. Ook voor het aantrekken van werknemers is het van belang dat de overheid hierin meer inzicht biedt. Wellicht is het mogelijk om een en ander te betrekken bij de begroting van één of meer departementen.

De heer Van Walsem (D66) vond de aandacht voor een juiste waardering van de immateriële activa van groot belang, ook al gaat het om een wat ongrijpbare materie. De over dit onderwerp gestelde vragen hebben geleid tot een aantal activiteiten die als bemoedigend worden ervaren. Externe transparantie is belangrijk maar wordt op grond van concurrentieoverwegingen gevreesd, zodat per sector moet worden gestreefd naar objectieve maatstaven.

Terecht is gesteld dat de waardering van de immateriële activa van grote betekenis is voor het verkrijgen van het vertrouwen van financiers. Ter relativering kan hieraan echter worden toegevoegd dat jonge, in de IT-sector startende bedrijven thans heel goed geld uit de markt weten te halen. Voorzover moet worden geconcludeerd dat bij bijvoorbeeld de beursgang van World On Line beleggers zonder voldoende kennis van het bedrijf instappen, vormt dit een extra argument om tijdig meer gegevens over immateriële activa beschikbaar te stellen. Deze hype is zeker niet in het voordeel van de stabiliteit van deze sector.

Dit proces dient internationaal te verlopen, maar wellicht kan Nederland in dezen een voortrekkersrol spelen. Zo zouden internationale afspraken kunnen worden gemaakt met betrekking tot richtlijnen voor jaarrekeningen. Voor het wegnemen van belemmerende wet- en regelgeving is van groot belang dat objectieve maatstaven worden geformuleerd en bij derden vertrouwen wordt gewekt waar het gaat om de te volgen werkwijze. Het is een goede zaak dat de minister het initiatief heeft genomen om voor het MKB een pilotproject op te zetten, gericht op een beoordelingsinstrument voor deze sector.

Mevrouw Van der Hoeven (CDA) constateerde dat het concurrentievermogen van bedrijven steeds sterker wordt bepaald door het investeren in en het benutten van immateriële productiemiddelen. Aan dit element wordt in de stukken van de regering te weinig aandacht gegeven. Wil het concurrentievoordeel blijvend zijn, dan moet er permanent worden geïnvesteerd in kennis; anders daalt het immateriële bedrijfsmiddel in waarde. Als voorbeeld kan het Kickproject betreffende toeleveranciers van Océ in Limburg worden genoemd. Investeringen in kennis hebben ertoe geleid dat deze regio een aanzienlijk concurrentievoordeel heeft gerealiseerd, maar het kennisniveau moet verder worden verhoogd om dit voordeel ook in het komende decennium waar te maken. Hoe kijkt de minister aan tegen het vervolg van dit project?

De genoemde vier studies geven aan dat ondernemingen geen bezwaar hebben tegen het verschaffen van retrospectieve, niet-comptabele informatie ten behoeve van interne verslaggeving, maar als men verder wil gaan rijzen er problemen. Niettemin is dit noodzakelijk voor de beoogde transparantie en de strategische aspecten. Kan de staatssecretaris op deze aspecten ingaan, mede in relatie met het komende ondernemersbelastingplan? Als de regering overweegt om in dit kader met fiscale maatregelen te komen, is dit wellicht het moment om een en ander aan te kondigen.

Mevrouw Van der Hoeven miste gegevens over kennis die is verborgen in de samenwerkingsprojecten van technologische topinstituten. Het gaat hierbij om kennis in een strategische fase die is gericht op toekomstige concurrentievoordelen. Wordt ook dit aspect bij de vervolgacties betrokken? Wat deze acties betreft is het beoordelingsinstrument voor het in kaart brengen van de immateriële activa bij het MKB een goede zaak. Het verdient aanbeveling dat de Kamer een inzicht wordt geboden in de werkwijze die in dit verband wordt gevolgd.

Een van de doelstellingen die in het kader van de vervolgacties aan de orde komen is het terugbrengen van het aantal faillissementen en het verhogen van het aantal doorstarters. Op welke wijze wordt dit nagestreefd? Voorts is het de bedoeling dat er een raamwerk komt waarmee vergelijkingen van ondernemingen worden mogelijk gemaakt. Kunnen mededelingen worden gedaan over de externe toepassing hiervan? In hoeverre worden soortgelijke instrumenten in andere EU-landen ontwikkeld? Als deze ontwikkeling leidt tot een té transparante externe vergelijking kunnen concurrentienadelen ontstaan.

Wanneer het de bedoeling is dat immateriële productiemiddelen op de fiscale jaarrekening verschijnen, moet de wetgeving op dit terrein worden aangepast. Wat hierover nu in de stukken is opgenomen, is nogal cryptisch. Er dient sprake te zijn van een wijziging van de Wet op de jaarrekening, zodat duidelijk wordt wat van bedrijven wordt verwacht.

Naast de Nederlandse vervolgacties zijn er ook acties in het kader van de OECD. In welke mate lopen deze zaken parallel? Wat zijn de gevolgen voor de Nederlandse vervolgacties van de onderzoeksprojecten inzake de immateriële activa die in het kader van het vijfde kaderprogramma worden uitgevoerd? Hoe is in een goede afstemming voorzien? Terecht wenst Nederland op dit terrein een voortrekkersrol te spelen, maar er zal steeds rekening moeten worden gehouden met ontwikkelingen elders, zulks om te voorkomen dat er sprake is van een remmende voorsprong.

Het antwoord van de regering

De minister van Economische Zaken herinnerde er tegen de achtergrond van de actuele belangstelling voor immateriële activa aan dat er al
500 jaar aan boekhouden wordt gedaan. De uitvinder ervan, een Venetiaanse monnik, was van oordeel dat men zonder goede boekhouding tastend zijn weg moest zoeken als een blinde, met grote verliezen als gevolg. In de afgelopen eeuwen zijn de principes van het boekhouden niet wezenlijk veranderd. Ook nu nog is de boekhouding voornamelijk op het verleden gericht, overeenkomstig het "roeibootmodel", zoals bedoeld door Paul Fentener van Vlissingen. De vraag rijst of dit model voor de financiële verslaglegging van de toekomst voldoet en of er niet sprake zal zijn van een "kanomodel".

Op dit moment overtreft de beurswaarde van vele ondernemingen de balanswaarde. Dit verschijnsel doet zich vooral voor met betrekking tot de technologische bedrijven en is soms gebaseerd op zeer hoge verwachtingen, ook al hebben nogal wat bedrijven te maken met forse verliezen. In de hightechsectoren worden de perioden tussen investeringen in kennis en uiteindelijke transacties steeds langer. Volgens de oude regels wordt de winst pas zichtbaar bij de uiteindelijke transacties, maar volgens de nieuwe inzichten wordt al in een veel eerder stadium waarde gecreëerd, namelijk in de ontwikkelingsfase. Aanvankelijk was het de bedoeling om, met het duidelijk maken van de factor kennis binnen bedrijven, de mogelijkheden voor externe financiering te vergroten. Thans blijkt dat ondernemingen ook ten behoeve van de interne bedrijfsvoering behoefte hebben aan dergelijke methodieken. Een aantal moderne managementtechnieken, waaronder de reële optietheorie, is gebaseerd op het sturen aan de hand van dit soort gegevens.

Overigens zijn deze technieken thans meer gangbaar in de Verenigde Staten dan in Europa. In het kader van het thema "Europa en informatiemaatschappij voor iedereen" voor de top in Lissabon wordt onderkend dat, als de EU-landen niet in staat zijn om het juiste klimaat te creëren voor het ontwikkelen en benutten van ideeën en kennis, mensen en ondernemingen zich zullen richten op de andere kant van de oceaan. De Nederlandse regering tracht dan ook de institutionele sfeer aan te passen aan de eisen van de tijd, waarbij het accent wordt gelegd op wetgeving en fiscaliteit. Nederland loopt op dit terrein graag voorop -- niet voor niets is de OECD-conferentie in Nederland georganiseerd -- maar inderdaad moet men wat dit betreft in internationaal verband in de pas blijven lopen. EU en OECD zijn doende met initiatieven om goede raamwerken te ontwikkelen. Wat de fiscale aspecten betreft bestaat de tendens om immateriële activa meer in lijn met materiële activa te behandelen.

Het beoordelingsinstrument wordt in september 2000 operationeel. Nagegaan zal worden of de Kamer enkele voorbeelden van de uitwerking hiervan kunnen worden voorgelegd. De bedoeling is dat de accountant in zijn advisering wordt ondersteund -- een en ander wordt in samenwerking met het NIVRA opgesteld -- maar uiteraard zijn ook de ondernemers en de financiële partijen doelgroepen. Er zal sprake zijn van een internetsite aan de hand waarvan de ondernemer een benchmark kan uitvoeren. Bovendien zal de statistische informatie van het CBS worden verbeterd.

Door de OECD zal binnenkort een publiek-privaat forum worden ingesteld met betrekking tot de waardecreatie in de kenniseconomie. De bedoeling is dat dit forum instrumenten ontwikkelt op basis waarvan bedrijven financiële gegevens kunnen aanvullen met gegevens van meer strategische aard, hetgeen uiteindelijk de betrouwbaarheid van de externe verslaglegging ten goede zal moeten komen.

Wat het vijfde kaderprogramma betreft zullen rond de zomer oproepen worden geplaatst voor projecten op het terrein van de immateriële productiemiddelen. Verder zijn in het kader van de Europese Raad in Lissabon initiatieven aangekondigd om het aanbod van risicokapitaal voor het technologisch hoogwaardig MKB te verbeteren. De Deense overheid zal eind 2000 richtlijnen publiceren voor ondernemingen om "intellectual capitalstatements" op te zetten. Denemarken werkt met andere Scandinavische landen samen om tot een brede toepassing van deze richtlijnen te komen.

De vraag is of het de overheid moet zijn die dient zorg te dragen voor de voortzetting van het Kickproject. Dit project kwam aan de orde in een periode waarin het niet goed ging en de overheid voorwaarden voor groei en bloei moest scheppen. Daarnaast zijn er allerlei generieke maatregelen en instrumenten die op kennisvermeerdering zijn gericht en dienen ook bedrijven zelf actief naar kennisvermeerdering te streven. Niet voor niets staat "employability" hoog op de agenda; werkgevers worden gestimuleerd om hun werknemers op een hoger peil te brengen. Economische Zaken zal met betrekking tot het Kickproject, één van de clusterprojecten, een rol blijven spelen. De Kamer zal hierover te zijner tijd worden geïnformeerd. Het is echter onjuist om te veronderstellen dat in dit kader voortdurend een financieel beroep op de rijksoverheid kan worden gedaan. Soms is het nodig, een "kick off" te geven, maar de normale verantwoordelijkheden van bedrijven dienen overeind te blijven.

De staatssecretaris van Financiën constateerde dat in fiscale zin met betrekking tot de immateriële activa in toenemende mate aansluiting wordt gezocht bij de materiële activa. Dit leidt ertoe dat er meer geactiveerd wordt en het is de vraag of dit voor bedrijven altijd handig, verstandig en aantrekkelijk is, onder meer in verband met de cashflow. In de praktijk geeft men er vaak de voorkeur aan de kosten zoveel en zo snel mogelijk te nemen en zo weinig mogelijk te activeren. Activeren kan daarentegen aantrekkelijk zijn wanneer wordt besloten een aantal fiscale faciliteiten van toepassing te laten zijn op de bedoelde posten. Hierbij kan worden gedacht aan investeringsaftrek en vrije afschrijving. Een kennisgroep is thans bezig met het in kaart brengen van ontwikkelingen op deze terreinen en mogelijke aansluitingen. Het zou niet verstandig zijn nu ineens een nieuwe beleidsmaatregel te publiceren die tot onrust aanleiding zou kunnen geven. Eerder verdient het de voorkeur om met VNO/NCW en MKB na te gaan hoe dit op een adequate manier kan worden aangepakt, rekening houdend met datgene waaraan men in de praktijk behoefte heeft, de internationale positie van Nederland en de ontwikkelingen in andere landen. De Kamer zal worden gerapporteerd over dit met het bedrijfsleven te voeren overleg.

Al op 10 maart werden schriftelijke vragen gesteld aan de ministers van Justitie en van Financiën over de Wet op de jaarrekeningen. Daarbij kwamen aspecten aan de orde waarvoor ook nu aandacht is gevraagd. Deze vragen zullen zo snel mogelijk worden beantwoord, waarbij ook zal worden ingegaan op andere vragen in dit AO over deze wetgeving gesteld.

Nadere gedachtewisseling

Mevrouw Voûte-Droste (VVD) constateerde met instemming dat beide bewindslieden veel aandacht geven aan de vervolgacties. De fractie van de VVD hecht grote waarde aan het instrumentarium voor het MKB en wordt graag op de hoogte gehouden van de resultaten van de vervolgacties van de OECD. Voorts dient de fiscale behandeling van de immateriële activa gelijkwaardig te zijn aan die van de materiële activa.

Mevrouw Wagenaar (PvdA) onderstreepte het belang van het streven van de staatssecretaris om met betrekking tot nieuwe beleidsmaatregels aan te sluiten bij datgene wat in het bedrijfsleven leeft. Hoe denken de bewindslieden over het instellen van een prijs voor bedrijven die de immateriële activa het best of het leukst in beeld brengen? Is het mogelijk om in het kader van de begroting aan te geven wat voor de rijksoverheid de betekenis is van immateriële activa?

Mevrouw Van der Hoeven (CDA) vond het een goede zaak dat met VNO/NCW nader overleg wordt gevoerd omdat op deze wijze goed bij de praktijk kan worden aangesloten. Een belangrijk aspect is dat de waarde die immateriële activa op een bepaald moment hebben, op een later tijdstip afnemen. Dit feit dient bij het overleg betrokken te worden. Voorts herinnerde mevrouw Van der Hoeven aan haar vraag over de wijze waarop kennis van bedrijven in de technologische topinstituten kan worden gewaardeerd.

De minister van Economische Zaken stelde in antwoord op de laatste vraag van mevrouw Van der Hoeven dat ook deze kennis behoort tot de categorie R&D en daarom hetzelfde moet worden behandeld. Het gaat niet aan "gelijke kennis" verschillend te behandelen, afhankelijk van het desbetreffende instituut. Niettemin zal hieraan aandacht worden gegeven in de vervolgacties.

In Nederland zijn al bijzonder veel prijzen voor allerlei zaken ingesteld. Zo langzamerhand is het nog maar weinig transparant ten behoeve van welke prijs men een jaarverslag schrijft. Nagegaan zal worden of op dit terrein iets kan worden gedaan in relatie met het beoordelingsinstrument.

Wat betreft het verzoek om in het kader van de begroting meer gegevens over immateriële activa bij de overheid op te nemen, wees de minister erop dat er wat dit betreft geen sprake kan zijn van een hoog ambitieniveau omdat men thans midden in het VBTB-proces verkeert. Alle ministeries moeten bijzonder veel tijd en energie steken in deze ingewikkelde operatie die is gericht op een betere beleidsverantwoording en zeker nog enkele jaren zal vergen. Overigens zal men als gevolg van deze wijziging meer inzicht verkrijgen in de kennis die bij ministeries beschikbaar is, mede omdat via het principe "meten is weten" wordt gezocht naar criteria en parameters.

De staatssecretaris van Financiën deed de toezegging dat het aspect van de verminderende waarde van immateriële activa zal worden betrokken bij het overleg met VNO/NCW.

De voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken,

Biesheuvel

De voorzitter van de vaste commissie voor Financiën,

Van Gijzel

De griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken,

Tielens-Tripels


1 Samenstelling:

Leden: Blaauw (VVD), Biesheuvel (CDA), voorzitter, Witteveen-Hevinga (PvdA), Leers (CDA), Voûte-Droste (VVD), ondervoorzitter, Van Zuijlen (PvdA), M.B. Vos (GroenLinks), Rabbae (GroenLinks), Marijnissen (SP), Hessing (VVD), Giskes (D66), Crone (PvdA), Van Dijke (RPF/GPV), Van Walsem (D66), Hofstra (VVD), Wagenaar (PvdA), Verburg (CDA), Stroeken (CDA), Ravestein (D66), Geluk (VVD), Van den Akker (CDA), Blok (VVD), De Boer (PvdA), Hindriks (PvdA)

Plv. leden: Snijder-Hazelhoff (VVD), Atsma (CDA), Kalsbeek (PvdA), Wijn (CDA), Klein Molekamp (VVD), Schoenmakers (PvdA), Van der Steenhoven (GroenLinks), Vendrik (GroenLinks), Poppe (SP), Kamp (VVD), Van den Berg (SGP), Kuijper (PvdA), Van Middelkoop (RPF/GPV), Schimmel (D66), Van Baalen (VVD), Herrebrugh (PvdA), Schreijer-Pierik (CDA), Van der Hoeven (CDA), Bakker (D66), Van Beek (VVD), De Haan (CDA), Udo (VVD), Smits (PvdA), Hamer (PvdA), Koenders (PvdA)


2 Samenstelling:

Leden: Schutte (RPF/GPV), Reitsma (CDA), Witteveen-Hevinga (PvdA), Rosenmöller (GroenLinks), Van Zijl (PvdA), Van Gijzel (PvdA), voorzitter, Voûte-Droste (VVD), De Vries (VVD), Noorman-den Uyl (PvdA), Marijnissen (SP), Kamp (VVD), Giskes (D66), Crone (PvdA), Van Dijke (RPF/GPV), Bakker (D66), Hofstra (VVD), De Haan (CDA), ondervoorzitter, Vendrik (GroenLinks), Wijn (CDA), Stroeken (CDA), Remak (VVD), Van Beek (VVD), Balkenende (CDA), Kuijper (PvdA)

Plv. leden: Van der Vlies (SGP), Verburg (CDA), Koenders (PvdA), Harrewijn (GroenLinks), Smits (PvdA), Duijkers (PvdA), Balemans (VVD), Wilders (VVD), Van Oven (PvdA), De Wit (SP), Patijn (VVD); Schimmel (D66), Kalsbeek (PvdA), Hoekema (D66), Van Walsem (D66), Blok (VVD), Dankers (CDA), Rabbae (GroenLinks), Van den Akker (CDA), Hillen (CDA), Hessing (VVD), Weekers (VVD), Bijleveld-Schouten (CDA), Timmermans (PvdA), Hindriks (PvdA)

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie