Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Meerjarennota Emancipatiebeleid naar Tweede Kamer

Datum nieuwsfeit: 29-03-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

29 maart 2000 Nr. 2000/054

Staatssecretaris Verstand stuurt Meerjarennota Emancipatiebeleid ‘Van vrouwenstrijd naar vanzelfsprekendheid’ naar Tweede Kamer

Om de arbeidsdeelname van vrouwen te laten stijgen van 51 procent nu naar 65 procent in 2010 en de deelname van mannen aan onbetaalde zorg te laten toenemen naar 40 procent is ook na 2002 een forse uitbreiding van de kinderopvang nodig en moet worden geïnvesteerd in verlofregelingen. In deze kabinetsperiode is een toename van het aantal kinderopvangplaatsen voorzien van circa 90.000 tot circa 160.000 in 2002. Tegenover investeringen in extra kinderopvang en betaald verlof staan ook extra baten. De stijging van de arbeidsdeelname van vrouwen brengt een geringer beroep op inkomensafhankelijke regelingen en kostwinnersvoorzieningen met zich mee waardoor de belasting- en premieopbrengsten aanzienlijk toenemen. Het kabinet onderzoekt de mogelijkheden om de regelingen waarin kostwinnersfaciliteiten aan de orde zijn te vervangen door faciliteiten die de combinatie van arbeid en zorg bevorderen.

Dit staat in de nota ‘Van vrouwenstrijd naar vanzelfsprekendheid: Meerjarennota Emancipatiebeleid’, die staatssecretaris Verstand van Sociale Zaken en Werkgelegenheid namens het kabinet naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. In de nota worden onder meer op basis van wetenschappelijke verkenningen van trends, risico’s en kansen voor het emancipatieproces in de 21e eeuw beleidsrichtingen aangegeven voor het toekomstige emancipatiebeleid.

De nota wordt voorgelegd aan adviesraden (Sociaal-Economische Raad, Adviesraad Internationale vraagstukken, VROM-Raad, Raad voor Openbaar bestuur, Onderwijsraad en de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling) en aan maatschappelijke groeperingen. Speciale aandacht wordt daarbij gevraagd voor allochtone vrouwen en jongeren.

Volgens het kabinet zijn de kennis en deskundigheid van deze adviesraden en maatschappelijke groeperingen nodig om een effectief emancipatiebeleid te kunnen ontwikkelen met een breed draagvlak. Daarom heeft het kabinet ervoor gekozen om in deze nota alleen de hoofdlijnen voor het toekomstige beleid uit te werken en op basis van de adviezen en reacties concrete actiepunten op te stellen in het later verschijnende Meerjarenbeleidsplan Emancipatie.

Volgens het kabinet is er de afgelopen eeuw, vooral de laatste decennia, veel vooruitgang geboekt op het gebied van emancipatie. Emancipatie heeft zich ontwikkeld van vrouwenstrijd naar vanzelfsprekendheid. Het kabinet acht dat winst, want verdere - duurzame - verbeteringen kunnen nu worden bereikt omdat vrouwen én mannen daar belang aan toekennen. Emancipatie heeft niettemin ook weerbarstige kanten. Ingesleten gewoontes, ongeschreven codes en verwachtingen, maar ook wet- en regelgeving die niet meer voldoen aan gewijzigde omstandigheden houden de ongelijkheid tussen vrouwen en mannen in stand. Een actief emancipatiebeleid blijft dus geboden. Niet alleen om de geboekte resultaten vast te houden maar ook om het emancipatieproces te versnellen en als investering in de kwaliteit van de samenleving.

Arbeid en zorg
De afgelopen decennia is de verdeling van arbeid en zorg over mannen en vrouwen evenwichtiger geworden, maar de verschillen zijn nog steeds aanzienlijk. Mannen hebben doorgaans een volledige baan en doen als het werk het toelaat, daarnaast wat aan zorg. Vrouwen combineren een deeltijdbaan met zorgtaken of leggen zich volledig toe op huishouden en zorg. Gevolg daarvan is dat 61 procent van de vrouwen van 15 tot 65 jaar niet economisch zelfstandig is.

Mannen en vrouwen blijken zich echter in toenemende mate los te willen maken van de traditionele rollen van respectievelijk kostwinner en verzorgster. Steeds meer mannen willen minder werken, terwijl vrouwen juist meer willen werken. En beiden geven aan dat ze huishouden en onbetaalde zorg beter willen verdelen. Het kabinet ondersteunt deze ontwikkeling naar een betere balans tussen werk en privé door onder andere meer te investeren in kinderopvang en verlofregelingen.

De arbeidsdeelname van vrouwen is tussen 1988 en 1999 gestegen van 36 procent tot 51 procent. Dit betekent een jaarlijkse groei van gemiddeld 1¬ procent. Het kabinet wil deze groei vasthouden, zodat in 2010 de arbeidsdeelname van vrouwen op circa 65 procent uitkomt. De capaciteit voor kinderopvang moet dan fors worden uitgebreid. In de huidige kabinetsperiode is voorzien in een uitbreiding tot 160.000 plaatsen in 2002. Na 2002 zal een verdere uitbreiding van de kinderopvang nodig zijn. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voert momenteel een trendonderzoek uit naar de kwantitatieve ontwikkeling van de vraag naar kinderopvang. Onderdeel van dit onderzoek is een actualisatie van de ramingen naar de behoefte aan kinderopvang in 2010.

In het kader van de Wet arbeid en zorg wordt momenteel in samenwerking met het Sociaal en Cultureel Planbureau en het Centraal Planbureau een verkenning uitgevoerd naar de vormgeving en betaling van langdurig zorgverlof. Daarbij komt ook een eventuele betaling van ouderschapsverlof aan de orde. In sectoren waar ouderschapsverlof (gedeeltelijk) betaald is, nemen mannen meer ouderschapsverlof op. Betaling van verlof lijkt dus een belangrijk middel te zijn om mannen meer te betrekken bij de zorg. Ook de combinatie van arbeid met zorg voor met name lager opgeleide vrouwen kan ermee worden gestimuleerd. Het is echter de vraag of dit voor deze groep voldoende is. Ook het vergroten van de netto-opbrengst van betaald werk is voor lager opgeleide vrouwen een belangrijke stimulans om te blijven werken na de komst van een kind of om in een latere fase opnieuw in te treden. Het nieuwe belastingstelsel draagt hieraan bij door de verlaging van de belastingtarieven en de invoering van een arbeidskorting. Van groot belang is ook de bestrijding van de armoedeval die het resultaat is van de inkomensafhankelijke regelingen. Bij de uitwerking hiervan zal het bevorderen van de arbeidsdeelname van financieel afhankelijke partners mede uitgangspunt zijn. Het kabinet onderzoekt verder de mogelijkheden om de regelingen waarin kostwinnerselementen aan de orde zijn te vervangen door faciliteiten die de combinatie van arbeid en zorg bevorderen.

Door betere mogelijkheden tot uitbesteding van zorg en door wet- en regelgeving op het gebied van arbeidstijden en verlof kunnen overheid en sociale partners de voorwaarden creëren waaronder mannen en vrouwen in de privésfeer tot andere keuzen kunnen komen ten aanzien van de onbetaalde arbeid. Het aandeel van mannen in de onbetaalde zorg is circa 35 procent. Dit moet kunnen toenemen tot 40 procent in 2010. Aanpassing van wet- en regelgeving op het terrein van flexibele arbeidstijden en betaald verlof is juist voor mannen een belangrijke voorwaarde voor een groter aandeel in de onbetaalde zorg.

Macht en besluitvorming
Hoewel het aantal vrouwen met name in de landelijke politiek toeneemt, zijn vrouwen nog steeds ondervertegenwoordigd in hogere leidinggevende functies. Het kabinet bestaat voor 27 procent uit vrouwelijke ministers en 36 procent uit vrouwelijke staatssecretarissen. Van de Tweede-Kamerleden is 36 procent vrouw. Op andere niveaus is sprake van een minder snelle groei en in de gemeentepolitiek is sinds de jaren negentig zelfs sprake van stagnatie. Ongeveer één op de vijf wethouders en raadsleden is vrouw; voor iets minder dan één van de vijf burgemeesters geldt hetzelfde.

Buiten de politiek is het vrouwelijk aandeel in de top nog lager. Onder (plaatsvervangende) directeuren- en secretarissen-generaal op ministeries is dat rond tien procent. Schooldirecteuren volgen op korte afstand (7 procent), terwijl maar één op de twintig hoogleraren vrouw is.

In de private sector is het aandeel van vrouwen op hogere posities het laagst. In de raden van bestuur van de grootste ondernemingen is maar één op de honderd leden vrouw. Het aandeel vrouwen in managementfuncties ligt gemiddeld op ruim 17 procent. De verschillen per sector zijn groot. De gezondheidszorg en de sector cultuur kennen relatief hoge percentages vrouwelijke managers. In de industrie en de bouw is het aantal vrouwelijke managers vrijwel nihil.

De ondervertegenwoordiging van vrouwen in de top wordt versterkt door het zogenoemde draaideureffect: een versnelde uitstroom van vrouwen uit invloedrijke posities die de groeiende instroom weer teniet doet. Een verklaring hiervoor wordt onder meer gezocht in de cultuur van organisaties die door vrouwen doorgaans minder aantrekkelijk wordt gevonden.

De stagnerende doorstroming van vrouwen naar de top wordt tevens verklaard door het feit dat vrouwen vaak meer dan mannen hechten aan een evenwichtige balans tussen werk en privé. Dit is een wens waar veel (arbeids)organisaties nog niet op ingericht zijn. Verder speelt een rol dat vrouwen nog maar betrekkelijk kort aanwezig zijn in de hogere regionen van de arbeidsmarkt zodat zij minder traditie en rolvoorbeelden hebben dan mannen.

Het kabinet zet zich in voor een evenredige vertegenwoordiging van vrouwen op invloedrijke posities in alle maatschappelijke geledingen. Het gaat niet alleen om het vergroten van de instroom, maar ook om doorstroming en het voorkomen van voortijdige uitstroom. Dat betekent dat niet alleen in kwantiteit maar ook in kwaliteit moet worden geïnvesteerd. De overheid ondersteunt de ontwikkeling van instrumenten gericht op de doorstroming van vrouwen naar hogere en besluitvormende posities in het bedrijfsleven. Onderzoek, subsidiëring en het stimuleren van informatieuitwisseling dragen bij aan de vorming van mentorsystemen en netwerken en aan gerichte ondersteuning en advisering van organisaties. Gezien de verplaatsing van de macht naar internationale niveaus is het volgens het kabinet belangrijk dat meer vrouwen kunnen deelnemen aan de organen van de EU en de VN.

Om deelname aan gemeenteraden en Provinciale Staten voor vrouwen aantrekkelijker te maken, acht het kabinet het nodig de arbeidsvoorwaarden en rechtspositie van politieke ambtsdragers op die niveaus te verbeteren. Te denken valt aan het verplicht stellen voor gemeenten en provincies van secundaire voorzieningen, zoals kinderopvang, voor politieke functionarissen. Ook het zwangerschaps- en bevallingsverlof voor politieke vertegenwoordigers op alle niveaus zou opnieuw op de agenda moeten komen. Het kabinet laat nader onderzoek doen naar de omstandigheden en arbeidsvoorwaarden die een politieke participatie voor vrouwen aantrekkelijker maken.

Verder vindt het kabinet het van belang dat sectoren kennis en ervaringen uitwisselen over het doorbreken van het zogenoemde glazen plafond (de onzichtbare barrière

voor doorstroming van vrouwen naar hogere functies). Overheid en bedrijfsleven kunnen gezamenlijk een uitwisselingsprogramma ontwikkelen, gericht op vrouwen in de aanlooprangen voor topfuncties. Het kabinet wil in samenwerking met sociale partners een ‘taskforce’ instellen gericht op de instroom van vrouwen in overwegend mannensectoren.

Mensenrechten en vrouwen
Mensenrechten van vrouwen en het uitbannen van geweld tegen vrouwen staan anno 2000 stevig op de internationale agenda. Nederland is sinds 1991 partij bij het VN-Vrouwenverdrag dat als hoofddoelstelling heeft het uitbannen van alle vormen van discriminatie van vrouwen. Zowel op het niveau van de VN als op dat van Europa zijn er inmiddels tal van verdragen, besluiten en richtlijnen die vrouwenrechten verankeren in het internationale recht. Met de uitvoering van het beleid is echter nog slechts een begin gemaakt, aldus het kabinet. Het blijkt dat de positie van vrouwen wereldwijd nog onvoldoende is verbeterd. Armoede onder vrouwen, geweld tegen vrouwen en meisjes, vrouwenhandel, uithuwelijking en gebrek aan onderwijs, zeggenschap en economische zelfstandigheid zijn op papier beter opgelost dan in de praktijk.
Nederland heeft vanaf de jaren zeventig veel gedaan aan de totstandkoming van formele gelijke rechten. De Wet gelijke beloning, de Algemene wet gelijke behandeling en de implementatie van Europese richtlijnen op het gebied van arbeidsvoorwaarden en sociale zekerheid zijn naar de mening van het kabinet belangrijke verbeteringen. Ook op andere beleidsterreinen is veel gebeurd zoals in het familierecht en in de strafrechtelijke aanpak van seksueel geweld tegen kinderen en vrouwen. Geweld in relaties komt echter nog steeds veelvuldig voor. Jaarlijks zijn in Nederland ongeveer 200.000 vrouwen slachtoffer van mishandeling door hun (ex-)partner. In 50.000 gevallen betreft het zwaar geweld. De kosten voor de overheid worden geraamd op meer dan 300 miljoen gulden per jaar.

Het kabinet is van mening dat de juridische en feitelijke betekenis van de mensenrechten van vrouwen op mondiaal, Europees en nationaal niveau moet worden versterkt. Nederland zet zich in voor een vergroting van het aantal vrouwen in humanitaire en vredesmissies, in internationale gerechtshoven en onderzoekscommissies. Het kabinet wil de naleving van vrouwenrechten verbeteren door gedragscodes en vormen van maatschappelijk verantwoord ondernemen te stimuleren bij bedrijven en instellingen. Om vrouwenhandel tegen te gaan, wil het kabinet de internationale samenwerking op het niveau van politie en justitie verder versterken en de uitwisseling van gegevens tussen nationale rapporteurs mensenhandel verbeteren. Nederland zal een Europese monitor over schending van vrouwenrechten en het verzamelen van ‘good practices’ stimuleren. Via een Informatiepunt VN-Vrouwenverdrag kan in Nederland en internationaal meer bekendheid aan het verdrag worden gegeven alsmede aan de gelijke behandelingsproblematiek. Informatie over de betekenis van vrouwenrechten kan in inburgeringscontracten worden opgenomen.

ICT
Omdat de nieuwe informatie- en communicatietechnologie een steeds grotere invloed zal krijgen op alle maatschappelijke sferen is het volgens het kabinet van belang dat emancipatie-aspecten vanaf het begin worden meegenomen in beleid en initiatieven die gebruik en productie van ICT stimuleren en ondersteunen.

ICT biedt kansen om arbeid en zorg beter te combineren doordat het de scheiding werk-privé minder groot maakt. ICT schept mogelijkheden voor een grotere invloed op besluitvorming. ICT maakt verder een snellere internationale uitwisseling van informatie over vrouwenrechten mogelijk. E-commerce biedt vrouwelijke startende ondernemers nieuwe perspectieven. Ongewenste beeldvorming en vooroordelen rond vrouwen in zaken, spelen veel minder een rol als via de computer gecommuniceerd wordt.

Terwijl het gebruik van internet onder vrouwen snel stijgt (van de nieuwe internergebruikers is bijna de helft vrouw), blijven vrouwen sterk ondervertegenwoordigd in de ICT-sector zelf. Van de universitaire studenten informatica is slechts 9 procent vrouw. Tot nu toe ontwikkelt ICT zich vooral tot een ‘mannenwereld’. Dit kan tot een nieuwe achterstand voor vrouwen leiden.

Volgens het kabinet kan de geringe deelname van vrouwen aan ICT-opleidingen en de ICT-sector worden voorkomen door daar nu reeds aandacht aan te schenken in het beleid, het onderwijs en in de ICT-sector zelf. Door vrouwen te betrekken bij de ontwikkelingen, maar ook door de specifieke invalshoek van vrouwen te gebruiken en te versterken. De in 1999 ingestelde Taskforce ‘Werken aan ICT’, bestaande uit vertegenwoordigers van overheid, bedrijfsleven en onderwijs, neemt in dit verband nieuwe initiatieven. De Taskforce richt zich op drie taken: het bijscholen van vrouwen, aansluitend bij lopende activiteiten van de vrouwenvakscholen; het aanpassen van curricula van ICT-opleidingen in HBO en WO; en het aanpassen van de arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden.

Dagindeling
De samenleving is nog onvoldoende ingericht op mensen die werk en privé willen combineren. Hoewel het zogenoemde combinatiemodel maatschappelijk wordt ondersteund, ondervinden ‘taakcombineerders’ in de praktijk nog allerlei hindernissen. De afstanden tussen werk, winkels, scholen en andere voorzieningen zijn vaak groot. Arbeidstijden en openingstijden zijn niet goed op elkaar afgestemd.
Het kabinet heeft in het regeerakkoord 60 miljoen gulden uitgetrokken voor experimenten, ervaringsuitwisseling en informatievoorziening op het gebied van dagindeling. In maart 1999 is de Stimuleringsmaatregel Dagindeling van kracht geworden. Veel experimenten zijn in gang gezet, variërend van de brede school (met allerlei voorzieningen, zoals kinderopvang en vrijetijdsvoorzieningen, onder één dak) tot persoonlijke dienstverlening. De experimenten in het kader van de stimuleringsmaatregel zullen resultaten voor het beleid opleveren op het gebied van onder andere ruimtelijke ordening, volkshuisvesting, vervoer en onderwijs.

Uit de experimenten ontstaat geleidelijk een beeld van de voorwaarden waaraan beleid moet voldoen om de combinatie van werk en privé beter mogelijk te maken.

Voor een betere afstemming van werktijden en openingstijden wil het kabinet onderzoek naar tijd- en ruimtebestedingspatronen bevorderen. Hiertoe kunnen ook de tijdbestedingsonderzoeken van het CBS en SCP en de emancipatiemonitor van het ministerie worden uitgebreid.

Een mogelijkheid om de spanning tussen werk en zorg weg te nemen of te verminderen, is telewerken. Hiermee kan de aanwezigheid op het werk worden vervangen door werken thuis, gekoppeld aan bereikbaarheid voor het werk. De mogelijkheden van dit zogenoemde bereikbaarheidsscenario worden momenteel interdepartementaal in kaart gebracht en bij de beleidsontwikkeling betrokken.

Het combineren van werk en zorg vraagt om een ander gebruik van ruimte. Taakcombineerders hebben baat bij korte afstanden en bereikbaarheid van werk en voorzieningen. Het kabinet gaat na of de stichtingskosten van kinderopvang via het grondbeleid kunnen worden doorberekend aan de toekomstige bewoners van een wijk. In het kader van de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening zullen de belangen van taakcombineerders worden meegenomen. Op basis van de resultaten van experimenten zal het kabinet een ‘werk-privé balans’-toets ontwikkelen voor ruimtelijke plannen en regels.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie