Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Inleiding Kitty Roozemond 'Werkend Leren heeft de toekomst'

Datum nieuwsfeit: 29-03-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Persbericht FNV


Conferentie "Werkend Leren heeft de toekomst" - inleiding

Conferentie "Werkend Leren heeft de toekomst"

Inleiding door Kitty Roozemond, vice-voorzitter van de FNV te Den Haag, 29 maart 2000 29 maart 2000

De arbeidsmarkt heeft momenteel een tekort aan vaklieden.

En dat geldt in nagenoeg alle sectoren van het bedrijfsleven.

Werkend leren is een prima route om dit tekort op te lossen.

De Beroepsbegeleidende leerweg, de BBL, wordt ook geacht te groeien in tijden van hoogconjunctuur.

Gelukkig heeft de recente 10% groei ook laten zien dat dit, weliswaar enigszins vertraagd, optreedt.

De vertraging zat `m blijkt nu in de invoeringsperikelen rond de WEB.

De groei is ook gestimuleerd door andere factoren dan de economie.

De tripartiete samenwerking rond het hoofdlijnenakkoord versterking werkend leren is ook zo'n factor.

Vandaag zien we de resultaten.

Ook de aandacht die sociale partners als leerroute via adviezen van de STAR en SER vroegen voor de BBL heeft invloed gehad.

En niet ontkend kan worden dat ook de fiscale faciliteit leerlingwezen daaraan heeft bijgedragen evenals de extra activiteiten van het COLO met ESF-3-geld.

Het probleem is momenteel niet een tekort aan leerarbeidsplaatsen, want er zijn voldoende vacatures ook bij leerbedrijven.

Het probleem bij de groei is nu een tekort aan deelnemers en het vasthouden van mensen. Daarom moeten er kwaliteitsslagen gemaakt worden in het werkend leren.

Daarover meer.

Dit betekent allereerst: zuinig zijn op elke instromer.

Dus een zorgvuldige intake.

Bij de BBL is dit extra gecompliceerd omdat dit niet alleen een matching is tussen vraag en aanbod maar de deelnemer tegelijkertijd moet solliciteren op een baan.

Er kan o.i. in de BBL heel wat verbeteren aan de matching tussen deelnemer en leerbedrijf. Het onderzoeksrapport laat weliswaar uiteindelijk weinig uitval zien, ook omdat de BOL een aardig alternatief biedt, maar het wordt wel bijna helemaal overgelaten aan de instromer.

In onze ogen is het vinden van een leerbedrijf ook een verantwoordelijkheid van de school.

Zij hebben, als het goed is met één druk op de knop, een register van erkende leerbedrijven beschikbaar.

Waarom geen bemiddelingsbureau op elke ROC die elke intaker 3 passende leerbedrijven mee kan geven om te solliciteren?

We weten dat een aantal ROC's het perfect doet, maar er zijn ook andere.

En hoe zit het met de bemiddeling bij pools, bij intermediaris?

Moeten zij die taak overnemen van de school?

Kan elke instromer daar terecht?

De FNV pleit vandaag voor uitwisseling van good practices en monitoring door de landelijke overheid, als bijdrage aan het verbeteren van die matching.

De toegankelijkheid dient ook te worden bevorderd, vooral aan de onderkant van de opleidingen en voor doelgroepen.

Deze deelnemers kosten een school extra geld en aandacht maar dat levert de maatschappij heel wat op.

Het mag niet gebeuren dat er 1 groep leerlingen overblijft van de 3 groepen van een assistent-opleiding in de techniek.

Niet omdat er geen leerlingen of leerbedrijven zijn, maar omdat ze te duur blijken voor de school.

Dit voorbeeld kwam recent bij ons binnen.

De overheid moet hier ook wat tegenoverstellen.

Wat ons betreft een groter budget voor voorbereidende en ondersteunende activiteiten (VOA-gelden).

Zuinig zijn op elke deelnemer betekent ten derde verbetering van het rendement.

Met name in de begeleiding van de deelnemer in de BPV zijn veel kwaliteitsslagen nodig.

Deze taak die vroeger in de BBL bij de consulent van de LOB's lag is over het algemeen gesproken nog steeds niet goed overgenomen door de scholen.

Vier jaar na de invoering van de WEB moet dat toch eindelijk goed geregeld worden.

Deelnemers klagen hierover en terecht.

Bedrijfsbezoeken zijn hierbij onmisbaar.

Deze dienen door dezelfde docenten te worden verricht die de deelnemers de theoriecomponent aanbieden in de school, zodat optimale afstemming tussen theorie en praktijk plaatsvindt.

De FNV pleit ook nadrukkelijk voor een sectorale organisatie van deze begeleiding vanuit de school, zodat men bekend is met de bedrijfscultuur, de CAO en de fondsen in de branche.

Ook zullen de opleidingsadviseurs van de LOB's hun nieuwe taak in het begeleiden van een leerbedrijf kunnen uitbouwen.

Er is meer nodig dan een eenmalige erkenning.

De kwaliteit van een leerbedrijf dient ook te worden bewaakt.

In onze ogen is het effectief leren in de werkomgeving nog niet altijd optimaal georganiseerd en lijkt ook hier productie het wel eens te winnen van het leren.

Een bedrijf met zijn praktijkbegeleider kan daar veel kennis en steun bij gebruiken van het LOB.

Ook hier kunnen uitwisseling van good practices bij ROC's en LOB's en monitoring door de landelijke overheid bij helpen.

De FNV steunt dan ook Min.Hermans in zijn voornemen om de komende periode het accent te leggen op de kwaliteitsverbetering van het werkend leren, wat ons betreft met veel aandacht voor de BPV.

Tot zover weinig echte nieuws.

Behalve meer aandacht voor de aanbodkant dan de vraagkant.

En een duidelijke oproep aan de landelijke overheid om ondersteuning te bieden bij het vormgeven van de matching tussen deelnemer en bedrijf en van de bpv-begeleiding.

Het hoofdlijnenakkoord Versterking Werkend Leren ging ook om het bevorderen van de instroom van nieuwe doelgroepen, te weten reeds werkenden en werkzoekenden.

Daar zit meer nieuws in.

Het blijkt dat 29% werkenden en 46% werkzoekenden onder startkwalificatieniveau zitten. Deze groep verdient een tweede kans door startkwalificatietrajecten.

Onderzoek wat vandaag gepresenteerd is, laat zien dat voor uitvoeringsinstanties in de sociale zekerheid en bij arbeidsvoorziening het begrip startkwalificatie nog te weinig leeft en het niveau te hoog lijkt.

Natuurlijk is een grote groep werkzoekenden daar nog ver van af, maar in onze ogen is er dan maar een conclusie mogelijk: des te belangrijker om daaraan te werken.

Onzes inziens is iedereen schoolbaar als je maar op het juiste niveau begint en op de juiste manier schoolt.

Dit vergt andere trajecten dan de standaardleerwegen op een ROC.

Het vergt ook andere trajecten dan de standaard-CV-opleidingen.

Dit vergt maatwerk, beginnend met het erkennen van reeds verworven competenties (EVC) en door trajecten educatie te combineren met beroepsonderwijs.

Voor reeds werkenden is meer nodig dan korte functiegerichte cursussen.

Ook hier gaat het om startkwalificatietrajecten.

Recente ideeën van het Min. van OC&W over een individuele leerrekening die een werknemer krijgt om zich in zijn/haar bedrijf tot dat niveau te scholen spreken ons zeer aan.

We zijn erg blij met de ITS-conclusie dat de ROC's de markwaarde beseffen van de BBL voor deze doelgroepen.

Blijkbaar is het niet (meer) het stiefkindje waar we ons zorgen over maakten.

Er liggen kansen te over, maar dit kan alleen met een vernieuwd BBL, waarin maatwerk mogelijk is.

De FNV wil daar de volgende succesfactoren bij benoemen: * EVC als begin van een dergelijk traject.
* Meerdere in- en uitstroommomenten en flexibele toetsing. * Individuele trajecten i.p.v. groepsactiviteiten * OC&W-bekostiging ook voor deze startkwalificatietrajecten, dat wil zeggen dat dit niet persé contractonderwijs hoeft te zijn. * Zorgen dat het inkomen van de deelnemer gegarandeerd is. * Zorgen dat leren op de werkplek gestructureerd plaatsvindt. * Nieuwe deelnemersmarkten aanboren
* Nieuwe samenwerkingspartners zoeken

Tevens wil de FNV stimuleren dat er naast dit vernieuwde BBL ook andere leerwegen worden ontwikkeld om te komen tot startkwalificatieniveau buiten de school.

Er zijn meerdere varianten mogelijk van combinaties tussen werk en leren.

Dit is goed voor voortijdig schoolverlaters die een tweede kans nodig hebben.

Maar ook goed voor herintreedsters of voor laagopgeleide werknemers.

Zelf proberen we de komende maanden pilots te starten met een scholingsbaan voor ouderen zonder startkwalificatie, zowel werkzoekenden als flex-werkers.

Hierbij denken we aan een langzame opbouw van de hoeveelheid werk.

Ook moet er ons inziens sprake zijn van betaling van loonverlet om bij deze groep door deelname geen inkomensval te creëren.

In de Employability-Agenda hopen wij dat al deze scenario's worden gestimuleerd en uitgroeien tot een vast onderdeel van het Nederlands instrumentarium om mensen niet alleen naar de arbeidsmarkt te leiden maar daar ook te houden.

Dus:

Er zijn volop kansen voor een vernieuwd BBL en voor startkwalificatietrajecten.

Laten we die kansen grijpen.

Tot slot.

De FNV is blij te merken dat in twee jaar tijd het imago van de BBL 180% gedraaid lijkt.

Wij denken dat ook wij daar ons steentje aan bij hebben gedragen.

Maar bovenal blijkt het een, om met MKB-Nederland te spreken, een vitaal concept.

Voor meer informatie:

FNV Voorlichting, 020 5816 550

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie