Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Toespraak De Vries conferentie 'Europa-Regios-Provincies'

Datum nieuwsfeit: 30-03-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Toespraak van staatssecretaris Gijs de Vries op de conferentie "Europa-Regios-Provincies"
Een toespraak bij het onderwerp BZK en internationale zaken
30 maart 2000
Interprovinciaal Overleg (IPO) te Brussel
Inleiding
Dames en heren. Mogen decentrale overheden zelfstandig een buitenlands beleid voeren? Of dient buitenlands beleid het prerogatief te blijven van de nationale regering? De vraag is actueel in de Verenigde Staten, waar het Hooggerechtshof zich dezer dagen buigt over een rechtszaak tegen de staat Massachusetts. Massachusetts heeft sanctiemaatregelen getroffen tegen Birma, waar de mensenrechten al jaren lang met voeten worden getreden. Bedrijven die zaken doen in Birma komen niet meer in aanmerking voor contracten met de staat Massachusetts. Tegenstanders van dit sanctiebeleid wijzen erop dat er weinig zou overblijven van het Amerikaans buitenlands beleid als alle 50 staten en 39.000 gemeenten in de VS hun eigen buitenlandse en handelspolitiek zouden mogen voeren. Massachusetts en zijn medestanders beroepen zich op het federale karakter van de Amerikaanse grondwet en het recht van iedere staat om zijn begroting naar eigen goeddunken te besteden.
Hoewel de grondwettelijke aspecten van deze kwestie natuurlijk uniek zijn voor de Verenigde Staten, zijn de onderliggende politieke vragen dat niet. Ook in Europa spelen vragen omtrent de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van centrale en decentrale overheden op het vlak van de internationale betrekkingen. Deze discussie is overigens niet nieuw. Zo vonden in Nederland in de jaren zeventig en tachtig in nogal wat gemeenten verhitte discussies plaats over de wenselijkheid van boycots van Chili en Zuid-Afrika, relaties met zustersteden in Oost-Europa of Midden-Amerika, en het uitroepen van een lokale kernwapenvrije zone. Wie door Nederland reist komt zo nu en dan nog wel eens zon bordje tegen, dat niet nader aangeduide mogendheden waarschuwt een kernoorlog niet binnen de gemeentegrenzen te beginnen. Toch is het vooral de stormachtige ontwikkeling van de Europese Unie geweest die aan het functioneren van decentrale overheden een internationale dimensie heeft verleend.
Invloed EU op Nederland
Het in Nederland geldend recht bestaat in toenemende mate mede uit recht dat direct of indirect uit dat van de EG voortvloeit. De Nederlandse milieuwetgeving komt bijvoorbeeld voor de helft tot stand als uitvloeisel van Europese besluitvorming. De reikwijdte en intensiteit van het communautaire recht nemen toe, en dat heeft gevolgen voor de nationale wetgever, zoals de Raad van State in zijn jaarverslag over 1999 opmerkt. Ook gemeenten en provincies ervaren dat besturen in de zich ontwikkelende Europese rechtsorde niet alleen complexer wordt, maar ook nieuwe mogelijkheden biedt. Als gevolg van de Europese Akte, het Verdrag van Maastricht en het Verdrag van Amsterdam is de Europese Unie uitgegroeid tot de vierde laag van het binnenlands bestuur der lidstaten. De effecten doen zich in tal van vormen ervaren. Sommige van die effecten zullen niet een ieder welkom zijn. Neem de invoering van de Euro. Gemeenten en regios zullen er rekening mee moeten houden dat de prijstransparantie, die het gevolg is van één Europese munt, de concurrentie tussen overheden om het aantrekken van buitenlandse investeringen zal aanwakkeren. Hoeveel grote gemeenten hebben al een sterkte-zwakte-analyse uitgevoerd naar de eigen vestigingsvoorwaarden? Bestuurders worden voorts geacht de wet te kennen, en dus ook de Europese wet. Europese wet- en regelgeving richt zich tot de lidstaten, maar bindt ook decentrale overheden, ongeacht de binnenlandse staatsrechtelijke verhoudingen. Die overheden dienen zich ervan te vergewissen dat zij weten waaraan zij zich te houden hebben.
Emancipatie regios
Maar positieve effecten van de verdieping van de Europese integratie zijn er ook. Er is onmiskenbaar sprake van een emancipatieproces van regios en grote steden binnen de Europese Unie. Regios en sterke steden zoeken toenadering tot elkaar, over landsgrenzen heen. Soms gebeurt dit in georganiseerd verband, bijvoorbeeld in het Comité van de Regios, de Council of European Municipalities and Regions (CMR), of Eurocities. Elders komt bilaterale samenwerking tot stand, zoals tussen Franche-Comté en Baden-Wurttemberg of tussen Gelderland en de Poolse provincie Lublin. Steden met een gemeenschappelijk belang zoeken elkaar op - zo zal in 2001 een Rijnstedenconferentie worden belegd. Op deze manier worden ervaringen uitgewisseld en vinden (informele) vormen van peer review plaats. Via het Comité van de Regios oefenen regionale en lokale autoriteiten bovendien langs formele weg invloed uit op de beleidsmakers in de Europese instellingen. Naast de vorming van formele en informele onderlinge netwerken is de laatste jaren sprake van toenemende rechtstreekse lobby-activiteiten van decentrale overheden in Brussel. In totaal zon 150 regios en steden beschikken inmiddels over een vertegenwoordiging bij de Europese Unie. De activiteiten richten zich veelal op beïnvloeding van financieringsstromen uit de structurele fondsen en op het informeren van de achterban over voorgenomen EU-regelgeving. De opening van het Huis der Nederlandse provincies te Brussel past in deze trend. Ik juich deze toegenomen betrokkenheid van decentrale overheden bij het functioneren van de Europese Unie toe. Beide bestuursniveaus hebben baat bij deze contacten. Regios en gemeenten ontwikkelen een extra kanaal om namens hun burgers invloed uit te oefenen. De Europese Unie wint harerzijds aan bekendheid en begrip in de lidstaten. Hoe meer er lokaal en regionaal, dus dicht bij de burger zichtbaar wordt van het werk van de EU, hoe transparanter de Unie wordt. En transparantie is een noodzakelijke - zij het geen voldoende - voorwaarde voor legitimiteit.
Synenergie en risicos
Welke gevolgen heeft deze verdichting van contacten tussen lokaal, regionaal en Europees bestuur voor het functioneren van de rijksoverheid? Enerzijds wordt het werk van het rijk in Raden en ambtelijke voorportalen complexer. De regering is verantwoordelijk voor de eenheid van het buitenlands beleid, en die eenheid zou wel eens moeilijker te verwezenlijken kunnen zijn naarmate in Brussel het aantal bestuurlijke spelers uit Nederland groeit. Anderzijds zou eensgezind optreden van de diverse betrokken overheden de kracht van het Nederlands standpunt - en dus de effectiviteit van het regeringsbeleid - ten goede kunnen komen. Overigens moet wel bedacht worden dat bepaald lang niet alle besluitvorming op Unieniveau de competentie van Nederlandse gemeenten of provincies raakt.
Helder is, dat zowel de samenwerkende provincies als het rijk op de relevante terreinen belang hebben bij tijdige uitwisseling van informatie en goed overleg. Regelmatig contact tussen de bewoners van het Huis der provincies en de Nederlandse Permanente Vertegenwoordiging, zoals dit ook de afgelopen periode plaatsvond, ligt voor de hand.
Om deze potentiële voordelen in termen van synergie tussen de betrokken overheden te kunnen verwezenlijken is het wel zaak dat ook de uit dit proces voortvloeiende bestuurlijke risicos onder ogen worden gezien. Het toenemend belang van Europese wetgeving voor decentrale overheden kan bijvoorbeeld tot frictie leiden tussen die overheden en hun nationale staat.
De oorzaak van deze potentiële spanning schuilt in de aard van het Europees recht. Decentrale overheden zijn gehouden tot correcte uitvoering van communautaire regelgeving. Al hun handelingen dienen in overeenstemming te zijn met het EG-recht. Decentrale overheden kunnen door derden echter niet rechtstreeks op hun communautaire verplichtingen worden aangesproken. Alleen de lidstaten van de EU kunnen in hun hoedanigheid van internationaal rechtspersoon aansprakelijk worden gesteld door de Europese Commissie of andere lidstaten wegens niet-naleving van communautaire voorschriften.
Dat het Verdrag alleen aansprakelijkheid van centrale overheden kent, is alleszins begrijpelijk, al was het maar vanwege de bonte verscheidenheid aan decentrale bestuursvormen (met bijbehorende bevoegdheden) in de lidstaten. Zo kent de Unie regios (België, Frankrijk, Italië), Länder (Duitsland, Oostenrijk), autonome gemeenschappen (Spanje), gemeenschappen (België), county councils (Verenigd Koninkrijk, Scandinavische landen), provincies (België, Italië, Nederland, Spanje), intergemeentelijke verbanden (Finland, Frankrijk, Luxemburg, Portugal), departementen (Frankrijk), prefecturen (Frankrijk, Zweden), en ik vergeet er vast nog een paar. Het is niet goed denkbaar - en ongewenst - dat in de controle op de naleving van het EU-recht rekening zou moeten worden gehouden met al deze verschillen. Het zijn de lidstaten die als Verdragspartners gehouden zijn het Verdrag getrouw na te (doen) leven. Dat dit al lastig genoeg is, bewijst de Securitel-affaire.
De situatie waarbij provincies, gemeenten en andere decentrale overheden wel verantwoordelijk zijn voor de naleving van het Europees recht, maar uitsluitend de centrale overheid in rechte verantwoordelijk kan worden gesteld, vergt dat alle betrokkenen zorgvuldig opereren. Binnen de Nederlandse bestuurlijke verhoudingen beschikt het rijk over mogelijkheden om informatie te vragen, en preventief dan wel repressief toezicht (bijvoorbeeld via een regresrecht) uit te oefenen. Het rijk zal bij het uitoefenen van deze bevoegdheden de bevoegdheden van decentrale overheden en de omstandigheden van het geval zwaar moeten laten wegen. Op hun beurt zullen de decentrale overheden systematisch rekening moeten houden met hun verantwoordelijkheden onder het Europees recht. Ik denk daarbij onder andere aan het terrein van de overheidsaanbestedingen. Door de verplichtingen tot Europees aanbesteden na te leven voorkomen gemeenten niet alleen problemen, maar kunnen zij bovendien concrete voordelen realiseren in termen van prijs en kwaliteit.
Het is dus van belang dat gemeenten en provincies tijdig op de hoogte zijn van ontwikkelingen op EU-niveau die het eigen functioneren raken, tijdig hun standpunt formuleren, en tijdig overleg voeren met de centrale overheid over de Nederlandse inbreng in de Raad van Ministers. De kwaliteit van zowel het binnenlands bestuur als - in voorkomende gevallen - de Nederlandse inbreng in Brussel zijn daarbij gebaat.
Europa-overleg
Enige tijd geleden bracht de Raad voor het openbaar bestuur een advies uit over de invloed van de Europese integratie op het openbaar bestuur. In reactie op deze notitie heeft het kabinet voorgesteld het al enige tijd bestaande overleg tussen Buitenlandse Zaken, BZK, VNG en IPO te formaliseren. Het nieuwe beraad is in december vorig jaar van start gegaan. Het Europa-Overleg Rijk -IPO-VNG, zoals de officiële naam luidt, bespreekt de agenda van de interdepartementale commissie Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen, en staat onder voorzitterschap van BZK. Als gevolg van dit overleg wordt op de fiches inzake nieuwe Commissievoorstellen, die ook de Tweede Kamer en de Nederlandse leden van het Europees Parlement toegaan, aangegeven welke gevolgen een voorstel heeft voor de decentrale overheden. Op deze wijze kunnen VNG en IPO in een vroeg stadium hun stem laten horen, en kan het rijk tijdig rekening houden met hun inbreng.
Kenniscentrum
Ik ben bereid een stap verder te gaan. Rijk en decentrale overheden zouden kunnen overwegen gezamenlijk een kenniscentrum op te richten dat zich bezighoudt met de relatie tussen decentrale overheden en de Europese Unie, en in het bijzonder de juridische en bestuurlijke aspecten daarvan. Een dergelijk centrum zou een vraagbaak kunnen zijn voor plaatselijke en regionale bestuurders, en ondersteuning kunnen bieden bij de implementatie van Europese regelgeving op decentraal niveau. In de maand april vindt over dit idee overleg plaats tussen mijn departement, VNG en IPO. Suggesties van bestuurders over de opzet van dit expertisecentrum neem ik graag in overweging.
Grensoverschrijdende Samenwerking
Sprekend over het belang van Europese samenwerking voor decentrale overheden sta ik graag nog een ogenblik stil bij de grensoverschrijdende samenwerking van provincies en gemeenten, en de rol van Euregios ter zake.
Onderdeel van wat ik eerder omschreef als het emancipatieproces van regios in Europees verband is dat regios aan weerszijden van de grens toenadering tot elkaar zoeken. Nederland vervult in dit opzicht - naast België en Luxemburg - onder de lidstaten een voorhoederol, onder andere door het Beneluxverdrag, dat grensoverschrijdende openbare lichamen mogelijk maakt. Internationaal groeit de belangstelling voor grensoverschrijdende samenwerking, getuige onder andere de discussie over de eventuele vorming van Eurocorridors over landsgrenzen heen. Nut en noodzaak van grensoverschrijdende bestuurlijke netwerken is bij herhaling onderstreept, onder andere in de nota Europa 2000 + van de Europese Commissie (1994), in de Tweede Benelux Structuurschets (1997) en in het Europees Ruimtelijk Ontwikkelingsperspectief, vastgesteld door de Europese lidstaten te Potsdam in mei 1999. Ik ben voornemens de grensoverschrijdende samenwerking tussen Nederland, België en Duitsland dit jaar nieuwe impulsen te geven. In de eerste plaats overweeg ik initiatieven om de coördinatie van de rampenbestrijding tussen ons land en de buurlanden te verbeteren. Op dit moment staan nog diverse juridische belemmeringen aan een optimale samenwerking in de weg. In de tweede plaats hoop ik met Duitsland een verdrag te kunnen sluiten dat grensoverschrijdende bedrijventerreinen mogelijk maakt. Op vijf plaatsen langs de Nederlands-Duitse grens bestaan initiatieven om de regionale economie een impuls te geven via een gezamenlijk bedrijventerrein. Ik hoop behalve op de steun van de betrokken deelstaten ook op de steun van de Bondsregering te mogen rekenen. In de derde plaats bereid ik een herziening voor van het kabinetsstandpunt over grensoverschrijdende samenwerking dat staatssecretaris De Graaff-Nauta in 1994 aan de Kamer heeft aangeboden. In deze notitie zal worden ingegaan op de groeiende activiteit die provincies en gemeenten in Europees verband ondernemen. Tevens zullen de ervaringen worden geëvalueerd die met decentrale overheden in België en Duitsland zijn opgedaan, zowel in rechtstreekse contacten als in Euregionaal verband. Functioneren de Euregios naar behoefte, of zijn verbeteringen denkbaar ? Welke bestuursvorm werkt het best, en welke rol is hierbij weggelegd voor provincies respectievelijk gemeenten? Ik nodig de betrokken bestuurders graag uit hun visie op deze onderwerpen te geven, en in het bijzonder aan te geven welke ondersteuning door de Nederlandse regering aan de samenwerking tussen decentrale overheden zij in de relatie met België en Duitsland wenselijk achten.
EU en GROS
Binnen de EU wordt grensoverschrijdende samenwerking bevorderd door het communautair initiatief INTERREG. Toch moet worden vastgesteld dat burgers en bestuursorganen juist in grensgebieden veel problemen ondervinden. Op velerlei gebied doen zich fricties voor die soms bilaterale oplossingen vergen, maar soms (ook) initiatieven op EU-niveau.
De Europese Commissie stelt zich in het algemeen terughoudend op als het erom gaat de problemen van grensbewoners aan te helpen pakken. De Commissie beroept zich op het feit dat haar in het Verdrag geen bevoegdheden op dit vlak zijn toegekend. Wat de grensoverschrijdende samenwerking betreft ontbreekt in het Verdrag inderdaad een bepaling zoals artikel 151 (ex art. 128), dat betrekking heeft op culturele samenwerking. Hier is bepaald dat het optreden van de Gemeenschap erop is gericht de samenwerking tussen de lidstaten aan te moedigen en zo nodig hun activiteiten te ondersteunen en aan te vullen. Een dergelijke omschrijving zou op het terrein van de grensoverschrijdende samenwerking niet misstaan. Als burgers ergens in de Unie in het dagelijks leven de vruchten zouden moeten kunnen plukken van de Europese integratie, dan is het wel in grensregios. Hier ligt een taak voor de Europese instellingen, zo niet op de lopende Intergouvernementele Conferentie, dan toch op de eerstvolgende.
Comité van de Regios
Het ontbreken van een meer expliciete Verdragsbasis mag er uiteraard niet aan in de weg staan dat van de bestaande mogelijkheden actief gebruik wordt gemaakt. Hier ligt in het bijzonder een taak voor het Comité van de Regios. Volgens artikel
265 van het Verdrag (ex art. 198 C) geldt het adviesrecht van dit Comité in het bijzonder onderwerpen die grensoverschrijdende samenwerking betreffen. Het Comité moet in die gevallen door de Raad of de Commissie worden geraadpleegd. Het kan ook door het Europees Parlement worden geraadpleegd, en mag op eigen initiatief adviezen uitbrengen. Systematische monitoring van de problemen in de grensoverschrijdende samenwerking door het Comité, bijvoorbeeld in de vorm van een jaarrapport, zou de totstandkoming van oplossingen op dit terrein kunnen bespoedigen. Gezamenlijk optreden met het Europees Parlement, waarvan de bevoegdheden in het Verdrag van Amsterdam aanzienlijk zijn versterkt, zou de effectiviteit van het Comité in dezen nog kunnen vergroten. Afronding
De opening van het Huis der Provincies in Brussel is een opmerkelijk initiatief. Het laat zien dat de Nederlandse provincies de belangen van hun burgers niet alleen rechtstreeks in Den Haag dienen, maar ook daar waar Den Haag in Europees verband meebeslist over wetgeving en financiën, te weten Brussel. Interessant is ook dat de provincies zich hier in Brussel behalve door het IPO ook per landsdeel hebben laten vertegenwoordigen. Een schaal die overigens beter past bij de omvang van het mesoniveau in omliggende landen, zoals de Duitse Länder of de Belgische regios, dan de schaal van de afzonderlijke provincies. Wellicht een opmaat naar hechtere bestuurlijke samenwerking op de schaal van landsdelen binnen eigen land?

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie