Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief VenW over gezondheidseffectscreening

Datum nieuwsfeit: 31-03-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Brief VenWs inzake gezondheidseffectscreening
Gemaakt: 5-4-2000 tijd: 10:40


3

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 31 maart 2000

Onderwerp:

Gezondheidseffectscreening

Zoals toegezegd tijdens de schriftelijke behandeling van vragen van de kamerleden over de VWS-begroting 2000, zend ik u hierbij een exemplaar van alle gezondheidseffectscreeningen die de Ondersteuningsfunctie Facetbeleid van de Netherlands School of Public Health (NSPH) van 1996 tot op heden aan mij heeft aangeboden.

In mijn brief van 18 mei 1995 (TK 24 126 nr. 3) heb ik aangegeven dat met GES als beleidsinstrument geëxperimenteerd zou worden. In de afgelopen periode is vanuit de ondersteuningsfunctie ervaring met de GES opgedaan en wordt een verdere uitkristallisering zichtbaar. Het gaat daarbij om inzicht in de interventiemogelijkheden bij de diverse beleidsvraagstukken alsmede de inzet van GES in verschillende stadia van beleidsontwikkeling.

De GES-onderwerpen en GES-rapporten zijn dan ook uiteenlopend van aard en betreffen zowel het signaleren en beoordelen van gezondheidsrelevante beleidsvoornemens (1e fase van facetbeleid, zoals door de NSPH onderscheiden) als het nader beschrijven en inschatten van potentiële gezondheidseffecten (2e fase). Alle hierna genoemde rapporten zijn in het kader van de Ondersteuningsfunctie Facetbeleid en onder verantwoordelijkheid van de NSPH opgesteld.

Ecotax (1996): Op 24 mei 1996 is de rapportage, opgesteld door het onderzoeksbureau Ipso Facto, aan VWS aangeboden. Deze GES is als één van de drie onderzoeksrapporten verwerkt in een notitie d.d. 27 november 1996 van de Staatssecretaris van Financiën aan de Eerste Kamer. Het onderzoek heeft ondermeer geleid tot nadere inzichten van het kabinet omtrent de inkomenspositie van chronisch zieken en gehandicapten.

Hoge-snelheidslijn (1996): De GES is door mij gebruikt bij de schriftelijke beantwoording van vragen over de invloed van slijpsel van rails en bovenleiding alsmede koolstof op de gezondheid (brief van
4 november 1996).

Tabaksontmoedigingsbeleid (1998). De in eerste instantie uitgevoerde GES is later gevolgd door een uitgebreidere GezondheidsEffect Rapportage (GER), die u indertijd is toegezonden. Op 10 april 1999 is het wetsvoorstel «Wijziging van de Tabakswet» aan de Kamer aangeboden. In het Verslag heeft de Kamer (juli 1999) expliciet aan deze GER gerefereerd en de bevindingen en conclusies aan de orde gesteld. In de beleidsvoorbereiding van dit wetsvoorstel zijn de uitkomsten betrokken bij het interdepartementaal overleg over de afweging van economische en gezondheidsbelangen.

Drank- en Horeca Wet (1997): De bevindingen zijn indertijd verwerkt in mijn brief aan de Ministeriële Commissie Marktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit (Commissie Kuypers).

Pakketverkleining Tandheelkundige zorg (1997): Deze screening betrof de pakketverkleining van de tandheelkundige zorg, die met ingang van
1995 van kracht is geworden. Het onderzoek werd uitgevoerd door de vakgroep Sociale & Preventieve Tandheelkunde van de Katholieke Universiteit Nijmegen.

Rijksbegroting 1997: Deze screening, uitgevoerd binnen de NSPH, betrof het beoordelen van alle ministeries en heeft geresulteerd in de beschrijving van een kleine 80 gezondheidsrelevante beleidsvoornemens. Als zodanig is deze GES te rangschikken in de eerste, signaleringsfase. Het rapport heeft bijgedragen aan de verdere selectie van beleidsvraagstukken om een nadere GES in te zetten.

Verkiezingsprogramma's (1998): Deze GES, uitgevoerd binnen de NSPH, richtte zichte zich op het screenen van de verkiezingsprogramma's van een zestal politieke partijen en betrof eveneens het signaleren van relevante voornemens en de mate waarin deze voornemens als concreet waren te benoemen. Het belang van deze GES was gelegen in het ontdekken respectievelijk volgen van eventuele nieuwe input voor toekomstig beleid en wel vanuit de wensen van de betreffende politieke partijen.

Woonverkenningen 2030 (1999): In het kader van het woonbeleid van VROM en de in dit verband eerder verschenen rapporten «Woonverkenningen
2030» is een GES uitgevoerd, door het International Institute for the Urban Environment, om inzicht te krijgen in de beleidsvoornemens inzake het woonbeleid (volkshuisvesting) van VROM. Het rapport beschreef de potentiële beleids- en gezondheidseffecten van diverse door VROM voorgestelde scenario's. Deze GES ligt qua positionering op het grensvlak van het signaleren (fase 1) en het beschrijven (fase 2). Als voorstudie is deze GES in oktober 1999 met een dertigtal deskundigen besproken teneinde specifieke vraagstukken te selecteren waar een nadere studie aan de orde zou kunnen zijn, in de vorm van een GES dan wel een GER.

ICES-operatie (1999): Gelet op het feit dat circa 28 miljard door het kabinet zal worden ingezet en dit beleid een omvangrijk beleid leek te betreffen, is het ICES-beleid (Interdepartementale Commissie Economische Structuurversterking) door Arcadis Heidemij b.v. in kaart gebracht. In een eerste deelrapport zijn vijf beleidspakketten naar voren gekomen, die in uiteenlopende mate gezondheidsrelevant bleken. Op verzoek van VWS is het beleidspakket «Vitaliteit Steden» nader onderzocht en dit heeft geresulteerd in een uitgebreide beschrijving van alle aan ICES gerelateerde beleidsvoornemens, zoals bijvoorbeeld het Investeringsfonds Stedelijke Vernieuwing (ISV) en het Grotestedenbeleid (GSB). Alle betrokken actoren, beleidslijnen en financieringsstromen zijn beschreven. Daarbij is ook aangegeven welke potentiële gezondheidseffecten denkbaar zijn en in hoeverre het ministerie van VWS hierbij betrokken is. Het proces bevindt zich weliswaar in vergevorderd stadium (allocatie van middelen) maar kent tegelijkertijd nog een hoge mate van abstractie. Nu de plannen concreter zijn uitgewerkt, de convenanten zijn eind vorig jaar getekend, worden vervolgactiviteiten geïnventariseerd.

Studie naar de beleidsafhankelijke determinanten van gezondheidsproblemen (1999): Deze studie, verricht door het centrum VTV van het RIVM, is onlangs separaat aan u toegestuurd.

Regeerakkoord 1998: Met hetzelfde doel als andere GESsen is de gezondheidsrelevantie van een aantal belangrijke beleidsvoornemens aangeduid en is van de gelegenheid van een kabinetsformatie gebruik gemaakt. In deze GES, uitgevoerd door de NSPH, is de invloed op een aantal onderscheiden gezondheidsdeterminanten aangegeven en is in de vorm van een korte beschrijving tentatief aangegeven aan welke effecten en populatie kan worden gedacht. Er zijn 25 gezondheidsrelevante beleidsvoornemens geselecteerd.

Rijksbegroting 1999: Deze screening, eveneens uitgevoerd door de NSPH, is vergelijkbaar met de eerder beschreven GES (Rijksbegroting 1997). De systematiek is dezelfde als bij de GES Regeerakkoord. In dit rapport is de screening, op basis van de eerdere uitkomsten, beperkt tot een zestal ministeries waarvan gezondheidsrelevant beleid verwacht kan worden.

In het kader van de in 1996 bij de NSPH ingestelde Ondersteuningsfunctie Facetbeleid is thans ervaring opgedaan in het entameren van GES op uiteenlopende beleidsvraagstukken - zoals uit bovenstaande moge blijken - en is op dit moment een duidelijker kader beschikbaar waarin een systematische screening plaatsvindt die via selectie heeft geleid tot een aantal nadere studies, in de vorm van een GES dan wel een GER.

De beleidsbeïnvloeding vanuit mijn ministerie op basis van GES-rapporten is echter nog niet geheel uitgekristalliseerd. De positionering van facetbeleid, naast het beleid gericht op cure en care, is momenteel een belangrijk aandachtspunt binnen mijn ministerie. Ik heb de Raad voor Volksgezondheid en Zorg dan ook gevraagd mij te adviseren over de meest succesvolle strategiën en beleidsterreinen voor het facetbeleid. In de eerste helft van dit jaar wordt dit advies verwacht; in de loop van het jaar zal ik de Kamer mijn standpunt toezenden.

De Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,

dr. E. Borst-Eilers

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie