Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord kamervragen over bouw woningen in een Winterbed

Datum nieuwsfeit: 03-04-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Antwoord Kamervragen over de bouw van woningen in een winterbed
Gemaakt: 4-4-2000 tijd: 14:10


3

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 3 april 2000

Onderwerp:

Kamervragen

Mede namens mijn collega van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer zend ik u hierbij de antwoorden op de vragen van de kamerleden Van Gent en

Van der Steenhoven, over de bouw van woningen in het winterbed.


1. Hebt u kennisgenomen van het artikel in het Dagblad de Limburger van

3 december 1999 <> over het project Oolderveste en de bouw van woningen in het winterbed?
Ja, ik heb kennis genomen van het artikel in het dagblad De Limburger van

3 december 1999.


2. Deelt u de mening van de directeur Water van de Rijkswaterstaat directie Limburg (geventileerd in het artikel en de inspraakavond van
22 december 1999) dat hij bij de huidige regelgeving geen goedkeuring zou geven aan het project Oolderveste en dat de goedkeuring van project Oolderveste een politiek besluit is?

Ik kan geen uitspraak doen of het project Oolderveste wanneer het uitsluitend en alleen beoordeeld zou worden op grond van de beleidslijn Ruimte voor de rivier doorgang zou kunnen vinden, omdat ik geen afweging heb gemaakt aan de hand van het nee-tenzij criterium.

Indertijd is goedkeuring verleend aan het bouwplan Oolderveste in het kader van het bestuurlijk overleg tussen ministers van VROM en V&W en de provincie Limburg op 13 februari 1996 inzake de specifieke invulling van de beleidslijn langs de onbedijkte Maas. Deze specifieke invulling was nodig omdat langs de onbedijkte Maas geen natuurlijke begrenzing van het toepassingsgebied van de beleidslijn aanwezig is. Dit in tegenstelling tot het bedijkte rivierengebied waar de winterdijk het onderscheid tussen rivier en achterland heel nadrukkelijk markeert.

Over het pijplijnplan Herten-Maasdorp is toen afgesproken dat het plan doorgang kon vinden, mits een beschermingsniveau van 1/1250 per jaar zou worden gerealiseerd. Het plan Oolderveste komt in rivierkundige zin overeen met het plan Herten-Maasdorp.

In haar brief van 31-10-96 schrijft de toenmalige minister van VROM, mede namens haar toenmalige collega van V&W, aan de gemeente Roermond " U heeft mij ..//.. een voorstel gedaan, waarmee u een beschermingsniveau van 1:1250/jaar (nu) zult garanderen. Ik constateer, dat u met dit voorstel zult voldoen aan de afspraken uit het bestuurlijk overleg van 13 februari dit jaar. Ik kan u derhalve meedelen dat ik onder de voorwaarde dat u uw voorstellen in de nadere planontwikkeling verwerkt, akkoord ga met de te realiseren woningbouwlokatie. ..//." De voorstellen zijn vervolgens in verschillende stadia van de plan-ontwikkeling verwerkt.

Er zijn geen nieuwe feiten bekend die aanleiding zijn om terug te komen op de toen gemaakte afspraak. De minister van Verkeer en Waterstaat, i.c. de staatssecretaris is tevens bevoegd gezag voor de vergunningverlening ingevolge de Rivierenwet (nu Wet beheer rijkswaterstaatswerken).

De toenmalige afspraak over indertijd Herten-Maasdorp is daarom nu bepalend voor de vergunningverlening ingevolge de Rivierenwet voor het plan Oolderveste.


3. Was op het moment van het verlenen van de rivierenwetvergunning de beleidslijn Ruimte voor de rivier van kracht? Zo ja, waarom is deze dan toch verleend ondanks de bezwaren?

Ja, de beleidslijn dateert van 1996 en de vergunning is verleend op 11 oktober 1999. Bij vraag 2 zette ik reeds uiteen waarom in dit geval vergunning is verleend.

Hierbij merk ik op dat momenteel op basis van de Algemene Wet Bestuursrecht een bezwarenprocedure plaatsvindt tegen de verleende vergunning.


4. Op welke wijze verschilt het project Oolderveste van andere pijplijnprojecten als Stadsblokken-Meinerswijk bij Arnhem en Waalfront-West bij Zaltbommel die geen doorgang mochten vinden?
Het project Oolderveste verschilt van de projecten Stadsblokken-Meinerswijk en Waalfront-West omdat laatstgenoemde projecten in het bedijkte rivierengebied
liggen en Oolderveste in het onbedijkte rivierengebied. Met betrekking tot Stadsblokken-Meinerswijk en Waalfront-West was het voor alle betrokkenen duidelijk dat het bouwplannen waren in het (lege) buitendijkse gebied, waardoor ruimte van de rivier werd afgenomen. In Limburg lag een en ander genuanceerder. Er is geen fysieke begrenzing van de rivier aanwezig en er wordt van oudsher feitelijk al gewoond in de Maas. Over een limitatieve lijst van pijplijnplannen zijn in het bestuurlijk overleg specifieke afspraken gemaakt, als onderdeel van een totaalpakket. Sommige pijplijnplannen konden onder voorwaarden doorgaan, andere niet (zie vraag 5)


5. Welke zogenaamde pijplijnprojecten mogen volgens u wel en welke niet gerealiseerd worden en op welke gronden?

De afspraak in het bestuurlijk overleg over de limitatieve lijst van pijplijnplannen heeft er uiteindelijk toe geleid dat de bouwplannen in het stroomvoerend winterbed zijn stopgezet (Portomaar, Roermond-Hatenboer, Swalmen-Asselt) en dat van rijkszijde onder de voorwaarde van eisen aan het beschermingsniveau is ingestemd met het uitvoeren van de pijplijnplannen Maasveld II in Tegelen, Centrum-zuid in Venlo, Brandt bij Maasbracht, Groeskamp in Thorn, Maasoever en Herten in Roermond.


6. Klopt het dat het beschermingsniveau van 1:1250 dat u in de antwoorden van

18 januari 2000 op onze vorige vragen noemt, alleen geldt voor de nieuwbouwlocatie en dat voor de andere kernen als Herten, Merum en Ool een lager beschermingsniveau geldt?

Ja. Het beschermingsniveau van 1/1250 per jaar is conform het advies van de
Commissie Watersnood Maas de voorwaarde geweest om het nieuwbouwplan doorgang te laten vinden. Deze eis is gesteld om nieuwe schadegevallen te voorkomen. Bestaande bebouwing achter de kaden, waaronder de kernen Herten, Merum en Ool, kennen cf. bestaande afspraken een lager beschermingsniveau, 1:50 na de aanleg van de kaden uit het Deltaplan Grote Rivieren en een hoger niveau na uitvoering van de Maaswerken (doelstelling 1:250).


7. Bent u bereid om de berekeningen over het veiligheidsniveau in de kernen Herten, Merum en Ool waar u op doelde inzichtelijk te maken aan de inwoners en de Kamer hierover te berichten?
Ja, ik ben bereid de berekeningen over het beschermingsniveau inzichtelijk te presenteren.


8. Moet er voor de wijzigingen in het bestemmingsplan die nu plaats vinden nog een rivierenwetvergunning verleend worden? Zo ja, bent u bereid om deze te weigeren?

Een wijziging van het betreffende bestemmingsplan is in beginsel voor mij geen aanleiding om de nu verleende vergunning voor de ophoging en de woonbebouwing aan te passen, mits de buitencontouren van het plan dezelfde blijven en de hoofd- functie permanente bewoning blijft.

Met vriendelijke groet,

DE STAATSSECRETARIS VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

drs J.M. de Vries

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie