Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief Financien inzake Convenant energiepremies

Datum nieuwsfeit: 04-04-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financien

Titel: Convenant energiepremies


Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

Uw brief van/kenmerk

Ons kenmerk

Den Haag

WV 2000-00272 M

4 april 2000

Onderwerp

convenant energiepremies

Tijdens de mondelinge behandeling in uw kamer van het wetsvoorstel tot wijziging van de regulerende energiebelasting en de inkomstenbelasting met het oog op het bevorderen van energiezuinig en milieuvriendelijk gedrag op 11 november 1999 heeft mijn ambtsvoorganger toegezegd het convenant tussen de Staat en de energiebedrijven over de uitvoering van de energiepremieregeling ter informatie aan de Kamer te zullen toesturen.

Het vorenbedoeld convenant is op 22 december 1999 door de toenmalige Staatssecretaris van Financiën ondertekend en vervolgens ter ondertekening aan de overige convenantspartners - de energiebedrijven en EnergieNed, de Federatie van Energiebedrijven in Nederland - toegezonden. Alle convenantspartners hebben het convenant ondertekend en zijn met ingang van 1 januari 2000 gestart met de uitvoering van de energiepremieregeling.

Hierbij doe ik u ter uitvoering van deze toezegging het Convenant Energiepremies toekomen.

De Staatssecretaris van Financiën,

Inhoudsopgave

Bijlage 1: procedure indiening verzoek om toekenning energiepremie (regelingtekst

energiepremie)

Bijlage 2: model voor rapportage door energiebedrijven aan EnergieNed

Bijlage 3: activiteiten ten aanzien van landelijke voorlichting

Bijlage 4: omschrijving activiteiten

Bijlage 5: begroting landelijke ondersteuning

Partijen


1. de Staat der Nederlanden, te dezen vertegenwoordigd door de Staatssecretaris van Financiën;


2. de energiebedrijven;

3. EnergieNed: Federatie van Energiebedrijven in Nederland.
Overwegingen

Het regeerakkoord voorziet erin dat uit de opbrengst van de in deze kabinetsperiode te verhogen energiebelastingen in totaal f 500 miljoen per jaar beschikbaar komt voor fiscale faciliteiten om activiteiten van burgers en bedrijven op het gebied van energiebesparing te bevorderen. Hiervan wordt f 200 miljoen structureel uitgetrokken ten behoeve van huishoudens.

Aangekondigd is dat in de Wet belastingen op milieugrondslag, hoofdstuk Regulerende energiebelasting, een regeling zal worden opgenomen op grond waarvan energiepremies kunnen worden toegekend voor energiezuinige apparaten en energiebesparende voorzieningen.

De aan de huishoudens toegekende energiepremies worden in mindering gebracht op de regulerende energiebelasting, die door de energiebedrijven op aangifte moet worden voldaan; belasten en belonen kan op deze wijze binnen één wettelijk kader worden gerealiseerd.

De energiebedrijven hebben in het kader van het Milieu Actie Programma ervaring met programmas om burgers te belonen voor energiebesparing.

De energiebedrijven hebben zich bereid verklaard om de uitvoering van vorenbedoelde regeling op zich te nemen.

EnergieNed heeft zich bereid verklaard om een ondersteunende en coördinerende rol in de uitvoering van vorenbedoelde regeling op zich te nemen.

Aan EnergieNed en de energiebedrijven zal een vergoeding voor de kosten van de communicatie en de uitvoering van de regeling worden gegeven.

Komen het volgende overeen

Artikel 1 Definities

In dit convenant wordt verstaan onder:


a. Energiezuinig apparaat: een in de ministeriële regeling als bedoeld in artikel 36a, eerste lid, onderdeel j, van de Wet belastingen op milieugrondslag genoemd apparaat;


b. Energiebesparende voorziening: een in de ministeriële regeling als bedoeld in artikel 36a, eerste lid, onderdeel j, van de Wet belastingen op milieugrondslag genoemde voorziening;

c. Energiebedrijf: een bedrijf dat ter zake van de levering van aardgas en elektriciteit regulerende energiebelasting verschuldigd is;

d. EnergieNed: Federatie van Energiebedrijven in Nederland;

e. Energiepremie: het bedrag dat door het energiebedrijf is uitgekeerd in verband met de aanschaf van niet eerder gebruikte energiezuinige apparaten of energiebesparende voorzieningen ter bevordering van energiebesparing als bedoeld in artikel 36p van de Wet belastingen op milieugrondslag;


f. Regeling: de in artikel 36p van de Wet belastingen op milieugrondslag opgenomen regeling;


g. Wet: de Wet belastingen op milieugrondslag.
Artikel 2 Doelstelling

Dit convenant is erop gericht om de regeling om de aanschaf van energiezuinige apparaten door huishoudens en het aanbrengen van energiebesparende voorzieningen aan de woning te stimuleren als bedoeld in artikel 36p van de Wet belastingen op milieugrondslag, op een doelmatige wijze tot uitvoering te brengen.

Artikel 3 Toegankelijkheid van de regeling


1. De energiebedrijven verplichten zich ertoe om elke aanvraag tot het verstrekken van een energiepremie die voldoet aan de in bijlage 1, Procedure indiening verzoek om toekenning energiepremie, opgenomen criteria, in behandeling te nemen en te honoreren. In de beslissing van het energiebedrijf wordt vermeld bij welke inspecteur een voor bezwaar en beroep vatbare beslissing kan worden gevraagd.

2. Indien met betrekking tot de toekenning van de energiepremie op grond van artikel 36p, derde lid, bij de inspecteur een verzoek is ingediend om over de beslissing van het energiebedrijf een uitspraak te doen, verstrekt het energiebedrijf onverwijld alle gegevens en bescheiden die voor de beoordeling van dat verzoek relevant zijn.

3. De energiebedrijven geven uitvoering aan de uitspraak van de inspecteur.

Artikel 4 Rol van EnergieNed

EnergieNed verplicht zich om:


a. de energiebedrijven te ondersteunen in de uitvoering van dit convenant;


b. uitvoering te geven aan voorlichtingsactiviteiten over de regeling; hierbij wordt ten minste voldaan aan de in bijlage 3 neergelegde minimale eisen;


c. de rapportages van de energiebedrijven over de uitvoering van de regeling te coördineren en overeenkomstig het in bijlage 2 opgenomen model geaggregeerd aan de Minister van Financiën te rapporteren.
Artikel 5 Administratieve verplichtingen


1. Van elke aanvraag, hierbij is niet van belang of die aanvraag wel of niet wordt afgewezen, wordt een dossier aangelegd. Deze dossiers worden gearchiveerd en voorzien van een opeenvolgende nummering.

2. Aan de hand van het dossier moet kunnen worden vastgesteld of de afhandeling in overeenstemming met de Regeling heeft plaatsgevonden.


3. De door de energiebedrijven in te stellen controles met betrekking tot de juistheid van een ingediende aanvraag blijven plaatsvinden op de wijze waarmee de energiebedrijven ervaring hebben opgedaan bij de uitvoering van het Milieu Actie Programma. Een globaal overzicht van deze wijze is opgenomen in bijlage 4. De resultaten van controles ter plaatse worden vastgelegd in de dossiers als bedoeld in het eerste lid.


4. De met betrekking tot de uitvoering van de regeling te voeren administratie, dossiers daar onder begrepen, maakt deel uit van de financiële administratie van de energiebedrijven en EnergieNed.
Artikel 6 Uitvoeringskosten


1. De energiebedrijven ontvangen een vergoeding voor iedere in behandeling genomen en afgehandelde energiepremie aanvraag, mits wordt voldaan aan de in artikel 5 opgenomen eisen.


2. De in het eerste lid bedoelde vergoeding wordt gelijkgesteld aan de kostprijzen overeenkomstig de procedure van artikel 9. Ten einde de energiebedrijven de gelegenheid te geven reeds te declareren vanaf de inwerkingtreding van de Regeling worden vooralsnog de volgende voorlopige tarieven gehanteerd:


a. per afgehandelde energiepremie aanvraag apparaat bedraagt de vergoeding f 20,-;


b. per afgehandelde energiepremie aanvraag voorziening bedraagt de vergoeding f 60,-.

Voor de toepassing van dit artikel worden HR-ketels alsmede zelf aan te brengen isolatiemaatregelen aangemerkt als apparaten.


3. EnergieNed ontvangt, onder de voorwaarde dat wordt voldaan aan de in bijlage 3 neergelegde activiteiten ten aanzien van landelijke voorlichting, een vergoeding gebaseerd op de werkelijk gemaakte kosten ten behoeve van de landelijke communicatie. Deze vergoeding bedraagt overeenkomstig de in bijlage 3 neergelegde begroting maximaal f 3.995.000,- per jaar voor de jaren na 2000. Voor 2000 bedraagt de vergoeding overeenkomstig de in bijlage 3 neergelegde begroting maximaal f 6.932.500 inclusief de eenmalige opstartkosten. EnergieNed verklaart dat zij de in dit lid vermelde kosten niet zal doorberekenen aan derden. EnergieNed zal voor de kosten van de landelijke voorlichting voor de jaren na 2001 een jaarlijkse begroting opstellen.

4. EnergieNed ontvangt een vergoeding ten behoeve van de landelijke ondersteuning gebaseerd op de werkelijk gemaakte kosten. Deze vergoeding bedraagt overeenkomstig de in bijlage 5 neergelegde begroting maximaal f 705.000,- per jaar voor de jaren na 2000. Voor 2000 bedraagt de vergoeding overeenkomstig de in bijlage 5 neergelegde begroting f 1.292.500 inclusief de eenmalige opstartkosten. EnergieNed verklaart dat zij de in dit lid vermelde kosten niet zal doorberekenen aan derden. EnergieNed zal voor de kosten van de landelijke ondersteuning voor de jaren na 2001 een jaarlijkse begroting opstellen.


5. De energiebedrijven ontvangen een vergoeding ten behoeve van de lokale communicatie gebaseerd op de werkelijk gemaakte kosten. Het totaal van de aan de energiebedrijven toe te kennen vergoeding bedraagt maximaal f 3.000.000,- per jaar. De energiebedrijven verklaren dat zij de in dit lid vermelde kosten niet zullen doorberekenen aan derden.


6. De energiebedrijven ontvangen enkel en alleen in 2000 een vergoeding gebaseerd op de werkelijk gemaakte kosten ten behoeve van de invoering van de regeling en het opstarten van de regeling. Het totaal van de aan de energiebedrijven toe te kennen vergoeding bedraagt maximaal f 1.000.000,- voor de invoering van de regeling en maximaal f 750.000,- voor het opstarten van de regeling. De energiebedrijven verklaren dat zij de in dit lid vermelde kosten niet zullen doorberekenen aan derden.


7. De energiebedrijven mogen de accountantskosten, bedoeld in artikel 8, vierde lid, op basis van overlegging van een gespecificeerde kopie-factuur van de accountant gelijktijdig met de begrotingsverantwoording bedoeld in artikel 8, eerste lid, declareren.

8. Alle in dit artikel vermelde bedragen zijn inclusief BTW.

9. Om in aanmerking te komen voor een vergoeding zoals bedoeld in het vijfde en zesde lid, dienen de energiebedrijven vooraf een begroting op te stellen die duidelijkheid geeft in de in te dienen declaraties. Op bindend voorstel van EnergieNed wordt de maximale vergoeding, bedoeld in het vijfde en zesde lid, per energiebedrijf afzonderlijk vastgesteld.

10. Om in aanmerking te komen voor een vergoeding als bedoeld in het eerste tot met zesde lid, kunnen de aldaar genoemde partijen één maal per kwartaal een declaratie indienen bij de Directeur Belastingdienst/Grote Ondernemingen. De declaratie moet gespecificeerd zijn naar de categorieën bedoeld in het tweede tot en met zesde lid. De Directeur Belastingdienst/Grote Ondernemingen zal namens de Minister van Financiën binnen 6 weken na akkoordverklaring van de declaratie tot uitbetaling overgaan.

11. Aan de hand van de onder artikel 8, eerste lid, gecertificeerde financiële verantwoording wordt door de Directeur Belastingdienst/Grote Ondernemingen uiterlijk op 1 april 2001 de eindafrekening over de periode 1 januari 2000 tot en met 31 december 2000 vastgesteld. Bij verlenging van het convenant zal jaarlijks uiterlijk op 1 april een eindafrekening worden vastgesteld. Zo nodig zal op basis van de vastgestelde eindafrekening uiterlijk na zes weken verrekening tussen de Belastingdienst en het desbetreffende energiebedrijf en EnergieNed plaatsvinden.

Artikel 7 Rapportage (uitvoering en werking)


1. De energiebedrijven rapporteren binnen drie weken na afloop van elk kwartaal aan EnergieNed over de uitvoering van de regeling in het afgelopen kwartaal.


2. De rapportage vindt plaats overeenkomstig het in bijlage 2 opgenomen model en is voor zover nodig voorzien van een adequate toelichting op hetgeen wordt gerapporteerd.


3. EnergieNed rapporteert binnen zes weken na afloop van elk kwartaal aan de Minister van Financiën op basis van de in het eerste lid bedoelde rapportages.

Artikel 8 Rapportage (verantwoording uitvoeringskosten)


1. Ten behoeven van de begrotingsverantwoording van het Ministerie van Financiën verstrekken de energiebedrijven en EnergieNed jaarlijks uiterlijk op 1 maart, een verantwoording aan de Minister van Financiën, Directeur Belastingdienst/Grote Ondernemingen over het voorafgaande jaar. Deze verantwoording omvat in ieder geval:

a. een financiële verantwoording over de uitvoeringskosten van de regeling. In deze financiële verantwoording zijn in ieder geval opgenomen de bedragen die gedeclareerd zijn bij de Belastingdienst op grond van artikel 6. Deze bedragen worden in de verantwoording opgenomen conform de specificatie in artikel 6 en, voorzover van toepassing, onderbouwd met aantallen afgehandelde aanvragen;

b. een getrouwheidsverklaring van een externe accountant bij deze financiële verantwoording;

c. een mededeling van een externe accountant of de gedeclareerde bedragen terecht zijn gedeclareerd bij de Belastingdienst.

2. De energiebedrijven en EnergieNed dragen zorg voor en zijn verantwoordelijk voor een adequate administratieve organisatie, interne controle en financieel beheer, die een goedkeurende accountantsverklaring mogelijk maakt.

3. de Algemene rekenkamer en de Interne Accountantsdienst Belastingen hebben toegang tot alle gegevens en stukken welke relevant zijn in het kader van de uitvoering van hun wettelijk opgedragen taak.
4. Energiebedrijven kunnen de kosten voor de activiteiten uit het eerste lid van de externe accountant conform artikel 6, zevende lid, declareren.

Artikel 9 Onderzoek uitvoeringskosten en evaluatie uitvoering convenant


1. EnergieNed en de Minister van Financiën (opdrachtgevers) geven uiterlijk 1 maart 2000 een onafhankelijk onderzoeksbureau opdracht om bij een door de opdrachtgevers aan te wijzen aantal energiebedrijven te onderzoeken wat de kostprijs zonder resultaat (winst of verlies) is voor het op een efficiënte en doelmatige wijze van verwerken, met inachtneming van de eisen van artikel 5, van de aanvragen van de energiepremie voor apparaten respectievelijk voor voorzieningen. De kosten van de opdracht worden betaald door de opdrachtgevers, ieder voor een gelijk deel.


2. De in het resultaat van het onderzoek vermelde kostprijs voor de verwerking van een aanvraag energiepremie apparaat en een aanvraag energiepremie voorziening moet uiterlijk 1 juni 2000 aan de opdrachtgevers worden uitgereikt, zodat deze resultaten kunnen worden verwerkt in de in het vierde lid bedoelde evaluatie.

3. De in artikel 6, tweede lid, bedoelde vergoeding wordt met ingang van 1 juli 2000 met terugwerkende kracht tot de datum van inwerkingtreding van het convenant gelijkgesteld aan de ingevolge het eerste lid berekende kostprijzen. Verrekening vindt plaats bij de eindafrekening over het jaar 2000 door de over de periode van inwerkingtreding tot 1 juli 2000 gedeclareerde aantallen te vermenigvuldigen met het tariefverschil. Aan de hand van de onder artikel 8, eerste lid, gecertificeerde financiële verantwoording wordt door de Directeur Belastingdienst/Grote Ondernemingen uiterlijk op 1 juli 2001 de eindafrekening vastgesteld over de periode van inwerkingtreding tot en met 31 december 2000. Zo nodig zal op basis van de vastgestelde eindafrekening uiterlijk na zes weken verrekening tussen de Belastingdienst en het desbetreffende energiebedrijf plaatsvinden.


4. Partijen zullen de uitvoering en werking van dit convenant uiterlijk op 1 januari 2001, evalueren.


5. Bij de in het vierde lid genoemde evaluatie wordt in elk geval aandacht besteed aan:


a. de uitvoering van de regeling;


b. de vergoeding van de kosten;


c. de wenselijkheid van voortzetting van het convenant na 1 januari 2002.


6. Op basis van de evaluatie kunnen partijen in overleg treden om te bezien in hoeverre de inhoud van dit convenant aanpassing behoeft.
Artikel 10 Looptijd


1. Dit convenant treedt in werking met ingang van de dag waarop artikel 36p van de Wet belastingen op milieugrondslag in werking treedt en loopt in ieder geval tot 1 januari 2001

2. Partijen hebben de intentie dit convenant na afloop van de in het eerste lid genoemde duur voort te zetten tot 1 januari 2002.

3. Indien een partij de looptijd als bedoeld in het tweede lid niet wil volmaken kan die partij dit convenant per einde van de in het eerste lid bedoelde looptijd met inachtneming van een opzegtermijn van 6 maanden schriftelijk opzeggen, mits een zodanige verandering van omstandigheden is opgetreden dat het billijkheidshalve beëindigd kan worden. Als een dergelijke verandering wordt aangemerkt één van de hierna genoemde omstandigheden:


a. gewijzigde marktontwikkelingen;

b. een niet voorziene last bij de uitvoering van het convenant.

4. Partijen treden uiterlijk op 1 januari 2001 in overleg over voortzetting van dit convenant na 1 januari 2002.

5. In het overleg bedoeld in het vierde lid wordt in elk geval aandacht besteed aan de mogelijkheid om op andere wijze beschikbare middelen in te zetten ter bevordering van energiebesparing.

6. Het Ministerie van Financiën verkrijgt na beëindiging van het convenant het gebruiksrecht van de met de in artikel 6 beschikbaar gestelde vergoeding ontwikkelde zaken.
Artikel 11 Wijziging regeling


1. Over iedere voorgenomen wijziging van de in de ministeriële regeling als bedoeld in artikel 36p van de Wet belastingen op milieugrondslag opgenomen energiezuinige apparaten en energiebesparende voorzieningen wordt overleg gevoerd tussen de convenantspartijen.


2. In het overleg bedoeld in het eerste lid worden de energiebedrijven vertegenwoordigd door EnergieNed.

Artikel 12 Geschillen


1. Indien een der partijen dit convenant niet nakomt treden de partijen onmiddellijk met elkaar in overleg om gezamenlijk tot een oplossing te komen.

2. Indien omtrent de uitvoering en handhaving van dit convenant tussen de betrokken partijen enig geschil mocht rijzen, wordt getracht in goed overleg tot een oplossing van het geschil te komen. Een geschil is aanwezig indien een der partijen dat stelt.
3. Komen partijen in onderling overleg niet tot een oplossing, dan wordt het geschil in laatste instantie beslecht door de bevoegde burgerlijke rechter te Den Haag.

Artikel 13 Bijlagen


1. De bij dit convenant gevoegde bijlagen maken onlosmakelijk deel uit van dit convenant.


2. Om uitvoeringstechnische redenen kunnen in onderling overleg tussen de convenantspartijen wijzigingen worden aangebracht in de in de bijlagen opgenomen bepalingen.


3. Voor uitvoering van de specifieke programmas, bedoeld in artikel 36p, vierde lid, van de wet kan in onderling overleg tussen de convenantspartijen tegen een nader te bepalen vergoeding een wijziging in het convenant worden aangebracht.


4. In het overleg bedoeld in het tweede en derde lid worden de energiebedrijven vertegenwoordigd door EnergieNed.
Artikel 14 Juridische vorm

Dit convenant is een overeenkomst naar burgerlijk recht.

Ondertekening

Aldus overeengekomen en ondertekend door:

I.

De Staatssecretaris van Financiën,

W.A.F.G. Vermeend

II.

Eneco,

ing. M. Scheer,

marketing directeur

III.

Energie Delfland,

mr.ir. C.J. Remijnse,

directeur

IV.

Obragas,

ir. D.N. Vlugt MBA,

directeur

V.

Frigem,

G.A. Brattinga,

directeur

VI.

GZO,

ing. N. Spelt,

directeur

VII.

Westland Energie,

drs.ir. R.J. Hagevoort,

algemeen directeur

VIII.

Nutsbedrijven Maastricht,

ir. J.H. van de Water,

algemeen directeur

IX.

EMH N.V.,

mr. J.M. Nieuwdorp,

hoofd EMH Handel

X.

Gasbedrijf N-O Friesland,

drs. N.J. Geelhoed,

directeur

XI.

NV Nuon,

drs. P. Wilson,

vice-voorzitter Raad van Bestuur

XII.

Nutsbedr. Regio Eindhoven,

drs. N.W. v. Heeswijk,

directeur

XIII.

NV Westergo,

ing. G. Saalmink,

directeur

XIV.

COGAS,

drs.ing. D. Schiphorst,

directeur

XV.

Nutsbedrijf Amstelland,

drs. H.P. Moor,

directeur

XVI.

EDON,

drs.ing. C. Witvliet,

directeur

XVII.

GGR-GAS,

ir. E.A.M. de Nie,

directeur

XVIII.

EZK,

drs. W.D. Cosaert,

adjunct-directeur

XIX.

Gasbedrijf Midden Kennemerland,

ir. G. Huiting,

directeur

XX.

NV ONS Energie,

ing. H. Eikenbroek,

directeur ONS Groep

XXI.

Nutsbedrijven Weert NV,

drs. J.W.A. Muller,

directeur

XXII.

NV Delta Nutsbedrijven,

drs. H.S.C. Snijders,

adjunct directeur

XXIII.

Intergas NV,

ir. J. Roos,

adjunct directeur

XXIV.

PNEM/MEGA Groep,

mr. L.P. de Vries,

directeur

XXV.

Nutsbedr. Haarlemmermeer,

mw. A.M. Blomsma,

algemeen directeur

XXVI.

NV RENDO,

ing. J.F.P. Tausch,

algemeen directeur

XXVII.

NV REMU,

ir. C.J. Schroot,

directeur

XXVIII.

EnergieNed,

dr. J.M. Linthorst,

voorzitter a.i.

Bijlage 1 Procedure indiening verzoek om toekenning energiepremie (regelingtekst energiepremie)

Inhoud

Paragraaf 1 Algemene bepalingen

Paragraaf 2 Acceptatie aanvraag

Paragraaf 3 Afhandeling aanvraag


3.1 Beslissing over aanvraag


3.1.1 Continue voorwaarden


3.1.2 Basisvoorwaarden


3.2 Afhandelen betaling


3.3 Intrekking en terugvordering

Paragraaf 4 Verzoek om beslissing van de inspecteur der belastingen

Paragraaf 5 Overige bepalingen

Bijlage 1 Energiepremie-lijst

Bijlage 2 Voorbeeld aanvraagformulieren

Paragraaf 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:


1. acceptatiedatum: de datum waarop een aanvraag geaccepteerd wordt door het energiebedrijf; de termijnen waarbinnen het energiebedrijf een beslissing neemt zijn gerelateerd aan de acceptatiedatum;

2. aanschaf: het volledig in eigendom krijgen van het apparaat of de voorziening; de kosten moeten zijn betaald en het apparaat of de voorziening moet zijn aangebracht of geïnstalleerd en in gebruik genomen;


3. aanvraag: een schriftelijk verzoek met behulp van een aanvraagformulier om een energiepremie krachtens deze regeling ingediend na de aanschaf;


4. aanvraagformulier: een van de bij ministeriële regeling van de Staatssecretaris van Financiën aangewezen aanvraagformulieren, zoals opgenomen in bijlage 2 van deze regeling, die onder meer verkrijgbaar zijn bij het energiebedrijf;


5. aanvrager: eigenaar, huurder of verhuurder van een als woning gebruikte onroerende zaak waaraan gas, elektriciteit of warmte/koude wordt geleverd, die een apparaat of voorziening aanschaft en een beroep doet op artikel 36p van de Wet belastingen op milieugrondslag;

6. apparaat: een apparaat zoals opgenomen in de energiepremie-lijst en zoals opgenomen als bijlage 1 bij deze regeling;

7. basisvoorwaarden: voorwaarden die betrekking hebben op de tijdige indiening van een aanvraag, op het apparaat of de voorziening en op de energiepremie (artikelen 11, 12 en 16);


8. betaalbewijs: een kopie van giro- of bankafschrift, een kopie van een als betaald gemerkte factuur of een originele kwitantie;

9. continue voorwaarden: voorwaarden, die gedurende de gehele behandeling van een aanvraag gelden, als omschreven in de artikelen 8 en 9;

10. energie: gas, elektriciteit of warmte/koude;

11. energiebedrijf: een bedrijf dat ter zake van de levering van aardgas en elektriciteit regulerende energiebelasting verschuldigd is;

12. energiebesparing: het verminderen van het gebruik van energie door de toepassing van technische maatregelen of door toepassingen van maatregelen, die het gedrag ten aanzien van energiegebruik veranderen;

13. energiepremie: het bedrag dat door het energiebedrijf wordt uitgekeerd in verband met de aanschaf van energiezuinige apparaten of energiebesparende voorzieningen;

14. energiepremie-lijst: een bij deze regeling behorende lijst, waarin de specifieke bepalingen voor een apparaat of voorziening dat voor premiëring in aanmerking komt, zijn opgenomen, zoals vastgesteld bij ministeriële regeling van de Staatssecretaris van Financiën en zoals opgenomen als bijlage 1 bij deze regeling;

15. indiendatum: de datum waarop een document gericht aan het energiebedrijf door de aanvrager ter post is bezorgd (poststempel) bij een postbedrijf of, indien het document niet via een postbedrijf is verstuurd, de datum van ontvangst bij het energiebedrijf;

16. installatie: het aanbrengen en/of installeren van een voorziening;

17. inspecteur der belastingen: een door de staatssecretaris van Financiën aan te wijzen inspecteur der belastingen;

18. kosten: de noodzakelijke, rechtstreeks aan zowel de aanschaf als het doen aanbrengen van het apparaat of de voorziening toe te rekenen kosten, die al dan niet door een derde, zijnde een ondernemer, in rekening zijn gebracht en door de aanvrager zijn betaald, met inbegrip van de omzetbelasting;

19. minimum energiepremie per aanvraag: f 100;

20. nieuwbouw: een woning waarvan de bouwvergunning is afgegeven na 1 januari 1998;

21. ondernemer: een natuurlijke persoon voor wiens rekening een onderneming in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (Stb. 1990, 103) wordt gedreven, een belastingplichtige in de zin van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Stb. 1969, 469) ofwel een ondernemer in de zin van de Wet op de Omzetbelasting 1968;

22. postbedrijf: PTT Post of een daaraan gelijk te stellen bedrijf;

23. vaststelling: een beslissing op een aanvraag van het energiebedrijf inhoudende de toekenning van de energiepremie, waarna tot betaling zal worden overgegaan;

24. vereniging van eigenaren: een vereniging van eigenaren zoals bedoeld in artikel 5:112, eerste lid onder e, van het Burgerlijk Wetboek.

25. verhuurder: degene, die voor het gebruik van het gebouw of een gedeelte van het gebouw een huurcontract met derden heeft afgesloten;

26. voorziening: een voorziening, zoals opgenomen in de energiepremie-lijst en zoals opgenomen als bijlage 1 bij deze regeling;

27. woning:


a. een voor bewoning bestemd gebouw,


b. een woongebouw,


c. een wooneenheid of


d. een voor bewoning bestemde woonwagen of woonboot met een vaste stand- of ligplaats;

28. woonbestemming: de bestemming van een gebouw of een gedeelte van een gebouw voor bewoning;

29. wooneenheid: een gedeelte van een gebouw dat voor bewoning is bestemd;

30. woongebouw: een gebouw, dat voor 50 procent of meer bestaat uit afzonderlijke wooneenheden.

Paragraaf 2 Acceptatie aanvraag

Artikel 2 Acceptatie


1. De aanvraag wordt geaccepteerd indien de aanvraag:

a. bij het juiste energiebedrijf is ingediend (artikel 3), en

b. compleet is (artikelen 4 en 5).


2. Bij acceptatie bevestigt het energiebedrijf binnen vier weken na acceptatiedatum schriftelijk de ontvangst.

Artikel 3 Juiste energiebedrijf


1. De aanvraag is ingediend bij het juiste energiebedrijf indien het wordt ingediend bij het energiebedrijf welke energie levert aan de als woning gebruikte onroerende zaak van de aanvrager.

2. Indien de aanvraag niet bij het juiste energiebedrijf is ingediend, zendt het energiebedrijf de aanvraag met vermelding van de indiendatum binnen vier weken terug.

Artikel 4 Aanvraag is compleet


1. De aanvraag is compleet indien het aanvraagformulier juist en volledig ingevuld en van originele handtekening voorzien is ingediend. Het aanvraagformulier gaat vergezeld van alle bescheiden die op grond van het aanvraagformulier dienen te worden meegezonden.

2. Indien de aanvraag compleet is dan geldt de indiendatum van de aanvraag als acceptatiedatum.

Artikel 5 Aanvraag is niet compleet: verzoek tot aanvulling


1. Indien de aanvraag niet compleet is verzoekt het energiebedrijf binnen vier weken na de indiendatum de aanvrager om de aanvraag aan te vullen.


2. De aanvrager heeft vier weken de tijd om aan dit verzoek te voldoen. Het energiebedrijf kan schriftelijk verlenging van deze termijn toestaan.


3. De aanvraag is na aanvulling compleet als de aanvraag na aanvulling voldoet aan artikel 4 lid 1.


4. Indien de aanvraag na aanvulling compleet is dan geldt de indiendatum van de aanvulling als acceptatiedatum.

5. Indien de aanvraag, na het verstrijken van de in lid 2 bedoelde termijn, nog niet compleet is, accepteert het energiebedrijf de aanvraag niet. Dit wordt aan de aanvrager meegedeeld binnen vier weken nadat de in lid 2 bedoelde termijn is verstreken.
Paragraaf 3 Afhandeling aanvraag

Artikel 6 Afhandeling aanvraag


1. Een aanvraag is afgehandeld als:


a. een beslissing is genomen over de aanvraag (artikel 7); en

b. de uitbetaling van de energiepremie is afgehandeld (artikel 18).

2. De aanvrager kan te allen tijde zijn aanvraag intrekken (artikel 19).

Paragraaf 3.1 Beslissing over aanvraag

Artikel 7 Beslissing over aanvraag


1. De beslissing over de aanvraag is genomen wanneer de aanvraag is getoetst aan:


a. de continue voorwaarden (artikel 8 en 9),

b. de basisvoorwaarden (artikel 10).


2. Het energiebedrijf kan, voorzover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag of voor de goede voorbereiding van de beslissing, de aanvrager verzoeken om binnen vier weken nadere informatie (artikel 8) of om toestemming voor het plegen van nader onderzoek (artikel 9). De termijn in lid 5 wordt in dat geval verlengd met vier weken.

3. Een beslissing over de aanvraag houdt altijd in:

a. een vaststelling van een energiepremie, of

b. een afwijzing van de aanvraag.


4. Het energiebedrijf deelt de beslissing over de aanvraag binnen zes weken na de acceptatiedatum schriftelijk aan de aanvrager mee. Deze termijn kan bij schriftelijke mededeling eenmaal worden verlengd met zes weken.

Paragraaf 3.1.1 Continue voorwaarden

Artikel 8 Nadere informatie


1. De aanvrager heeft voldaan aan een verzoek om nadere informatie van het energiebedrijf als de aanvrager de nadere informatie binnen een termijn van vier weken heeft verstrekt. Het energiebedrijf kan schriftelijk verlenging van deze termijn toestaan.

2. Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan een verzoek als bedoeld in het eerste lid, dan beslist het energiebedrijf de aanvraag af te wijzen.

Artikel 9 Nader onderzoek


1. Het energiebedrijf kan de aanvrager verzoeken de door hem aangewezen personen:


a. toegang te verlenen tot de door de aanvrager gebruikte plaatsen;

b. inzage te verlenen in alle boeken en bescheiden en de gelegenheid te bieden daarvan afschrift te nemen;


c. medewerking te verlenen aan het verstrekken van gegevens door derden.


2. Indien het energiebedrijf de aanvrager een verzoek als bedoeld in het eerste lid doet, dan dient de aanvrager dit verzoek binnen een termijn van vier weken in te willigen.


3. Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan een verzoek als bedoeld in het eerste lid, dan beslist het energiebedrijf de aanvraag af te wijzen.

Paragraaf 3.1.2 Basisvoorwaarden

Artikel 10 Toets aan basisvoorwaarden

Een aanvraag is getoetst aan de basisvoorwaarden indien:


a. de aanvraag is getoetst op tijdig indienen (artikel 11); en

b. het apparaat of de voorziening waarop de aanvraag betrekking heeft is getoetst aan de in artikel 12 gestelde criteria; en

c. de energiepremie is getoetst aan de in artikel 16 gestelde criteria.

Artikel 11 Tijdig indienen aanvraag


1. Een aanvraag is tijdig ingediend als de aanvraag is ingediend binnen dertien weken nadat de kosten zijn betaald en de apparaten of voorzieningen zijn geïnstalleerd of aangebracht en in gebruik genomen.

2. Indien een aanvraag niet tijdig is ingediend beslist het energiebedrijf de aanvraag af te wijzen.

Artikel 12 Toets apparaat of voorziening aan criteria


1. Een apparaat of voorziening voldoet aan de daarvoor gestelde criteria als:


a. het apparaat of de voorziening voldoet aan de omschrijving, zoals vermeld in de energiepremie-lijst;


b. de woning waar het apparaat of de voorziening wordt geïnstalleerd of aangebracht voldoet aan de in artikel 13 gestelde criteria;

c. de aanschaf en installatie van het apparaat of de voorziening voldoet aan de in artikel 14 gestelde criteria;

d. het apparaat of de voorziening voldoet aan de overige in artikel 15 gestelde criteria.


2. Indien een apparaat of voorziening van de aanvraag niet voldoet aan één of meer van de in lid 1 gestelde criteria, beslist het energiebedrijf de aanvraag voor dat apparaat of die voorziening af te wijzen.


3. Indien geen van de apparaten of voorzieningen van de aanvraag voldoen aan de in lid 1 gestelde criteria, beslist het energiebedrijf de gehele aanvraag af te wijzen.

Artikel 13 Toets woning aan criteria


1. Een aanvraag voor voorzieningen voldoet alleen aan de daarvoor gestelde criteria indien de woning niet valt onder de categorie nieuwbouw.


2. Indien de aanvrager geen eigenaar is van de woning waar de voorziening is aangebracht, dient de eigenaar van de woning schriftelijk toestemming te hebben gegeven voor het laten aanbrengen van de voorziening en afstand te doen van zijn recht op de energiepremie.

Artikel 14 Toets aanschaf en installatie van het apparaat of de voorziening aan criteria

De aanschaf en installatie van het apparaat of de voorziening voldoet aan de daarvoor gestelde criteria als:


a. het apparaat of de voorziening of een onderdeel daarvan voorafgaand aan de aanschaf niet eerder is gebruikt;


b. de aanschaf van het apparaat of de voorziening op of na 1 januari 2000 heeft plaats gevonden;


c. het apparaat of de voorzieningen een permanent en deugdelijk karakter hebben en zodanig zijn aangebracht dat de beoogde energiebesparing technisch haalbaar geacht kan worden;

d. indien in de energiepremie-lijst sprake is van een derde, zijnde een ondernemer, kan hieronder worden begrepen een woningbouwcorporatie;

Artikel 15 Toets apparaat of voorziening aan overige criteria

Het apparaat of de voorziening voldoet aan de overige criteria als er niet eerder een energiepremie ter zake van het apparaat of de voorziening is verstrekt op grond van de betreffende regeling.

Artikel 16 Toets energiepremie aan criteria


1. De energiepremie voldoet aan de criteria als de energiepremie groter of gelijk is aan de minimum energiepremie per aanvraag van 100.

2. Indien de energiepremie kleiner is dan de minimum energiepremie voldoet de energiepremie niet aan de criteria en beslist het energiebedrijf de aanvraag af te wijzen.

Artikel 17 Het berekenen van de energiepremie

Voor het berekenen van de energiepremie worden achtereenvolgens de volgende stappen doorlopen:


a. het berekenen van de energiepremie voor elk apparaat of voorziening op de aanvraag, zoals in de energiepremie-lijst bij elke apparaat en voorziening zijn voorgeschreven;


b. het optellen van de energiepremies van de apparaten en/of voorzieningen die in woning geïnstalleerd of aangebracht zijn.
Paragraaf 3.2 Afhandeling betaling

Artikel 18 Uitbetaling is afgehandeld


1. De uitbetaling is afgehandeld als de vaststelling van de energiepremie is afgehandeld en de energiepremie is uitgekeerd.

2. Het energiebedrijf zal binnen een periode van zes weken na het vaststellen van de definitieve energiepremie het uit te keren bedrag overmaken naar de giro- of bankrekening van de aanvrager.
Paragraaf 3.3 Intrekking en terugvordering

Artikel 19 Intrekken aanvraag door aanvrager

Een aanvrager kan te allen tijde schriftelijk verzoeken zijn aanvraag in te trekken. Indien de aanvrager hiertoe overgaat kunnen geen rechten meer ontleend worden aan deze aanvraag. Het energiebedrijf zal binnen vier weken op dit verzoek ingaan, de aanvraag niet verder in behandeling nemen en dit schriftelijk bevestigen.

Paragraaf 4 Verzoek om een beslissing van de inspecteur der belastingen

Artikel 20 Verzoek om een beslissing van de inspecteur der belastingen

Bij een geschil met betrekking tot de toekenning van de energiepremie kan de aanvrager zich wenden tot de inspecteur der belastingen, Belastingdienst/Team Energiepremies, Postbus 2164, 7801 CD Emmen, met het verzoek over de aanvraag een uitspraak te doen. De inspecteur beslist op dat verzoek bij voor bezwaar vatbare beslissing.

Artikel 21 Voorwaarden verzoek om een beslissing van de inspecteur der belastingen


1. Het verzoek aan de inspecteur is volledig indien het voorzien is van:


a. een ondertekening;


b. naam en adres van aanvrager;


c. een dagtekening;


d. de gronden van het verzoek om een beslissing van de inspecteur der belastingen;


e. een afschrift van de aanvraag en de beslissing op die aanvraag van het energiebedrijf.


2. Het verzoek om een beslissing van de inspecteur der belastingen dient te worden ingediend binnen zes weken na de datum waarop de beslissing op de aanvraag door het energiebedrijf aan de aanvrager is toegezonden of had toegezonden moeten zijn.

Paragraaf 5 Overige bepalingen

Artikel 22 Naam regeling

Deze regeling kan worden aangehaald als de Regeling Energiepremie.

Artikel 23 Bekendmaking

Deze regeling wordt bekendgemaakt door de Energiened, federatie van energiebedrijven in Nederland.

Artikel 24 Werking en einde van de regeling


1.De regeling treedt op 1 januari 2000 in werking.

2.Jaarlijks beslist de overheid over de wijze van invulling van de energiepremielijst.

Bijlage bij Regeling energiepremie

Energiepremie-lijst 1999

Nummer

Apparaat/Voorziening

Eenheid

Premiebedrag

(in per eenheid)

1001

Koelkast/vriezer

stuk

100

1002

Vaatwasser

stuk

100

1003

Wasmachine

stuk

100

1004

Elektrische wasdroger

stuk

350

1005

Gasverwarmde wasdroger

stuk

350

1006

Wasdrogercombinatie

stuk

450

1007

Gelijktijdige aanschaf1)

aankoop

50

2001

Vloerisolatie

m2

10

2002

Bodemisolatie

m2


2003

Spouwmuurisolatie

m2

10

2004

Gevelisolatie

m2

20

2005

Dak-of vlieringisolatie

m2

20

2006

Doe-het-zelf toepassing isolatie

m2


2007

HR++glas (spouw ³15 mm)

m2

60

2008

HR++glas (spouw ³9 <15 mm)

m2

40

2009

Galerij- of balkonafdichting

woning

200

2010

HR-(combi)ketel 107 (£35 kW)

ketel

100

2011

HR-(combi)ketel 107 (>35kW)

kW


2012

Woningaanpassing warmtelevering

woning

100

2013

Individuele warmtebemetering

woning

150

2014

HR warmteterugwinning uit ruimteventilatielucht

stuk

200

2015

Gelijkstroomventilator

stuk

100

2016

HF-verlichting

stuk

20

2017

Aanwezigheids- en/of daglichtsensoren

sensor

30

2018

Laagtemperatuur CV

woning

500

2019

Laagtemperatuur CV met vloer- of wandverwarming

woning

500

2020

Laagtemperatuur luchtverwarming

woning

500

2021

EPA t.b.v. één woning2)

woning

350

2022

EPA t.b.v. blok 2 t/m 10 woningen2)

woning

250; max 1000 per blok

2023

EPA t.b.v. blok > 10 woningen2)

woning

100; max 3500 per blok

1) Bij de gelijktijdige aankoop van twee of meer apparaten, die behoren tot de nummers van 1001 t/m 1006 van deze Energiepremie-lijst bedraagt de premie het cumulatieve bedrag als vastgesteld op grond van de bovenstaande premiebedragen, eenmalig vermeerderd met 50 voor de aangeschafte combinatie.

2) Wanneer op basis van een EPA één of meerdere maatregelen worden getroffen die behoren tot de nummers 2001 t/m 2020, dan wordt de premie voor die maatregel(en) vermeerderd met een bonus van 25%.

Omschrijving apparaten

1001

Koelkast/vriezer

Bestemd voor:

het koelen van levensmiddelen voor huishoudelijk gebruik, met behulp van een koelkast of een koel/vries-combinatie of een vrieskist of vrieskast met een inhoud van 1 m3 of minder

Bestaande uit:

koelkast, vrieskast, vrieskist of koelvriescombinatie voorzien van een A-label, zijnde een verklaring afgegeven door de leverancier, importeur of fabrikant, waaruit blijkt dat deze apparaten voldoen aan de Energie-efficiency klasse A als bedoeld in de Regeling etikettering energiegebruik koel- en vriesapparatuur

1002

Vaatwasser

Bestemd voor:

het reinigen van huishoudelijke vaat

Bestaande uit:

vaatwasser met een capaciteit van minder dan 15 couverts en voorzien van een A-label, zijnde een verklaring afgegeven door de leverancier, importeur of fabrikant, waaruit blijkt dat dit apparaat voldoet aan de Energie-efficiency klasse A voor energieverbruik en klasse A of B voor afwasresultaat en droogresultaat als bedoeld in de Regeling etikettering energiegebruik afwasmachines

1003

Wasmachine

Bestemd voor:

het reinigen van kleding en huishoudelijk textiel

Bestaande uit:

wasmachine met een beladingscapaciteit van minder dan 8 kg wasgoed en voorzien van een A-label, zijnde een verklaring afgegeven door de leverancier, importeur of fabrikant, waaruit blijkt dat dit apparaat voldoet aan de Energie-efficiency klasse A als bedoeld in de Regeling etikettering energiegebruik wasmachines

1004

Elektrische wasdroger

Bestemd voor:

het drogen van kleding en huishoudelijk textiel door middel van drooglucht die wordt verwarmd door een elektrische installatie

Bestaande uit:

elektrische wasdroger met een beladingscapaciteit van minder dan 8 kg wasgoed en voorzien van een A-label, zijnde een verklaring afgegeven door de leverancier, importeur of fabrikant, waaruit blijkt dat dit apparaat voldoet aan de Energie-efficiency klasse A als bedoeld in de Regeling etikettering energiegebruik droogtrommels

1005

Gasverwarmde wasdroger

Bestemd voor:

het drogen van kleding en huishoudelijke textiel door middel van drooglucht die direct wordt verwarmd met gas of indirect wordt verwarmd door een gasgestookte installatie

Bestaande uit:

gasgestookte wasdroger met een beladingscapaciteit van minder dan 8 kg wasgoed

1006

Wasdrogercombinatie

Bestemd voor:

het reinigen en drogen van kleding en huishoudelijk textiel

Bestaande uit:

een wasdrogercombinatieapparaat met een beladingscapaciteit van minder dan 8 kg wasgoed en voorzien van een A-label, zijnde een verklaring afgegeven door de leverancier, importeur of fabrikant, waaruit blijkt dat dit apparaat voldoet aan de Energie-efficiency klasse A als bedoeld in de Regeling etikettering energiegebruik was-droogcombinaties

Omschrijving voorzieningen

2001

Vloerisolatie

Bestemd voor:

het isoleren van de onderzijde van de begane grondvloer van een woning, waarbij de voorziening is aangebracht en geleverd door een derde, zijnde een ondernemer

Bestaande uit:


a. een laag isolatiemateriaal, welke niet uit in situ gespoten polyurethaan bestaat, met een warmteweerstand (R) van tenminste 1,3 m2. K/W, of


b. een in situ gespoten laag HCFK vrije polyurethaan, voorzien van een certificaat waaruit blijkt dat de laag voldoet aan de beoordelingsrichtlijn 1332/02 van het BKB, met een warmteweerstand (R) van tenminste 1,3 m2.K/W

2002

Bodemisolatie

Bestemd voor:

het isoleren van kruipruimtes van woningen door middel van het bedekken van de bodem met een isolerende laag, waarbij de voorziening is aangebracht en geleverd door een derde, zijnde een ondernemer

Bestaande uit:

een isolerende laag met een warmteweerstand (R) van tenminste 1,3 m2.K/W

2003

Spouwmuurisolatie

Bestemd voor:

het isoleren van een spouwmuur van een buitengevel of buitengeveldeel, van een woning, waarbij de voorziening is aangebracht en geleverd door een derde, zijnde een ondernemer

Bestaande uit:

een laag isolatiemateriaal met een warmteweerstand (R) van tenminste 1,3 m2.K/W

2004

Gevelisolatie

Bestemd voor:

het isoleren van de binnen- of buitenzijde van een buitengevel of buitengeveldeel (waaronder begrepen borstweringen en het vervangen van glas door een niet transparante laag) van een woning, waarbij de voorziening is aangebracht en geleverd door een derde, zijnde een ondernemer

Bestaande uit:

een laag isolatiemateriaal met een warmteweerstand (R) van tenminste 1,3 m2.K/W

2005

Dak- of vlieringisolatie

Bestemd voor:

het isoleren van hetzij een dak hetzij een onverwarmde vliering van een woning, met uitzondering van een plat dak aan de onderzijde of van een schuin dak met UF-schuim onder de dakpannen, waarbij de voorziening is aangebracht en geleverd door een derde, zijnde een ondernemer

Bestaande uit:

een laag isolatiemateriaal met een warmteweerstand (R) van tenminste 1,3 m2.K/W

2006

Isolatiemaatregelen door de aanvrager

Bestemd voor:

het realiseren van energiebesparing in woningen, waarbij de voorziening door de aanvrager zelf is aangebracht

Bestaande uit:

het realiseren van voorzieningen als genoemd onder 2001 tot en met 2005 met uitzondering van 2001 deel b.

2007

HR++glas

Bestemd voor:

het beperken van energieverliezen door ramen door middel van warmtereflecterend isolerend meervoudig glas, waarbij de voorziening is aangebracht en geleverd door een derde, zijnde een ondernemer

Bestaande uit:

warmtereflecterend HR++ glas dat voorzien is van de vermelding van de productnaam en het kenmerk HR++glas (vastgesteld volgens de Nationale BRL 2002, 1996) in de afstandhouder en aangebracht met inachtneming van NEN 3576 en NPR 3577, en een spouwbreedte heeft van tenminste 15 millimeter.

2008

HR++glas

Bestemd voor:

het beperken van energieverliezen door ramen door middel van warmtereflecterend isolerend meervoudig glas, waarbij de voorziening is aangebracht en geleverd door een derde, zijnde een ondernemer

Bestaande uit:

warmtereflecterend HR++ glas dat voorzien is van de vermelding van de productnaam en het kenmerk HR++glas (vastgesteld volgens de Nationale BRL 2002, 1996) in de afstandhouder en aangebracht met inachtneming van NEN 3576 en NPR 3577, en een spouwbreedte heeft van tenminste 9 millimeter doch minder dan 15 millimeter.

Bij toepassing in bewegende delen zal HR++glas met een spouwbreedte van minder dan 9 mm worden opgevat als HR++glas met een spouwbreedte van tenminste 9 millimeter doch minder dan 15 millimeter.

2009

Galerij- of balkon-afdichting

Bestemd voor:

het winddicht dichtzetten van balkons en galerijen bij meergezinswoningen, waarbij de voorziening is aangebracht en geleverd door een derde, zijnde een ondernemer

Bestaande uit:

beglazing, beplating of andere bouwkundige voorziening

2010

HR-(combi)ketel (£ 35 kW)

Bestemd voor:

het verwarmen van water voor ruimteverwarming van woningen en/of de verwarming van tapwater, waarbij de voorziening is aangebracht en geleverd door een derde, zijnde een ondernemer erkend conform REG 1994

Bestaande uit:

een aardgas gestookte ketel met een nominale belasting van ten hoogste 35 kW en voorzien van een Gaskeur HR 107-CW kwaliteitsaanduiding

2011

HR-(combi)ketel (> 35 kW)

Bestemd voor:

het verwarmen van water voor ruimteverwarming van woningen en/of de verwarming van tapwater, waarbij de voorziening is aangebracht en geleverd door een derde, zijnde een ondernemer erkend conform REG 1994

Bestaande uit:

een aardgas gestookte ketel met een nominale belasting van meer dan 35 kW en voorzien van een Gaskeur HR 107- CW kwaliteitsaanduiding

2012

Woningaanpassing t.b.v. warmtelevering

Bestemd voor:

het geschikt maken van de verwarmingsinstallatie van een woning voor aansluiting op een extern warmtedistributienet, waarbij de voorziening is aangebracht en geleverd door een derde, zijnde een ondernemer

Bestaande uit:

voorzieningen binnen de woning ten behoeve van ontvangst en benutting van warmte voor ruimteverwarming vanuit een warmtedistributienet dat buiten het woningenblok is gelegen

2013

Individuele bemetering

Bestemd voor:

het meten van het energiegebruik voor verwarming of voor de productie van warm tapwater in afzonderlijke eenheden van een collectief verwarmd en nog niet individueel bemeterd gebouw, waarbij de voorziening is aangebracht en geleverd door een derde, zijnde een ondernemer

Bestaande uit:

individuele warmtemeters per woningeenheid

2014

Warmteterugwinning uit ruimteventilatielucht

Bestemd voor:

het terugwinnen van warmte uit ruimte-ventilatielucht, waarbij de voorziening is aangebracht en geleverd door een derde, zijnde een ondernemer, waarbij de voorziening is aangebracht en geleverd door een derde, zijnde een ondernemer erkend conform REG 1994

Bestaande uit:

een warmtewisselsysteem met een energetisch rendement van tenminste 80 %

2015

Gelijkstroomventilator

Bestemd voor:

het verplaatsen van luchtstromen in een ruimteventilatiesysteem met warmteterugwinning, waarbij de voorziening is aangebracht en geleverd door een derde, zijnde een ondernemer erkend conform REG 1994

Bestaande uit:

een ventilator aangedreven door een gelijkstroommotor

2016

HF-verlichting

Bestemd voor:

verlichting van collectieve ruimtes bij meergezinswoningen, waarbij de voorziening is aangebracht en geleverd door een derde, zijnde een ondernemer erkend conform REI 1994

Bestaande uit:

een hoogfrequent elektronisch voorschakelapparaat waarbij het lichtconversiesysteem bij een omgevingstemperatuur van 25 graden Celsius en bij het nominale lampvermogen voldoen aan de eis ten aanzien van de verhouding lichtstroom/opgenomen vermogen van:


- > 90 lumen/Watt voor lagedruk buisvormige fluorescentielampen;

- > 75 lumen/Watt voor lagedruk compacte fluorescentielampen;

- > 90 lumen/Watt voor overige lampen.

Hierbij betreft het opgenomen vermogen, het vermogen opgenomen door het gehele lichtconversiesysteem; de lichtstroom betreft de lichtstroom van de kale lamp.

2017

Aanwezigheids- en/of daglichtsensoren

Bestemd voor:

het automatisch schakelen en/of regelen van verlichtingssystemen, t.b.v. verlichting van collectieve ruimtes bij meergezinswoningen, in afhankelijkheid van de aanwezigheid van personen en/of daglicht, waarbij de voorziening is aangebracht en geleverd door een derde, zijnde een ondernemer erkend conform REI 1994

Bestaande uit:

een bewegingssensor en/of daglichtsensor met schakeleenheid

2018

Lage temperatuur centraal verwarmingssysteem

Bestemd voor:

het aanpassen van een centraal warmwaterverwarmingssysteem op zodanige wijze dat de maximale ontwerp-aanvoertemperatuur minder 56°C bedraagt, waarbij de voorziening is aangebracht en geleverd of aangepast door een derde, zijnde een ondernemer erkend conform REG 1994

Bestaande uit:

een warmwaterverwarmingsinstallatie waartoe inregelvoorzieningen per warmte-afgifte-element zijn aangebracht danwel inregelvoorzieningen per warmte-afgifte-element alsook additionele c.q. andere warmte-afgifte-elementen (radiatoren of convectoren) zijn aangebracht

De warmwaterverwarmingsinstallatie dient te voldoen aan de kwaliteitseisen geformuleerd in ISSO publicatie 50 (1999)

2019

Lage temperatuur centraal verwarmingssysteem met vloer- of wandverwarming

Bestemd voor:

het toevoegen van vloer- of wandverwarming, in woonkamer en keuken, aan een centraal warmwaterverwarmingssysteem conform 2018, waarbij de voorziening is aangebracht en geleverd door een derde, zijnde een ondernemer erkend conform REG 1994

Bestaande uit:

vloer- en/of wandverwarming in woonkamer en keuken toegevoegd aan een (aangepaste) warmwaterverwarmingsinstallatie, die gerealiseerd is conform de eisen gesteld bij maatregel 2018 van deze bijlage, waarbij bovendien het afgiftevermogen van de aangebrachte vloer- en/of wandverwarming groot genoeg is om in deze vertrekken als hoofdverwarming te dienen

2020

Lage temperatuur luchtverwarming

Bestemd voor:

het realiseren c.q. aanpassen van een centraal indirect gestookt luchtverwarmings-systeem op zodanige wijze dat de waterzijdige maximaal ontwerp-aanvoertemperatuur minder dan 56°C bedraagt, waarbij de voorziening is aangebracht en geleverd door een derde, zijnde een ondernemer erkend conform REG 1994

Bestaande uit:

een (aangepaste) luchtverwarmingsinstallatie waarvan het ontwerp en de uitvoering zijn gerealiseerd conform ISSO publicatie 50 (1999)

2021

EnergiePrestatieAdvies (EPA) voor één woning

Bestemd voor:

het op uniforme en betrouwbare wijze bepalen van de energetische hoedanigheid van een woning

Bestaande uit:

een EnergiePrestatieAdvies dat voldoet aan de eisen bedoeld in artikel 36a, eerste lid, onderdeel j, van de wet, waarbij het meetresultaat op geen andere woning van toepassing wordt verklaard en er uit het EnergiePrestatieAdvies tenminste één voorziening die op de energiepremie-lijst staat wordt toegepast.

2022

EnergiePrestatieAdvies (EPA) voor een woningblok van 2 t/m 10 woningen

Bestemd voor:

het op uniforme en betrouwbare wijze bepalen van de energetische hoedanigheid van een woning deel uitmakend van een woningblok van 2 tot en met 10 technisch gelijksoortige woningen van dezelfde eigenaar

Bestaande uit:

een EnergiePrestatieAdvies dat voldoet aan de eisen bedoeld in artikel 36a, eerste lid, onderdeel j, van de wet, waarbij het meetresultaat van toepassing wordt verklaard op het gehele woningblok en er uit het EnergiePrestatieAdvies tenminste één voorziening die op de energiepremie-lijst staat per woningblok wordt toegepast.

2023

EnergiePrestatieAdvies (EPA) voor een woningblok van meer dan 10 woningen

Bestemd voor:

het op uniforme en betrouwbare wijze bepalen van de energetische hoedanigheid van een woning deel uitmakend van een woningblok van meer dan 10 technisch gelijksoortige woningen van dezelfde eigenaar

Bestaande uit:

een EnergiePrestatieAdvies dat voldoet aan de eisen bedoeld in artikel 36a, eerste lid, onderdeel j, van de wet, waarbij het meetresultaat van toepassing wordt verklaard op het gehele woningblok en er uit het EnergiePrestatieAvies tenminste één voorziening die op de energiepremie-lijst staat per woningblok wordt toegepast.

Indien in de bijlage sprake is van meetvoorschriften of tests, of van verklaringen of certificaten, worden apparaten of voorzieningen die getoetst zijn met gelijkwaardige meetvoorschriften of tests, onderscheidenlijk voorzien zijn van gelijkwaardige verklaringen of certificaten, gelijkgesteld met de aangewezen voorzieningen of apparaten.

Indien in de bijlage sprake is van werkzaamheden of leveranties die dienen te geschieden door op grond van vakbekwaamheid of opleiding erkende personen of ondernemers, dan worden hieraan gelijkgesteld, personen of ondernemers die deze bekwaamheid of opleiding hebben verworven in het buitenland.

Bijlage 2 Model voor rapportage door energiebedrijven aan EnergieNed

Informatie betreffende de aanvragen

Rapportage door energiebedrijven

Ten behoeve van de rapportage als bedoeld in artikel 7 moeten de energiebedrijven per kwartaal de volgende gegevens verstrekken aan EnergieNed.

Per apparaat, voorziening, subtotalen en totaal:


- aantal aanvragen totaal


- aantal (nog) in behandeling zijnde aanvragen met het daarbij behorende bedrag aan energiepremies


- aantal afgewezen aanvragen


- aantal dossiers in kopie naar inspecteur der belastingen

- aantal toegekende aanvragen

van deze toegekende aanvragen:


- totaal uitbetaalde energiepremie


- gemiddelde uitbetaalde energiepremie per aanvraag

- totaal aantal eenheden


- gemiddeld aantal eenheden per aanvraag

Bovenstaande gegevens worden uitgesplitst naar:


- aanvragen door eigenaar/bewoners


- aanvragen door huurders


- aanvragen door particuliere verhuurders


- aanvragen door woningcorporaties

Rapportage door EnergieNed

Ten behoeve van de rapportage als bedoeld in artikel 7 moet EnergieNed per kwartaal de volgende gegevens verstrekken aan de Belastingdienst.


- Het totaal van de hiervoor vermelde punten, welke door de energiebedrijven per kwartaal worden verstrekt. Deze gegevens moeten zo nodig worden voorzien van een adequate toelichting.
Bijlage 3 Activiteiten ten aanzien van landelijke voorlichting

Voorlichtingsactiviteiten

Algemeen

Om bekendheid te geven aan de Energiepremie en de aanschaf van energiezuinige apparaten en het treffen van energiebesparende maatregelen aan de woning te bevorderen, zal de regeling Energiepremie worden ondersteund door een intensieve voorlichtingscampagne. De campagne zal bestaan uit twee hoofdstromen.

§ De publieke bekendmaking van hetgeen in de wettelijke regeling over de Energiepremies is vastgelegd zal door de Rijksoverheid worden verzorgd. Deze publieke bekendmaking is geconcentreerd in een periode van circa 6 weken rond de inwerkingtreding van de regeling en is gericht op beïnvloeding van de kennis en houding van de doelgroep, opdat deze weet en beseft dat de Energiepremie is bedoeld om energiebesparing te bevorderen ter wille van een beter milieu (o.a. broeikaseffect, zure regen, luchtverontreiniging). De belangrijkste communicatiemiddelen in deze introductiefase zijn: een persbericht, radio- en televisiespotjes, advertenties in dagbladen en internetpaginas.

§ De energiesector zal de continue communicatie verzorgen, gericht op de einddoelgroep (consumenten) en de marketingcommunicatie via intermediairen ondersteunen. Onder intermediairen worden in dit verband verstaan: verkopers in witgoed- en doe-het-zelf-zaken, installateurs, aannemers, isolatiebedrijven en andere relevante marktpartijen. De activiteiten zijn er op gericht energiebesparing hoog op de agenda van de einddoelgroep te houden (agendasetting), de positieve houding tegenover energiebesparing te versterken (draagvlak), alsmede concrete energiebesparingsmaatregelen aan te prijzen en de doelgroep over te halen ze op geschikte momenten daadwerkelijk toe te passen (gedrag). De activiteiten gericht op intermediairen hebben tot doel zoveel mogelijk marktpartijen te laten participeren in de communicatie over de Energiepremie.

De campagnes van de overheid en de energiesector zijn beschreven in twee afzonderlijke communicatieplannen. In de tabellen 1 en 2 is een overzicht opgenomen van de diverse communicatiemiddelen die worden ingezet in respectievelijk de overheidscampagne en de campagne van de energiesector.

Communicatiekader

De energiesector zal haar campagne binnen de volgende kaders uitvoeren:

§ in het belang van een heldere en eenduidige boodschap wordt in alle communicatie uitingen over de Energiepremie eenzelfde visueel beeldmerk gehanteerd met daarin verwerkt de relatie tussen premie en milieu;

§ in de communicatiemiddelen, vermeld in tabel 2 onder de nummers 3, 4, 5, 9, 10 en 12, waarin tekstuele toelichting wordt gegeven, wordt nader ingegaan op de relatie Energiepremie en milieu, waaronder het verband met het broeikaseffect;

§ in de communicatiemiddelen wordt verwezen naar het energiebedrijf als uitvoerder van de Energiepremie;

§ de aanvraagbon en de folder worden, voordat de definitieve vorm wordt vastgesteld, voorgelegd aan de departementen Fin, VROM en EZ.

Over de communicatiemiddelen van de overheid en EnergieNed zal periodiek (minimaal 2 maal per jaar) afstemmingsoverleg plaatsvinden.

Budget

De Rijksoverheid draagt de kosten van de eigen communicatie uitingen.

Ter dekking van de kosten van de campagne van de energiesector wordt door de Rijksoverheid een vergoeding verstrekt aan EnergieNed. Deze vergoeding is onderdeel van de in artikel 6, lid 3, van het convenant genoemde bijdrage. De vergoeding zal worden gebaseerd op de werkelijk gemaakte kosten, tot een maximum van de in tabel 3 opgenomen bedragen en wordt verstrekt indien en voorzover:

§ de communicatiemiddelen, opgenomen in tabel 2, minimaal worden ingezet overeenkomstig de intensiteit en met de effectiviteit zoals opgenomen in tabel 3 en 4.

§ de communicatiemiddelen, vermeld in tabel 2 onder de nummers 1, 5 t.m. 10 en 12, tijdig en in voldoende mate beschikbaar en gedistribueerd zijn.

Evaluatie

EnergieNed zal in beginsel jaarlijks verslag uitbrengen van:

§ de (frequentie van de) ingezette communicatiemiddelen;

§ (gemotiveerde) afwijkingen van de in tabellen 2, 3 en 4 beschreven communicatiemiddelen.

Op verzoek van één der partijen kan, in overleg, worden besloten de frequentie van verslaglegging te wijzigen.

Jaarlijks zal worden gerapporteerd over het bereik, de waardering en de effectiviteit van de communicatie, bij voorkeur door het opnemen van vragen betreffende kennis, houding en gedrag van de doelgroep in de Effectmeting MAP-campagne.

Tabel 1: Communicatiemiddelen introductiecampagne energiepremie overheid

Campagneperiode: eind oktober 1999 t/m februari 2000

Medium

Specificatie

Mediumbereik

Periode

Persbericht

indienen TK

Infobladen (2 stuks)

indienen TK

Persbericht

aanvaard beleid

Free publicity

2 h.a.h.-artikelen

juni

handeling minister

start campagne

Webpagina's

indienen TK

RTV Postbus 51

27"

348 GRP, 13+

5 wkn

Radio (2 spots)

25"

500 GRP, 20-49 jr.

5 wkn

Dagblad adv.

GA 2800 mm

124 GRP, 20-49 jr.

2x

Tabel 2: Marketingcommunicatie (EnergieNed)

N.B. EnergieNed hanteert bij de uitvoering van de marketingcommunicatie een flexibele aanpak. Kansen die zich op de markt voordoen om de effectiviteit van de communicatie te vergroten worden zoveel mogelijk benut. Dat kan verschuiving of vervanging van middelen betekenen. Het

onderstaande schema van middelen dient dan ook te worden gezien als basispakket. Bij belangrijke wijzigingen zal met de overheid worden afgestemd.

N

Middel

#

Doelgroep

Doel

Actor

Tijdstip

1

Infolijn

1

Consumenten

Eigenaars/

bewoners

Toelichten

Verwijzen

EnergieNed

1/2000 e.v.

2

TV-com's/tags

2

Kopers witgoed

Eigenaars/

bewoners

Bekend stellen

3

Non-spot

n

Kopers witgoed

Eigenaars/

bewoners

Promoten

4

Ads*

n

Kopers witgoed

Eigenaars/

bewoners

Promoten

5

Folders**

3

Consumenten

Eigenaars/

bewoners

Toelichten

6

Display

1

Consumenten

Eigenaars/

bewoners

Promoten

7

Winkelposter(s)

n

Consumenten

Eigenaars/

bewoners

Promoten

8

Sticker (instore)

1

Kopers witgoed

Eigenaars/

bewoners

Promoten

9

Aanvraagcoupon

Kopers witgoed

Verzilveren

premie

10

aanvraagcoupon

1

Eigenaars/

bewoners

Verzilveren premie

11

IM's

7

Intermediairs

Promoten

12

Campaign kit

1

Intermediairs

Faciliteren


* EnergieNed zal eveneens adverteren in special interestbladen.

** Incl. strooifolder waarin de energiepremie wordt gelinkt met de nationale TV-actie (TV-sponsoring).

Tabel 3: Budget EnergieNed

Massamedia

2000

2000

2001

2001

TV commercial

opstart

Advertentie DB

opstart

Advertentie SI

opstart

TV-actie onderdeel

80x

2x

4x

800.000

90.000

400.000

40.000

600.000

70.000

500.000

80x

2x

4x

800.000

400.000

600.000

500.000

Plaatsing

opstart


2.300.000
200.000


2.300.000
Folders/formulieren

2000

2000

2001

2001

Folders

opstart

Formulieren

opstart

500.000x

700.000x

300.000

60.000

200.000

40.000

500.000x

700.000x

300.000

200.000

Plaatsing

opstart

500.000

100.000

500.000

Intermediairen

2000

2000

2001

2001

Flyers (TV-actie)

Display

Posters

Stickers

Campagnekit

Inpak/magazijn/

verzending

900.000x

20.000x

50.000x

500.000x

20.000x

400.000

180.000

320.000

800.000

600.000

500.000

p.m.

herziening en herdruk


-> 200.000
400.000


2.800.000
600.000

Samenvatting

2000

2001

Massamedia

opstart

Folders/formulieren

opstart

Intermediairen


2.300.000
200.000

500.000

100.000


2.800.000

2.300.000


500.000


600.000


5.900.000

3.400.000
inclusief BTW


6.932.500

3.995.000
Tabel 4: Het budget EnergieNed Massamediaal uitgedrukt in GRPs

Indicatie mediapresentaties energiepremie 1999

Indicatie mediaprestaties energiepremie 2000

Medium

Budget

Lengte/

formaat

Bereik

Contact-

frequentie

GRPs

TV

800.000

40

75%


3.5

265

Dagblad

400.000

7x ¼p.+s.k.

60%


5.0

360

SI

600.000

1/1 FC

75%


5.0

375

TV actie

500.000

6x prime time do*


-


-

± 360


* gemiddeld ± 100% kijkdichtheid

Toelichting:

GRP

Gross Rating Point: 1% bruto bereik binnen de doelgroep.

Voorbeeld

Doelgroep is alle 13+ (12.300.000 personen)

1% van deze doelgroep is 125.000 personen.

NOS Journaal 20:00 uur: 1.600.000 kijkers van 13jr. en ouder =
1.600.000:125.000 = 12.8 GRPs.

Een GRP voor TV kost gemiddeld 2.500,= op basis van een 30 commercial.

Bijlage 4 Omschrijving activiteiten

Rubrieken

Omschrijving

voorlichting

info vooraf

Telefonisch en aan de balie beantwoorden van vragen en verzoeken om inlichtingen

folder + formulier

Het op verzoek toesturen van folders en formulieren aan klanten en intermediairen

Aanvraag

volledigheid

Controleren of alle benodigde gegevens en documentatie aanwezig zijn

juiste bedrijf

Controleren of aanvrager klant is

doorsturen

Naar ander energiebedrijf doorsturen

invoeren

Gegevens aanvraag in administratieprogramma invoeren

ontvangstbevestiging

Aanvrager melden dat aanvraag in behandeling is genomen

admin. beoordeling

Beoordelen of gegevens kloppen

techn. beoordeling

Beoordelen of geschetste situatie en voorzieningen technisch mogelijk zijn

aanvullende info

Verzoeken om ontbrekende gegevens of toelichting m.b.t. de aanvraag

inspectie ter plaatse

Bij blijvende onduidelijkheid of vermoeden van fraude bezoek aan locatie

afwijzing

Het afwijzen van de aanvraag op basis van de regeling

vaststelling

Vaststellen van de hoogte van de uit te keren premie

beslissing inspecteur der belastingen

Meewerken aan procedure beslissing inspecteur der belastingen (informatie leveren, mondelinge toelichting)

archivering

Opslaan van dossiers

Financiële afhandeling

betaalopdracht

Opdracht geven tot uitbetaling

betalingsverwerking

Aanmaken van tapes voor banken

retourbetalingen

Administratieve verwerking van foutieve betalingen

Post

porto

Kosten porto

postkamer

Kosten postverwerking in de postkamer

postverwerking

Kosten postverwerking van binnen gekomen aanvragen (gereed maken voor beoordeling)

Bijlage 5

Begroting Landelijke ondersteuning

2000

2001

Software onderhoud

50.000

50.000

opstart software

500.000

Helpdesks en lijsten

200.000

200.000

Landelijk informatiepunt

350.000

350.000


1.100.000
600.000

inclusief BTW


1.292.500
705.000

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie