Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord Kamervragen over Birmese vluchtelingen

Datum nieuwsfeit: 04-04-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Antwoord Kamervragen over birmese vluchtelingen in bangladesh en thailand
Gemaakt: 5-4-2000 tijd: 15:51

Ken-merk


__

Blad

Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd./2

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 4 april 2000

Onder verwijzing naar de brief van de Griffier Uwer Kamer met kenmerk
299008480, waarbij gevoegd waren de door het lid Karimi overeenkomstig artikel 134 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer bij U ingediende vragen, heb ik de eer U in bijlage dezes mijn antwoord op de gestelde vragen te doen toekomen.

Eveline Herfkens

Minister voor Ontwikkelingssamenwerking


6

Antwoord van mevrouw Herfkens, Minister voor
Ontwikkelingssamenwerking, op vragen van het lid Karimi over Birmese vluchtelingen in Bangladesh en Thailand.



Vraag 1

Heeft u kennis genomen van het artikel 'Besprekingen over vluchtelingen Birma'?

Antwoord

Ja.

Vraag 2

Is het waar dat de heer Petersen, een hoge vertegenwoordiger van de UNHCR, in Birma is voor besprekingen met het regime?

Antwoord

Assistent Hoge Commissaris voor Vluchtelingen Jessen-Petersen heeft onlangs Birma en Thailand bezocht, en heeft daar met de autoriteiten gesproken over de nog in Bangladesh verblijvende Rohingya-vluchtelingen, over de situatie van de naar Birma teruggekeerde Rohingya's en over de Birmese vluchtelingen in Thailand.

Vraag 3

Bent u op de hoogte van de agenda van de besprekingen? Weet u wat de inzet van de UNHCR zal zijn inzake de Birmese vluchtelingen in Bangladesh en Thailand? Zal er opnieuw worden gesproken over de dwangarbeid die terugkerende vluchtelingen wordt opgelegd?

Antwoord

Ik ben globaal op de hoogte van de agenda en de resultaten van de besprekingen. De gesprekken betroffen enerzijds de algemene situatie en ontwikkelingen inzake de Rohingya's. Hierbij werd vooral ingegaan op de betrokkenheid van UNHCR bij het reïntegratieprogramma voor de Rohingya's in Birma. Anderzijds werd gesproken over de problematiek van de Birmese vluchtelingen in Thailand en de mogelijkheden voor een UNHCR-vestiging in Oost-Birma met het oog op eventuele toekomstige faciliteiten indien vluchtelingen vanuit Thailand naar Birma zouden willen terugkeren. Overigens blijken de Birmese autoriteiten vooralsnog niet bereid op korte termijn een UNHCR-presentie in Oost-Birma toe te staan.

Ten aanzien van het integratieprogramma voor Rohingya's in Northern Rakhine State in West-Birma streeft UNHCR naar een verantwoorde afbouw en overdracht van haar coördinerende rol. UNHCR zal in dit gebied overigens haar activiteiten ter bescherming van de Rohingya-bevolking voortzetten.

Het opleggen van dwangarbeid aan teruggekeerde vluchtelingen is een van de voornaamste zorgen van UNHCR. De heer Jessen-Petersen heeft deze kwestie wederom als zodanig bij de Birmese autoriteiten aanhangig gemaakt.

Vraag 4

Hoeveel Rohingya's verblijven nu nog in Bangladesh? In hoeverre wordt er druk op hen uitgeoefend, hetzij door de autoriteiten van Bangladesh, hetzij door de UNHCR, om terug te keren naar Birma? In welke mate krijgen teruggekeerde vluchtelingen nog dwangarbeid opgelegd? Zijn u recente gegevens bekend over misstanden bij dwangarbeid, zoals een aantal jaren terug duidelijk is geworden uit het rapport van de ILO?

Antwoord

Er verblijven nog circa 21.000 Rohingya-vluchtelingen in Bangladesh. UNHCR leeft voor deze groep het principe van vrije keuze voor of tegen terugkeer zorgvuldig na. Dit is ook het geval aan Bangladeshi zijde, zij het dat de uitvoerende diensten die verantwoordelijk zijn voor de gang van zaken in de vluchtelingenkampen soms wel degelijk druk op vluchtelingen uitoefenen om terug te keren. Voor zover mij bekend is dit laatste dankzij de nauwe betrokkenheid van UNHCR en NGO's bij het dagelijks functioneren van de kampen beperkt gebleven tot incidenten en heeft UNHCR in deze gevallen steeds getracht corrigerend op te treden. UNHCR heeft in de kampen zeer recent een toename van deze incidenten gesignaleerd en heeft deze kwestie op hoog niveau opgenomen met de Bangladeshi autoriteiten.

Het opleggen van dwangarbeid aan Rohingya's komt nog steeds voor. In
1995 hebben de autoriteiten UNHCR toegezegd dwangarbeid in Northern Rakhine State te zullen beperken tot maximaal vier dagen per maand, iets waaraan overigens niet in alle gevallen de hand wordt gehouden. In 1999 vaardigden de Birmese autoriteiten een instructie uit om de wet die requisitie voor dwangarbeid mogelijk maakt (Town and Village Act, 1907) niet toe te passen. Volgens UNHCR zou gedurende de afgelopen zes maanden als gevolg hiervan minder dwangarbeid zijn opgelegd. Overigens wordt dwangarbeid in Birma niet uitsluitend aan Rohingya's opgelegd, maar in het gehele land.

Ik ben van mening dat dwangarbeid op zichzelf al een misstand is. Afgezien daarvan zijn er berichten over misstanden in samenhang met dwangarbeid, die vergelijkbaar zijn met hetgeen de ILO in 1998 heeft gesignaleerd.

Vraag 5

Wat is het effect geweest van het geoormerkte bedrag van 200.000 gulden bijgedragen door Nederland binnen het Rohingya-programma voor de protectietaak van de UNHCR in Birma?

Antwoord

Van de Nederlandse bijdrage is 200.000 gulden van het totaalbedrag van
1 miljoen gulden geoormerkt voor het protectiewerk van UNHCR in het herkomstgebied van de Rohingya's.

Aangezien veel donoren dit programma financieel ondersteunen valt moeilijk vast te stellen wat het rechtstreekse effect van specifiek de Nederlandse bijdrage is geweest. Uit bredere verslaglegging van UNHCR en uit rapportage van derden blijkt dat UNHCR haar beschermingstaken in Northern Rakhine State serieus neemt en zich op pragmatische wijze inzet voor een betere eerbiediging van de grondrechten van de Rohingya's en voor draaglijker levensomstandigheden voor deze bevolkingsgroep. In zijn recente gesprekken met de Birmese autoriteiten heeft Assistent Hoge Commissaris Jessen-Petersen hieraan ook weer speciaal aandacht geschonken. Aannemelijk is dat de Nederlandse bijdrage de protectierol van UNHCR in het gebied heeft versterkt.

Vraag 6

Wat is de uitkomst van het door u toegezegde overleg tussen donorlanden (waaronder Nederland) en de Bangladeshi autoriteiten inzake het bereiken van een oplossing voor de Rohingya-vluchtelingen? Wat is de Nederlandse inzet geweest tijdens dit overleg? Waar heeft het overleg toe geleid voor de vluchtelingen?

Antwoord

Officieel overleg met de autoriteiten heeft nog niet plaatsgehad. Wel heeft Japan, namens de bij het Rohingya-programma betrokken organisaties en donoren, eind 1998 een voorbespreking gehad met de Bangladeshi Minister van Buitenlandse Zaken. Deze gaf aan dat hij de premier zou informeren, waarna overleg zou kunnen plaatsvinden. Een nadere reactie is tot nu toe niet ontvangen. Van een Nederlandse inzet tijdens bedoeld overleg kan dus ook nog geen sprake zijn en van eventuele gevolgen van dat overleg voor de vluchtelingen evenmin. De Nederlandse Ambassade in Dhaka heeft het vraagstuk van de Rohingya's intussen wel bij diverse ontmoetingen met leden van de regering aan de orde gesteld. Concreet resultaat heeft dit evenwel tot dusver niet gehad.

De Bangladeshi overheid, die overigens volhardt in het standpunt dat alle vluchtelingen (vrijwillig) dienen terug te keren naar Birma, lijkt in de binnenlandse politiek noch in de relaties met Birma prioriteit te willen geven aan een oplossing voor de nog in Bangladesh verblijvende restgroep van Rohingya-vluchtelingen.

Vraag 7

Wat is uw oordeel over de inzet van de UNHCR sinds het najaar van 1998 om het lot van de vluchtelingen te verbeteren, gedwongen repatriëring (ook als dit op kleine schaal is) te voorkomen, en dwangarbeid tegen te gaan?

Is uw oordeel dermate positief dat een Nederlandse bijdrage aan het UNHCR-programma nog steeds gerechtvaardigd is?

Antwoord

UNHCR houdt zorgvuldig vast aan het principe van vrijwillige terugkeer en heeft met haar programma daadwerkelijk bijgedragen aan de verbetering van de sociaal-economische positie van de teruggekeerde Rohingya-vluchtelingen. Ik beschouw het als een doorbraak dat UNHCR, na de eind 2000 voorziene overdracht van de coördinatie van het reïntegratieprogramma voor de Rohingya's, haar protectietaken in Northern Rakhine State kan en zal voortzetten. Bij de afweging of continuering van steun aan het hulpprogramma voor de Rohingya's gerechtvaardigd is speelt een moreel dilemma. Dit omvat de keuze voor voortzetting van steun aan een programma dat wordt uitgevoerd in een context van dwangarbeid en andere mensenrechtenschendingen, óf voor stopzetting van de steun, waarbij de Rohingya's in Birma aan hun lot worden overgelaten. Gegeven de omstandigheden beoordeel ik de inzet van UNHCR voor de Rohingya's positief. UNHCR's protectiewerk voor de Rohingya's zal ik dan ook blijven ondersteunen.

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie