Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Wijziging Uitvoeringsregeling Algemene wet rijksbelastingen

Datum nieuwsfeit: 05-04-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financien

Titel: Wijziging Uitvoeringsregeling Algemene wet rijksbelastingen


s-Gravenhage, 22maart 2000

WDB2000/ 197M, Sts. crt. 61

Wijziging van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994

De Staatssecretaris van Financiën,

Gelet op artikel 18 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer;

Besluit:

Artikel I

De Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 19941 wordt als volgt gewijzigd:

Artikel 21a wordt als volgt gewijzigd.

1. Voor de tekst wordt de aanduiding 1. geplaatst.
2. Na de tweede volzin wordt ingevoegd: In die verklaring wordt tevens vermeld of in verband met de verkrijging van de onroerende zaak of zaken tevens een of meer roerende zaken zijn verkregen. Indien dat het geval is, wordt in de verklaring voorts vermeld welke roerende zaak of zaken het betreft, voor welk bedrag deze werd of werden verkregen en of dat bedrag is begrepen in de in de akte vermelde tegenprestatie voor de onroerende zaak of zaken.
3. De laatste volzin komt te luiden: Voorzover overigens in de akte niet alle gegevens voorkomen waarvan kennisneming van belang kan zijn voor de heffing van de overdrachtsbelasting worden deze eveneens opgenomen in de verklaring.

4. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:


2. Voorzover de gegevens, bedoeld in de vierde volzin van het eerste lid, zijn opgenomen in het lichaam van de akte of in een aan de akte gehechte en door de verkrijger ondertekende bijlage kan in de verklaring worden volstaan met een verwijzing naar die gegevens.
Artikel II

Met betrekking tot een notariële akte verleden vóór 1 juni 2000, blijft toepassing van de in artikel I opgenomen wijzigingen van artikel 21a van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 achterwege indien:


a. aangetoond wordt dat de akte is gebaseerd op een overeenkomst van vóór 1 april 2000, en


b. de verkrijger of namens deze de notaris verklaart dat van de in verband met de verkrijging van de onroerende zaak of zaken verkregen roerende zaak of zaken geen specificatie is opgemaakt.
Artikel III

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2000.

1 Stcrt. 1994, 114; laatstelijk gewijzigd bij ministeriële regeling van 3 maart 2000, Stcrt. 48.

Toelichting

Artikel I (Uitbreiding voetverklaring in notariële akte)

De onderhavige wijziging strekt ertoe - in het belang van een efficiënte controle ten behoeve van de heffing van de overdrachtsbelasting - dat voortaan in een verklaring in de notariële akte wordt aangegeven of en zo ja welke roerende zaak of zaken in verband met de verkrijging van de onroerende zaak of zaken zijn verkregen. Indien dit het geval is, dient het bedrag waarvoor de roerende zaak of zaken zijn verkregen te worden vermeld in een voetverklaring van de akte. Ook moet daarin worden vermeld of en zo ja tot welk bedrag de prijs voor de roerende zaak of zaken is begrepen in het in de akte opgenomen bedrag waarvoor de onroerende zaak of zaken is of zijn verkregen.

Voorzover deze gegevens opgenomen zijn in het lichaam van de akte dan wel in een bijlage bij de akte, kan worden volstaan met een verwijzing daarnaar in de voetverklaring (tweede lid).

Artikel II (Overgangsregeling)

In het kader van een soepele implementatie van de nieuwe regeling geldt voor de ten tijde van de wijziging lopende zaken het volgende. De nieuwe werkwijze gaat in op 1 april 2000. Akten verleden vanaf die datum moeten daarom in beginsel zijn voorzien van een voetverklaring als bedoeld in het nieuwe tweede lid van artikel 21a van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994, inzake de verkrijging van roerende zaken. Die regeling veronderstelt bij belanghebbenden een bewustzijn omtrent hetgeen in het geheel van de transactie als roerend of onroerend dient te gelden en vergt een zo nauwkeurig mogelijke (schriftelijke) vastlegging daarvan. Het zal daarom, ook op of na 1 april 2000, voorkomen dat transportakten moeten worden verleden die zijn gebaseerd op overeenkomsten van eerdere datum, die zonder het hiervóór bedoelde bewustzijn zijn opgesteld. Voor dergelijke akten zal niet in alle gevallen een specificatie van de meegekochte roerende zaken aanwezig kunnen zijn. Notarissen en belanghebbenden zullen in verband met de nieuwe regeling zoveel mogelijk dienen te bewerkstelligen dat de vereiste gegevens alsnog beschikbaar komen. Dit kan echter tot problemen leiden indien de transportakte op of kort na 1 april 2000 wordt verleden.

Onder de voorwaarden, opgenomen in artikel II, kunnen met betrekking tot transportakten verleden vóór 1 juni 2000 de nieuwe vereisten van artikel 21a van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 achterwege blijven. Deze voorwaarden zijn dat wordt aangetoond dat de akte is gebaseerd op een overeenkomst van vóór 1 april 2000 en dat de verkrijger of namens hem de notaris verklaart dat van de daarbij meegekochte roerende zaak of zaken geen specificatie is opgemaakt.

Dit laat uiteraard onverlet de bevoegdheid op de normale wijze controle op de aangifte uit te voeren.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie