Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Nationaal debat Ruimte voor Sport

Datum nieuwsfeit: 06-04-2000
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
NATIONAAL DEBAT RUIMTE VOOR SPORT

PERSBERICHT
27 maart 2000 - In het najaar van 2000 zal de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening verschijnen. Hierin wordt voor het eerst ook aandacht besteed aan de relatie tussen ruimtelijke ordening en de sociale infrastructuur. Een goed moment om sport en recreatie als onderdeel van de sociale infrastructuur in ruimtelijke zin te positioneren. Het uitgangspunt voor het debat is de probleemstellende verkenning van de relatie tussen sport en ruimtelijke ordening die de Katholieke Universiteit Brabant heeft uitgevoerd in opdracht van het ministerie van VWS. Daarom organiseren de ministeries van VWS, VROM en LNV, NOC*NSF, VNG, KUB, IPO en LC op 6 april in Den Haag het Nationaal Debat Ruimte voor Sport.

Sport en recreatie verdienen meer aandacht bij de verdeling en inrichting van ruimte. Om ervoor te zorgen dat iedereen kan blijven sporten en recreëren moeten voorzieningen voor iedereen bereikbaar en toegankelijk blijven. In een prettige buurt is genoeg ruimte om bijvoorbeeld te spelen, jeu de boulen, fietsen, skaten, wandelen of een balletje te trappen. Tal van initiatieven, zoals de breedtesportimpuls, het grotestedenbeleid en het project 'groen in en om de stad', bieden volop kansen om hiervoor voorzieningen te treffen. Daar waar sport en recreatie de ruimte krijgen dragen ze maximaal bij aan een leefbare samenleving. Tot dusver delven sport en recreatie toch nog te vaak het onderspit bij de (her)inrichting van de ruimte. Door stijgende grondprijzen en ruimteclaims voor woningbouw, verkeer en vervoer en bedrijvigheid verhuizen of verdwijnen voor een ieder bereikbare sport- en spelvoorzieningen. Dit heeft grote gevolgen, die niet altijd direct zichtbaar of meetbaar zijn. Zeker is wel dat het ten koste gaat van deelname aan alledaagse sport en recreatie. En daarmee ook van andere, algemeen erkende, maatschappelijke waarden. Sporten en bewegen bevorderen een actieve leefstijl en dragen daarmee bij aan een gezonde samenleving. Het versterkt de sociale cohesie in buurten en wijken. Sport verbroedert en iedereen kan er aan mee doen!

Programma Nationaal Debat Ruimte voor Sport
(o.v.b. van wijzigingen)

12.45 - 13.45 Ontvangst deelnemers, registratie en ontvangst met koffie/thee en sandwichlunch

13.45 - 13.50 Welkomstwoord door dagvoorzitter Pim van Galen, journalist

13.50 - 14.05 Inleiding door drs. P.H.B. Pennekamp, directeur-generaal Welzijn en Sport, ministerie van VWS

14.05 - 14.20 Inleiding door A.G. Nijhof, hoofd afdeling Toekomst, directie RPD, ministerie van VROM "Vijfde nota Ruimtelijke Ordening en het grondbeleid in relatie tot sport"

14.20 - 14.40 Inleiding door Re-creatiesocioloog Dr. ir. H.J.J. van der Poel, universitair hoofddocent bij de Vakgroep Vrijetijdswetenschappen van de Katholieke Universiteit Brabant (KUB)
"Resultaten van de verkenning relatie Ruimtelijke Ordening - Sport & Recreatie"

14.40 - 14.55 Inleiding door ir. J.A. van Heel, supervisor grootstedelijke projecten gemeente Zaanstad en consultant van BCG "Planologie en sport"

14.55 - 15.10 Koffie- en theepauze

15.10 - 16.30 Pleidooi "Ruimte voor sport" en debat o.l.v. de dagvoorzitter Doel: Pleidooi voor positieve aandacht voor sport en recreatie, bespreken knelpunten en uitwisselen standpunten en oplossingen met daarbij ook de mening van de deelnemers.

Pleidooi J. Franssen, voorzitter VNG en LC
drs. J.C. Blankert, voorzitter NOC*NSF
Dr. H. Bleker, bestuurslid IPO
Mr. G.H.N.L. van Woerkom, hoofddirecteur ANWB

Debat
Bestuurders J. Rijpstra, woordvoerder sport VVD-fractie drs. L.P. Middel, woordvoerder sport PvdA-fractie F. Ravestein, woordvoerder sport en ruimtelijke ordening D66-fractie
J.J. Atsma, woordvoerder sport CDA-fractie
Dr. C. Hermann, woordvoerder volksgezondheid
Groen Links-fractie
Gebruikers D. Koops, voorzitter Recron
Dr. A. Winsemius, beleidsmedewerker NUSO
Mr. J.H. Lesterhuis, voorzitter amateurvoetbal KNVB ir. K.S.Feitsma, portefeuille ontwikkeling golf Nederlandse Golf Federatie
J. Kossen, directeur Koninklijk Nederlands Watersport Verbond Uitvoerders drs. C.W. van Willigen, hoofd Ruimte en Milieu Arcadis
R.D. Aluvihare (landschapsarchitect), Senior
landschapsarchitect DRO Amsterdam
Nog twee personen zullen plaatsnemen op deze bank
16.30 - 16.45 Epiloog door prof. Dr. Th.A.M. Beckers, hoogleraar Vrijetijds-wetenschappen aan de Faculteit Sociale Wetenschappen aan de Katholieke Universiteit Brabant te Tilburg

16.45 - 17.30 Afsluiting met informeel samenzijn

Tijdens het Nationaal Debat, waarvoor de belangstelling zeer groot is, worden onder meer de resultaten besproken van het probleemstellende onderzoek dat Hugo van der Poel, recreatiesocioloog aan de KUB, heeft verricht in opdracht van VWS. In het onderzoek m hij de relatie tussen sport en ruimtelijke ordening onder de loep. De belangrijke resultaten zijn samengevoegd en uitgebracht als een factsheet met de titel 'Geef sport de ruimte om te bewegen!' Bijgaand ontvangt u de tekst van deze factsheet. De uitgave is tevens te bestellen bij LC, tel. (078) 613 86 77, fax (078) 614 42 39 of e-mail (lc@lc.nl).

Fact sheet

Geef sport de ruimte om te bewegen!

Uitgangspunten voor een ruimtelijk beleid gericht op de bevordering van sport en bewegen

Daar waar sport en recreatie de ruimte krijgen
dragen ze maximaal bij aan een leefbare samenleving
Iedereen wil graag in de nabije woonomgeving kunnen sporten en recreëren. In een prettige buurt is genoeg ruimte om bijvoorbeeld te spelen, jeu de boulen, fietsen, skaten, wandelen of een balletje te trappen. Tal van initiatieven, zoals de breedtesportimpuls, het grotestedenbeleid en het project 'groen in en om de stad', bieden volop kansen om hiervoor voorzieningen te treffen. Daar waar sport en recreatie de ruimte krijgen dragen ze maximaal bij aan een leefbare samenleving. Tot dusver delven sport en recreatie toch nog te vaak het onderspit bij de (her)inrichting van de ruimte. Door stijgende grondprijzen en ruimteclaims voor woningbouw, verkeer en vervoer en bedrijvigheid verhuizen of verdwijnen voor een ieder bereikbare sport- en spelvoorzieningen.

Dit heeft grote gevolgen, die niet altijd direct zichtbaar of meetbaar zijn. Zeker is wel dat het ten koste gaat van deelname aan alledaagse sport en recreatie. En daarmee ook van andere, algemeen erkende, maatschappelijke waarden. Sporten en bewegen bevorderen een actieve leefstijl en dragen daarmee bij aan een gezonde samenleving. Het versterkt de sociale cohesie in buurten en wijken. Sport verbroedert en iedereen kan er aan mee doen!

Sport en recreatie verdienen meer aandacht bij de verdeling en inrichting van ruimte. Om ervoor te zorgen dat iedereen kan blijven sporten moeten voorzieningen voor iedereen bereikbaar en toegankelijk blijven.Medio 2000 zal de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening verschijnen. Hierin wordt voor het eerst ook aandacht besteed aan de relatie tussen ruimtelijke ordening en de sociale infrastructuur. De komst van de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening is een goed moment om sport en recreatie als onderdeel van de social infrastructuur te positioneren. Voor de ministeries van VWS, VROM en LNV, NOC*NSF, VNG, IPO, KUB en LC een goede reden om de krachten te bundelen. Gezamenlijk streven zij naar een sterke positie van de sport en recreatie. Dat doen zij onder meer met het organiseren van het Nationaal Debat Ruimte voor Sport op donderdag 6 april in Diligentia Den Haag. Daarnaast zullen de partners vanuit hun eigen netwerk aandacht blijven vragen voor de sport en recreatie. Immers de druk op de ruimte zal in de toekomst verder oenemen en belangen zullen steeds zwaarder wegen.

Namens de Katholieke Universiteit Brabant (KUB) heeft Hugo van der Poel in opdracht van het ministerie van VWS een probleemstellende verkenning uitgevoerd. De uitkomsten hiervan vormen onder meer het uitgangspunt voor het Nationaal Debat Ruimte voor Sport. In deze fact sheet zijn tevens de belangrijkste feiten en cijfers weergegeven.

BEHOEFTE AAN RUIMTE VOOR SPORT IN 2020

Volgens de CBS Bodemstatistieken was in 1993 30.000ha in gebruik als specifiek sportterrein, inclusief de bijbehorende ruimte voor tribunes, parkeerplaatsen en groenstroken. Hierbij niet inbegrepen waren routes (wandel-, fiets- en ruiterpaden) en beboste delen op golfbanen, groter dan 1 ha. De verwachting is dat in 2020 het areaal sportterrein gegroeid is tot minimaal 40.000ha.

Bij deze ruimteclaim van 10.000ha is rekening gehouden met de volgende factoren:

- een groei van de bevolking tot 16.9 miljoen inwoners in 2020;
- de veranderende bevolkingssamenstelling naar leeftijdcategorieën (vergrijzing) en herkomst (allochtonisering);

- de trendmatige ontwikkeling in sportdeelname per leeftijdcategorie;
- veranderingen in sportvoorkeuren;

- de specifieke ontwikkelingen in voetbal en golf, welke beide sporten samen bijna de helft van het areaal sportterreinen uitmaken;

- diverse sportinterne ontwikkelingen, zoals de doorgaande differentiatie in de sport, het continue streven naar prestatieverbetering en de ontwikkeling van sport als schouwspel;
- maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de welvaartsstijging, technologische ontwikkelingen, groeiende mobiliteit en veranderingen in de tijdordening;

- de intensivering van het sportbeleid, zoals onder meer tot uitdrukking komt in de recent verschenen topsportnota en de breedtesportimpuls.

De ruimteclaim van 10.000ha extra voor sportterreinen ten opzichte van 1993 impliceert een lagere groei in hectares sportterrein vergeleken met de periode 1979 - 1993, toen in een kortere periode het areaal met 8.000ha groeide, en het aantal m² sportterrein per inwoner groeide van bijna 16 m² naar bijna 20 m².

In een steeds rijker en (auto)mobieler wordende samenleving is voor alle activiteiten (wonen, verplaatsingsgedrag, recreatie) steeds meer ruimte nodig, onder meer vanwege stijgende
bestedingsmogelijkheden en stijgende kwaliteitseisen. Dat geldt ook voor de sport. Niettemin wordt verwacht dat het groeiend ruimtegebruik per inwoner en per sporter iets zal afvlakken. Ten eerste vanwege de veranderende samenstelling van de bevolking, in het bijzonder de vergrijzing. De sportvoorkeuren van ouderen wijzen enerzijds in de richting van relatief minder ruimtevragende sporten zoals zwemmen, tennis en gymnastiek/fitness, en anderzijds naar recreatieve sporten zoals wandelen en fietsen. Het grondgebruik ten behoeve van deze laatste activiteiten valt echter niet onder het bereik van de CBS Bodemstatistiek sportterreinen, maar onder recreatieterreinen (zie hierna). Ten tweede wordt er rekening mee gehouden dat de toenemende druk op de grond (en de stijgende grondprij-zen) zullen leiden tot intensiever ruimtegebruik, zoals te realiseren door het stapelen van sportvoorzieningen en de aanleg van multifunctioneel te gebruiken sportvloeren en -velden. Ten derde wordt verwacht dat de groeiende sportdeelname van ouderen althans voor een deel overdag kan worden opgevangen, leidend tot een intensiever gebruik van de bestaande capaciteit.

GROEIENDE BEHOEFTE AAN VRIJE BEWEGINGSRUIMTE

De 'verplichting' om te bewegen en ons lichaam op een intensieve manier te gebruiken verdwijnt steeds meer uit ons leven. Werk vindt in toenemende mate zittend plaats, aan vergadertafels en achter beeldschermen. Het huishouden wordt steeds minder lichamelijk intensief, en om te verplaatsen pakken we steeds vaker de auto. Bewegen wordt een vrije keuze, een vorm van vrijetijdsbesteding. Mensen moeten ofwel zelf bewegen als een nieuwe 'verplichting' gaan zien, voortvloeiende uit de eisen die hun lichaam stelt ofwel er toe 'verleid' worden, doordat het op een of andere manier een hogere belevingswaarde heeft dan de andere vormen van vrijetijdsbesteding waaruit men kan kiezen. Het beleid zal dus enerzijds gericht moeten zijn op kennisbevordering en voorlichting over, en stimulering van 'meer bewegen', waarbij mensen de 'noodzaak' en voordelen van meer bewegen voor hun eigen gezondheid duidelijk wordt gemaakt. Anderzijds moet het beleid mensen aanmoedigen tot intensiever bewegingsgedrag, door op allerlei fronten de kwaliteit van het bewegingsaanbod te verhogen. Stedelijke gebieden dienen speerpunt te zijn in dit beleid. Hier blijven vraag en aanbod in sport en beweging achter bij landelijke trends, en komen gezondheidsproblemen en zwaarlijvigheid tegelijkertijd vaker voor. De ruimtelijke betekenis van deze beleidsinspanning is de noodzaak van een versterkte aandacht voor 'bewegingsruimte' en het sportief-recreatief gebruik van de openbare ruimte. Bij de inrichting van de ruimte dient de aantrekkelijkheid van die ruimte als bewegingsruimte integraal te worden meegenomen, of het nu gaat om de aanleg of herstructurering van woonwijken, infrastructuur, werklocaties of groenvoorzieningen.

Analyse van de trends in sportdeelname maakt duidelijk dat de grenzen tussen sport en andere bewegingsvormen vervagen. Dat betekent dat ook de fysieke grenzen tussen 'sportvoorzieningen' en overige vormen van 'bewegingsruimte' zullen (moeten) vervagen. De bijvoorbeeld aan de stapeling van woningen op sportvoorzieningen, de ontwikkeling van multifunctionele voorzieningen- en/of 'leisure'centra, het sportief-recreatief (mede)gebruik van groen- en natuurgebieden en wandel- en fietspaden, en de menging van speelvoorzieningen met mogelijkheden voor 'straatsport'.

De ontwikkelingen in het sport- en bewegingsgedrag ondersteunen de ruimteclaims vanuit de hoek van de recreatie- en speelvoorzieningen. Een belangrijk deel van de groei in het sport- en bewegingsgedrag zal de vorm aannemen van fietsen, wandelen, joggen-, watersport en straatsport, en opgevangen moeten worden op speelplaatsen in de stad, recreatieve routes in en buiten de stad, en groen-, recreatie- en natuurgebieden in de stadsrand, zowel als op grotere afstanden. Bij dat laatste moet onder meer word gedacht aan de koppeling met toeristisch-recreatieve ontwikkelingen. Daarbij zal het in belangrijke mate moeten gaan om kwaliteitsverbetering en aanpassingen van bestaande gebruiksvormen van de ruimte (ontsluiting, aanlegmogelijkheden, opstapplaatsen, bewegwijzering), maar deels ook functieverandering (aanleg golfbanen, crossterreinen, openstelling als wandelgebied).

ELEMENTEN VAN EEN BELEID GERICHT OP VERGROTING VAN DE BEWEGINGSRUIMTE


1. Bevordering van het opstellen van Sport, Spel en Recreatie (of Vrijetijd) Infrastructuur Plannen, om de ruimtelijke consequenties van het beleid ter stimulering van het bewegingsgedrag in kaart te brengen. Deze plannen kunnen tevens dienen als input voor de ontwikkeling van gemeentelijke structuur- en bestemmingsplannen.

2. Ontwikkeling van normen (richtlijnen, benchmarks) voor sport-, recreatie en speelvoorzieningen, door het actualiseren en uitbreiden van de bestaande planologische kengetallen voor sport, spelen en recreatie.


3. Creëren van gemeentelijke fondsen voor de aanleg van de aanleg van speel-, recreatie- en sportvoorzieningen. De fondsen worden gevuld door genoemde voorzieningen in 10 jaar tijd af te schrijven, positieve saldi op grondverkoop van af te stoten voorzieningen, en een opslag op de grondverkoop in nieuwbouwwijken en herstructureringsgebieden.


4. Bevordering van experimenten gericht op intensivering van ruimtegebruik in en door de sport (technologie, kunstvloeren, multifunctioneel gebruik, andere beheersvormen, clustering en stapeling, etc.)


5. Verder uitwerken (ruimtelijke vormgeving, beheersconstructies, bepaling synergievoordelen, milieuaspecten) van verschillende voorzieningencombinaties:

- buurt/wijkschool met sport-, speel-, wijk- en kinderopvangvoorzieningen;

- wijkparken met recreatie-, groen- en sportvoorzieningen;
- 'leisure parken' in stadsrandzones: combinaties van grootschalige en commerciële sport-voorzieningen met detailhandel en andere (commerciële) vrijetijdvoorzieningen, zoals kinderparadijzen, bioscopen en disco's;

- 'resort' ontwikkelingen ten plattelande: sport (watersport, golf, paardensport) in combinatie met wonen in het groen;

- routes: combinaties van recreatie en sport.


6. Directere koppeling tussen de zorg voor de fysieke en de sociale (sport)infrastructuur (sportstimuleringsbeleid, sportbuurtwerk, verenigingsondersteuning, etc.) door middel van een gebiedsgerichte aanpak. Bij die gebiedsgerichte aanpak past een differentiatie naar schaalniveau. De prioriteit moet vooralsnog liggen bij de wijkgerichte aanpak. Daarbij past de zorg voor de eerste twee voorzieningencombinaties genoemd b punt 5.


7. Stimuleringsregeling voor het creëren van meer bewegingsruimte in achterstandswijken.


8. Inventariseren van fysieke, locationele en organisatorische knelpunten in het huidige bewegingsaanbod voor gebruik door ouderen.

Geef sport de ruimte om te bewegen! ISBN 90-76739-01-3

Deze publicatie is een gezamenlijke uitgave van:
De ministeries van VWS, VROM en LNV, NOC*NSF, VNG, IPO, KUB en LC
U kunt deze factsheet bestellen bij: LC

Noot voor redacties

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie