Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief OCW: lerarenopleidingen naar vraaggerichte orientatie

Datum nieuwsfeit: 07-04-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Brief OCW ondersteuning omslag lerarenopleidingen naa r een vraaggerichte orientatie

Gemaakt: 11-4-2000 tijd: 14:41


23328 Arbeidsmarktbeleid onderwijs

Nr. 65 Brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Zoetermeer, 7 april 2000

Uitgedaagd door de beleidsnota «Maatwerk voor morgen: het perspectief van een open onderwijsarbeidsmarkt" (Tweede Kamer, 1998-1999, 23 328, nr. 44) van 13 april 1999 hebben de hogescholen op 27 mei 1999 in het plan "Educatief Partnerschap; Innovatieplan Tweedegraads Lerarenopleidingen" een aantal initiatieven verwoord om de omslag naar een meer vraaggerichte werkwijze te kunnen maken. Deze initiatieven zijn verder geconcretiseerd in innovatieplannen van de hogescholen en een landelijk programma gedragen door de gezamenlijke instellingen die lerarenopleidingen verzorgen. De Onderwijsraad heeft deze innovatieplannen getoetst en mij geadviseerd over de vraag of het gerechtvaardigd is om de beoogde innovatietrajecten met additionele overheidsmiddelen te ondersteunen.

In zijn bijgevoegde advies 1) komt de Onderwijsraad tot de slotsom dat steun gerechtvaardigd is, maar stelt hij tevens vast dat er nog een wereld te winnen is. De instellingen verdienen het vertrouwen om de nodige uitwerking te geven aan de doelstellingen die in de nota Maatwerk voor morgen zijn geformuleerd. Het beeld dat de hogescholen het lastige innovatietraject met overtuiging invulling geven, wordt in zeker opzicht bevestigd in de eveneens bijgevoegde rapportage van de Inspectie van het Onderwijs. 1)

De Onderwijsraad geeft aan het te waarderen dat de hogescholen met eerste- en tweedegraads lerarenopleidingen gezamenlijk en onder eigen verantwoordelijk-heid activiteiten hebben ontplooid voor de vernieuwing van de lerarenopleidingen. Hij onderschrijft de visie van de betrokken hogescholen dat de vernieuwing van de lerarenopleidingen niet alleen een aangelegenheid is van de opleidingen zelf, maar ook van het afnemend veld en van de studenten en cursisten. Onder de regie van het landelijk programma-management worden bijvoorbeeld projecten gericht op assessment en portfolio in de opleiding en voor lerarenopleiders uitgevoerd. Instellingen stellen in de plannen in alle gevallen de omslag naar een vraaggericht aanbod aan de orde en praktiseren dit in voorkomende gevallen al. De Inspectie van het Onderwijs wijst er in dat verband bijvoorbeeld op dat er tenminste drie opleidingen zijn gestart met op maat gesneden opleidingsroutes voor kleine groepjes zij-instromers.

Ik zal de hogescholen, gelet op het positieve advies van de Onderwijsraad, dan ook berichten dat zij onder voorwaarden in aanmerking kunnen komen voor subsidie-verlening op basis van de Regeling omslag werkwijze eerste- en tweedegraads lerarenopleidingen hbo 1999-2004 van december 1999. Die voorwaarden hebben met name betrekking op aspecten die nog onvoldoende uit de verf komen. Het gaat daarbij in het bijzonder om

de bredere invulling van flexibele leerwegen en maatwerktrajecten,

de relatie met de scholen voor voortgezet onderwijs en de instellingen voor educatie en beroepsonderwijs,

de inbedding van informatie- en communicatietechologie in het onderwijs, en

de herstructurering van de lerarenopleidingen tekenen, handvaardigheid en textiele werkvormen.

Ik zal de subsidieverlening mede afhankelijk stellen van de concrete resultaten die op deze terreinen de komende maanden geboekt dienen te worden.

Om de instellingen bij de uitwerking van voornoemde aandachtspunten te ondersteunen zal ik in overleg treden met de HBO-raad om te bezien of bijvoorbeeld via het landelijke programma verdere versterking van de omslag mogelijk is. Tevens zal ik zelf met een aantal vertegenwoordigers van hoge-scholen, scholen voor voortgezet onderwijs, instellingen voor educatie en beroepsonderwijs en deskundigen het gesprek aangaan over een aantal cruciale aspecten van vraaggericht werken. Ik hoop ook langs die weg betrokkenen te stimuleren creatieve oplossingen te vinden in het lastige proces waarvoor de hogescholen nu staan.

Het is daarbij denkbaar dat ook initiatieven buiten de bekostigde lerarenoplei-dingen, bijvoorbeeld in het aangewezen onderwijs, de instellingen inspireren bij het komen tot andere vormen om op vraaggeoriënteerde wijze de noodzakelijke competenties en pedagogisch-didactische vaardigheden aan te leren aan mensen die voor de klas willen gaan staan. Naast de bekostigde hogescholen zijn ook in voorkomende gevallen aangewezen instellingen in staat om aan de maatschap-pelijke behoefte aan afgestudeerde studenten die voor de klas kunnen staan, te voldoen. Een stevige profilering van de bekostigde lerarenopleidingen op deze bredere markt is dan ook opportuun.

Tot slot verwacht ik van de hogescholen dat zij zich op een actieve wijze reken-schap geven van de consequenties van het wetsvoorstel zij-instroom leraren primair en voortgezet onderwijs en de gevolgen daarvan voor het onderwijspalet. Onverlet de uiteindelijke verantwoordelijkheid van de opleiding voor het uitreiken van een getuigschrift, acht ik het gewenst dat betrokkenen samen onderzoeken of de regie en uitvoering van de opleiding niet in veel grotere mate gedeeld kan worden door opleiding en school.

De doelstellingen van Educatief Partnerschap en de innovatieplannen van de afzonderlijke hogescholen verdienen het naar mijn mening om ook daadwerkelijk invulling te krijgen. Ik wil alle betrokkenen, hogescholen, studenten en cursisten, en instellingen voor voortgezet onderwijs en voor educatie en beroepsonderwijs daarbij aanspreken op een actieve participatie om de innovatie van de lerarenopleidingen en om een open onderwijsarbeidsmarkt mogelijk te maken.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

L.M.L.H.A. Hermans


1) Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie
VRAAG-GEORIËNTEERD

Een eerste schets van de stand van zaken voorafgaand aan de innovatie van 'Maatwerk voor Morgen' bij de eerste- en tweedegraads lerarenopleidingen in het HBO; (op basis van gesprekken: december
1999-januari 2000)

een inspectierapport

Utrecht, april 2000

INHOUDSOPGAVE


1 INLEIDING 5


2 TOELICHTING OP DE WERKWIJZE 7


3 DE ASPECTEN 9


3.1 Flexibele leerwegen 9


3.1.1 Algemeen 9


3.1.2 Specifieke aanzetten tot maatwerk 10

3.2 Instroom initiële opleiding en zij-instromers 11

3.3 ICT 12


3.4 Samenwerking tussen lerarenopleidingen, scholen en ROC's 12

3.4.1 Algemeen 12


3.4.2 Situatie per hogeschool 13


3.5 Samenwerking met andere (leraren)opleidingen 14

3.5.1 Algemeen 14


3.5.2 Verschillende samenwerkingverbanden 15

3.6 Deskundigheidsbevordering/ontwikkeling innovatieve onderwijs-materialen 16


3.7 Het brede beroepsperspectief 16


3.8 Het rendement 17

BIJLAGE

I Vragen ten behoeve inventarisatieronde december 1999/

januari 2000 19


21

INLEIDING

Voor u ligt het eerste deel van een rapportage betreffende de stand van zaken voorafgaand aan de innovatie van 'Maatwerk voor Morgen'. Deze rapportage is tot stand gekomen op basis van gesprekken met betrokkenen van de hogescholen.


1 juli zal opnieuw een rapport verschijnen waarin de opgevraagde kwantitatieve informatie is toegevoegd en verwerkt.
Op 31 mei 1999 is de nota 'Maatwerk voor Morgen' in de Tweede Kamer besproken. Het gaat in de nota om het maken van de omslag door de eerste- en tweedegraads lerarenopleidingen van een aanbod_georiënteerde werkwijze naar een vraag_georiënteerde werkwijze. De opleidingen dienen nieuwe routes te ontwikkelen waarmee zij nieuwe doelgroepen aanboren en tevens de traditionele instroom vergroten. Daarnaast moeten de opleidingen hun curricula vernieuwen en aantrekkelijker maken, aansluitend bij veranderingen in de maatschappij en het onderwijs.

Het begrip vraag_georiënteerde werkwijze is tijdens het bestuurlijk overleg van 1 juli 1999 tussen de minister en de HBO_Raad uitgewerkt in een aantal aspecten die in het innovatietraject gerealiseerd dienen te worden.

De aspecten zijn:

ontwikkeling van een flexibel stelsel van (duale) lerarenopleidingen, dat studenten op maat kan bedienen;

vergroting van de initiële instroom en zij_instroom uit niet_traditionele doelgroepen, onder andere door het aanbieden van flexibele trajecten op maat, met behulp van instrumenten als assessment en portfolio;

ontwikkeling van een ICT_rijke leeromgeving binnen lerarenopleidingen (aansluitend bij het uitwerkingsplan 'Onderwijs on line');

versterking van de samenwerking tussen lerarenopleidingen, scholen en ROC's door het sluiten van regionale overeenkomsten;

samenwerking met andere (typen) (leraren_) opleidingen;

deskundigheidsbevordering van lerarenopleiders en ontwikkeling van innovatieve onderwijsmaterialen die direct bruikbaar zijn voor de onderwijspraktijk binnen voortgezet onderwijs, beroepsonderwijs en volwasseneneducatie en de lerarenopleidingen;

het creëren van een verbreed beroepsperspectief;

vergroten van het rendement van lerarenopleidingen tot minimaal het

gemiddelde rendement van HBO_opleidingen.

(Zie subsidieregeling omslag werkwijze eerste- en tweedegraads lerarenopleidingen HBO 1999-2004).

Deze aspecten zijn ook onderdeel van het door de minister aangekondigde evaluatie_onderzoek 'Maatwerk voor Morgen' dat door de inspectie tijdens en aan het eind van het innovatietraject zal worden uitgevoerd.

In 2001 zal de inspectie een tussenrapportage opleveren en in 2003 wordt de eindevaluatie uitgevoerd.

De bij 'Maatwerk voor Morgen' betrokken lerarenopleidingen zijn:

Educatieve Faculteit van de Hogeschool van Amsterdam/Hogeschool Holland (EFA);

Faculteit Educatieve Opleidingen van de Hogeschool van Utrecht (FEO);

Faculteit Educatie van de Fontys Hogescholen;

Instituut voor Leraar en School van de Hogeschool Arnhem/Nijmegen en

de Katholieke Universiteit Nijmegen (ILS);

Educatieve Opleidingen van de Hogeschool Rotterdam;

Opleidingen Onderwijs van de Christelijke Hogeschool Windesheim;

Instituut Onderwijs van de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden.

TOELICHTING OP DE WERKWIJZE

De inspectie is in december 1999 gestart met een inventarisatie om zicht te krijgen op de stand van zaken betreffende de genoemde aspecten.

Deze inventarisatie bestaat uit twee delen:

een gespreksronde in december 1999 en januari 2000 met het management en betrokken projectleiders van alle opleidingen, waarvan dit eerste rapport een verslag is;

een inventarisatie van kwantitatieve gegevens en nader onderzoek van schriftelijk materiaal van de opleidingen dat voor 1 juli 2000 verwerkt wordt in een tweede rapportage.

Bij de inventarisatie is gebruik gemaakt van een vragenlijst. De vragen zijn als bijlage bij deze rapportage gevoegd. (Bijlage I)

De inspectie heeft geïnventariseerd of er bij de opleidingen, voorafgaand aan de start van activiteiten in het kader van 'Maatwerk voor Morgen', al beleid aanwezig is ten aanzien van de aspecten, of er al sprake is van uitvoering van beleid en of er kwaliteitszorg is op de verschillende aspecten. De inspectie geeft in dit deelrapport haar bevindingen per aspect weer. Iedere paragraaf wordt afgesloten met een samenvattende bevinding.

De uitkomsten van de inventarisatie zullen gebruikt worden bij de voorbereiding van het eerder genoemde evaluatieonderzoek door de inspectie.

DE ASPECTEN

Flexibele leerwegen

Flexibele leerwegen

Algemeen

Algemeen

Veel ervaring met flexibele leerwegen anders dan die bij de deeltijdopleidingen, waar zo nu en dan maatwerk geleverd wordt voor cursisten met een bijzonder voortraject, hebben de lerarenopleidingen tot nu toe niet opgedaan.

Alle opleidingen werken met het reguliere vierjarige traject; bij een aantal hogescholen bestaat sinds enige jaren ook de mogelijkheid voor WO- en HBO_

afgestudeerden in een verkort traject van twee jaar tot docent opgeleid te worden. Er zijn deeltijdopleidingen waarbinnen men, middels vrijstellingen voor cursisten met een bijzonder voortraject, incidenteel maatwerk levert.

De hogescholen geven aan dat er twee redenen zijn die hen weinig speelruimte geven om maatwerk te leveren:

de financiële positie en randvoorwaarden;

de geringe omvang van een aantal opleidingsteams die het realiseren van afspraken op maat met betrekking tot vrijstellingen en het wegwerken van deficiënties van studenten/cursisten nauwelijks mogelijk maken. Bij een geringe omvang wordt het inefficiënt gevonden om activiteiten nog verder te versnipperen dan als gevolg van het geringe aantal studenten nu al gebeurt.

Op enkele hogescholen heeft men, zoals blijkt uit de beschrijving in paragraaf 3.1.2, in samenwerking met de regionale arbeidsvoorziening nu opleidingsroutes op maat uitgezet voor werkloze academici of HBO_afgestudeerden. Probleem hierbij is dat de lerarenopleidingen nog niet over gevalideerde instrumenten beschikken om het profiel van deze aspirantstudenten, die in aanmerking willen komen voor maat-

werk, vast te kunnen stellen. Ook heeft men geen volledig beeld van de vereisten die, in de vorm van competentiebeschrijvingen, aan de studenten in de verschil-

lende fasen van de opleiding gesteld kunnen worden. Geen van de opleidingen beschikt op dit moment over een heldere omschrijving van competenties die aanwezig dienen te zijn aan het eind van de verschillende fasen van de opleiding. Men werkt met eindtermen per fase en veelal ook per onderdeel, uitgaande van een vierjarige opleiding.

Met belangstelling worden de ontwikkelingen van de, door de directie Arbeidsvoor-

waarden en Beroepskwaliteit van het ministerie, landelijk opgezette proef_

assessment van werkloze hoger opgeleiden gevolgd. Het gaat bij deze proef om mensen die gereageerd hebben op de advertentie van het ministerie en die na een intakeprocedure door de regionale arbeidsvoorziening beoordeeld worden op reeds aanwezige competenties voor het leraarschap. Deze beoordelingen vinden plaats op drie locaties (Arnhem, Utrecht en Rotterdam). Enkele docenten van de eerste_ en tweedegraads lerarenopleidingen maken deel uit van de assessmentteams; van hun ervaringen zal gebruik worden gemaakt bij het opzetten van interne assessment-procedures.

Binnen de EFA is, door de mogelijkheden die via Explo ( Experimentele Leraren-opleidingen) zijn verkregen, ervaring opgedaan met assessment en portfolio in de propedeuse en het begin van de hoofdfase. Onderzoek naar de betrouwbaarheid en waarde van deze instrumenten is nog niet uitgevoerd. De EFA is bezig om, in samenspraak met de HvU en Fontys, de competenties te benoemen waarover de studenten in de verschillende fasen van de opleiding en bij het afstuderen, dienen te beschikken.

Specifieke aanzetten tot maatwerk

Specifieke aanzetten tot maatwerk

De EFA van HvA/HH start begin februari met een activiteit in samenwerking met de regionale arbeidsvoorziening. Het betreft een groep van twintig cursisten, waarbij de intake door de Arbeidsvoorziening Noord-Holland is verricht. De opleiding bepaalt aan de hand van de verkregen gegevens hoe de opleidingsroute per cursist er uit komt te zien.

Op de NHL is in het begin van dit cursusjaar een groep van tweeëntwintig werkloze hoger opgeleiden via de arbeidsvoorziening bij de opleidingen in de sociale vakken binnengekomen. Er worden in totaal honderdtwintig studenten, in het bezit van een verwant HBO- of WO-getuigschrift, via trajecten op basis van individuele afspraken opgeleid tot leraar.

Op de lerarenopleidingen van de HR worden tot nu toe drie vaste opleidingsroutes gehanteerd: vier jaar regulier, vier jaar bestaande uit twee jaar regulier en twee jaar duaal en een verkorte opleiding van twee jaar. Voor een enkele student is een individuele opleidingsroute uitgezet.

Bij een aantal voltijd-opleidingen van de FEO van de HvU is reeds een driejarige cursus gerealiseerd voor VWO-instromers. Een aantal deeltijdopleidingen heeft verkorte leerroutes voor zij-instromers met standaardvrijstellingen. Met enkele bijzondere zij-instromers worden bij de intake individuele afspraken gemaakt met betrekking tot de te volgen opleidingsroute op maat.

In een samenwerkingsverband tussen de Arbeidsvoorziening en het SBO is de lerarenopleidingen van Fontys in september gestart met een dertigtal cursisten die in een duaal traject versneld (uiteenlopend van een half jaar tot twee jaar) opgeleid worden tot leraar. De cursus Educatie en Beroepsonderwijs, speciaal opgezet voor zij-instromers in het BVE-veld, waaraan nu 171 cursisten deelnemen, is ook een nieuwe loot aan de lerarenopleiding van deze hogeschool.

Naast het normale vierjarige traject wordt op de CHW voor een groep van ongeveer twintig studenten, reeds in het bezit zijnde van een HBO- of WO-getuigschrift, ook maatwerk geleverd in de vorm van afspraken over individuele leerroutes. Daarnaast is een apart traject opgezet voor functionarissen in het BVE-veld, verdeeld in vier fasen: opleiding tot onderwijsassistent, instructeur, juniordocent en docent. Het eerste jaar is reeds ontwikkeld in samenwerking met de PTH Zwolle.

De CHW is samenwerking met de LOI aangegaan ten behoeve van het toetsen en begeleiden van zij-instromers die een leerroute volgen via een combinatie van afstandsonderwijs en contactonderwijs. De eerste groep, voor Nederlands en Engels, zal per april 2000 van start gaan.

Het ILS heeft eind 1999 een raamovereenkomst gesloten met de Arbeidsvoor-ziening Gelderland om maatwerk te leveren voor werkloze hoger opgeleiden. Daarnaast heeft het ILS met een zestal zogenaamde partnerscholen voor voortgezet onderwijs afspraken over het op maat opleiden van nog niet-(volledig) bevoegde docenten.

Overzicht van de bestaande bijzondere trajecten.

Bijzondere trajecten HAN NHL HR CHW EFA Fontys HvU

Zij-instroom: HBO/ x x x x x x x

WO-afgestudeerd

(in opleiding)

Zij-instromers beroep x x x

via arbeidsvoorzieningen sept.99 febr.00 sept.99

Opl. BVE-functies

(assistent/instructeur x x

/junior/docent)


3-jarig traject vt x

VWO-ers

vrijstellingsregelingen x x x x x x x

DAV-1-trajecten

x= aanwezig

Samenvattende bevindingen

Het beleid ten aanzien van het creëren van flexibele routes heeft zich tot nu toe beperkt tot opzetten van verkorte opleidingen voor groepen studenten met een enigszins gemeenschappelijk voortraject. De lerarenopleidingen hebben nog geen passende instrumenten ontwikkeld voor de borging van de kwaliteit van andere leerroutes. Ervaringen met het leveren van opleidingsroutes op maat komt op gang, met name in samenwerking met de arbeidsvoorziening.

Instroom initiële opleiding en zij-instromers

Instroom initiële opleiding en zij-instromers

De in de afgelopen jaren steeds verder dalende instroom laat met ingang van dit cursusjaar een ander beeld zien. Vergeleken met de cursus 1998/1999 is de instroom gestegen van 4.000 naar 4.700 studenten. Een verklaring voor deze verandering en een inschatting of er sprake is van een trendbreuk kan op dit moment niet gegeven worden.

Een duidelijke visie hoe de instroom in het initiële traject van havisten en VWO-ers verder vergroot kan worden, heeft de inspectie nergens aangetroffen.

Over het algemeen zijn de opleidingen pessimistisch gestemd over de mogelijk-heden om meer HAVO- en VWO-abituriënten binnen te kunnen halen.

Genoemd worden flexibele opleidingsroutes, waarbij het mogelijk is een deel ervan via een duaal systeem uit te voeren, als oplossing voor de langere termijn. Op de korte termijn verwachten de directies meer van de mogelijkheden om mensen die, na een studie in het hoger onderwijs, al werkzaam zijn alsnog voor het leraarsberoep te interesseren en om 'omzwaaiers' vanuit andere HBO- of WO-opleidingen te 'werven'.

Samenvattende bevindingen

De laatste jaren steeds verder dalende instroom laat dit cursusjaar een ander beeld zien met een toename van 18 procent ten opzichte van vorig jaar. De opleidingen verwachten vooralsnog niet dat door flexibeler opleidingsroutes de directe instroom van HAVO- en VWO-abituriënten sterk zal worden vergroot. Visie en een strategische benadering om alsnog deze doelgroep meer binnen te halen ontbreken. De opleidingen hebben tot op heden geen gerichte activiteiten in dit kader ontplooid. Enig positief resultaat wordt op termijn verwacht van deels duale trajecten. Voorlopig proberen de lerarenopleidingen vooral omzwaaiers vanuit de arbeidsmarkt en vanuit andere opleidingen binnen te halen.

ICT

ICT

De tweedegraads lerarenopleidingen willen de studenten voorbereiden op het toepassen van ICT in de beroepspraktijk. Daartoe zijn de opleidingen gestart met het aanleren van basisvaardigheden, waaronder: tekstverwerking, het werken met een spreadsheetprogramma, het gebruik maken van e-mail, het binnenhalen van informatie vanuit het internet en het maken van een eigen website. De verwerving van deze basisvaardigheden hebben de opleidingen vooraan in het curriculum geplaatst. In vergelijking met de stand van zaken zoals weergegeven in het visitatierapport 1997 is er sprake van aantoonbaar meer aandacht. Dit wordt zichtbaar in de faciliteiten, de scholing van de docenten en in de omvang van ICT in het programma, uitgedrukt in studiepunten.

Binnen de opleidingen wordt ICT voornamelijk ingezet in de communicatie, met behulp van e-mail, tussen studenten en tussen docenten en studenten. In de samenwerkingsverbanden met scholen voor voortgezet onderwijs wordt ICT ingezet als communicatiemiddel tussen studenten en de stagescholen. Hoewel de faciliteiten zijn toegenomen, zijn docenten en studenten niet altijd tevreden over de beschikbaarheid van hoogwaardige ICT-apparatuur en -programmatuur.

De EFA ontwikkelt een concept van producerend leren en producerend professionaliseren: het maken van nieuwe leerpraktijken. ICT speelt daarin een belangrijke rol. De tweedegraads lerarenopleidingen verwachten een probleem omdat niet voldoende kwalitatief goede software op de markt te verwerven valt. Zij zijn voornemens zelf een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van met ICT verrijkte programma's. Bij alle opleidingen wordt planmatig gewerkt aan de deskundigheidsbevordering van de docenten op ICT-terrein.

De inspectie heeft geconstateerd, dat alle tweedegraads lerarenopleidingen nu over beleidsplannen ICT beschikken in het kader van de voorbereidingen voor de innovatieplannen 'Maatwerk voor Morgen'.

Samenvattende bevindingen

De invoering van het ICT-gebruik heeft zich tot nu toe gericht op het aanbrengen van ICT-basisvaardigheden bij studenten en docenten. Andere onderwijskundige mogelijkheden van ICT worden nog weinig benut.

Samenwerking tussen lerarenopleidingen, scholen en ROC's

Samenwerking tussen lerarenopleidingen, scholen en ROC's

Algemeen

De intensiteit van de samenwerking tussen de lerarenopleidingen en de scholen in de regio loopt sterk uiteen.

Traditioneel worden door alle opleidingen min of meer intensieve contacten onderhouden met de scholen waar studenten stage lopen. Slechts in een beperkt aantal gevallen zijn er overeenkomsten gesloten, waarin de onderlinge samenwerking tussen scholen en opleiding helder is vastgelegd.

Deskundigheidsbevordering en onderwijsontwikkeling zijn aspecten die door de lerarenopleidingen van belang worden geacht bij de uitbouw van de samenwerking met scholen. Slechts enkele lerarenopleidingen hebben een sterke positie op het gebied van nascholing van docenten in het VO- en BVE-veld weten te handhaven. Samenwerking met (een vaste groep) scholen op het gebied van onderwijs-ontwikkeling bevindt zich in een allereerste beginfase.

Situatie per hogeschool

Situatie per hogeschool

De HR heeft met het openbaar onderwijs in de stad Rotterdam al een convenant gesloten; met het pc-onderwijs Rotterdam en het voortgezet onderwijs in Den Haag hoopt zij dat binnenkort ook te doen. De banden met ROC's zijn niet gestructureerd.

Bij de FEO van de HvU wordt intensief gewerkt met vaste partnerscholen op het gebied van stages en/of nascholing. Daar liggen geen overeenkomsten aan ten grondslag. Het management van de FEO streeft naar een vijfenveertigtal partnerscholen binnen de regio, waarbij stage, deskundigheidsbevordering en onderwijsontwikkeling een gezamenlijke verantwoordelijkheid wordt.

De NHL heeft een actief beleid gevoerd ten aanzien van het betrekken van de VO-scholen onder andere door de scholen te laten participeren in de opleiding. Samen met de universitaire lerarenopleiding van de RUG wordt eens per twee maanden met een veertigtal schoolleiders voortgezet onderwijs overleg gevoerd over stage, deskundigheidsbevordering en sinds kort ook over mogelijkheden voor het gezamenlijk opzetten van duale trajecten. Ook met een viertal ROC's worden nauwe banden onderhouden. Zo wordt samengewerkt aan de ontwikkeling van nieuwe curricula voor enkele onderdelen van twee ROC's en worden afspraken gemaakt voor speciale opleidingstrajecten voor docenten ROC's in samenwerking met de PTH en de faculteiten Techniek van de NHL en de Hanze hogeschool, Hogeschool van Groningen.

Door de lerarenopleidingen van Fontys in de algemene vakken zijn de contacten met de OMO-scholen (Ons Middelbaar Onderwijs) sterker aangehaald. Men neemt zich voor de contacten met enkele ROC's te versterken. De contacten van de PTH-opleidingen met de scholen in de verschillende regio's zijn van een uiteenlopend niveau en beperken zich veelal tot stage-overeenkomsten en in een enkel geval tot vastgelegde afspraken over deskundigheidsbevordering.

De contacten van EFA met het omringende scholenveld bestaat, naast de samenwerking ten behoeve van de stage, uit het rekruteren van scholen als opdrachtgever voor door studenten uit te voeren 'leerpraktijken'. Met deze laatst genoemde vorm van samenwerken voortvloeiend uit Explo, heeft de EFA een voorsprong op de andere lerarenopleidingen.

De CHW wil zich niet beperken tot een samenwerking in regionaal verband. Samen met CHN, VU en Ichthus wil zij landelijk opereren binnen het pc-VO-scholenveld en met de opleidingen die deel uitmaken van de federatie christelijk-BVE.

Het ILS van de HAN/KUN heeft, naar eigen zeggen, goede regionale contacten; vooral met de stagebiedende scholen, maar van duidelijke samenwerkings-contracten op de drie onderscheiden gebieden is nog geen sprake.

Overzicht samenwerkingsverbanden van lerarenopleidingen onderling en met scholen.

Samenwerkingsverbanden

Samenwerking met:

HAN

NHL

HR

CHW

EFA

Fontys

HvU

Tweedegraads/

DAV-1 lero's

NHL

(HR)

HAN

(HAN)

HvU

Fontys

EFA

HvU

EFA

Fontys

ULO's

HAN/KUN=IILS

UCLON

(RUG)

ICLON

(UL)

IDO

(VU)

ILO

(UvA)

(met IVLOS via HvU)

IVLOS

(UU)

scholen: stage

scholen: desk.bevord.

scholen: ond.ontw


+

±


+

±


+

±


+*

±


+

±

±


+


+


+


+

ROC's

±


+

±

±

±

±


+

Regionale arbeids-voorzieningen

x

x

X

Diversen

Ichtus, CHN, LOI


* wil landelijk opereren pc-scholenveld


+) samenwerking op basis van meerjarenafspraken
±) voornamelijk incidentele samenwerking

Samenvattende bevindingen

Over het algemeen beperkt de samenwerking met scholen voor voortgezet onderwijs en de ROC's zich tot de stage. Slechts enkele lerarenopleidingen hebben daarnaast banden met VO-scholen en ROC's in het kader van deskundigheids-bevordering.

Samenwerking met VO-scholen op het gebied van onderwijsinnovatie behoort nog tot de zeldzaamheden.

Samenwerking met andere (leraren)opleidingen

Samenwerking met andere (leraren)opleidingen

Algemeen

Algemeen

De zeven hogescholen hebben gezamenlijk het innovatieplan : Educatief Partnerschap ontwikkeld. In dit plan wordt benadrukt dat de gewenste kwaliteit en kwantiteit bereikt kan worden door een goede samenwerking tussen scholen, studenten en lerarenopleidingen.

In eerste instantie zijn de ideeën ontwikkeld door vertegenwoordigers van de drie lerarenopleidingen van HvU, HvA en Fontys. De andere lerarenopleidingen waren ook op zoek naar mogelijkheden de instroom te vergroten en de tijd bleek rijp voor een gemeenschappelijke aanpak.

De inspectie constateerde evenwel bij haar inventarisatieronde toch een zekere beduchtheid van de andere opleidingen ten opzichte van het hiervoor genoemde drietal.

De drie hebben als innovatieplan in het kader van 'Maatwerk voor Morgen' één gezamenlijk opgezet plan ingediend met als bijlagen drie op de afzonderlijke situaties toegesneden instellingsplannen.

Tussen de andere lerarenopleidingen bestaan geen sterke banden. De samen-werking die tussen de NHL, de HAN en CHW op gang was gekomen, staat ernstig onder druk door het landelijk samenwerkingsverband van CHW, VU, CHN en Ichthus. Vooral de lerarenopleiding van de NHL voelt zich door dit samenwerkings-verband ernstig bedreigd, omdat bij een eventueel snel toekennen van de mogelijkheid een opleiding funderend onderwijs te starten met als lesplaats ook de CHN in Leeuwarden, gerekend moet worden met een verdere terugloop van studenten binnen de lerarenopleiding van de NHL. De directie van de NHL verwacht dat dan de studentenaantallen onder het aanvaardbare minimumaantal zakken.

De NHL en het ILS (HAN/KUN) hebben aangegeven samen verder te willen werken. De lerarenopleiding van de HR zoekt meer en meer contact met het ILS en de NHL.

Een positie van de CHW, als gevolg van hun keus om zich niet op de regionale markt te richten is, in relatie met de andere opleidingen nog steeds niet duidelijk. Welke gevolgen dat zal hebben voor het verdere verloop van het innovatietraject valt nu nog niet te overzien.

Voorbeelden van initiatieven richting andere opleidingen binnen de hogeschool of binnen andere hogescholen heeft de inspectie niet aangetroffen. Op een aantal plaatsen wordt in combinatie met de PTH samengewerkt met Faculteiten Techniek bij het op maat opleiden van docenten van ROC's.

Verschillende samenwerkingverbanden

Verschillende samenwerkingverbanden

In een tweetal gevallen is de inspectie een samenwerkingsverband tegengekomen dat heeft geleid tot aantoonbare activiteiten. De lerarenopleidingen van de HAN en KUN zijn in het Instituut voor Leraar en School opgegaan en de samenwerking tussen de lerarenopleidingen van NHL en RUG heeft ertoe geleid, dat de DAV-1-opleidingen ondergebracht zijn in Groningen en dat aan de contacten met het scholenveld gezamenlijk vorm wordt gegeven.

De vorming van het ILS biedt volgens de inspectie mogelijkheden om de expertise die binnen de verschillende lerarenopleidingen ( ULO, DAV-1, tweedegraads en PABO) aanwezig is ten goede te laten komen van het geheel van opleidingen en scholenveld. Het ILS wil ook het expertisecentrum voor het onderwijs in de regio worden. De voorgenomen unilocatie kan aan deze ontwikkeling een positieve bijdrage leveren. Voor de situatie in Noord-Nederland ligt een unilocatie nog niet in het verschiet.

De samenwerking tussen de EFA en de universitaire lerarenopleiding van de UvA heeft tot nu niet geresulteerd in concrete activiteiten, ook al is hier de unilocatie wel gerealiseerd.

De CHW legt de nadruk op de samenwerking met de VU, de CHN en Ichthus; voor het christelijk voortgezet onderwijs moeten CHW en VU het expertisecentrum gaan vormen.

De samenwerking tussen de HR en het ICLON van de UL is beperkt, dat geldt ook voor de samenwerking tussen de FEO van de HvU en het IVLOS van de UU.

Deels veroorzaakt door tegengestelde opvattingen (CvB UU versus CvB HvU) over de plek waar docentenopleidingen behoren te worden ondergebracht, deels door het ontbreken van initiatieven op faculteits-/opleidingsmanagement-niveau.

Samenvattende bevinding

De zeven tweedegraads lerarenopleidingen hebben aangegeven gezamenlijk het traject 'Maatwerk voor Morgen' te willen ingaan. De onderlinge samenwerking is vooralsnog nog divers en ook bij het drietal EFA, FEO en Fontys is nog niet duidelijk hoe de onderlinge taakverdeling er uit gaat zien.

De lerarenopleidingen zijn tot nu toe niet gericht op opleidingen uit andere sectoren van het hoger beroepsonderwijs.

Deskundigheidsbevordering/ontwikkeling innovatieve onderwijs-materialen

Deskundigheidsbevordering/ontwikkeling innovatieve onderwijs-materialen

De prioriteit bij deskundigheidsbevordering heeft de laatste jaren bij vrijwel alle opleidingen gelegen op het gebied van ICT. Op de EFA is mede door de reeds ingezette onderwijskundige koerswijziging door Explo ook aandacht besteed aan de manier van opleiden/begeleiden van studenten uitgaande van het principe van 'producerend leren' en het werken met een dynamisch curriculum.

Er zijn tot nu toe zo'n zestig leerpraktijken ontwikkeld; de kwaliteit ervan wordt door de opleiding zelf als 'nogal wisselend' aangeduid.

Op de andere lerarenopleidingen is deskundigheidsbevordering vooral toegesneden op individuele wensen van docenten.

Ontwikkeling van innovatieve onderwijsmaterialen vindt nog nauwelijks plaats. Geen van de lerarenopleidingen ziet een uitgeversrol voor zich weggelegd; wel achten alle het gewenst om in samenwerking met vaste partnerscholen op onderdelen innovatieve onderwijsmaterialen te ontwikkelen.

Samenvattende bevindingen

De opleidingsdocenten zijn de laatste jaren vooral bijgeschoold op ICT-gebied.

Aan ontwikkeling van innovatieve onderwijsmaterialen voor het voortgezet onderwijs is tot nu toe weinig aandacht besteed. Behoefte om in samenwerking met partnerscholen op kleine schaal activiteiten in die richting te ontplooien is wel aanwezig.

Het brede beroepsperspectief

Alle opleidingen zijn van oordeel dat het opleiden van leraren 'de' taak is waarvoor ze staan. De ILS streeft naar een breder beroepsperspectief.

Door de directies van de andere lerarenopleidingen wordt aangegeven dat men niet weer naar een situatie terug wil zoals die voor 'Wissen en Witten' bij een aantal lerarenopleidingen bestond. Door de grote maatschappelijke aandacht voor communicatie en educatie zijn veel afgestudeerden ook nu al aantrekkelijk voor veel werkgevers buiten het onderwijs. De opleidingen geven aan niet meer in een situatie terecht te willen komen, waarbij het opleiden van leraren een bijzaak wordt.

Samenvattende bevinding

Het opleiden van leraren moet volgens de directies de kerntaak blijven; door de sterke nadruk op communicatieve en educatieve vaardigheden blijken afgestu-deerden al zeer aantrekkelijk te zijn voor andere werkgevers.

Het rendement

Het rendement

Aangezien de inspectie nog niet beschikt over alle gevraagde kwantitatieve gegevens kan zij nog geen beeld geven over de ontwikkeling van de rendementen tot nu toe. Wel is tijdens de gesprekken duidelijk geworden dat het management van de opleidingen streeft naar een verbetering van de doorstroom- en uitstroom-cijfers. Door meer maatwerk te leveren verwacht men in de komende jaren een positieve ontwikkeling van de rendementen te zien.

BIJLAGE 1 Vragen ten behoeve inventarisatieronde december 1999/ januari 2000

Zij-instroom

Welke groepen zij-instromers onderscheidt de opleiding?

Op welke richt zij zich in het bijzonder?

Wat beschouwt zij als belangrijkste knelpunten en op welke wijze komen haar plannen hieraan tegemoet?

Initiële instroom

Heeft de instelling onderzoek gepleegd naar de huidige instroom en mogelijkheden tot instroomvergroting?

Wat zijn de uitkomsten van dat onderzoek?

Op welke wijze houden plannen rekening met die uitkomsten?

Is er een verbreed beroepsperspectief?

Flexibel stelsel

Beschikt de faculteit over opvattingen over
mogelijkheden/wenselijkheden tot flexibilisering?
Wat is daarvan tot nu toe gerealiseerd? (eigen initiatief of samenwerking met anderen).

Zijn er mogelijk strijdigheden met HBO-Raad codes? (bijvoorbeeld in verband met 'Wissen en Witten').

Wat zijn de belangrijkste knelpunten voor realisatie van eigen opvattingen over flexibel stelsel?

Op welke wijze is dit verdisconteerd in plannen?

ICT-rijke leeromgeving

Welke opvatting heeft de opleiding ten aanzien van ICT in het onderwijs, in bijzonder de betekenis van computers als didactisch hulpmiddel in zowel afnemend onderwijs als in de opleiding? (is dit vastgelegd).

Wat is tot nu toe gerealiseerd in verband met voorbereiding studenten op beroepssituatie?

Heeft de instelling reeds keus gemaakt voor bepaald type voorzieningen, respectievelijk de vormgeving van een elektronische leeromgeving?

Welke keuzen/opvattingen liggen daaraan ten grondslag?

Deskundigheidsbevordering

Welk beleid ten aanzien van deskundigheidsbevordering heeft de opleiding tot nu toe gevoerd? Op welke aspecten is de nadruk gelegd?

Welke aanpassingen zijn nodig in het deskundigheidsprofiel om de plannen voor maatwerk te realiseren? (is er kans om op lange termijn voortgang te kunnen garanderen).

Is er een duidelijk profiel beschikbaar van aanwezige en gewenste deskundig-

heden?


1

Heeft de opleiding opvattingen over effectieve wijze van deskundigheids-bevordering?

Ontwikkeling innovatieve onderwijsmaterialen

Wat doet de opleiding tot nu toe aan de ontwikkeling van innovatieve onderwijsmaterialen?

Heeft de instelling een beeld van de gewenste onderwijsmaterialen met het oog op plannen voor maatwerk?

Wat is de relatie met de inrichting van een ICT-rijke leeromgeving?

Rendement

Beschikt de opleiding over een gedegen analyse over de huidige rendementen?

Wat zijn de belangrijkste oorzaken van uitval?

Heeft de opleiding beredeneerde streefcijfers?

Monitoring

Op welke wijze wordt er reeds samengewerkt met andere lerarenopleidingen,

VO-scholen en ROC's?

Welke bijdrage verwacht de opleiding van de samenwerkingen voor de realisatie van de maatwerk-doelstellingen?

Aan welke voorwaarden moet samenwerking voldoen wil zij effectief zijn?

Kwantitatieve gegevens

Verzoek aan de opleidingen om kwantitatieve gegevens op te sturen over

aantallen studenten:

reguliere instroom;

uitvallers;

rendementen;

HBO-monitorgegevens;

zij-instromers;

rendement zij-instromers;

personeel;

ICT.

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie