Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief OCW inzake advisering cultuurnota 2001-2004

Datum nieuwsfeit: 07-04-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Brief OCW inzake advisering cultuurnota 2001-2004
Gemaakt: 12-4-2000 tijd: 14:30


6

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Zoetermeer, 7 april 2000

Onderwerp:

afschrift brief Raad voor Cultuur

Hierbij zend ik u een afschrift van de brief inzake de advisering Cultuurnota 2001-2004 die ik op 3 april jl. aan de Raad van Cultuur heb verzonden.

De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en

Wetenschappen,

dr. R. van der Ploeg

Aan de Raad van Cultuur

Zoetermeer, 3 april 2000

Geachte Raad,

Met het oog op uw advies in het kader van de cultuurnota zijn er nog enkele punten waarvoor ik gaarne uw aandacht vraag. Archieven In mijn adviesaanvraag ten behoeve van de Cultuurnota
2001-2004 heb ik aangegeven zeer benieuwd te zijn naar uw oordeel over de beleidsplannen van de Rijksdiensten die werkzaam zijn op het gebied van het culturele erfgoed, ook al is aan deze beleidsplannen geen formeel subsidieverzoek gehecht. Voor de beoordeling van één van deze beleidsplannen, dat van de Rijksarchiefdienst (RAD), en het nauw daarmee samenhangende archiefbestel in Nederland, wil ik u wijzen op de brief die ik hierover op 7 februari jl. aan de Tweede Kamer heb gestuurd over de regionale historische centra en eveneens op het zojuist aan mij aangeboden rapport «Archieven in de etalage», dat tot stand is gekomen onder leiding van mevrouw Frieda van Diepen-Oost. Wellicht ten overvloede vermeld ik nog dat ik ten behoeve van de realisering van de voorstellen uit de brief reeds een bedrag van 4,9 miljoen heb opgenomen in het financiële kader van het Actieplan Cultuurbereik (zie mijn brief van 12 november jl. aan de Tweede Kamer). Ik verzoek u de inhoud van het rapport «Archieven in de etalage» te betrekken bij uw advies. Werkwijze advisering Cultuurnota
2001-2004 Het vellen van deskundige, kwalitatieve oordelen over subsidieaanvragen, is alleen goed mogelijk als daarbij een beroep wordt gedaan op professionals, dat wil zeggen mensen die zelf in de kunst- en cultuursector werkzaam zijn. Deskundigheid houdt daarmee in veel gevallen ook een vorm van betrokkenheid in. Des te belangrijker is het dat in de wijze van beoordelen waarborgen worden ingebouwd die belangenverstrengeling, of zelfs de schijn daarvan, voorkomen. In artikel 10 van het Reglement Raad voor Cultuur staat hoe binnen de raad met dit gegeven dient te worden omgegaan. Tevens heb ik uw brief van 9 februari jl. gelezen, waarin u dit onderwerp nog eens onder de aandacht van de leden brengt. Het verheugt mij dat u de procedure voor het omgaan met eventuele belangenverstrengeling hierin nog verder aanscherpt. Ik zou het op prijs stellen als u - mede gelet op een verzoek van de Kamer - mij een lijst wilt doen toekomen waarin staat aangegeven aan welke instellingen leden van de raad en commissies zijn verbonden. `Declared interests' worden op deze manier transparant gemaakt. In uw brief van 26 januari jl over mijn adviesaanvraag Cultuurnota 2001-2004 hebt u aangegeven dat vanwege de financiële schaarste verschillende subsidie-aanvragen met name van cultuurproducerende instellingen, ook al zijn ze van kwalitatief hoog niveau, niet zullen kunnen worden gehonoreerd. In het reguliere overleg dat ik met u voer, heeft u laten weten mij in uw advies nader te willen informeren over deze categorie subsidie-aanvragen. Ik zal gaarne over deze informatie beschikken, zodat deze kan worden betrokken bij mijn integrale afweging - waarbij uiteraard ook het actieplan cultuurbereik, de bekostiging van de rijksdiensten en de arbeidsvoorwaarden betrokken dienen te worden - en de uiteindelijke vaststelling van de Cultuurnota 2001-2004 in de Kamer. Dit alles laat uiteraard onverlet dat ik thans wel moet vasthouden aan het in mijn adviesaanvraag geschetste budgettaire kader. In het Overzicht Financiën Cultuurnota zijn tot mijn spijt wel enkele fouten geslopen. In de bijlage bij deze brief is aangegeven op welke gegevens u zich dient te baseren. Actieplan Cultuurbereik In uw brief van 26 januari jl. merkt u op dat de extra gelden die in het kader van het Actieplan Cultuurbereik beschikbaar komen, al grotendeels zijn belegd. Ik wil u erop wijzen dat van het indicatieve totaal van 131 miljoen het grootste gedeelte in beginsel vrij beschikbaar is ook voor cultuurproducerende instellingen. Dit geld is op geen enkele wijze belegd bij welke reeds gesubsidieerde danwel nieuw-aanvragende instelling dan ook. Rekening houdend met het Regeerakkoord `De extra investering van 60 mln. (vanaf 2002) zal in elk geval worden ingezet om een impuls te geven aan jonge beginnende kunstenaars, cultuur en school, podiumkunsten en noodzakelijke conservering van audiovisuele collecties.' en zoals aangegeven in mijn brief van
12 november jl aan de Tweede Kamer, is de bestemming ervan wel geclausuleerd naar de verschillende onderdelen en activiteiten, zoals jonge kunstenaars en nieuwe kunstvormen, doelgroepactiviteiten, bijzondere beleidsplannen van culturele instellingen, het beter zichtbaar maken van collecties, vergroting van het publieksbereik van archieven, en het Aankoopfonds. Maar dit betekent nog steeds dat de middelen van het Actieplan zowel bij bestaande, al dan niet gesubsidieerde, instellingen als nieuwkomers terecht kunnen en zullen komen. In aanvulling op de financiële informatie die ik u tot nu toe heb gegeven, deel ik u wel mede dat ik in de categorie I-III (Versterking programmering, culturele diversiteit, jeugd) inmiddels een bedrag van ca. 25 miljoen gulden heb gereserveerd voor de Stedelijke en Provinciale programma's Cultuurbereik. In het eerder genoemde reguliere overleg is ook de vraag aan de orde geweest welke betekenis moet worden gehecht aan mijn opmerking in de adviesaanvraag dat door u voorgedragen plannen voor het actieprogramma cultuurbereik afkomstig moeten zijn van nieuwe instellingen waarvan de plannen volledig in het teken staan van het actieplan. Daarmee wordt bedoeld dat deze plannen moeten worden geacht in één van de bestedingscategorieën van het actieplan te passen, waarbij ik er overigens van uit ga dat naar het oordeel van de Raad sprake is van kwalitatief hoogstaande plannen. Omdat ik -bijvoorbeeld op het gebied van de culturele planologie- vooral nieuwe aanvragen heb gekregen, heb ik dit criterium expliciet in mijn adviesaanvraag vermeld. Ik erken overigens dat dit misverstanden kan wekken. Als de Raad conform hetgeen hierboven is gesteld, in het kader van zijn integrale afweging van mening is dat ook plannen van bestaande instellingen in aanmerking komen voor financiering uit het Actieplan, dan verneem ik dit graag. Tot zover enkele punten ter aanvulling van mijn adviesaanvraag. Zoals gezegd, ik zou het zeer op prijs stellen als u deze in het kader van uw advisering nog mee zou willen nemen. Nu reeds dank ik u voor uw inzet in dit verband. Ik acht het overigens zeker niet uitgesloten dat ik in een latere fase van het proces van politieke besluitvorming nogmaals een beroep op u zal doen. Hoogachtend, de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, dr F. van der Ploeg
Bijlage 1

Vergelijking van de aan de Raad voor Cultuur toegezonden onderbouwing van het budgettair kader ultimo 1999 en dezelfde gegevens in het centrale kengetallenbestand (subsidie ultimo 1999 per instelling en het subsidie in de basisbegroting) heeft aanleiding gegeven tot de volgende mutaties in het budgettair kader:

Per abuis in het kader:


1.300.000 Erfgoed Actueel

(budget voor het Bureau Erfgoed Actueel en Cultuur en School)


350.000 stipendia Ateliers

(behoort tot budget voor stipendia dat valt onder overige uitgaven)


337.000 Nederlands Architectuur Instituut

(projectsubsidie 1997-1999 voor collectiebeheer)


223.000 stichting Six

(heeft een aparte overeenkomst met de Staat, heeft geen aanvraag ingediend)


195.000 stipendia Europees Keramisch Werkcentrum
(behoort tot budget voor stipendia dat valt onder overige uitgaven)


68.000 kasteel Radboud

(betreft hier alleen huurpenningen, heeft geen aanvraag ingediend)


41.000 EEG Jeugdorkest

(jaarlijkse bijdrage, valt buiten cultuurnota)




2.514.000

Per abuis niet in het kader:


5.935.000 Rijksakademie Beeldende Kunsten

(behoorde in 1999 nog tot de apparaatskosten OCenW, maar na verzelfstandiging maakt het per 2000 deel uit van instellingssubsidies)


1.058.000 stichting Allochtonen Omroep

(wordt in 1997-2000 uit mediabudget gefinancierd)


250.000 Discordia

(per 1998 aan subsidie 1997-2000 toegevoegd na verhuizing uit Felix Meritis)


200.000 Mondriaanstichting

(reservering budget voor Academisch Erfgoed)


75.000 Nederlands Architectuur Instituut

(saldo van 1: per 1997 100.000 gulden aan subsidie 1997-2000 toegevoegd voor groot onderhoud, 2: bijdrage in hypotheekrente loopt jaarlijks af met 25.000 gulden)


64.000 FORUM

(bijdrage voor internationale netwerkactiviteiten)




7.582.000

Kader 16/2 741.707.000


-/- 2.514.000


+ 7.582.000



Aangepast kader: 746.775.000

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie