Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Kamervragen homo-emancipatiebeleid

Datum nieuwsfeit: 10-04-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

vragen homo-emancipatiebeleid

Gemaakt: 10-4-2000 tijd: 13:30

VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 2000

In de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport bleek er bij enkele fracties behoefte te bestaan een aantal ter ............. voor te leggen aan de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over haar brief van 8 februari 2000 inzake de notitie homo-emancipatiebeleid (27 017).

Deze vragen, vergezeld van de door de bewindsvrouwe bij brief van ?????

verstrekte .........., zijn hieronder afgedrukt. Vragen PvdA-fractie


1.

Op welke wijze heeft de staatssecretaris de afgelopen jaren en zal zij de komende periode vorm geven aan haar coördinerende verantwoordelijkheid voor het homo-emancipatiebeleid inzake de specifieke voorbeelden die in haar brief van 30 juni 1999 vermeld worden, te weten:

a. de openstelling van het burgerlijk huwelijk;

b. het homoseksueel en lesbisch ouderschap;

en de volgende voor het homo-emancipatiebeleid eveneens zeer belangrijke zaken op Europees niveau:

c. de implementatie van het nieuwe antidiscriminatie artikel 13 VEG (zoals vastgelegd in het Verdrag van Amsterdam);

d. de vormgeving van een EU-Handvest van Grondrechten; en

e. de tekst van een nieuw Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) inzake anti-discriminatie, zoals nu aan de orde is in de Raad van Europa?


2.

Welke conclusies trekt de staatssecretaris inzake het kunnen invullen van haar coördinerende rol, nu het kabinet heeft besloten om het voortouw voor de Nederlandse inbreng bij de implementatie van het nieuwe antidiscriminatie artikel 13 VEG (de Europese Commissie heeft daartoe voorstellen gedaan voor twee Richtlijnen en een Actieprogramma) te leggen bij SZW, in samenwerking met BZK?


3.

Welke beperkingen heeft de staatssecretaris de afgelopen periode ervaren bij de uitoefening van haar coördinerende taak op de in vorige vragen aangegeven voorbeelden, vanwege het enkele feit dat zij geen minister is en/of dat zij heeft moeten opereren vanuit het ministerie van VWS?


4.

Op welke wijze evalueert de staatssecretaris haar coördinerende rol op dit beleidsterrein? Op welke wijze evalueert de staatssecretaris de recente interdepartementale samenwerking? Is de interdepartementale werkgroep Homo-emancipatiebeleid nog actief? Ligt samenwerking met de interdepartementale werkgroep Emancipatiebeleid voor de hand?


5.

Is de regering bereid zich in ondersteunende zin in te zetten voor de toekenning van een schadevergoeding aan de slachtoffers (en hun nabestaanden) van het algemene verbod op seksuele contacten tussen mannen tijdens de nazi-bezettingsjaren in Nederland?


6.

Erkent de regering enige verantwoordelijkheid voor de leniging van de noden van de betreffende homoseksuelen (en hun familie en partners) als gevolg van aan hen opgelegde gevangenisstraffen en/of castratie op grond van het voormalige artikel 248 bis WvS na WOII?


7.

De staatssecretaris schrijft dat het ministerie van VWS via het COC het Landelijk Platform Homo en Lesbische Ouderen ondersteunt. Doel van het Platform is belangenbehartiging, netwerkvorming en informatie-uitwisseling. Men richt zich vooral op maatschappelijke participatie en de woon- en inkomenssituatie. Welke resultaten zijn hiermee bereikt?


8.

Gaat de aanname dat «allochtone jongeren meestal op school zitten» niet geheel voorbij aan het feit dat juist in deze groep jongeren een groot aantal drop-outs voorkomt en een groot percentage (te) vroeg de school verlaat?

Kunt u aangeven hoe u juist deze specifieke groep allochtone jongeren met uw beleid wilt bereiken?


9.

In de notitie schrijft de staatssecretaris dat `dit jaar zal worden bezien hoe aan deze video een vervolg kan worden gegeven'. Het gaat hier over de voorlichtingsvideo Burger Inn. Welk budget is hiervoor gereserveerd? Aan welke criteria moet een eventueel vervolg voldoen? Wanneer meent de staatssecretaris hierover een besluit te kunnen nemen?


10.

Wanneer is een evaluatie te verwachten van de per 1-8-1998 verplichte klachtenregeling op scholen?


11.

In de notitie geeft de staatssecretaris aan dat homo-emancipatiebeleid geen onderdeel is van het Grotestedenbeleid. Deelt de staatssecretaris de mening dat dit beleid onderdeel zou moeten uitmaken van het Grotestedenbeleid? Is de staatssecretaris van mening dat gemeenten momenteel in voldoende mate homo-emancipatiebeleid hanteren?


12.

De staatssecretaris geeft in de notitie aan dat homo-emancipatiebeleid geen apart onderdeel is van het Integratiebeleid minderheden. Homoseksualiteit is wel als module opgenomen in het vak maatschappij-oriëntatie van het inburgeringsprogramma voor nieuwkomers. Kan de staatssecretaris mededelingen doen over de inhoud van deze module? Is de staatssecretaris van mening dat hiermee in het Integratiebeleid minderheden voldoende aandacht wordt besteed aan homo-emancipatiebeleid?


13.

Nederland vervult internationaal gezien een voortrekkersrol als het gaat om de geaccepteerde plaats die homoseksualiteit in onze samenleving heeft. De staatssecretaris besteedt in haar notitie geen aandacht aan de internationale kant van homo-emancipatiebeleid. Kan de staatssecretaris informatie verschaffen over de internationale inzet van de regering op het terrein van homo-emancipatie? Hoe is de inzet van de regering bij het opnemen van het verbod op discriminatie op basis van seksuele oriëntatie in internationale verdragen? In hoeverre steunt de regering in het kader van ontwikkelingssamenwerking buitenlandse organisaties bij het bevorderen van homo-emancipatie en is de staatssecretaris van mening dat dit uitgebreid dient te worden? Deelt de staatssecretaris de mening dat ook de internationale kant van homo-emancipatiebeleid onder haar coördinerende taak valt?


14.

Heeft de staatssecretaris kennisgenomen van het bericht `Sterke stijging gonorroe onder homo's' in de Volkskrant van 24 maart jl.? Ziet de staatssecretaris als coördinerend bewindspersoon homo-emancipatiebeleid aanleiding hier het beleid op aan te passen? Ziet de staatssecretaris aanleiding om de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport te vragen hier nieuw beleid op te ontwikkelen of haar beleid op aan te passen?
Vragen VVD-fractie


15.

In de inleidende opmerkingen geeft de staatssecretaris aan dat zij haar aandacht de komende tijd met name zal richten op de mogelijkheden op het terrein van ouderenzorg en jonge allochtonen. Kan zij aangeven op welke wijze het door haar genoemde nauwe overleg met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties en met het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, op dit moment vorm krijgt?


16.

Het COC geeft in een reactie te kennen dat in de notitie helaas te weinig sprake is van interdepartementale coördinatie. De VVD-fractie is het met het COC eens en betreurt eveneens het feit dat de staatssecretaris niet een volledig departementsoverstijgend verslag heeft gegeven vanaf de afgelopen verkiezingen tot heden, met handgrepen naar de toekomst. Kan de staatssecretaris dit alsnog op korte termijn doen?


17.

Waarom en in hoeverre is overheidsbeleid gericht op homo-emancipatie beperkt tot homoseksuele ouderen en allochtone jongeren? Hoe denkt de staatssecretaris overige burgers en instellingen uit alle geledingen van Nederland nauwer te betrekken bij basiskennis en attitudeverbetering op het gebied van homo-emancipatie?


18.

Hoe zien begroting en budgettering van het overheidsbeleid met betrekking tot de homo-emancipatie eruit?


19.

Welke homobelangenorganisaties ontvangen op dit moment subsidie van het ministerie van VWS en welke rol speelt de coördinerend bewindspersoon in het aanbevelen van projecten bij andere ministeries?


20.

Zou de staatssecretaris iets kunnen zeggen over de ondersteuning van het IPOTH in beleidsmatige en financiële zin? Kan de staatssecretaris informatie verschaffen over de zorg voor allochtone homoseksuelen?


21.

Wat kan er gezegd worden over het bereik van de projecten van Yoesuf onder de doelgroepen en de resultaten van de projecten?


22.

Noch in de welzijnsnota, noch in de begroting van het ministerie van Onderwijs, noch in de emancipatiebrief wordt het homo-lesbisch beleid met naam genoemd. Wat is hiervan de reden?


23.

Is de beleidsontwikkeling rond homo-emancipatiebeleid binnen VWS voldoende gepositioneerd voor interdepartementaal gecoördineerd overheidsbeleid? Wat is er geworden van de Interdepartementale Werkgroep Overheidsbeleid en Homo-emancipatie? Is er nog een taakstelling? Zo ja, welke? Zo nee, kan de staatssecretaris aangeven waarom daaraan door haar geen belang wordt gehecht?


24.

In de notitie verwijst de staatssecretaris naar het onderzoek naar de positie van homoseksuele ouderen in Nederland Oud Rose, dat gedaan is in opdracht van het ministerie van VWS in 1996. Dit onderzoek is inmiddels vier jaar oud. Zou de staatssecretaris de huidige stand van zaken kunnen geven met betrekking tot de positie van homoseksuele ouderen?


25.

De emancipatie van homoseksuele ouderen wordt op dit moment nogal eens in de weg gestaan door bestaande weerstanden en regelgeving, aldus het Platform Homoseksuele en Lesbische Ouderen (die naar aanleiding van de publicatie Oud Rose, de maatschappelijke participatie en het zichtbaar worden van homoseksuele ouderen heeft bevorderd). Kan de staatssecretaris haar beleid verwoorden om knelpunten op te lossen ten aanzien van de structurele inbedding van aandacht voor homoseksuele ouderen bij de verschillende actoren?


26.

In de notitie wordt terecht gesteld dat verschillende organisaties op het gebied van het maatschappelijk middenveld weinig toegankelijk zijn voor homoseksuele ouderen. Graag zouden wij van de staatssecretaris vernemen op welke wijze zij meent dat externe stimulering in deze situatie verbetering zou aanbrengen?


27.

Zou de staatssecretaris ook meer aandacht willen geven aan de bestaande knelpunten in de wet- en regelgeving op het gebied van de ontwikkeling van voorzieningen voor homoseksuele ouderen?


28.

De voorzieningen voor homoseksuele ouderen zijn nu onderworpen aan gemeentelijke en provinciale criteria, wat het erg onduidelijk maakt. De VVD-fractie juicht elke maatregel die het geven van `zorg op maat' bevordert, toe. De opmerkingen over de beoogde modernisering van de AWBZ vindt de VVD-fractie erg onduidelijk. Kan de staatssecretaris hier meer duidelijkheid scheppen?


29.

Welke mogelijkheden biedt modernisering AWBZ voor zorgondernemers die zich willen richten op huisvesting en verzorging van homoseksuele ouderen? Hoe stimuleert het ministerie van VWS dat in gemeenten en provincies aanbieders en ondernemers in de homo-ouderenwoonzorg zich meer oriënteren op de mogelijkheden van de AWBZ?


30.

Maken homoseksuele ouderen in verzorgings- en verpleeghuizen gebruik van de mogelijkheden die kwaliteitswet, medezeggenschapswet en klachtwet bieden?


31.

Kan het homo-emancipatiebeleid ook opgenomen worden in het Bestuursakkoord Nieuwe Stijl (BANS), juist nu er onderhandelingen plaatsvinden?


32.

Het homo-emancipatiebeleid is geen onderdeel van de rijkskaders voor het grotestedenbeleid. Ook in de meerjarenontwikkelingsprogramma's van de 25 GSB-steden is dit beleid niet opgenomen. Waarom is dit zo? Verdient het geen aanbeveling om het homo-emancipatiebeleid hiervan wel deel uit te laten maken?


33.

Op welke manier vindt de coördinatie plaats tussen het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties over de inbedding van het homobeleid in het gemeentelijk beleid?


34.

De staatssecretaris maakt melding van een breed gedragen project, ontstaan in het Platform Homoseksuele en Lesbische Ouderen. Er wordt een handboek samengesteld voor zorg- en dienstverleners, lokale bestuurders en homo-lesbische groepen elders om de verschillende methoden in de eigen situatie toe te passen. Kan de staatssecretaris na het gereed komen van dit handboek een exemplaar aan de Kamer aanbieden en de Kamer op de hoogte houden van deze pilots?


35.

In de reactie van Empowerment lifestyleservices toont deze organisatie haar ongerustheid dat het in het onderwijsgedeelte van de notitie van de staatssecretaris slechts gaat over de problemen die worden veroorzaakt door allochtone jongeren. Er wordt niet ingegaan op de problemen van allochtone homoseksuelen, maar de indruk wordt gewekt dat alle allochtonen islamitisch en negatief over homoseksualiteit zijn. Dit draagt niet bij aan de nuancering van de beeldvorming en aan de ondersteuning van de meer progressieve elementen in deze gemeenschappen. Kan de staatssecretaris meer ingaan hoe zij de positie van alle homoseksuele scholieren en docenten in het onderwijs denkt te verbeteren?


36.

Zowel in de aanbevelingen van expertmeeting naar aanleiding van problemen van (allochtone) homoseksuele emancipatie in het onderwijs als in de rapportage van de Landelijke Werkgroep Allochtonen, Homoseksualiteit en Onderwijs, is steeds voorgesteld om voor de implementatie van homo-emancipatie op scholen een brede invalshoek te kiezen en niet alleen te focussen op de probleemgevallen onder de allochtonen. Het grote probleem in het onderwijs is dat er nooit systematisch aandacht is besteed aan de implementatie in onderwijsprogramma's. Wat is de visie van de staatssecretaris hierop? Het huidige beleid is nog veel te veel doorspekt van deze negatieve en beperkte invalshoek. Kan de staatssecretaris een bredere en positievere benadering uiteenzetten ten aanzien van de problemen van het homo-emancipatiebeleid in het onderwijs?


37.

Het onderzoek van Theo Sandfort en Anne Kersten (Rijksuniversiteit Utrecht/NISSO) naar homoseksuele docenten is inmiddels gedateerd en toe aan een vervolg. Wanneer denkt de staatssecretaris vernieuwde inzichten te kunnen geven over de positie van homoseksuele onderwijzers in het onderwijs?


38.

De voorlichtingsvideo Burger Inn zou implementatie van homo-emancipatie op scholen moeten bevorderen. Vroege signalen uit voorlichtingsgroepen van het COC duiden erop dat het moeilijk is allochtonen over homoseksualiteit te laten praten. De video geeft wel een impuls tot debat, maar voor een discussie over homoseksualiteit is flinke sturing nodig, en daartoe zal de docent of voorlichter goed ondersteund moeten worden. Hoe denkt de staatssecretaris deze ondersteuning het meest effectief vorm te geven?


39.

De instellingen in het Burger Inn-platform hebben een inspanningsverplichting. Wat houdt deze in?


40.

Hoeveel basisscholen doen momenteel mee aan het programma Relaties en Seksualiteit? Wordt participatie van basisscholen actief van overheidswege gestimuleerd en aanbevolen?


41.

Welk beleid heeft de coördinerend bewindspersoon de afgelopen periode zelf ontwikkeld om de ernstige situatie die de onderwijsinspectie constateert, en die aanleiding vormde voor het oprichten van de Landelijke Werkgroep, te lijf te gaan?


42.

Bij het grotestedenbeleid wordt vermeld dat homoseksualiteit als module is opgenomen in het vak Maatschappijoriëntatie van het inburgeringprogramma. De VVD-fractie is ter ore gekomen dat er slechts heel marginaal wordt getipt aan de acceptatie van homoseksualiteit in Nederland. In de praktijk komt dit nauwelijks ter sprake en welwillende docenten doen hier niets mee. Dit maakt dat homoseksualiteit bij nieuwkomers een groot probleem is en blijft. Kan de staatssecretaris hierop een reactie geven?


43.

Het effect van de geringe participatie van homo-organisaties in besluitvormingsprocessen is dat het met name op lokaal niveau lijkt of de homo-emancipatie voltooid is. De VVD-fractie is het met de staatssecretaris eens dat dit niet het geval is. Hoe denkt de regering te bewerkstelligen dat participatie van homo-organisaties vergroot wordt om meer draagvlak en effect te creëren?


44.

Is de staatssecretaris bereid een breed vergelijkend onderzoek naar de participatie van homoseksuelen in de sport ten opzichte van heteroseksuelen uit te laten voeren? Kan de staatssecretaris tegelijkertijd een onderzoek laten doen naar beleving van sport onder homoseksuelen en de aanwezigheid en achtergronden van de voorkomende belemmeringen/uitsluitingen?


45.

Hoe staat de staatssecretaris tegenover de stelling van het Homodok/LAA en enkele fracties uit de Tweede Kamer dat deze in aanmerking zou moeten komen voor subsidie van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen? Is hierover al overleg gevoerd met de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen?


46.

In samenwerking met het NISSO is door de Rijksuniversiteit Utrecht in opdracht van de FNV en ABVAKABO een onderzoek verricht naar werkbeleving en gezondheid, waaruit blijkt dat het ziekteverzuim onder lesbische vrouwen en homoseksuele mannen hoger is dan bij hun hetero collegae. Wat denkt de regering met dit gegeven te gaan doen?


47.

De VVD-fractie wil gehoor geven aan de reactie van het AIDS FONDS. Zij maakt zich bezorgd over het ontbreken van aidsproblematiek in de notitie van de staatssecretaris over homo-emancipatiebeleid, zeker nu er een trend te bespeuren valt waaruit blijkt dat jonge homoseksuelen aids zien als iets wat slechts betrekking heeft op leeftijdsgroepen boven hen. Daarnaast wordt gesignaleerd dat er juist in deze leeftijdsgroep laks wordt omgesprongen met bescherming tegen SOA's, en ook met AIDS. Kan de staatssecretaris hierop reageren? Vragen CDA-fractie


48.

In de brief van 19 juli 1999 noemt de staatssecretaris een aantal nieuwe ontwikkelingen die aandacht vragen, waaronder «ouderenproblematiek, de allochtonen en het nieuwe fenomeen van homosexueel en lesbisch ouderschap». Op de eerste twee wordt in de brief van 8 februari 2000 nader ingegaan. Op welke wijze wordt aan de laatste aandacht geschonken?


49.

Kan worden aangegeven wat de activiteiten zijn van de andere ministeries op het terrein van homo-emancipatiebeleid en bestaat hierover ook interdepartemenentaal overleg?


50.

De staatssecretaris concludeert dat vervolgactiviteiten naar aanleiding van de expertmeetings over participatie van met name oudere lesbische vrouwen bij de meer traditionele vrouwen- en ouderenorganisaties zonder externe stimulering niet te verwachten zijn. Waaruit zou die externe stimulering kunnen bestaan en is de staatssecretaris voornemens daartoe actie te ondernemen?


51.

Bestaat er inzicht in de aard en omvang van de klachten over sexuele discriminatie op scholen nu klachtenregelingen per juli 1998 verplicht zijn ingesteld? Zo ja, is er een positieve verandering te zien ten opzichte van de onderzoekgegevens van de Onderwijsinspectie uit 1998?


52.

Op welke wijze (via basis/structurele subsidie of voor specifieke projecten) worden organisaties als De kringen, Groep 7152 en SLOW (financieel) ondersteund? Welke (andere dan de genoemde) organisaties worden, eventueel via het COC, gesubsidieerd en op welke wijze?


53.

Wanneer kan het resultaat van het onderzoek van het Nisso onder leiding van dr. Th. Santfort worden verwacht?
Vragen D66-fractie


54.

Waarom beperkt de coördinerend bewindspersoon de notitie homo-emancipatiebeleid tot de terreinen ouderen, onderwijs en allochtonen, alsmede

Grotesteden- en integratiebeleid? Deelt de regering de mening dat het homo-emancipatiebeleid veel breder is ?

Waarom is er geen aandacht besteed aan het homo-emancipatiebeleid van andere ministeries, zoals justitie, binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties, defensie, sociale zaken en werkgelegenheid, buitenlandse zaken en ontwikkelingssamenwerking?


55.

Hoe ziet de staatssecretaris haar rol als coördinerend bewindspersoon? Welke doelen stelt zij zich voor ogen en hoe wil zij die bereiken?


56.

Hoe vaak is de interdepartementale werkgroep homo-emancipatiebeleid in de afgelopen jaren bij elkaar geweest, welke onderwerpen stonden er op de agenda, welke initiatieven zijn er uit die vergaderingen voortgekomen en wat zijn de concrete resultaten ?


57.

Hoe is de onderhavige notitie tot stand gekoemn? Zijn alle ministeries uitgenodigd hun bijdragen te leveren? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe hebben deze gereageerd?


58.

Hoe staat het met het homo-emancipatiebeleid ten aanzien van degenen die in penitentiaire inrichtingen verblijven en werken?


59.

Hoe wordt er in de asielprocedures aandacht besteed aan homoseksualiteit als vluchtgrond? Waarom komt het nog steeds voor dat aanvragen van asielzoekers, die pas na verloop van tijd durven te vertellen dat homoseksualiteit de hoofdreden voor hun vlucht was, nog steeds worden afgewezen met de redenering dat men dat maar eerder had moeten vertellen of dat men niet kan aantonen in het land van herkomst bewijsbare vervolging van de overheid te duchten heeft?

Welk beleid wordt er gevoerd om discriminatie van homoseksuele asielzoekers in de asielcentra tegen te gaan?


60.

Hoe reageert de regering op de berichten dat lesbische ouderparen die bij een spermabank een aanvraag voor donorzaad hebben gedaan, achtergesteld (kunnen gaan) worden bij heteroseksuele paren?


61.

Hoe zijn de ervaringen met de verplichte inburgeringscursussen voor nieuwkomers met betrekking tot het onderdeel informatie over homoseksualiteit?


62.

Wat is de stand van zaken met betrekking tot het homo-emancipatiebeleid binnen de Nederlandse politie?


63.

Hoe zal de coördinatie van homo-emancipatiebeleid naar provinciaal en gemeentelijk niveau verlopen? Zal dit beleid ook worden opgenomen in het Bestuursakkoord Nieuwe Stijl (BANS)?


64.

Wat is de stand van zaken rond het homo-emancipatiebeleid in de krijgsmacht?


65.

Hoe reageert de regering op de onderzoeksresultaten dat er een hogere instroom van lesbische vrouwen en homoseksuele mannen in de Ziektewet en WAO is?


66.

Hoe is de inzet van de regering bij het opnemen van het verbod op discriminatie op basis van seksuele oriëntatie in internationale verdragen?


67.

Op welke manieren zet de regering zich in voor gelijkberechtiging van homoseksuele medewerkers van internationale organisaties (bijvoorbeeld op het gebied van verblijfsrechten, pensioenkwesties), zoals de Verenigde Naties?


68.

Hoe beoordeelt de regering de mogelijkheid tot uitbreiding van ondersteuning van projecten van het COC om in het buitenland lokale homo-organisaties te stimuleren, zoals bijvoorbeeld het Acceptproject in Roemenië?


69.

Hoe kunnen Nederlandse ambassades en consulaten een grotere rol spelen bij het signaleren van de schendingen van rechten van homoseksuelen, en welk beleid wordt er gehanteerd om lokale homo-organisaties actief te informeren om onder voorwaarden ondersteund te worden?


70.

Hoe reageert de regering op de bevindingen van Dennis van der Veur en Andre Krouwel in het rapport «De stilte is onze grootste vijand»naar aanleiding van de factfinding missie in Nicaragua?


71.

Gaat de nieuwe Nederlandse mensenrechtenambassadeur zich ook specifiek met homo-emancipatiebeleid bezig houden? Zo nee, waarom niet?


72.

Welke stimulerende rol gaat de overheid spelen bij de gesignaleerde knelpunten over de verankering van aandacht voor de positie van oudere homoseksuele mannen en vrouwen binnen de bestaande ouderenorganisaties en binnen het gemeentelijk en provinciale homobeleid?


73.

Is het waar dat vele homoseksuele ouderen liever zelfstandig wonen dan in categorale verpleeeghuizen? Zo ja, hoe bevordert de regering die zelfstandigheid en hoe wordt bevorderd dat deze oudere homoseksuele mannen en vrouwen wel met elkaar in contact gebracht kunnen worden ?


74.

Welke andere organisaties behalve het Landelijk platform Homo en Lesbische Ouderen (via het COC) houden zich bezig met homo-emancipatiebeleid ten behoeve van ouderen ? Waarom krijgen zij geen financiering ?


75.

Kan de regering een lijst geven met actiepunten waarmee de regering bevordert dat discriminatie van homoseksuele leerlingen en docenten vermindert? Houdt de Landelijke Werkgroep Allochtonen Homoseksualiteit en Onderwijs zich niet specifiek met de allochtonenproblematiek bezig? Welke onderzoeken zijn er de afgelopen jaren verschenen over homo-emancipatie in het onderwijs? Welke beleidsvoornemens worden daar door de regering uit getrokken? Is de regering bereid om systematisch aandacht te besteden aan de implementatie van homo-emancipatie in onderwijsprogramma's?


76.

Wordt er naast de aandacht die als gevolg van de motie Dittrich (D66) besteed wordt aan de intolerantie onder sommige (groepen van) allochtonen tegenover homoseksualiteit ook voldoende aandacht besteed aan het ondersteunen van tolerante (groepen van ) allochtonen?


77.

Waarom geeft de regering niet weer wat het zorgbeleid is voor allochtone homo's? Vindt de regering dat allochtone homo's voldoende bereikt worden in de gehanteerde volksgezondeidscampagnes?


78.

Wil de regering een lijst geven van allochtone organisaties die zich bezig houden met homo-emancipatiebeleid in ruime en enge zin? Hebben deze organisaties voldoende toegang tot de overheidsnetwerken? Worden zij financieel of anderszins ondersteund en gestimuleerd?


79.

Waarom worden zelforganisaties steeds minder ondersteund? Hoe reageert de regering op het gesignaleerde gevaar dat deze organisaties steeds meer de handen vol hebben aan de verwerving van eigen inkomsten om basisactiviteiten als opvang en ontmoeting draaiende te houden?

Welk beleid voert de regering ten aanzien van instandhoudingssubsidies inzake vrijwilligersorganisaties, zoals de stichting landelijk overleg werkgroepen ouders van homoseksuele kinderen (SLOW), De Kringen en Groep 7152? Is de regering bereid hun subsiedie-aanvragen te honoreren? Waarom wordt homo-emancipatiebeleid in de welzijnsnota
1999-2002, hoofdstuk 5.1, deel B) niet meer genoemd?

80.

Hoe geeft de regering uitwerking aan de toezegging van de staatssecretaris voor Cultuur op vragen van het lid Dittrich (D66) om de mogelijkheden te bezien om initiativen uit het veld te ondersteunen om te komen tot een museum over de geschiedenis van homoseksualiteit in relatie tot het nieuw gevormde Homodok/ABH/LAA? Vragen fractie van GroenLinks


81.

Uit onderzoek genoemd op pag. 2 blijkt dat de financiële positie van oudere homoseksuelen slechter is vergeleken met heteroseksuele ouderen. Wat is hiervoor de verklaring?


82.

Het ministerie van VWS biedt privacy en vraaggestuurde zorg als oplossing aan voor het verbeteren van integratie van homoseksuele ouderen. Hoe denkt de staatssecretaris over uitbreiding van opvang, begeleiding, netwerkvorming en het bevorderen van lotgenotencontact? Is zij bereid hiervoor beleid te maken en middelen ter beschikking te stellen?


83.

«Er zullen in de toekomst in de AWBZ geen wettelijke belemmeringen worden opgeworpen voor de toelating van een verzorgingshuis dat zich specifiek zou richten op de opname van homoseksuele ouderen». Moet hieruit worden afgeleid dat er nu wel wettelijke belemmeringen zijn? Zo ja, waaruit bestaan die?


84.

Het homobeleid omvat slechts de allochtone jongeren die op school zitten. Hiermee worden de allochtone werkende jongeren, allochtone volwassenen en allochtone ouders niet bereikt. Vindt de staatssecretaris het noodzakelijk ook deze groepen te bereiken? Is zij het ermee eens dat sommige groepen allochtone ouders slecht op de hoogte zijn van seksualiteit in het algemeen en homoseksualiteit in het bijzonder? Welk beleid wordt hiervoor ontwikkeld?


85.

Besteedt het Homodok in zijn informatievoorziening ook speciale aandacht aan de positie van allochtone homoseksuelen en de acceptatie daarvan?


86.

Is de subsidie voor het Homodok toereikend? Zijn er naast het ministerie van VWS nog andere ministeries die een bijdrage verstrekken? Wat is het oordeel van de staatssecretaris over het initiatief om een homo/lesbisch museum in Amsterdam op te richten?


87.

Is er op het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen beleid ontwikkeld dat de acceptatie van homoseksuele docenten op orthodox-christelijke scholen bevordert?


88.

Hoe is acceptatie van homoseksuelen in de sport? Is de staatssecretaris bereid onderzoek te initiëren naar de participatie van homoseksuelen in de sport en de eventuele uitsluitingsmechamismen waar zij mee te maken krijgen?


89.

Wat is de stand van zaken met betrekking tot het homobeleid bij de politie?

Vragen SGP-fractie


90.

Kan worden toegelicht waarom met name bejaarde lesbische vrouwen en homoseksuele mannen in vergelijking met heteroseksuele ouderen een slechtere financiële positie zouden hebben?


91.

Kan een overzicht worden gegeven van de bestaande landelijke en bovenregionale zorgvoorzieningen ten behoeve van homoseksuelen?


92.

Kan worden toegelicht wat de ondersteuning van het Landelijk Platform Homo- en Lesbische Ouderen door het ministerie van VWS inhoudt?


93.

Hoe beoordeelt de regering de tegenstelling tussen «een vrije seksuele moraal van autochtonen en rigide opvattingen van allochtonen», zoals die door de media naar aanleiding van `Een hoorn des overvloeds' gecreëerd zou zijn? Om welke reden acht zij die terecht dan wel onterecht?


94.

Kan inzicht worden gegeven in de ernst van de gevallen van homodiscriminatie op scholen waarop de Onderwijsinspectie doelt?


95.

Is de overheid nog op enigerlei wijze betrokken bij de financiële afwikkeling van de Gay Games? Zo ja, welke?


96.

Wat houdt de module over homoseksualiteit in het vak maatschappij-oriëntatie van het inburgeringsprogramma voor nieuwkomers precies in?


97.

Kan worden ingegaan op de aard van de informatie die door Homodok/ABH/LAA met structurele VWS-subsidie wordt verstrekt?


98.

Kan de regering haar besluit beargumenteren om Homodok en COC een projectsubsidie te geven ten behoeve van een gebruiksvriendelijk toegangsportaal op internet? Om welk bedrag gaat het daarbij?


99.

Kan worden toegelicht wat met het interactief contactcentrum in het toegangsportaal wordt bedoeld?

De voorzitter van de commissie,

Essers

De griffier van de commissie,

Teunissen

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie