Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief BZK inspectie brandweerzorg en rampenbestrijding

Datum nieuwsfeit: 10-04-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

brief sts bzk inspectie brandweerzorg en rampenbestrijdin g

Gemaakt: 14-4-2000 tijd: 10:35


5


26800 VII Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2000

nr. 38 Brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 10 april 2000

Hierbij bied ik u aan het rapport `Realistisch oefenen op oefencentra; de binnenbrand' *). Het rapport is opgesteld door de Inspectie Brandweerzorg en Rampenbestrijding van mijn ministerie.

De Inspectie Brandweerzorg en Rampenbestrijding (in deze brief verder aangeduid als: de Inspectie) heeft onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden die de Nederlandse brandweer ter beschikking staan om realistisch te oefenen. Met name is onderzocht welke mogelijkheden oefencentra in Nederland bieden om het bestrijden van binnenbranden te beoefenen. Daarnaast is onderzocht welke praktijk- en oefenervaring Nederlandse brandweermensen hebben met het bestrijden van binnenbranden.

Brandweerpersoneel dat bekend is met de risico's van inzet bij binnenbranden, moet in staat worden geacht bij dergelijke branden de kans op slachtoffers, zowel onder burgers als onder brandweermensen, zo klein mogelijk te houden. Om kennis en ervaring met het bestrijden van binnenbranden op te bouwen en te onderhouden zijn een adequate opleiding en regelmatige oefening noodzakelijk. Dat geldt des te meer als brandweermensen in hun dagelijkse praktijk weinig met daadwerkelijke binnenbrandbestrijding worden geconfronteerd.

De monodisciplinaire geoefendheid van brandweerperoneel is ook van belang voor de voorbereiding op de rampenbestrijding. De geoefendheid van de brandweer - evenals de monodisciplinaire geoefendheid van de overige aan de rampenbestrijding deelnemende organisaties - vormt de basis voor het multidisciplinaire oefenen voor de rampenbestrijding.

Hierna ga ik eerst in op de conclusies en aanbevelingen uit het inspectierapport. Vervolgens geef ik aan wat mijn beleid is ten aanzien van monodisciplinair oefenen van de brandweer en welke initiatieven ik op dit gebied reeds heb genomen. Omdat oefenen niet op zichzelf staat, ga ik in dit deel van de brief ook in op andere

voornemens die ik met betrekking tot de kwaliteitszorg voor het brandweerpersoneel heb. Ik sluit af met aanvullende (beleids)maatregelen naar aanleiding van het inspectierapport.

Conclusies en aanbevelingen van de onderzoekers

Brandweermensen doen weinig praktijkervaring op met het bestrijden van binnenbranden. Uit het rapport blijkt dat de frequentie waarmee Nederlandse brandweermensen met een binnenbrand worden geconfronteerd, varieert van gemiddeld bijna eenmaal in de twee jaar in de kleinste gemeenten tot ruim tweemaal per jaar in de grootste gemeenten. Deze gemiddelde ervaring is dermate gering dat de onderzoekers verwachten dat de brandweer, zonder periodieke bijscholing, niet in staat zal zijn in alle gevallen veilig en doeltreffend haar werkzaamheden te verrichten.

De gemiddelde geoefendheid van brandweerlieden voor het bestrijden van binnenbranden is laag. Uit het rapport blijkt dat van veertig procent van de onderzochte gemeenten de brandweermensen in de jaren 1996, 1997 en 1998 het bestrijden van binnenbranden niet op een oefencentrum hebben geoefend. De onderzoekers menen dat in de betreffende gemeenten, zeker als er ook sprake is van geringe praktijkervaring, de vaardigheid om veilig en doeltreffend een binnenbrand te bestrijden niet of nauwelijks meer aanwezig kan zijn.

De onderzoekers bevelen aan om het brandweerpersoneel minimaal één keer per halfjaar te oefenen in het bestrijden van binnenbranden. Zij stellen dat bij deze oefenfrequentie de opgedane kennis (voor een deel) aanwezig blijft, hetgeen bij daadwerkelijke brandbestrijding kan bijdragen tot een veiliger en doeltreffender inzet.

De kans op slachtoffers bij binnenbranden, zowel onder burgers als onder brandweermensen, neemt hierdoor af.

De onderzoekers hebben een aantal brandweerdeskundigen gevraagd naar criteria waaraan een `ideaal' oefencentrum voor het beoefenen van het bestrijden van binnenbranden zou moeten voldoen. Op dit moment voldoet geen enkel oefencentrum volledig aan het aldus gevormde ideaalbeeld. Een aantal oefencentra voldoet er wel in grote mate aan. Aangegeven wordt dat ook op de oefencentra die niet aan alle genoemde criteria voldoen, onervaren en niet-geoefend brandweerpersoneel nog voldoende kan leren. Op tien van de achttien bestaande oefencentra zijn oefenobjecten aanwezig waarop ook ervaren brandweerpersoneel goed kan oefenen.

In een beperkt aantal delen van het land is er onvoldoende capaciteit om het bestrijden van binnenbranden te beoefenen. Bovendien is de reistijd naar oefencentra voor brandweerkorpsen in een klein aantal gebieden in Nederland te lang.

Gezien de bereidheid van commerciële bedrijven om in nieuwe oefencentra te investeren bevelen de onderzoekers aan dat de overheid vooralsnog terughoudend is in het investeren in nieuwe oefencentra.

Tot slot adviseren de onderzoekers nader onderzoek uit te voeren naar de vraag in hoeverre en op welke wijze verstrekking van een financiële bijdrage ertoe kan bijdragen dat brandweerkorpsen meer op oefencentra gaan oefenen.

Een kader voor oefenbeleid voor de brandweer

Verantwoordelijkheidsverdeling

Brandbestrijding is een gemeentelijke taak. In de Brandweerwet 1985 is geregeld dat burgemeester en wethouders de zorg hebben voor het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar, het voorkomen van ongevallen bij brand en al hetgeen daarmee verband houdt. In de wet is tevens vastgelegd dat elke gemeente een gemeentelijke brandweer heeft, behalve wanneer met andere gemeenten een samenwerkingsregeling tot stand is gekomen. Verder regelt de gemeenteraad de organisatie, het beheer en de taak van de gemeentelijke brandweer bij verordening.

Het is dan ook de taak van burgemeester en wethouders ervoor te zorgen dat de gemeentelijke brandweer voor de haar opgedragen taken voldoende is opgeleid en geoefend. Daarnaast heeft het gemeentebestuur op grond van de Arbowet onder meer de zorg voor een zo groot mogelijke veiligheid van haar werknemers. De ervaring die bij oefeningen wordt opgedaan kan in belangrijke mate bijdragen aan de veiligheid van het brandweerpersoneel. De mate van geoefendheid kan voor het gemeentebestuur ook een indicatie vormen voor de veiligheid van dat personeel bij operationele inzet.

Aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kent de Brandweerwet 1985 onder meer een belangrijke verantwoordelijkheid toe voor de kwaliteit van het brandweeronderwijs. Teneinde een minimum kwaliteitsniveau van het brandweerpersoneel te bewerkstelligen heeft de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken in 1991 het Besluit Brandweerpersoneel vastgesteld. Volgens dit besluit mogen brandweermensen alleen in een rang worden benoemd als zij het bij de rang behorende diploma hebben behaald. De eindtermen voor de opleidingen die tot deze diploma's leiden worden door mij vastgesteld en examinering van de opleidingen vindt onder mijn verantwoordelijkheid plaats.

Kwaliteitszorg voor het brandweerpersoneel

Uit eerdere rapporten van de Inspectie blijkt dat er aan de kwaliteitszorg voor het brandweerpersoneel nog veel valt te verbeteren. Zo bleek uit het rapport `Kwaliteit van het repressieve brandweerpersoneel' dat de Inspectie in 1997 heeft uitgebracht, dat met name het opleidingsniveau van veel brandweerofficieren nog niet in overeenstemming was met de regels die daarvoor in het Besluit Brandweerpersoneel zijn gesteld. Uit een Inspectierapport uit 1995 was al gebleken dat aan de kwaliteit en de beschikbaarheid van de operationele leiding veel schortte. Inmiddels zijn er diverse maatregelen genomen die verbetering in de door de Inspectie geschetste situatie hebben gebracht.

Met deze maatregelen alleen is de kwaliteit van brandweerpersoneel echter niet voldoende gewaarborgd. Het bezit van een bij een rang behorend diploma is een stap op weg naar een veilig en doeltreffend optreden, maar is daarvoor niet voldoende. Daarvoor is onder meer het regelmatig beoefenen van bij de taakuitvoering behorende aspecten onontbeerlijk. Waar het Besluit Brandweerpersoneel een minimum opleidingsniveau voor brandweerpersoneel aangeeft, is een dergelijke richtlijn voor de geoefendheid van brandweerpersoneel nog niet beschikbaar. Om die reden heeft mijn ambtsvoorganger in 1996 het initiatief genomen om te komen tot een adequaat landelijk oefenbeleid voor de brandweer.

Naast mijn algemene zorg voor de kwaliteit van het brandweerpersoneel zoals die in de Brandweerwet is vastgelegd heb ik de volgende, meer specifieke redenen om een dergelijk landelijk oefenbeleid tot stand te brengen.

In de eerste plaats hebben landelijke criteria een standaardiserende werking. Standaardisatie is vooral van belang in situaties waarin naburige gemeenten elkaar bijstand verlenen in geval van rampen en/of grote branden.

In de tweede plaats is een van de uitgangspunten waarop het oefenbeleid voor de rampenbestrijding is gebaseerd dat de brandweer (evenals de overige aan de rampenbestrijding deelnemende organisaties) voldoende (monodisciplinair) is geoefend om haar eigen taken te kunnen uitvoeren. Als aan dat uitgangspunt niet is voldaan, wordt het (multidisciplinaire) oefenen voor de rampenbestrijding ernstig bemoeilijkt.

Leidraad `Oefenen bij de brandweer'

In 1997 is aan het Nederlands Instituut voor Brandweer en Rampenbestrijding (Nibra) de opdracht verstrekt een onderzoek uit te voeren naar het oefenen bij de gemeentelijke brandweerkorpsen. Dit onderzoek resulteerde in het in 1998 opgeleverde rapport `Beter oefenen bij de brandweer' dat de huidige oefenpraktijk in beeld brengt en tevens een oefenfilosofie, een aanzet tot een oefensystematiek en een aanzet tot een beoordelingssysteem bevat. Het rapport is door het brandweerveld goed ontvangen. Het riep tevens de vraag op naar een handreiking waarmee brandweerkorpsen praktisch aan de slag kunnen gaan. Daarom is aan het Nibra de vervolgopdracht verstrekt een leidraad voor het oefenen bij de brandweer te ontwikkelen, gebaseerd op de theoretische onderbouwing uit het eerdergenoemde rapport. In deze leidraad worden onder meer oefeningen beschreven die brandweerkorpsen moeten houden en is de frequentie aangegeven waarmee minimaal moet worden geoefend. Daarnaast wordt in de leidraad een oefenregistratiesysteem beschreven dat inzichtelijk maakt in hoeverre een brandweerkorps voor haar taken voldoende is geoefend. Door oefenregistratie wordt tevens - voor dit aspect - invulling gegeven aan de wettelijke arbo-verantwoordelijkheden van de werkgever.

De `Leidraad oefenen bij de brandweer' zal gedurende het opleidings- en oefenseizoen 2000-2001 in een aantal proefprojecten op zijn bruikbaarheid worden getoetst. De brandweerkorpsen kunnen nog voor de zomer van dit jaar over de concept-leidraad beschikken. Na afloop van de proeven, in het najaar van 2001, zal de definitieve leidraad ter beschikking komen.

Oefenen met ICT-hulpmiddelen

De ontwikkelingen op het gebied van de informatie en communicatietechnologie (ICT) gaan zeer snel. Het is niet ondenkbaar dat binnen afzienbare tijd realistisch oefenen door de brandweer door de toepassing van nieuwe technologieën ondersteund kan worden. Met het oog daarop heb ik eind 1998 aan het Nibra opdracht gegeven in kaart te brengen welke bijdrage nieuwe technologieën kunnen leveren aan de kwaliteit van opleiding en oefening bij de brandweer. De rapportage over dit onderzoek verwacht ik voor de zomer van dit jaar.

Project kwaliteitszorg brandweerpersoneel

Inmiddels heeft zich het inzicht ontwikkeld dat de koppeling van rangen aan diploma's het nadeel heeft dat brandweermensen in opleidingen kunnen worden belast met leerstof die zij voor de vervulling van hun functie strikt genomen niet nodig hebben. Het tijdsbeslag dat hierdoor ontstaat, blijkt vooral voor vrijwillige officieren problemen op te leveren. (Rapport `Brandweer en vrijwilligers', Ministerie van Binnenlandse Zaken 1998, blz 71. Het rapport over de verdiepingsstudie: `Vrijwilligheid in de openbare veiligheid' wordt u een dezer dagen aangeboden)

In de Beleidsnota Rampenbestrijding 2000-2004 `Rampenbestrijding, de veiligheidsketen gesmeed' heb ik reeds aangegeven dat de opleidingsverplichtingen, zoals neergelegd in het Besluit Brandweerpersoneel, zullen worden herzien. Ik ben voornemens in de tweede helft van dit jaar een project te starten dat ertoe zal leiden dat opleidingseisen worden gekoppeld aan de functie en niet langer aan de rang. Ook zullen de fysieke en de psychische eisen die de functies stellen worden vastgesteld. Naast het vaststellen van de kennis en vaardigheden die initieel moeten worden verworven, zullen ook normen worden ontwikkeld voor het bijhouden daarvan. Vervolgens zullen opleidingen, examens en oefeningen waar nodig worden aangepast. Tevens zal een monitor worden ontwikkeld die toeziet op de mate waarin het brandweerpersoneel door opleiding, oefening en operationele inzet op haar functievervulling is voorbereid. Met behulp van deze monitor zal ook de fysieke en psychische geschiktheid van zittend personeel gevolgd kunnen worden. Er zal instrumentarium worden ontwikkeld om deze geschiktheid periodiek te meten. Het Besluit brandweerpersoneel zal, tot slot, overeenkomstig het voorgaande worden aangepast.

Beleidsvoornemens gebaseerd op het Inspectierapport

Met de aanbeveling van de onderzoekers om het brandweerpersoneel minimaal één keer per halfjaar te oefenen in het bestrijden van binnenbranden kan ik instemmen. In de eerder in deze brief genoemde `Leidraad oefenen voor de brandweer' is deze frequentie voor het beoefenen van de binnenbrand reeds opgenomen. Ik zal er, bij de toezending van het inspectierapport, bij de gemeentebesturen op aandringen dat zij alles in het werk te stellen om de geoefendheid van het brandweerpersoneel te bevorderen.

Over de capaciteit en de kwaliteit van oefencentra zal ik met het brandweerveld in gesprek treden. Met de onderzoekers ben ik van mening dat moet worden onderzocht onder welke voorwaarden commerciële bedrijven bereid zijn in nieuwe oefencentra te investeren, waarbij de gewenste kwaliteit uitgangspunt is. Mijn streven is te komen tot een situatie waarin ieder korps binnen 60 minuten een oefencentrum kan bereiken dat voldoende is toegerust om ook ervaren brandweermensen goed te kunnen oefenen voor het bestrijden van binnenbranden.

DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES,

G. M. de Vries


*) Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie
Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie