Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag EU-Raad Algemene Zaken

Datum nieuwsfeit: 10-04-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Raad van de Europese Unie

2254. Raad - ALGEMENE ZAKEN Press Release: Luxembourg (10-04-2000) - Press: 101 - Nr: 7533/00


7533/00 (Presse 101)

(OR. en)

PERSMEDEDELING

Onderwerp :


2254e zitting van de Raad

- ALGEMENE ZAKEN -

Luxemburg, 10 april 2000
Voorzitter :

de heer Jaime GAMA

Minister van Buitenlandse Zaken van de Portugese Republiek

INHOUD

DEELNEMERS


*

BESPROKEN PUNTEN

FOLLOW-UP VAN DE CONCLUSIES VAN DE EUROPESE RAAD VAN HELSINKI


- RAADSFORMATIES


*

FOLLOW-UP VAN DE BUITENGEWONE EUROPESE RAAD VAN LISSABON


*

ZIMBABWE: Eindconclusies

*

BIRMA/MYANMAR - Conclusies

*

EU-ASEAN


*

WESTELIJKE BALKAN - Conclusies

*

RUSLAND/TSJETSJENIË - Conclusies

*

ETHIOPIË/ERITREA - Conclusies

*

INSTITUUT VOOR DE BETREKKINGEN TUSSEN DE EU EN LATIJNS-AMERIKA (IRELA)


*

TOETREDING VAN CHINA TOT DE WTO - Conclusies

*

BETREKKINGEN MET TURKIJE


*

KANTOORRUIMTE VOOR DE AFDELINGEN VAN HET SECRETARIAAT-GENERAAL VAN DE

RAAD - Conclusies

*


3e MINISTERIËLE ZITTING VAN DE IGC 2000

*

ZONDER DEBAT AANGENOMEN PUNTEN

EXTERNE BETREKKINGEN


-

Betrekkingen met Rusland *

-

Associatie met Hongarije *

-

Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid (gevolgen voor de begroting) *

-

Europese Economische Ruimte *

-


- Sociaal beleid *

-


- Civiele bescherming *

HANDELSVRAAGSTUKKEN


-

Douane-unie met Turkije *

-

Antidumpingmaategelen ten aanzien van China en Taiwan *
-

Associatieraad met Bulgarije *

BELASTING


-

Accijnstarief voor bepaalde minerale oliën in Duitsland *
ONDERZOEK


-

Overeenkomst tussen Euratom en de VS *

MILIEU


-

Grenswaarden voor benzeen en koolmonoxide in de lucht *
-

CITES-Overeenkomst - voorbereiding van de 11e Conferentie van de partijen *

JEUGD


-

Actieprogramma Jeugd* *

TRANSPARANTIE


-

Toegang van het publiek tot documenten van de Raad *
Voor meer informatie: tel. 02/285.87.04 of 02/285.68.08

DEELNEMERS

De regeringen van de lidstaten en de Europese Commissie waren als volgt vertegenwoordigd:

België :

de heer Eddy BOUTMANS

Staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking, toegevoegd aan de Minister van Buitenlandse Zaken

Denemarken
:

de heer Niels HELVEG PETERSEN

Minister van Buitenlandse Zaken

Duitsland:
:

de heer Joschka FISCHER

Minister van Buitenlandse Zaken

Griekenland
:

de heer Giorgios PAPANDREOU

Minister van Buitenlandse Zaken

de heer Christos ROKOFYLLOS

Onderminister van Buitenlandse Zaken

Spanje
:

de heer Abel MATUTES

Minister van Buitenlandse Zaken

Frankrijk
:

de heer Hubert VEDRINE

Minister van Buitenlandse Zaken

Ierland
:

de heer Brian COWEN

Minister van Buitenlandse Zaken

Italië
:

de heer Umberto RANIERI

Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken

de heer Rino SERRI

Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, Bijzondere vertegenwoordiger van het voorzitterschap voor het vredesproces in het grensconflict tussen Ethiopië en Eritrea

Luxemburg
:

mevrouw Lydie POLFER

Minister van Buitenlandse Zaken

Nederland
:

de heer Jozias VAN AARTSEN

Minister van Buitenlandse Zaken

de heer Dirk BENSCHOP

Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken

Oostenrijk
:

mevrouw Benita FERRERO-WALDNER

Minister van Buitenlandse Zaken

Portugal
:

de heer Jaime GAMA

Minister van Buitenlandse Zaken

de heer Francisco SEIXAS da COSTA

Staatssecretaris van Europese Zaken

Finland
:

de heer Erkki TUOMIOJA

Minister van Buitenlandse Zaken

de heer Kimmo SASI

Minister van Buitenlandse Handel en Europese Aangelegenheden

Zweden
:

mevrouw Anna LINDH

Minister van Buitenlandse Zaken

Verenigd Koninkrijk
:

de heer Robin COOL

Minister van Buitenlandse Zaken en Gemenebestzaken

de heer Keith VAZ

Onderminister van Buitenlandse Zaken en Gemenebestzaken


* * *


* * *

Commissie
:

de heer Romano PRODI

Voorzitter

de heer Michel BARNIER

Lid

de heer Pascal LAMY

Lid

de heer Christopher PATTEN

Lid

de heer Günter VERHEUGEN

Lid


* * *

Secretariaat-generaal van de Raad
:

de heer Javier SOLANA

Secretaris-generaal/Hoge vertegenwoordiger voor het GBVB

FOLLOW-UP VAN DE CONCLUSIES VAN DE EUROPESE RAAD VAN HELSINKI


- RAADSFORMATIES

In vervolg op de Europese Raad van Helsinki, die - in aanbeveling nr. 9 in bijlage III bij de conclusies - is overeengekomen het aantal formaties van de Raad te beperken om de samenhang en de consistentie van de werkzaamheden van de Raad te verbeteren, heeft de Raad onderstaande conclusies aangenomen.

De gekozen aanpak beoogt te beantwoorden aan het doel van de Europese Raad van Helsinki. In het kader daarvan worden bepaalde formaties van de Raad samengevoegd en wordt niet uitgesloten dat, waar mogelijk, bepaalde formaties onderling aansluitend ("back to back") worden bijeengeroepen. De voorgestelde samenvoegingen moeten zo snel mogelijk gebeuren en begin 2001 integraal zijn uitgevoerd.

Lijst van Raadsformaties - Conclusies:
A. De volgende Raadsformaties zijn mogelijk:
Algemene Zaken

Landbouw

Economische en Financiële Zaken

Milieu

Transport en Telecommunicatie

Werkgelegenheid en Sociaal beleid ( 1)

Visserij

Industrie en Energie

Justitie, Binnenlandse zaken en Civiele bescherming

Interne markt, Consumentenzaken en Toerisme Onderzoek

Begroting

Cultuur

Ontwikkeling

Onderwijs en Jeugdzaken

Volksgezondheid.

B. Het voorzitterschap zal bij de opstelling van de agenda van Raadszittingen onderling samenhangende agendapunten koppelen, zodat de aanwezigheid van de bevoegde nationale vertegenwoordigers wordt vergemakkelijkt, in het bijzonder wanneer een bepaalde Raadsformatie duidelijk verschillende onderwerpen moet behandelen. C. Het is aan de lidstaten te bepalen hoe zij op het niveau van de Raad worden vertegenwoordigd, overeenkomstig artikel 203 VEG. D. De Raad zal vóór juli 2001 de lijst van Raadsformaties bekijken, onder andere in het licht van de ervaringen met de organisatie van onderling aansluitende zittingen ("back to back") en de relevante conclusies van de Europese Raad.

FOLLOW-UP VAN DE BUITENGEWONE EUROPESE RAAD VAN LISSABON

De Raad memoreerde het welslagen van de Buitengewone Europese Raad van Lissabon over werkgelegenheid, economische hervormingen en sociale samenhang en nam nota van de informatie die door de voorzitter van de Raad en door voorzitter PRODI van de Commissie werd gegeven over de verschillende aspecten van de follow-up.

Het voorzitterschap kondigde aan, binnenkort een document te zullen doen uitgaan waarin zijn voornemens staan met betrekking tot de organisatie van de werkzaamheden van de Raad in zijn verschillende formaties inzake deze onderwerpen.

Voorzitter PRODI lichtte uitgebreid toe hoe de Commissie de verschillende mandaten zal invullen die zij in Lissabon heeft gekregen en die met name de volgende aangelegenheden betreffen: Actieplan e-Europa; Europese ruimte van onderzoek en innovatie; Meerjarenprogramma voor Ondernemingen en Ondernemerschap 2001-2005; Globale richtsnoeren voor het economisch beleid: gezond macro-economisch beleid, begrotingsconsolidatie, kwaliteit en houdbaarheid van de overheidsfinanciën; Interne markt: pensioenfondsen, postdiensten, overheidsopdrachten, financiële diensten, onderwijs en opleiding: e-leren; Naar een nieuwe Europese sociale agenda, en de toekomstige ontwikkeling van de sociale bescherming; jaarlijks samenvattend verslag voor de (eerste) gewone Raadszitting in het voorjaar.

De Raad zal bij de voorbereiding van de Europese Raad van Feira, tijdens zijn zitting van 13/14 juni, de gelegenheid hebben te beoordelen hoe de werkzaamheden op deze gebieden in de verschillende Raadsformaties zijn gevorderd.

ZIMBABWE: Eindconclusies

De Raad herinnerde aan het fundamentele belang van de eerbiediging van de mensenrechten, de democratische beginselen en de rechtsstaat en deed een beroep op de regering van Zimbabwe om recht en orde te handhaven en het internationale recht en de internationale normen in acht te nemen. In dit verband veroordeelde hij de in het parlement van Zimbabwe aangenomen wetgeving op grond waarvan landbouwgrond zonder compensatie geconfisqueerd mag worden en deed een beroep op de regering van Zimbabwe om de beslissing van de rechter te gehoorzamen en een eind te maken aan illegale bezettingen.

De Raad merkte op dat de Europese Unie de belangrijkste ontwikkelingspartner van Zimbabwe is en bevestigde nogmaals dat de EU hecht aan een geordende en transparante landbouwhervorming, die de rechten van alle burgers eerbiedigt.

De Raad herinnerde tevens aan de verbintenis van de regering van Zimbabwe om in mei 2000 verkiezingen te houden en drong er bij de regering op aan de voorwaarden te scheppen voor het houden van vrije en eerlijke verkiezingen. Onder die voorwaarden onderschreef de Raad de bereidheid van de EU om de verkiezingen te steunen en te volgen.

De Raad verzocht de missiehoofden in Harare de politieke situatie scherp in het oog te houden en spoedig een verslag uit te brengen, op grond waarvan hij een beslissing omtrent latere stappen zal nemen.

BIRMA/MYANMAR - Conclusies

De Raad sprak zijn bezorgdheid uit over de toestand in Birma/Myanmar, in het bijzonder over de voortdurende en nog versterkte onderdrukking van de burgerrechten en de politieke rechten, evenals over de bijzonder benarde omstandigheden die verhinderen dat de mensen in het genot kunnen worden gesteld van economische, sociale en culturele rechten. De Raad drong er nogmaals bij de Birmese autoriteiten op aan de mensenrechten na te leven, de democratie te herstellen en met de oppositie een dialoog aan te gaan die kan leiden tot nationale verzoening in een eendrachtige en democratische staat. Derhalve besloot de Raad:


- het gemeenschappelijk standpunt inzake Birma/Myanmar nog eens met zes maanden te verlengen en tegelijkertijd

a) de uitvoer van uitrusting die gebruikt zou kunnen worden voor interne onderdrukking of terrorisme, te verbieden; b) de thans vigerende visumregeling aan te scherpen door de namen te noemen van de daaronder vallende leden van het regime en mensen die het steunen; met instemming van alle lidstaten kan het verbod op het afgeven van een visum aan de minister van Buitenlandse Zaken worden opgeschort indien dit in het belang van de EU is, en

c) de buitenlandse tegoeden van deze personen te bevriezen;


- verdere inspanningen te doen om de doelstellingen van het EU-beleid jegens Birma/Myanmar uit te leggen en te promoten door een zinvolle politieke dialoog aan te gaan. Om dit te bereiken zal de EU een tweede trojkamissie naar Rangoon/Yangon sturen; en


- de Commissie te verzoeken de mogelijkheden te onderzoeken voor meer humanitaire hulp aan Birma/Myanmar.

EU-ASEAN

De Raad bevestigde nogmaals het belang van de EU-ASEAN-betrekkingen en besloot ASEAN voor te stellen in de loop van 2000 in Azië een ministeriële bijeenkomst te beleggen, die zal worden voorbereid tijdens een bijeenkomst van hoge ambtenaren onder Portugees voorzitterschap.

WESTELIJKE BALKAN - Conclusies

De Raad luisterde naar uiteenzettingen van de SG/HV en de Commissie over de toekomst in de Westelijke Balkan overeenkomstig het aan hen door de Europese Raad van Lissabon verleende mandaat. Hij was verheugd over hun voornemen om dat gebied vaker te bezoeken, ook teneinde de alomvattende dialoog met de Servische civiele samenleving te bevorderen en verdere voorstellen te doen, mede wat betreft de handel en het bespoedigen van de steun, vooral aan Montenegro. De Raad luisterde tevens naar een uiteenzetting van de speciale vertegenwoordiger van de EU die optreedt als coördinator van het Stabiliteitspact, over het welslagen van de regionale financieringsconferentie, en nam nota van de toezeggingen van alle deelnemers, zowel begunstigde landen als donors.

De Raad nam er nota van dat er in Bosnië en Herzegovina op 8 april gemeenteraadsverkiezingen zijn gehouden die enkele bemoedigende ontwikkelingen naar niet-nationalistische politieke krachten te zien geven. Hij riep de betrokken autoriteiten op spoedig gevolg te geven aan de verkiezingsuitslagen als bijdrage tot de volledige implementatie van de akkoorden van Dayton en Parijs en de verklaring van New York, alsmede van de in het kader van de gezamenlijke adviserende stuurgroep opgestelde leidraad.

De Raad juichte het besluit van de Servische Nationale Raad (SNV) toe om vertegenwoordigers aan te wijzen voor de gezamenlijke bestuurlijke interimstructuren en voor de overgangsraad van Kosovo; hij hoopt dat dit de eerste stap is op weg naar volledige medewerking. Dit zal bijdragen aan het democratiseringsproces in Kosovo en de volledige uitvoering van resolutie 1244 van de VN-Veiligheidsraad. De Raad benadrukte het belang van een gedegen voorbereiding van plaatselijke verkiezingen in Kosovo.

De Raad onderstreepte voorts het belang dat hij blijft hechten aan een krachtige eensgezinde inspanning van de EU, de VS en de Russische Federatie ten aanzien van de Westelijke Balkan.

De Raad nodigde de Commissie uit een actieve rol te spelen in de "Adriatisch-Ionische Raad", die op 19/20 mei tijdens de Adriatische conferentie in Ancona moet worden ingesteld.

RUSLAND/TSJETSJENIË - Conclusies

De Raad kreeg een verslag te horen van minister van Buitenlandse Zaken Gama en SG/HV Solana over hun ontmoetingen met de nieuwgekozen president Poetin en minister van Buitenlandse Zaken Ivanov, op 7 april in Moskou. De Raad vindt het bemoedigend dat president Poetin de wens uitsprak om de komende jaren tussen Rusland en de EU een strategisch partnerschap te ontwikkelen en dat de sfeer tijdens de besprekingen van de belangrijkste zaken goed was.

De Raad hoopt dat de verkiezing van Poetin nieuw elan zal geven aan het partnerschap tussen de EU en de Russische Federatie op basis van gemeenschappelijke waarden en gezamenlijke doelstellingen. Ook hoopt de Raad dat het politieke en economische hervormingsproces in Rusland onder zijn leiding spoedig mag leiden tot tastbare resultaten. De Raad hoopt dat Rusland de uitvoering van de Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst in al zijn aspecten krachtiger zal nastreven. De Raad benadrukte dat een open en vrije dialoog over punten van zorg een essentieel onderdeel is van het strategisch partnerschap voor de lange termijn.

De Raad memoreerde de conclusies van de Europese Raad van Lissabon van
23/24 maart en de conclusies van de Raad Algemene Zaken van 20 maart, en betreurde nogmaals het intense lijden van de burgerbevolking alsmede de aanhoudende meldingen van vermeende schendingen van de mensenrechten en van het internationale humanitaire recht in Tsjetsjenië. De recente debatten en aanbevelingen van de Parlementaire vergadering van de Raad van Europa en de debatten in de Mensenrechtencommissie in Genève weerspiegelen de bezorgdheid van de Europese publieke opinie over het conflict. De Raad sprak zijn steun uit voor de voortdurende samenwerking met en hulp aan Rusland van de Raad van Europa, zolang Rusland zich houdt aan zijn toezeggingen.
Tegelijkertijd erkent de Raad dat de Russische autoriteiten zich inspanningen getroosten door deskundigen van de Raad van Europa te ontvangen ten kantore van de heer Kalamanov en door in te stemmen met de publicatie van het verslag van het Comité ter voorkoming van foltering. De Raad nam ook nota van het feit dat het Rode Kruis vrije toegang tot de gevangenkampen is toegezegd.

De Raad schaarde zich achter de oproep van de Hoge VN-commissaris voor de mensenrechten aan de Russische Federatie om overeenkomstig internationaal erkende normen een nationale, onafhankelijke commissie op brede basis te installeren, die een onderzoek moet instellen naar de ernstige aantijgingen van schendingen van de mensenrechten. Zij die daaraan schuldig worden bevonden, moeten voor het gerecht worden gebracht.

De Raad keek uit naar het bezoek dat de fungerend voorzitter van de OVSE op 14-15 april aan de regio zou brengen om de weg voor te bereiden voor een spoedige hervatting van de activiteiten van de permanente missie (Assistance Group) in Tsjetsjenië, zodat deze haar mandaat volledig kan vervullen. De Raad bevestigde dat de trojka van EU-Missiehoofden en het evaluatietam van ECHO overeenstemming hebben bereikt over de bezoeken aan Tsjetsjenië.

De Raad luisterde ook naar een presentatie door Frankrijk van het voorstel voor een partnerschap op lange termijn met Rusland en verzocht de bevoegde Raadsinstanties en de Commissie dit voorstel te bestuderen.

De Raad rondde het EU-standpunt voor de derde Samenwerkingsraad tussen de EU en Rusland af. De Raad ziet uit naar de Topontmoeting tussen de EU en Rusland die op 17 mei in Moskou zal worden gehouden.

ETHIOPIË/ERITREA - Conclusies

De Raad werd door de bijzondere vertegenwoordiger van het voorzitterschap, senator Rino Serri, ingelicht over de situatie in Ethiopië en Eritrea. Hij gaf uiting aan zijn diepe bezorgdheid over de humanitaire situatie, die nog verergerd wordt door het onnodige conflict tussen Ethiopië en Eritrea. Hij bevestigde nogmaals zijn volledige steun voor de inspanningen van het voorzitterschap van de OAE om het conflict snel te beëindigen, en verzocht zijn bevoegde instanties de mogelijkheid van EU-steun voor de uitvoering van de vredesregeling te overwegen. Hij gaf ook uiting aan zijn bezorgdheid over de omvang van de wapenverkopen aan de regio, vooral gelet op de humanitaire situatie.

De Raad werd door de Commissie geïnformeerd over haar voedselhulp. Hij wees op de behoefte aan een gecoördineerde aanpak met de VN om de doeltreffende en snelle internationale hulpverlening te waarborgen. Hij riep Ethiopië en Eritrea op deze hulpverlening te vergemakkelijken en te zorgen voor de veiligheid van de voedselhulp en de humanitaire steun.

INSTITUUT VOOR DE BETREKKINGEN TUSSEN DE EU EN LATIJNS-AMERIKA (IRELA)

Op verzoek van de Duitse en de Spaanse delegatie besprak de Raad de financiële moeilijkheden die het IRELA ("Instituto de Relaciones Europeo-Latinoamericanas") in Madrid ondervindt.

De Raad wees op het waardevolle werk van het Instituut. Het belang onderstrepend van naleving van de communautaire begrotingsprocedures, verzocht hij tevens de Commissie een voorlopige oplossing te zoeken voor de financiële problemen van het IRELA, teneinde te voorkomen dat het Instituut tijdelijk zou moeten worden gesloten.

TOETREDING VAN CHINA TOT DE WTO - Conclusies

De Raad kreeg van Commissielid Pascal LAMY de laatste informatie over de meest recente bilaterale onderhandelingsronde over China's toetreding tot de WTO. De Raad verleende zijn volledige steun aan de opstelling van het Commissielid en wees erop dat de EU in haar weinige resterende verzoeken reeds blijk heeft gegeven van soepelheid. De Raad benadrukte dat indien China, rekening houdend met de specifieke belangen van de EU, eenzelfde houding zou aannemen, dit de weg zou vrijmaken om tot overeenstemming te komen.

BETREKKINGEN MET TURKIJE

De Raad hechtte zijn goedkeuring aan het standpunt dat de Gemeenschap zou moeten innemen tijdens de 39e bijeenkomst van de Associatieraad EU-Turkije in Luxemburg op 11 april 2000.

Het EU-standpunt bestrijkt tevens onderstaande ontwerp-besluiten die de Associatieraad moet nemen aangaande:


- de instelling van acht subcomités van het Associatiecomité, een en ander binnen de context van Turkijes kandidatuur voor toetreding tot de EU en met als doel de vorderingen met de onderlinge aanpassing van de wetgeving te volgen en zowel de pretoetredingsstrategie van de EU als het Turkse nationale actieprogramma te begeleiden;

- de opening van onderhandelingen, gericht op de liberalisering van diensten en de wederzijdse openstelling van de markten voor overheidsopdrachten; deze onderhandelingen zullen binnenkort beginnen;

- de intrekking van Besluit 4/72 inzake de definitie van het begrip "producten van oorsprong" uit Turkije; dit besluit is thans overbodig omdat protocol 3 bij Besluit 1/98 van de Associatieraad EG-Turkije van 25 februari 1998 betreffende de handelsregeling voor landbouwproducten de oorsprongsvoorschriften bevat die van nu aan dienen te worden toegepast op de handel in landbouwproducten tussen Turkije en de Gemeenschap.

KANTOORRUIMTE VOOR DE AFDELINGEN VAN HET SECRETARIAAT-GENERAAL VAN DE

RAAD - Conclusies

De Raad:


- tekent aan dat er, tengevolge van de recente oprichting van nieuwe eenheden, in het Justus-Lipsiusgebouw niet voldoende ruimte is om alle afdelingen van het secretariaat-generaal van de Raad te huisvesten;

- is het erover eens dat alle gebouwen van de Raad zich uiteindelijk in de buurt van het Justus-Lipsiusgebouw dienen te bevinden en machtigt de secretaris-generaal om contact op te nemen met de bevoegde Belgische autoriteiten teneinde te overleggen over de voorwaarden voor het bouwen/aankopen/leasen van een ander gebouw in de directe omgeving;

- hecht zijn goedkeuring aan het voorstel van de secretaris-generaal om afdelingen van het secretariaat waarvan het werk een hoog beveiligingsniveau vergt, en in het bijzonder een aantal afdelingen met verantwoordelijkheid op het gebied van GBVB en GVDB, voorlopig onder te brengen in het gebouw aan de Kortenberglaan; deze oplossing biedt de mogelijkheid van optimale beveiliging tegen de laagst mogelijke kosten, op de kortst mogelijke termijn en zonder dat het normale werk van de Raad wordt verstoord;

- dringt erop aan dat de noodzakelijke begrotingsbesluiten, zoals voorgesteld door de secretaris-generaal van de Raad, zo spoedig mogelijk worden genomen teneinde iedere vertraging in de uitvoering van het GVDB te voorkomen.

Dit besluit is niet van invloed op de vestiging van bepaalde afdelingen in het Frère-Orbangebouw.

o

o o


3e MINISTERIËLE ZITTING VAN DE IGC 2000

De 3e ministeriële conferentie - gehouden in de marge van de Raad - werd voorafgegaan door de thans gebruikelijke ontmoeting met de voorzittter van het Europees Parlement, mevrouw FONTAINE.

Tijdens deze ontmoeting bracht de voorzitter van de Groep vertegenwoordigers, staatssecretaris SEIXAS da COSTA, verslag uit over de werkzaamheden van de Groep sinds de vorige ministeriële zitting van
20 maart. Hij vertelde dat de Groep tweemaal bijeen is gekomen voor het volgende:


- afronding van de eerste besprekingen over de mogelijke uitbreiding van stemming met gekwalificeerde meerderheid door bestudering van specifieke vragen die zich voordoen ten aanzien van artikel 308 (voorheen 235) en de JBZ-bepalingen;

- debat over de omvang en de samenstelling van de Commissie en het wegen van stemmen in de Raad, evenals een eerste verslag van de Groep "Vrienden van het voorzitterschap" over de hervorming van het Hof van Justitie en het Gerecht van eerste aanleg.
De voorzitter van het Europees Parlement, mevrouw FONTAINE, schetste de belangrijkste onderdelen van het advies van het Parlement inzake de IGC, dat het Europees Parlement naar verwachting later deze week zal aannemen.

Tijdens de ministeriële zitting van de IGC werd met name gedebatteerd over de vragen die zich voordoen in verband met de voorgestelde uitbreiding van stemmen met gekwalificeerde meerderheid, en deed dit op basis van een nota van het voorzitterschap die is toegespitst op de complexere bepalingen - d.w.z. fiscaliteit, sociale zekerheid, milieu - waarbij toepassing van gekwalificeerde meerderheid op de gehele bepaling uitgesloten is, maar die maatregelen behelzen die voor toepassing van SGM in aanmerking komen. Voor elk van de genoemde onderwerpen gaf het voorzitterschap gedetailleerd aan welke benadering het denkt te onderzoeken.

De ministers namen ook nota van het voorlopige werkprogramma voor de tweede fase van de IGC, tot aan de Europese Raad te Feira op
19/20 juni.

ZONDER DEBAT AANGENOMEN PUNTEN

(Besluiten die vergezeld gaan van verklaringen voor de Raadsnotulen die de Raad voor het publiek beschikbaar heeft gesteld, zijn aangegeven met een asterisk; deze verklaringen zijn verkrijgbaar bij de Persdienst.)

EXTERNE BETREKKINGEN

Betrekkingen met Rusland

De Raad hechtte zijn goedkeuring aan het standpunt van de Europese Unie voor de derde zitting van de Samenwerkingsraad EU-Russische Federatie die op 10 april 2000 's avonds in Luxemburg is gehouden (zie Mededeling aan de Pers 7534/00 Presse 102).

Ook nam de Raad nota van de door het voorzitterschap en de hoge vertegenwoordiger verstrekte informatie over de stand van zaken bij de voorbereiding van de Topontmoeting tussen de EU en Rusland die op
17 mei 2000 in Moskou moet plaatsvinden.

De Raad nam richtsnoeren voor de Commissie aan voor de onderhandelingen over een multilaterale kaderovereenkomst ter vergemakkelijking van de samenwerking op het gebied van het beheer van afgewerkte splijtstof en kernafval in de Russische Federatie.

Associatie met Hongarije

Namens de EU keurde de Raad het besluit goed over de overgang naar de tweede etappe van de Associatie, overeenkomstig artikel 6 van de Europa-overeenkomst, welk besluit middels de schriftelijke procedure door de Associatieraad EU-Hongarije dient te worden aangenomen.

Er zij op gewezen dat artikel 6 van de Europa-overeenkomst EU-Hongarije voorziet in een overgangsperiode van ten hoogste tien jaar, verdeeld in twee opeenvolgende etappes, van in beginsel vijf jaar. De overeenkomst is op 1 februari 1994 in werking getreden en de eerste etappe is dus op 31 januari 1999 afgelopen.

In artikel 6 staat eveneens dat de Associatieraad een besluit moet nemen over de overgang naar de tweede etappe, waarbij rekening dient te worden gehouden met de stand van de toepassing van de overeenkomst alsmede met "de resultaten van Hongarije in het proces dat tot een markteconomie leidt".

Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid (gevolgen voor de begroting)

De Raad keurde een document goed - Jaarlijks verslag - over de voornaamste aspecten en de fundamentele keuzen van het GBVB, met inbegrip van de gevolgen ervan voor de algemene begroting der Gemeenschappen, dat aan het Europees Parlement dient te worden voorgelegd.

In punt H.40 van het Interinstitutioneel Akkoord (IIA) van 6 mei 1999 over de begrotingsdiscipline en de verbetering van de begrotingsprocedure, wordt bepaald dat "het voorzitterschap van de Raad het Europees Parlement eenmaal per jaar raadpleegt over een document van de Raad dat de voornaamste aspecten en de fundamentele keuzen van het GBVB, met inbegrip van de financiële gevolgen ervan voor de algemene begroting der Europese Gemeenschappen behelst".

Het door de Raad goedgekeurde document voldoet aan dezelfde criteria als de twee vorige verslagen, namelijk:


- het document beperkt zich tot de beschrijving van GBVB-activiteiten, bijvoorbeeld gemeenschappelijke standpunten, gemeenschappelijke optredens en uitvoeringsbesluiten; verklaringen en demarches; politieke dialoog;

- het is een aanvulling op het hoofdstuk externe betrekkingen van het jaarverslag betreffende de vorderingen van de Europese Unie, dat aan het Parlement wordt uitgebracht op grond van artikel 4 van het VEU;

- de grote prioriteiten van de Unie op het gebied van de externe betrekkingen, zoals die bijvoorbeeld in de conclusies van de Europese Raad worden verwoord, komen in het "artikel 4"-verslag aan de orde.

Europese Economische Ruimte


- Sociaal beleid

Namens de EU hechtte de Raad zijn goedkeuring aan een ontwerp-besluit van het Gemengd Comité van de EER tot wijziging van Protocol 31 (Samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden) bij de EER-Overeenkomst - sociaal beleid.

De wijziging strekt tot uitbreiding van de samenwerking op het gebied van het sociaal beleid en voorziet in een kader voor samenwerking en stelt de voorwaarden vast voor een volwaardige deelname van de EVA/EER-staten aan het communautaire actieprogramma (het programma Daphne: 2000-2003) betreffende preventieve maatregelen ter bestrijding van geweld tegen kinderen, jongeren en vrouwen.


- Civiele bescherming

Namens de EU hechtte de Raad zijn goedkeuring aan een ontwerp-besluit van het Gemengd Comité van de EER tot wijziging van Protocol 31 (Samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden) bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte - civiele bescherming.

De wijziging strekt tot uitbreiding van de samenwerking op het gebied van de civiele bescherming en voorziet in een kader voor samenwerking en stelt de voorwaarden vast voor een volwaardige deelname van de EVA/EER-staten aan de communautaire programma's en acties ter zake, zoals vastgelegd bij de beschikking van de Raad van 9 december 1999.

HANDELSVRAAGSTUKKEN

Douane-unie met Turkije

De Raad nam een verordening aan betreffende de uitvoering van maatregelen ter verdieping van de douane-unie EG-Turkije.

Met de verordening wordt beoogd een bijdrage te leveren aan de inspanningen die Turkije zich getroost om zich voor te bereiden op de toetreding, door de integratie met de Europese Unie te bevorderen op alle terreinen die verband houden met de verdieping van de douane-unie. Deze maatregelen voorzien in een financiële steun voor samenwerkingsprojecten en -acties op diverse terreinen binnen de douane-unie met een financiële referentie van 15 miljoen euro voor de uitvoering van deze verordening gedurende de periode 2000-2002.

Antidumpingmaategelen ten aanzien van China en Taiwan

De Raad nam een verordening aan tot uitbreiding van het definitief antidumpingrecht dat werd ingesteld bij Verordening (EG) nr. 584/96 op de invoer van bepaalde hulpstukken voor buisleidingen, van ijzer of metaal, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, tot de invoer van dezelfde hulpstukken, verzonden uit Taiwan, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Taiwan.

Deze verordening volgt op een onderzoek door de Commissie waaruit blijkt dat in het geval van de oorspronkelijke antidumpingmaatregelen, de invoer van hulpstukken van oorsprong uit de Volksrepubliek China werd ontweken door de invoer van hetzelfde product uit de Volksrepubliek China dat via Taiwan wordt verzonden.

Een aantal Taiwanese bedrijven is vrijgesteld van de uitbreiding van het antidumpingrecht en verdere verzoeken om vrijstelling kunnen aan de Commissie worden gericht voor invoer die het bij deze verordening ingestelde antidumpingrecht niet ontwijkt.

Associatieraad met Bulgarije

De Raad keurde namens de Gemeenschap een door de Associatieraad EU-Bulgarije aan te nemen onwerp-besluit goed betreffende de verlenging, van 1 januari tot en met 31 december 2000, van het systeem van dubbele controle, in 1998 bij Besluit 3/97 van de Associatieraad ingevoerd en vervolgens bij Besluit 3/99 verlengd, dat van toepassing is op bepaalde ijzer- en staalproducten uit Bulgarije.

Tevens nam de Raad de overeenkomstige communautaire uitvoeringsverordening voor deze maatregel aan.

BELASTING

Accijnstarief voor bepaalde minerale oliën in Duitsland
De Raad nam een beschikking aan waarbij Duitsland wordt gemachtigd in overeenstemming met de procedure van artikel 8, lid 4, van Richtlijn 92/81/EEG, een verlaagd accijnstarief toe te passen op bepaalde minerale oliën die gebruikt worden voor bijzondere doeleinden.

Krachtens deze bepaling mogen landen uit specifieke beleidsoverwegingen vrijstellingen of verlagingen van de accijnstarieven op minerale oliën invoeren. In het geval van Duitsland is de maatregel toegestaan om de lopende Duitse hervorming van de milieubelastingswet mogelijk te maken, die gedifferentieerde accijnstarieven inhoudt op minerale oliën afhankelijk van hun zwavelgehalte. De verlaging mag van 1 november 2001 tot en met
31december 2002 worden toegepast op brandstoffen met een zwavelgehalte van ten hoogste 50 ppm.

ONDERZOEK

Overeenkomst tussen Euratom en de VS

De Raad nam een besluit aan waarbij de Commissie wordt gemachtigd te onderhandelen over een samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, vertegenwoordigd door de Commissie, en het Amerikaanse ministerie van Energie, op het gebied van onderzoek en ontwikkeling inzake fusie-energie.

MILIEU

Grenswaarden voor benzeen en koolmonoxide in de lucht
Aansluitend op het tijdens de Raad Milieu van 13/14 december 1999 bereikte unaniem politiek akkoord, nam de Raad formeel zijn gemeenschappelijk standpunt aan inzake het voorstel voor een richtlijn betreffende grenswaarden voor benzeen en koolmonoxide in de lucht. Met de voorgestelde richtlijn wordt beoogd een hoog beschermingsniveau voor de volksgezondheid te bieden en de kwaliteit van het leven voor de EU-burgers te verbeteren, met name in de grote steden. Het gemeenschappelijk standpunt wordt nu voor tweede lezing toegezonden aan het Europees Parlement, overeenkomstig de medebeslissingsprocedure (artikel 251 van het EG-Verdrag).

In de voorgestelde richtlijn worden voor het eerst luchtkwaliteitsnormen voor benzeen en koolmonoxide vastgesteld voor de gehele EU. In het gemeenschappelijk standpunt wordt een grenswaarde gesteld voor benzeen van

5mg/m3, waaraan op 1 januari 2010 moet zijn voldaan, en voor koolmonoxide van 10 mg/m3 waaraan op 1 januari 2005 moet zijn voldaan. Hiertoe moeten de emissies van benzeen met 70% worden teruggedrongen en moeten de piekwaarden van CO met een derde naar beneden.
Zoals bekend is koolmonoxide een van de meest voorkomende toxische stoffen die de lucht verontreinigen en schaadt de stof de menselijke gezondheid doordat de voor het lichaam beschikbare hoeveelheid zuurstof wordt verminderd. Van benzeen is bekend dat het een genotoxische kankerverwekkende stof is die het risico op leukemie verhoogt. Voor beide stoffen is het wegverkeer de belangrijkste emissiebron. Voor benzeen zijn ook de brandstofdistributie, petroleumraffinaderijen en de chemische industrie belangrijke bronnen van emissie, voor koolmonoxide alle verbrandingsprocessen.

De voorgestelde richtlijn maakt deel uit van een geïntegreerd maatregelenpakket om problemen in verband met luchtverontreiniging aan te pakken in aansluiting op de aanneming van de kaderrichtlijn luchtkwaliteit in 1996 (Richtlijn 96/62/EG). Op 22 april 1999 is een eerste "dochterrichtlijn" aangenomen met grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofoxiden, zwevende deeltjes en lood. De Commissie is voornemens verdere voorstellen in te dienen voor de bestrijding van andere verontreinigende stoffen, waaronder kankerverwekkende.

CITES-Overeenkomst - voorbereiding van de 11e Conferentie van de partijen

De Raad nam conclusies aan voor de 11e Conferentie van de partijen bij de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dieren- en plantensoorten (CITES), die van 10 tot
20 april in Niarobi wordt gehouden. Deze conclusies zijn erop gericht de voorberereiding van de Conferentie te vergemakkelijken ten aanzien van hoofdpunten op de aganda, in het bijzonder walvissen, Afrikaanse olifanten, Cubaanse schildpadden en haaien.

JEUGD

Actieprogramma Jeugd*

In aansluiting op de in de vergadering van het Bemiddelingscomité van
29 februari 2000 met het Europees Parlement bereikte overeenstemming, nam de Raad formeel het besluit aan tot vaststelling van het communautaire actieprogramma Jeugd, waarbij de Nederlandse delegatie tegenstemde.

In het nieuwe programma Jeugd wordt een aantal reeds bestaande programma's, met name het "Jeugd voor Europa"-programma en het "Europees vrijwilligerswerk voor jongeren" in één enkel programma samengebracht. Het programma is gericht op bevordering van de samenwerking op het gebied van jeugdbeleid, gebaseerd op informeel onderwijs en informele opleiding en uitwisseling van jongeren, binnen de Gemeenschap en met derde landen. Het past in het ruimere kader van de inspanningen van de Gemeenschap in de sectoren onderwijs en opleiding, en vormt aldus een aanvulling op de programma's SOCRATES en LEONARDO.

Het programma heeft tot doel:


- jongeren de mogelijkheid bieden kennis, bekwaamheden en vaardigheden te verwerven die hen kunnen helpen in hun verdere ontwikkeling;
- initiatief, ondernemingsgeest en creativiteit bij jongeren stimuleren;

- jongeren de mogelijkheid bieden een actieve rol in de samenleving te spelen en zich tot verantwoordelijke burgers te ontwikkelen;

- de actieve bijdrage van jongeren aan de Europese integratie bevorderen en hun solidariteitsbesef versterken;
- de eerbiediging van de mensenrechten en de bestrijding van racisme en vreemdelingenhaat helpen bevorderen en de samenwerking op het gebied van het jeugdbeleid verbeteren.
"JEUGD VOOR EUROPA" is een maatregel die uitwisselingen bevordert van jongeren van 15 tot 25 jaar. De maatregel steunt activiteiten, bij voorkeur multilaterale, die gebaseerd zijn op transnationale partnerschappen tussen groepen jongeren. De bedoeling is hun de mogelijkheid te bieden verschillende sociale en culturele omgevingen te leren kennen. Het programma is in het bijzonder gericht op jongeren voor wie andere programma's, zoals SOCRATES of LEONARDO, niet gemakkelijk toegankelijk zijn. Voorts steunt het programma activiteiten om jongeren voor te bereiden op mobiliteit door hun talenkennis te verruimen en hen meer open te doen staan voor andere culturen.

"EUROPEES VRIJWILLIGERSWERK VOOR JONGEREN" is gericht op jongeren tussen 18 en 25 jaar die gedurende een beperkte periode (maximum 12 maanden) onbezoldigd een maatschappelijk nuttige activiteit zonder winstoogmerk ondernemen, als ervaring buiten het reguliere onderwijs. Hiermee beoogt het programma jongeren de mogelijkheid te bieden om vaardigheden en bekwaamheden op sociaal en cultureel vlak te ontwikkelen, maatschappelijke behoeften te helpen lenigen op de meest uiteenlopende terreinen (sociaal, sociaal-cultureel, leefmilieu, cultuur, enz.) en met andere culturen en talen in contact te komen.

Naast deze beide maatregelen behelst het programma ook steun voor "JONGERENINITIATIEVEN", een maatregel die jongeren aanmoedigt deel te nemen aan vernieuwende en creatieve projecten en initiatieven die engagement op lokaal, regionaal, nationaal of Europees niveau behelzen, "GEZAMENLIJKE ACTIES", een maatregel die acties uit hoofde van dit programma combineert met acties uit hoofde van andere communautaire programma's inzake onderwijs en beroepsopleiding, en "BEGELEIDENDE MAATREGELEN" gericht op opleiding van en samenwerking tussen personen die zich bezighouden met jeugdbeleid, jeugdinformatiecampagnes op Europees niveau en jeugdstudies.

Aan het programma kan tevens worden deelgenomen door de EVA-landen die deel uitmaken van de Europese Economische Ruimte, de geassocieerde landen van Midden- en Oost-Europa, Cyprus, Turkije en Malta, onder de met die landen overeengekomen of nog overeen te komen voorwaarden.

TRANSPARANTIE

Toegang van het publiek tot documenten van de Raad
De Raad hechtte zijn goedkeuring aan de antwoorden op


- het tweede confirmatief verzoek van de heer Steve PEERS in 2000, waarbij de Deense, de Finse en de Zweedse delegatie tegenstemden;
- het derde confirmatief verzoek voor toegang tot documenten van de heer Steve PEERS in 2000, waarbij de Deense delegatie tegenstemde;

- het confirmatief verzoek van mevrouw Anne BERGMAN-TAHON, waarbij de Deense en de Finse delegatie tegenstemden en
- het tweede confirmatief verzoek van de heer Roland LOUSKI in
2000, waarbij de Deense en de Finse delegatie tegenstemden.
Footnotes:

( 1) De naamswijziging van deze formatie weerspiegelt de bewoordingen van recente verdragswijzigingen.


reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie