Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Rapport overeenkomst Estland over afschaffing visumplicht

Datum nieuwsfeit: 11-04-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

advies rvs en nader rapport overeenkomst met republiek es tland inzake afschaffing van de visumplicht

Gemaakt: 11-4-2000 tijd: 11:17


2

T W E E D E K A M E R D E R S T A T E N - G E N E R A A L



---

Vergaderjaar 1999-2000 nr. 204 a



---


27 068 (R 1649) Overeenkomst tussen de regeringen van het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk België en het Groothertogdom Luxemburg, enerzijds, en de regering van de Republiek Estland, anderzijds, inzake de afschaffing van de visumplicht; Brussel, 9 juni
1999

A ADVIES RAAD VAN STATE VAN HET KONINKRIJK EN NADER RAPPORT

Hieronder zijn opgenomen het advies van de Raad van State van het Koninkrijk d.d. 7 september 1999 en het nader rapport d.d. 3 maart
2000, aangeboden aan de Koningin door minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de minister van Justitie. Het advies van de Raad van State is cursief afgedrukt.

ADVIES RAAD VAN STATE

Bij Kabinetsmissive van 9 augustus 1999, no.99.003752, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Justitie, bij de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt de Overeenkomst tussen de regeringen van het Koninkrijk der Nederlanden, het Koninkrijk België en het Groothertogdom Luxemburg, enerzijds, en de regering van de Republiek Estland, anderzijds, inzake de afschaffing van de visumplicht; Brussel, 9 juni 1999 (Trb.1999, 116).


1. Het protocol tot opneming van het Schengen-acquis in het kader van de Europese Unie bij het Verdrag van Amsterdam voorziet in incorporatie van de Schengen-samenwerking in de nieuwe titel IIIA van het EG-Verdrag respectievelijk titel VI van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Inmiddels heeft de Raad van de Europese Unie uitvoering gegeven aan zijn verplichting om op grond van artikel 2, eerste lid, van het protocol de rechtsgrondslag vast te stellen van de bepalingen van het Schengen-acquis, met inbegrip van de besluiten van het Uitvoerend comité. Bij besluiten 1999/435/EG en 1999/436/EG van 20 mei
1999, PbEG 1999, L 176/1 en L 176/17. In dit verband is van belang dat artikel 9 van de Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen en het daarop gebaseerde besluit van het Uitvoerend Comité dat in casu aan de orde is, een nieuwe rechtsgrondslag hebben gekregen in artikel 62, tweede lid, onder b, van titel IIIA van het EG-Verdrag. Zie PbEG 1999, L 176/17, Bijlage A, artikel 2, en Bijlage C, artikel
4. Naar het oordeel van de Raad van State van het Koninkrijk is het wenselijk in de toelichtende nota nader in te gaan op de eventuele gevolgen van deze wijziging van rechtsgrondslag voor de bevoegdheid van de Benelux-staten om zelfstandig visumafschaffingsverdragen met derde landen te sluiten. Daarbij zou in beschouwing moeten worden genomen, dat het Protocol betreffende de buitenlandse betrekking van de lidstaten in verband met de overschrijding van de buitengrenzen bij het Verdrag van Amsterdam, geen betrekking heeft op het visumbeleid van de lidstaten. Zie in dit verband ook het nader rapport op het advies van de Raad inzake de rijkswet houdende goedkeuring van het Verdrag van Amsterdam, kamerstukken II 1997/98 25 922 (R1613), A, onderdeel 3c.


2. Voor een redactionele kanttekening verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.

De Raad van State van het Koninkrijk geeft U in overweging goed te vinden dat bedoelde Overeenkomst wordt overgelegd aan de beide Kamers der Staten-Generaal en aan de Staten van de Nederlandse Antillen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.

De Vice-President van de

Raad van State van het Koninkrijk,


2

Bijlage bij het advies van de Raad van State van het Koninkrijk van 7 september 1999, no.W02.99.0432/II/K, met een redactionele kanttekening die de Raad in overweging geeft.

Toelichtende nota.

Met het oog op de toegankelijkheid van regelgeving, de vindplaats van het besluit van 16 december 1998 van het Uitvoerend Comité van Schengen vermelden: Besluit van 16 december 1998, SCH/Com-ex (98) 53,
2de herz.

NADER RAPPORT

Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 9 augustus
1999, nr. 99.003752, machtigde Uwe Majesteit de Raad van State van het Koninkrijk zijn advies inzake het bovenvermelde verdrag rechtstreeks aan mij te doen toekomen.

Dit advies, gedateerd 7 september 1999, nr. W02.99.0432/II/K, bied ik U hierbij aan.


1. Ingevolge het advies van de Raad van State van het Koninkrijk is het begin van de toelichtende nota aangepast. Daar wordt ten aanzien van het Verdrag van Amsterdam ingegaan op de bevoegdheid van de Beneluxlanden om zelfstandig visumafschaffingsverdragen met derde landen af te te sluiten.


2. Aan de redactionele kanttekening van de Raad is gevolg gegeven.
Ik moge U mede namens mijn ambtgenoot van Justitie verzoeken mij te machtigen gevolg te geven aan mijn voornemen het verdrag vergezeld van de gewijzigde toelichtende nota ter stilzwijgende goedkeuring over te leggen aan de Eerste en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal en tevens over te leggen aan de Staten van de Nederlandse Antillen.

DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

J.J. van Aartsen

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie