Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord op kamervragen over controle op de leerplicht

Datum nieuwsfeit: 11-04-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Antwoord Kamervragen over handhaving van de leerplicht
Gemaakt: 13-4-2000 tijd: 10:43


2

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Zoetermeer, 11 april 2000

Onderwerp: Kamervragen

Hierbij zend ik u het antwoord op de vragen van het lid Cornielje van uw Kamer inzake handhaving van de leerplicht.

De vragen werden mij toegezonden bij uw bovenaangehaalde brief met kenmerk 2990008660.

De staatssecretaris van Onderwijs,

Cultuur en Wetenschappen,

(drs. K.Y.I.J. Adelmund)

Antwoord op de schriftelijke vragen van het lid Cornielje van de Tweede Kamer der Staten-Generaal aan de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (ingezonden d.d. 21 maart 2000, kenmerk 2990008660)


1.

Ja, daarvan heb ik kennisgenomen.


2.

De kern van de leerplicht is dat leerlingen verplicht zijn de school regelmatig te bezoeken (artikel 4, eerste lid, van de Leerplichtwet
1969). Ook één dag ongeoorloofd verzuim is in strijd met de wet. De leerplichtambtenaar kan dan ook (op basis van artikel 22, derde lid) in actie komen wanneer hem of haar blijkt dat de jongere het onderwijs niet geregeld volgt. Dit betekent dat ook de bevoegdheden van de leerplichtambtenaar zich uitstrekken tot kortere verzuimperioden dan drie dagen.

De schooldirecteur is verplicht (artikel 21) verzuim dat langer dan drie dagen of een achtste van de lestijd in vier weken heeft geduurd meteen te melden. De schooldirecteur kan echter, als hij dat nodig acht, ook korterdurend verzuim melden.


3. en 4.

Een van de uitgangspunten van de Leerplichtwet in zijn huidige vorm is, dat de school primair verantwoordelijk is voor de behandeling van incidentele gevallen van schoolverzuim. Dat neemt niet weg, zoals eerder gesteld, dat scholen ook kortdurend verzuim aan de leerplichtambtenaar kunnen melden, bijvoorbeeld bij een strenge aanpak van luxeverzuim. De leerplichtambtenaar zal dan de afweging maken of zijn of haar ingrijpen noodzakelijk is, of dat handelen door de school meer gewenst is.

Zoals in de Memorie van toelichting bij de Leerplichtwet 1969 is aangegeven, moet het toezicht op de leerplicht veel meer het karakter dragen van maatschappelijke zorg dan van justitieel optreden. Het opleggen van sancties is dan ook slechts één van de instrumenten waarover de leerplichtambtenaar beschikt. Duidelijk is wel, dat de verantwoordelijkheid voor verzuim onder de genoemde drempel in de Leerplichtwet is gelegd bij de school (de directeur) en de gemeente (de leerplichtambtenaar).


5.

In de gegevens die OCenW op grond van de Leerplichtwet jaarlijks verzamelt, wordt geen onderscheid gemaakt naar de duur van het verzuim. Het is dan ook niet bekend hoe vaak verzuim korter dan drie dagen voorkomt.

Een rapportage over de bedoelde gegevens, in de notitie «Het gemeentelijk toezicht op de leerplicht», is als bijlage bij mijn brief van 21 april 1998 aan de Tweede Kamer toegezonden.


6.

Zoals ik in het antwoord op de vragen 2 en 3 heb aangegeven, kunnen scholen optreden tegen het genoemde verzuim. Dit kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld door stricte controles en een indringend gesprek met de leerling of

diens ouders. Wanneer het verzuim signaal is van achterliggende problematiek, kan de school direct hulpverleningsinstanties als jeugdzorg of vertrouwensartsen inschakelen om de oorzaken van het verzuim aan te pakken.

De staatssecretaris van Onderwijs, Zoetermeer, 11 april 2000

Cultuur en Wetenschappen,

(drs. K.Y.I.J. Adelmund)

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie