Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord op kamervragen over Hr.Ms. Drenthe

Datum nieuwsfeit: 11-04-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 11 april 2000

Onderwerp:
Kamervragen

Onder verwijzing naar bovenstaande brief bied ik u hierbij aan de antwoorden op de schriftelijke vragen van het Tweede-Kamerlid Van Bommel.

DE MINISTER VAN DEFENSIE,

mr. F.H.G. de Grave.

Bijlage bij de brief van de Minister van Defensie d.d. 11 april 2000, nr. D 2000001289

Antwoorden op vragen van het Tweede-Kamerlid Van Bommel (SP) (2990008490).


1. Ja.


2. Ja.


3, 4. In het FOST-rapport wordt in punt 3 geconcludeerd dat Hr.Ms. Drenthe na de (SOST) trainingsperiode over het geheel werd beoordeeld met ‘satisfactory’. Daaraan doet niet af de in hetzelfde punt vermelde conclusie, dat het schip niet kon worden beschouwd als een volledig efficiënt operationeel oorlogsschip.

Aan de tekortkomingen op het gebied van de brandbestrijding die nog bestonden aan het einde van de SOST-trainingsperiode (begin april 1980) is gewerkt in de periode voorafgaand aan het vertrek van Hr.Ms. Drenthe naar de Nederlandse Antillen (1 november 1980). Anders dan in het in uw tweede vraag bedoelde artikel wordt gesuggereerd, was er geen sprake van een “vlak aan de reis voorafgaande Flag Officer Sea Training”, maar van een periode van bijna zeven maanden. Het is niet ongewoon dat in een dergelijke periode een aanzienlijk deel van de bemanning wordt overgeplaatst.

In het licht van het vorenstaande deel ik niet de mening dat het uitvaren van Hr.Ms. Drenthe naar Curaçao onverantwoord was. Het instellen van een onderzoek naar de relatie tussen het scheepsongeval en tekortkomingen op het gebied van de brandbestrijding en/of de samenstelling en geoefendheid van de bemanning acht ik niet zinvol. Onmiddellijk na de brand is ingevolge de Marinescheepsongevallenwet een onderzoek ingesteld. Dat onderzoek heeft geleid tot de uitspraak van de Marineraad van 28 oktober 1981. Ik heb geen reden te twijfelen aan de juistheid en de volledigheid van het destijds door de Marineraad verrichte onderzoek. Evenmin zijn nieuwe feiten bekend geworden die een ander licht op de zaak werpen.


5, 6. Het hoofd van de MARID had de notitie opgesteld in het kader van de stafbehandeling van de beantwoording van de vraag van de Marineraad aan de Minister van Defensie of bij het openbaar onderzoek inzake de brand aan boord van Hr.Ms. Drenthe mocht worden gebruikgemaakt van onder andere het FOST-rapport. Zijn commentaar heeft echter niet geleid tot het achterhouden van de gevraagde informatie. Op 8 september 1981 antwoordde de Chef van de Marinestaf namens de Minister van Defensie namelijk: “...dat ik geen overwegende bezwaren heb tegen het gebruik maken van de genoemde rapporten bij het openbaar onderzoek van de Raad inzake de brand aan boord van Hr. Ms. Drenthe op 12 november 1980”.

Commentaar van het hoofd van de MARID en van andere stafofficieren dient te worden aangemerkt als ‘persoonlijke beleidsopvattingen’ als bedoeld in artikel 11 van de Wet openbaarheid van bestuur. Op grond hiervan had verstrekking van dergelijke informatie aan de heer Feddema achterwege kunnen blijven. De heer Feddema heeft echter wél inzage gekregen in deze en andere documenten - zie mijn antwoord op vraag 8 van eerdere vragen inzake de brand op Hr.Ms. Drenthe (Aanhangsel van de handelingen 287, vergaderjaar
1999/2000) - en er een afschrift van kunnen maken.
In dit verband vestig ik uw aandacht op de commentaren die andere stafoffcieren destijds, in het kader van dezelfde stafbehandeling, hebben opgesteld. Het hoofd van de afdeling Techniek, werktuigbouw en voortstuwing adviseerde in zijn notitie van 28 juli 1981 onder meer: “....toch meen ik dat het imago van integriteit dat de KM bij de buitenwacht volgens mij nog steeds geniet, het meest gediend is met de grootst mogelijke openheid. Tegenover ons eigen personeel acht ik openheid in dergelijke aangelegenheden een must, vooral ook vanwege de positieve invloed ervan op de instelling van de marineman. Tenslotte ben ik de overtuiging toegedaan dat voor alles moet worden voorkomen dat het onafhankelijk oordeel van de marineraad in twijfel gaat worden getrokken”.

En het hoofd van het stafbureau militair-juridische zaken schreef over deze aangelegenheid op 3 september 1981: “Nu de classificatie blijkens SBB HINL (= stafbehandelingsblad van het hoofd van de MARID) geen belemmering vormt, resteert slechts het argument: minder gewenste publiciteit. Bij de huidige stand van rechtspraak - voor zover je daar in dit geval van mag spreken - is dit geen valide argument meer te noemen (men denke bv. aan de Wet openbaarheid van bestuur).”.

Deze adviezen, en niet dat van het hoofd MARID, zijn destijds overgenomen bij de beantwoording van de vraag van de Marineraad. De opmerking van het hoofd MARID over “gesloten deuren” is dus voor kennisgeving aangenomen.

Het antwoord op uw eerdere vragen over het niet aanmerken van rapporten als stukken die betrekking hebben op een ongeval met zware letselschade, doelt op het feit dat deze rapporten waren opgemaakt tijdens de normale opwerkcyclus van Hr.Ms. Drenthe, geruime tijd vóór het vertrek van het schip naar de Nederlandse Antillen. Voor zover deze rapporten relevant waren voor het scheepsongeval, zijn ze betrokken geweest bij het onderzoek van de Marineraad.


7. Zie mijn antwoorden op uw eerdere vragen 4 en 8 (Aanhangsel van de handelingen 287, vergaderjaar 1999/2000). Er zijn geen MARID-stukken over dit onderwerp. Evenals het rapport van de marinebrandweer, is de brief van de commandant van het squadron fregatten ook tijdens een tweede zoekslag niet aangetroffen.


8. De stukken zijn uitsluitend Kamerleden vertrouwelijk ter inzage aangeboden met het oog op de rubricering van het overgrote deel van de inhoud.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie