Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Ernst & Young over strafheffing in de vennootschapsbelasting

Datum nieuwsfeit: 12-04-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ernst & Young

Nieuws
Belastingadviseurs
De strafheffing in de vennootschapsbelasting.

''De overname was eindelijk rond. De vorige vier aandeelhouders zouden een belang behouden van elk 3,5% in de vennootschap om zodoende in de toekomst nog mee te profiteren van de voortgaande groei van het bedrijf. Op dat moment, in juli 2000, leek het de perfecte oplossing. Totdat we in 2004 eindelijk geld wilden zien en werd besloten tot een dividenduitkering van in totaal zon fl.10 miljoen. We hielden natuurlijk dividendbelasting in en dachten dat daarmee de kous af was. Maar nee, de fiscus had nog een verrassing voor ons in petto. We merkten er helaas pas iets van toen de inspecteur de aangifte vennootschapsbelasting van de BV corrigeerde met een bedrag van fl.1 miljoen.''

Na de inwerkingtreding van de Wet inkomstenbelasting 2001 zal bij een groot aantal beleggers het rendement van hun aandelen worden belast via de forfaitaire rendementsheffing van box 3. Aldaar wordt jaarlijks 1,2% van de waarde van de aandelen als inkomstenbelasting geheven, ongeacht wat daadwerkelijk aan dividend is ontvangen. Het nieuwe regime zou daarom tot gevolg kunnen hebben dat ondernemingen - anticiperend op het nieuwe stelsel - dividenduitkeringen uitstellen tot na 1 januari 2001 om zodoende hun aandeelhouders de mogelijkheid te bieden de heffing van inkomstenbelasting over de uitkeringen in de jaren 1999 en 2000 te ontlopen. De wetgever heeft dit gevaar onderkend en acht het ongewenst dat ingehouden winsten direct na 1 januari 2001 ineens op grote schaal worden uitgekeerd.

Daarom is een regeling ontwikkeld op grond waarvan bij een plotselinge substantiële toename ten opzichte van het in het verleden gevoerde dividendbeleid een extra heffing van vennootschapsbelasting wordt opgelegd op het overmatige deel van de uitkering. Deze 'strafheffing' zal gelden voor de periode van 2001 tot 2006. Er zijn gelukkig enkele ontsnappingsmogelijkheden. Als bedrag dat jaarlijks zonder strafheffing kan worden uitgekeerd geldt het hoogste van de volgende drie limieten:

* 4% van de werkelijke waarde van de aandelen van de vennootschap bij het begin van het kalenderjaar;

* twee maal het bedrag van de dividenden die door de vennootschap gedurende 1998, 1999 en 2000 per jaar gemiddeld zijn uitgekeerd;
* de commerciële winst van het voorafgaande boekjaar nadat daaruit de stille reserves van vóór 2001 zijn verwijderd.
Bovendien kan, grof gezegd, worden gesteld dat een vennootschap geen last heeft van de strafheffing indien al haar aandeelhouders de afgelopen drie jaren elk meer dan 5% van de aandelen hebben gehouden. In alle andere gevallen verdient het aanbeveling nog voor het einde van dit jaar met uw belastingadviseur de eventuele gevolgen van de strafheffing te bespreken.

Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel, neem dan contact op met Silvain Niekel, Ernst & Young Amsterdam, telefoonnummer: 020 - 549 72 22.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie