Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

SZW: toespraak Hoogervorst bij tekenen convenant gemeenten

Datum nieuwsfeit: 12-04-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

MINISTERIE SZW

www.minszw.nl

SZW: Toespraak staatssecretaris Hoogervorst

Nr. 2000/59

12 april 2000

Embargo:

12 april 2000 tot

16.30 uur

Gemeenten pakken werkdruk aan

Staatssecretaris Hoogervorst van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft op

12 april een intentieverklaring ondertekend, waarin overheid, werkgevers en werknemers bij de gemeenten afspreken dat ze binnen een jaar komen tot een convenant met afspraken om de werkdruk bij de gemeenten te bestrijden.
Hoogervorst wees er bij die gelegenheid op dat vooral gemeentelijke diensten die veel directe contacten hebben met burgers een hoog ziekteverzuim kennen. 'Spanningen tussen medewerkers en cliënten leiden bij deze gemeente-ambtenaren in een aantal gevallen tot een te hoge, niet goed meer te beheersen werkdruk.' Met een convenant verplichten partijen zich concrete doelstellingen te realiseren bij het verminderen van de werkdruk.

Toespraak door staatssecretaris J.F. Hoogervorst van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op de regionale bijeenkomst .Werkdruk. op 12 april 2000 in Amersfoort.

.Werkdruk is natuurlijk niet erg. Veel, of zelfs heel veel te doen hebben is geen ramp. Sterker: wat is erger dan werkdruk? Géén werkdruk..

Ik citeer uw collega Marion Schook uit Helmond. Niet om meteen de pret te bederven door te beweren dat werkdruk geen probleem is. Wel om duidelijk te maken dat werkdruk in de vorm van het druk hebben, veel te doen hebben, op zichzelf geen probleem hoeft te zijn. Het probleem ontstaat pas - en ik citeer opnieuw mevrouw Schook - .als alles op hetzelfde moment moet, als je het niet meer in de hand hebt, het niet meer kunt regelen, als je het gevoel hebt: ik verzuip..

In Nederland verrichten zeven miljoen mensen betaald werk. Van hen signaleren er 1,7 miljoen dat ze regelmatig te maken hebben met hoge werkdruk. Dat is één op de vier. Gelukkig gaan niet al die 1,7 miljoen mensen gebukt onder ziekmakende klachten. Maar dat grote aantal geeft wel aan dat we te maken hebben met een serieus verschijnsel.

En als we kijken naar de mensen die arbeidsongeschikt worden, zien we dat bij één op de drie mensen psychische klachten de oorzaak zijn. Dertigduizend mensen per jaar die afhaken omdat ze het niet meer aan kunnen, omdat de druk te groot wordt. Dat is in de eerste plaats heel vervelend voor die mensen zelf. Maar het heeft ook gevolgen voor de samenleving. De maatschappelijke kosten van uitval door psychische problemen bedragen maar liefst vijf miljard gulden per jaar.

Hoe is het in uw sector, de gemeenten, gesteld met het risico op arbeidsongeschiktheid?

Gemiddeld lopen werknemers bij de gemeenten geen hoger risico om arbeidsongeschikt te raken dan het landelijke gemiddelde van 1,4% per jaar. Maar dat is geen reden om de zaak op zijn beloop te laten. Want we weten ook dat er verschillen zijn tussen gemeenten onderling en dat er verschillen zijn in werkdruk tussen gemeentelijke diensten of afdelingen.

Ik ben als staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verantwoordelijk voor arbeidsomstandighedenbeleid en voor sociale zekerheid. Als lid van het kabinet voel ik me bovendien mede verantwoordelijk voor de rol van de overheid als werkgever. Ik vind dat we als overheid een voorbeeld moeten geven aan het bedrijfsleven. Dat we de zaken in eigen huis op orde moeten hebben. Dat is nog niet het geval, ook niet bij de gemeenten.

Daarom ben ik blij dat u deze conferentie houdt. Dat u zich bezint op de oorzaken van problematische werkdruk en zoekt naar oplossingen. Dat laatste zal niet eenvoudig zijn. Met minder uren werken of minder hard werken lossen we het probleem niet op. Want daar zit het hem niet in. Vaak zal het nodig zijn kritisch te kijken naar de manier waarop we het werk hebben ingericht. Of moeten we de onderlinge verhoudingen op het werk onderwerpen aan een kritische evaluatie. En dat is een stuk moeilijker.

Moeilijker, maar wel haalbaar.

Neem het project met tramlijn 3 in Amsterdam. Lijn 3 kampte met een ziekteverzuim van 35 procent onder conducteurs en 25 procent onder bestuurders. Dat is fors gedaald sinds het vervoerbedrijf een vast team op lijn 3 heeft gezet, dat verantwoordelijk is voor zijn eigen tramlijn. De conducteurs en bestuurders voelen zich nu als groep veel meer verantwoordelijk voor hun vervoersproduct. Ze voelen zich sterker betrokken bij hun werk en ervaren een grotere verantwoordelijkheid voor elkaar.

Vooral gemeentelijke diensten die veel directe contacten hebben met burgers kennen een hoog ziekteverzuim. Dat zijn dus die vervoerbedrijven, maar bijvoorbeeld ook sociale diensten of parkeerwachters. Spanningen tussen medewerkers en cliënten leiden bij deze gemeente-ambtenaren in een aantal gevallen tot een te hoge, niet goed meer te beheersen werkdruk. En dan kan het fout lopen.

Ik noemde de sociale diensten al. Divosa heeft vastgesteld dat agressie blijvend een probleem vormt voor de medewerkers van sociale diensten. Het gegeven dat bijna driekwart van hen te maken heeft gekregen met agressie, spreekt in dat opzicht boekdelen. Divosa berust daar niet in. En terecht.

De vereniging is gekomen met een reeks aanbevelingen om agressie terug te dringen. Daarbij gaat het er ook weer om kritisch te kijken naar de werkprocessen. In hoeverre wekken vertragingen, lange wachttijden of onduidelijke antwoorden agressie op bij de cliënten? Divosa heeft onlangs een meetinstrument ontwikkeld waarmee sociale diensten vast kunnen stellen of er verbeteringen mogelijk zijn die de veiligheid bevorderen.
Het is van belang van elkaar te leren, binnen en buiten de eigen organisatie. Banken, postkantoren, de horeca en zeker de voetbalstadions, hebben al veel ervaring opgedaan met het bestrijden van agressie. Daarvan kunnen we leren en gemeenten kunnen natuurlijk ook van elkaar leren.

Uit initiatieven als die van het Amsterdamse vervoerbedrijf en van Divosa blijkt dat gemeenten en gemeentelijke organisaties oog hebben voor tekortkomingen in de arbeidsomstandigheden en arbeidsverhoudingen. Bovendien blijkt de bereidheid te bestaan dergelijke zaken aan te pakken - en veelal met succes.

Waarom ondertekenen we vandaag dan toch een intentieverklaring over werkdruk, met de bedoeling binnen een jaar een convenant af te sluiten?

Ik denk dat het goed is dat we blijvend aandacht mobiliseren voor verbetering van arbeidsomstandigheden in brede zin. Zeker bij de gemeenten. Want de gemeenten vormen bij uitstek een sector met een zeer grote verscheidenheid aan producten en diensten en dus met sterk uiteenlopende functies en veel verschillende risicofactoren binnen één organisatie.

Met een convenant kunnen we elkaar aanspreken op de resultaten van onze inspanningen. Want arboconvenanten zijn niet vrijblijvend. Ze verplichten de partijen concrete doelstellingen te realiseren. Ik kijk met spanning uit naar het convenant dat in het verlengde moet liggen van deze intentieverklaring.

De komende maanden zullen we hard moeten werken aan het opstellen van het convenant. Niets belet ons intussen gewoon door te gaan met het verbeteren van de arbeidsomstandigheden en het verminderen van de ziekmakende werkdruk.

Maar zolang dat nog niet gelukt is, kunt u terugvallen op de raad van uw collega Marion Schook, die ik aan het begin van mijn toespraak bij u introduceerde. Een van haar middeltjes tegen werkdruk die uit de hand dreigt te lopen wil ik u niet onthouden. Dat is bij een collega binnenlopen en zeggen: Mag ik even gillen? Of vervolgens de daad bij het woord moet worden gevoegd, dat laat ik graag aan u over.

Dank voor uw aandacht.

- LET OP EMBARGO -


12 apr 00 16:30

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie