Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

In meer achterstandswijken verbetering van werkgelegenheid

Datum nieuwsfeit: 13-04-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

In meer achterstandswijken verbetering van de werkgelegenheid Een persbericht bij het onderwerp Grotestedenbeleid
13 april 2000
In de achterstandswijken van de steden die meedoen met het grotestedenbeleid (GSB) zet de verbetering van de werkgelegenheid en het terugdringen van de werkloosheid sterk door. De positie van de achterstandswijken met betrekking tot de leefbaarheid ten opzichte van het stedelijk gemiddelde is enigszins verslechterd. Als teruggekeken wordt naar de eerste convenantsperiode GSB en hierover de balans wordt opgemaakt, is de conclusie dat van de kerndoelen ongeveer de helft daadwerkelijk is gerealiseerd. Dit staat in het Jaarboek Grotestedenbeleid 1999, dat minister Van Boxtel (Grote Steden- en Integratiebeleid) vandaag in ontvangst heeft genomen.
Het Jaarboek geeft een beschrijving van de situatie per 1 januari
1999 en de ontwikkeling gedurende de afgelopen jaren in de 25 steden die onder de werking van het grotestedenbeleid vallen. Toename werkgelegenheid
Op landelijk niveau zien we een toename van de werkgelegenheid en een daling van de werkloosheid. Die ontwikkeling zien we ook terug in de vijfentwintig steden die meedoen met het grotestedenbeleid: ook daar groeit de werkgelegenheid en daalt de werkloosheid. De werkgelegenheidsgroei houdt (t/m 1997) gelijke tred met de landelijke ontwikkeling (+ 9% ten opzichte van 1994), terwijl de werkloosheidsdaling zelfs iets sneller loopt dan landelijk. Echter niet iedereen profiteert van deze verbetering: onder kortdurige werklozen zet de werkloosheidsdaling eerder in dan onder langdurige; terwijl autochtonen eerder van de gunstige economie profiteren dan allochtonen.
Ten opzichte van vorig jaar blijkt de ontwikkeling gunstig: vorig jaar daalde in de helft van de steden de werkloosheid in achterstandswijken iets sneller dan in de rest van de stad; dat geldt nu voor 19 van de 24 steden (= exclusief Utrecht). Deze positieve ontwikkeling zet dus niet alleen door, maar verbreedt zich. Voor wat betreft de werkloosheid hebben deze achterstandswijken een deel van hun achterstand ingelopen. Onderwijs
De situatie in het onderwijs in de G25 laat zien dat het eindniveau van leerlingen in groep 8 van het basisonderwijs (Cito-eindtoets) licht is gestegen. Aangezien op landelijke niveau de score gelijk is gebleven, is dat voor de steden een verbetering. Ook in de achterstandswijken van de steden stijgt de standaardscore zelfs sneller dan in andere wijken. De achterstandswijken lopen hun achterstand dus snel in. De instroom in het speciaal onderwijs vanuit het basisonderwijs is evenals in voorgaande jaren stabiel gebleven. Dat is in overeenstemming met de doelstellingen uit de GSB-convenanten. De gewenste toename van de slaagpercentages in het voortgezet onderwijs is daarentegen niet gerealiseerd: dit is gedurende de afgelopen jaren min of meer stabiel gebleven.
Leefbaarheid
De "aanmerkelijke verbetering" van de leefbaarheid van de stad en dan "vooral in de meest bedreigde wijken" zoals in de GSB-convenanten is opgenomen als beleidsdoelstelling, tekent zich tot op heden niet af. Uit het periodiek bevolkingsonderzoek leefbaarheid en veiligheid blijkt dat zowel de kwaliteit van het wonen als de mate waarin burgers buurtproblemen ondervinden, voor de steden als geheel vrijwel onveranderd is. De posities van de achterstandswijken ten opzichte van het stedelijk gemiddelde is bovendien nog enigszins verslechterd. Dit blijkt uit het feit dat er noch sprake is van een afname van de verhuisbewegingen, noch van een sterkere groei van het eigenwoningbezit. Veiligheid
Ten aanzien van de veiligheidssituatie in de steden, kent het grotestedenbeleid twee hoofddoelen: naast een verbetering van de objectieve veiligheidssituatie wordt een verbetering van de veiligheidsbeleving nagestreefd. Bij de objectieve veiligheid is de ontwikkeling in lijn met deze doelstelling: inwoners van de steden worden momenteel minder vaak het slachtoffer van autodelicten, fietsendiefstallen, inbraken en vernielingen dan enkele jaren geleden. Geweldsdelicten komen daarentegen wat vaker voor, hoewel het nog relatief gunstig te noemen is dat de toename geringer is dan de landelijke stijging.
De afname van de objectieve criminaliteit beperkt zich niet tot de wijken waar de situatie bij de aanvang van het grotestedenbeleid reeds gunstig was, óók in achterstandswijken tekent zich een daling af (met name auto- en fietsdelicten, ook hier is sprake van een toename van geweldsdelicten). Overigens is hier de kantekening op zijn plaats dat het veiligheidsniveau in de achterstandswijken nog aanmerkelijk slechter is dan in de rest van het land. De veiligheidsbeleving ontwikkelt zich daarentegen anders dan de objectieve veiligheid: het aandeel in de bevolking dat zich wel eens onveilig voelt stijgt langzaam: continue in de G21; na een daling tussen 1995 en 1997 nu ook weer in de vier grote steden. Overigens ligt het niveau in deze steden in 1999 nog wel lager dan in 1995.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie