Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Antwoord Kamervragen over instroom in WAO van asielzoekers

Datum nieuwsfeit: 14-04-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Antwoord Kamervragen over instroom in de wao van asielzoekers c.q. statushouders
Gemaakt: 18-4-2000 tijd: 11:


3

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 14 april 2000

Onderwerp:

Kamervragen

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het lid Wilders (VVD) over de instroom in de WAO van asielzoekers/statushouders om psychische redenen.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken

en Werkgelegenheid,

(J.F. Hoogervorst)2990008810

Vragen van het lid Wilders (VVD) over de instroom in de WAO van asielzoekers/statushouders om psychische redenen

Vraag 1

Hebben A-statushouders, houders van een vtv humanitair, houders van een voorwaardelijke vergunning tot verblijf (vvtv), en rechtmatig in Nederland verblijvende asielzoekers in principe allen recht op een WAO-uitkering?

Antwoord 1

Personen die rechtmatig in Nederland verblijven en bovendien rechtmatige arbeid in een verzekeringsplichtige arbeidsverhouding verrichten (in overeenstemming met de Wet Arbeid Vreemdelingen), zijn verzekerd voor de werknemersverzekeringen en kunnen dus in principe, als zij aan de uitkeringsvoorwaarden voldoen, in aanmerking komen voor de WAO.

Vraag 2

Zo ja, kunt u kwantitatief en per groep aangeven hoe groot het aandeel is van boven-genoemde groepen in de toename van de groei van het WAO-volume?

Antwoord 2

Neen, want er worden op dit punt geen cijfers bijgehouden door het Lisv. Wel bestaat het voornemen om in het kader van de verdere aanpassing van de regelgeving van verruiming arbeidsmogelijkheden voor asielzoekers en houders van een voorwaardelijke vergunning tot verblijf een monitor te ontwikkelen; nader bezien zal worden in hoeverre de gevolgen voor de WAO daarin kunnen worden meegenomen.

Vraag 3

Is het waar dat het aandeel psychisch arbeidsongeschikten onder deze groep stijgt? Zo ja, in welke mate en welke bovengenoemde categorieën betreft het? Kunt u meer specifiek aan-geven hoe groot de groep psychisch arbeidsongeschikten op dit moment is en welk deel daarvan tot bovengenoemde groepen behoort, en kunt u per bovengenoemde categorie aangeven hoeveel procent van de WAO-instroom onder bovengenoemde categorieën om psychische redenen is?

Antwoord 3

Het aandeel arbeidsongeschikten met psychische klachten van de totale populatie bedraagt nu 32%.

Het aandeel dat bovengenoemde groepen daarin innemen, is onbekend.

Vraag 4

Wat zijn de oorzaken van deze instroom in de WAO om psychische redenen?


2

Antwoord 4

In het algemeen kan het volgende gezegd worden over de instroom in de WAO om psychische redenen. Het is de grootste diagnose-categorie. Een reden hiervoor is dat er veel mensen zijn met psychische klachten. Voorts lijkt de uitvoering niet altijd adequaat om te gaan met deze categorie arbeidsongeschikten. De beoordeling van deze categorie met behulp van het FIS is thans moeilijk. Om die reden wordt het FIS nu aangepast en meer toe-gesneden op het beoordelen van de psychische belastbaarheid.

Vraag 5

Biedt de WAO voldoende mogelijkheden om bovengenoemde categorieën geen aanspraak te laten maken op de WAO wegens psychische klachten, indien diezelfde klachten ten tijde van de aanvang van de verzekering ook al bestonden?

Antwoord 5

Ja. Op grond van artikel 30 WAO bestaat de mogelijkheid om de uitkering te weigeren bij algehele ongeschiktheid bij aanvang van de verzekering (onderdeel a), dan wel als de arbeidsongeschiktheid binnen een half jaar na verzekering is ingetreden, terwijl de gezondheidstoestand van betrokkene ten tijde van de aanvang van de verzekering het intreden van arbeidsongeschiktheid binnen een half jaar kennelijk moest doen verwachten (onderdeel b). Het Lisv heeft een Besluit Medeling M 98.95 vastgesteld om nadere uitwerking te geven aan dit artikel. Er wordt overigens geen onderscheid gemaakt naar soort klachten. Bij de hantering van de weigeringsbevoegdheid wordt onder andere gekeken naar de tijdsduur waarin iemand normaal arbeid heeft verricht voor hij uitviel, en of iemand door een niet voorzienbare, plotseling optredende ziekte arbeidsongeschikt is geworden, of iemand al dan niet voor het eerst aan het arbeidsleven is gaan deelnemen.

Vraag 6

Is het bestaande artikel 30 WAO toereikend voor voornoemde gevallen? Zo neen, bent u bereid te overwegen de wet dusdanig aan te passen dat reeds bij aanvang van de verzekering al bestaande (psychische) klachten minder tot uitkering leiden, ook voor de in vraag 1 genoemde groepen?

Antwoord 6

Ik ben van mening dat dit artikel 30 WAO toereikend is, ook voor de in vraag 1 genoemde groepen.

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie