Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag Europese Raad Justitie en Binnenlandse Zaken

Datum nieuwsfeit: 14-04-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Brief Justitie en min bzk en sts just inzake jbz-raad
Gemaakt: 18-4-2000 tijd: 15:34


12


23490 Ontwerpbesluiten Unie-Verdrag

nr. 155 Brief van de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van de staatssecretaris van Justitie

Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 14 april 2000

Met verwijzing naar de geannoteerde agenda voor de bijeenkomst van de JBZ-Raad op 27 maart jl. (23490, nr. 151 en 153) doen wij u hierbij het verslag van deze bijeenkomst toekomen (bijlage 1).

Bij dit verslag treft u aan enkele documenten die tijdens de Raad voorlagen en die nog niet eerder aan de Kamer konden worden toegezonden. *)

In dit verband brengen wij onder uw aandacht dat een document behorend bij agendapunt B 10 ter vertrouwelijke kennisneming van de Kamer is bijgevoegd. **)

Tevens wil de eerste ondergetekende van deze gelegenheid gebruik maken zijn toezegging gestand te doen om enkele tijdens het algemeen overleg van 23 maart jl. gestelde vragen over de geannoteerde agenda voor deze bijeenkomst schriftelijk te beantwoorden (bijlage 2).

De minister van Justitie,

A.H. Korthals

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

K.G. de Vries

De staatssecretaris van Justitie,

M.J. Cohen

Verslag van de zitting van de Raad (Justitie en Binnenlandse Zaken) van 27 maart 2000

I. Inleiding

Door middel van een geannoteerde agenda Zie 23490 nr. 151 en 23490 nr.
153 bent u ingelicht over de JBZ-Raad van 27 maart 2000. Niet alle documenten die in de Raad zouden voorliggen, konden daarbij al worden meegezonden.

Met de vaststelling door de Raad van de lijst van A-punten en de definitieve agenda voor deze bijeenkomst is de volgorde van de onderwerpen die is aangehouden in de geannoteerde agenda komen te vervallen.Teneinde referentie aan de geannoteerde agenda voor deze bijeenkomst te vereenvoudigen, is in dit verslag de nummering van die geannoteerde agenda aangehouden. De hieronder genoemde documentnummers hebben betrekking op de documenten die u tezamen met dit verslag worden toegezonden.

II. Verslag van de besprekingen in de Raad

Goedkeuring van de voorlopige agenda

document: OJ/CONS 12 JAI 27 (Nl)

De agenda werd zonder wijzigingen goedgekeurd. In vergelijking met de geannoteerde agenda zijn de punten 8, 11, 12, 14 en 16 van de agenda geschrapt, omdat er over de kwestie Gibraltar nog steeds geen overeenstemming is bereikt. Onder het punt Diversen werd op verzoek van Duitsland een punt inzake fraude bij aanbestedingsprocedures toegevoegd. Het VK verzocht om agendering onder dit agendapunt van een initiatief inzake de bestrijding van de drugshandel bij de uitbreiding van de EU. Finland vroeg vervolgens aandacht voor een mededeling inzake een voorstel voor de instelling van een forum van ministers van Justitie in het kader van de Euro-mediterrane dialoog.


2. Goedkeuring van de lijst van A-punten

document: 7151/00 PTS A 12 (Nl)

De lijst van A-punten -welke ter vergadering werd uitgedeeld- werd goedgekeurd.

Voor sommige A-punten waren documenten geagendeerd die u nog niet, respectievelijk niet in Nederlandse vertaling, zijn toegegaan. De desbetreffende documenten zijn opgenomen in de bijlage bij dit verslag.
B-punten 3. Openbaar debat: bescherming van slachtoffers in de Europese rechtsruimte De voorzitter gaf een korte toelichting op dit discussie-onderwerp. Hierbij verwees hij naar de conclusies van de Europese Raad van Tampere en de doelstelling om vóór april
2002 in Europees kader minimumnormen voor slachtoffers te ontwikkelen. Het voorzitterschap heeft een ontwerp voor een kaderbesluit inzake de bescherming van slachtoffers in het strafproces opgesteld dat thans op het niveau van de Raadswerkgroepen wordt besproken. Alle delegaties spraken zich positief uit over het initiatief van het voorzitterschap om dit onderwerp op de agenda van de Raad te plaatsen. De meeste delegaties onderstreepten het belang van een goede schadevergoeding voor slachtoffers, alsmede verbetering van de rechtspositie en gelijke behandeling bij de toegang tot het verkrijgen van rechtshulp. Voorts werd aandacht gevraagd voor de situatie van het slachtoffer, de mogelijkheden voor verbetering van de opvang (speciale politiebureaus voor slachtoffers), opleiding van politie, rechterlijke macht en functionarissen van hulporganisaties. Ook werd gedacht aan de opzet van een Europees netwerk van slachtofferhulporganisaties en de introductie van een Europese gids voor het slachtoffer met informatie over adressen en telefoonnummers. Door enkele delegaties (waaronder Nederland) werd de aandacht gevestigd op de verdragen c.q. aanbevelingen van de Raad van Europa en de VN met een oproep aan de lidstaten om deze instrumenten te implementeren. De voorzitter nam met instemming kennis van de discussie en concludeerde dat de follow-up van dit debat de komende tijd de nodige aandacht zal krijgen. Presentatie van de Commissie van het 'scorebord' document: COM (2000) 167 def. (Nl) Commissaris Vitorino gaf een korte toelichting bij de laatste versie van het document van het scorebord. Ten opzichte van de versie die tijdens de informele JBZ Raad te Lissabon op 3 en 4 maart jl. werd uitgedeeld, zijn er enkele wijzigingen aangebracht. Dit betreft onder meer de invulling van enkele uitstaande onderwerpen als het `burgerschap van de Unie', `de toepassing van Schengen' en `de
samenwerking ter bestrijding van verdovende middelen.' Voorts zijn er naar aanleiding van de rondreis van Commissaris Vitorino naar de hoofdsteden enkele initiatieven met betrekking tot mensensmokkel, misdaadpreventie en witwassen, toegevoegd. De Commissaris benadrukte het belang van partnerschap en een goede samenwerking tussen de lidstaten en de Commissie teneinde de doelstellingen met het oog op een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid te kunnen verwezenlijken. Het scorebord beoogt naast een actief `monitoring' document van bestaande actieplannen, een `levend' document te zijn dat voortdurend zal worden geactualiseerd met de laatste stand van zaken. Tijdens de discussie werd er door de delegaties grote waardering uitgesproken voor de inspanningen van de Commissie. Naast aandacht voor hun eigen prioriteiten ten aanzien van het scorebord, werd door enkele delegaties aandacht gevraagd voor de financiële middelen ter uitvoering van de verschillende onderdelen van het scorebord. Commissaris Vitorino wees op de gedeelde verantwoordelijkheid van zowel de Commissie als de lidstaten in dit verband. De voorzitter concludeerde -onder dankzegging aan Commissaris Vitorino - dat het scorebord eens per half jaar aan de actualiteit zal worden aangepast. Voor de uitvoering van dit document zal er terzake van de gestelde termijnen, rekening dienen te worden gehouden met de mogelijk beschikbare financiële en personele middelen binnen het kader van de EU. Kaderbesluit tot versterking, door middel van strafrechtelijke en andere sancties, van de bescherming tegen valsemunterij met het oog op het in omloop brengen van de euro- politiek akkoord Document:
7047/00 DROIPEN 10 (Nl) Er werd door de Raad -met uitzondering van een voorbehoud van één delegatie- politieke overeenstemming bereikt over het ontwerp-kaderbesluit. De voorzitter sprak de verwachting uit dat tijdens de JBZ-Raad op 29 en 30 mei a.s. het kaderbesluit formeel zal kunnen worden goedgekeurd. Eén delegatie onderstreepte vervolgens het belang van de totstandkoming van een aanvullend rechtsinstrument ten aanzien van de bescherming van de euro. De Commissie gaf aan dat er een voorstel betreffende de aspecten van opleiding, scholing en informatie-uitwisseling op dit gebied wordt voorbereid. Het ligt in de bedoeling dat dit voorstel nog tijdens het Portugese voorzitterschap aan de Raad wordt voorgelegd. 6. Kaderbesluit tot instelling van gemeenschappelijke teams voor het onderzoek naar strafbare feiten in één of meer lidstaten document: 5698/1/00 CATS 6 REV 1 (Nl) De voorzitter onderstreepte het belang van een politieke oriëntatie van de Raad teneinde richting te kunnen geven aan de uitvoering van de desbetreffende conclusie (nr.
43) van de Europese Raad van Tampere. Door een kaderbesluit overeenkomstig de regeling van artikel 13 van de ontwerp-Overeenkomst inzake de wederzijdse rechtshulp in strafzaken, kan een juridische basis worden gecreëerd voor de instelling van gemeenschappelijke onderzoekteams. Enkele delegaties, waaronder Nederland, benadrukten geen voorstander te zijn van een afzonderlijk kaderbesluit en gaven de voorkeur aan een snelle goedkeuring van genoemde Overeenkomst. Door Nederland werd voorts aangegeven dat conclusie nr. 43 van Tampere in afdoende mate wordt uitgevoerd door de aanvaarding van de Overeenkomst inzake wederzijdse rechtshulp. Bovendien wordt het justitieel toezicht op de instelling van een gemeenschappelijk team door deze Overeenkomst verzekerd. Enkele delegaties steunden het voorstel van de voorzitter, terwijl andere delegaties het van belang achtten dat eerst prioriteit wordt gegeven aan afronding van de Overeenkomst inzake wederzijdse rechtshulp, alvorens wordt bezien of er nog nadere regelgeving is gewenst. De voorzitter nam kennis van de standpunten van de delegaties en verwees dit vraagstuk ter nadere bestudering terug naar het Comité artikel 36. 7. Ontwerp - overeenkomst betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie document: 7112/00 COPEN 21 COMIX 280 (Nl) 7046/00 COPEN
19 COMIX 278 (Nl) De Raad bereikte -op één punt na- politieke overeenstemming over de ontwerp-Overeenkomst inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken. Er rust nog een voorbehoud van een delegatie ten aanzien van de bepaling inzake de gegevensbescherming (artikel 20a van de Overeenkomst). Voorts zal er nog een oplossing dienen te worden gevonden voor het probleem van de territoriale werkingssfeer van de overeenkomst (Gibraltar). Het ligt in de bedoeling dat de ontwerp-overeenkomst ter formele goedkeuring aan de JBZ-Raad van 29 en 30 mei a.s. zal worden voorgelegd. VN-Verdrag inzake georganiseerde criminaliteit: onderhandelingsmandaat voor de Commissie Dit onderwerp is komen te vervallen. 9. Voorkoming en beheersing van de georganiseerde criminaliteit: een strategie van de EU voor het begin van het nieuwe millennium document: 6611/00 CRIMORG 36 (Nl) +COR 1 (en) De Raad hechtte zijn goedkeuring aan het voorliggende document. 10. Collectieve evaluatie: ontwerp landen - rapportages met betrekking tot de Tsjechische Republiek en Hongarije document: 6613/00 EVAL 12 ELARG 30 (Nl)


5261/2/00 EVAL 1 ELARG 1 REV 2 (Nl) dit document wordt u ter vertrouwelijke kennisneming toegezonden
De Raad nam kennis van de ontwerp-rapportages met betrekking tot de stand van zaken van de toepassing van het acquis op het terrein van Justitie en Binnenlandse Zaken in Tsjechië en Hongarije. Enkele delegaties (waaronder Nederland) benadrukten het belang van deze rapportages die naast de voortgang die door deze kandidaat-landen wordt geboekt een aantal tekortkomingen, met name ten aanzien van de controles aan de grenzen, constateren. Nederland onderstreepte de noodzaak om deze landen te helpen bij de ontwikkeling van maatregelen ter verbetering van de situatie op het gebied van asiel en immigratie. De rapportages werden vervolgens +doorgeleid naar de Groep Uitbreiding. Verordening inzake insolventieprocedures Dit onderwerp is komen te vervallen. Verordening inzake de betekening en kennisgeving van stukken Dit onderwerp is komen te vervallen.
Voorstel voor een verordening van de Raad betreffende de bevoegdheid en de

erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de

ouderlijke verantwoordelijkheid voor gemeenschappelijke kinderen

document: 7111/00 JUSTCIV 29 (Nl)


8672/99 JUSTCIV 82 (Nl)

Er werd politieke overeenstemming bereikt door de Raad over de tekst van de verordening. De nog openstaande punten van discussie, zoals de kwestie van de bevoegdheid van de lidstaten om met derde landen verdragen te sluiten, konden worden opgelost. De formele goedkeuring van de verordening hangt nu enkel nog op het probleem van de territoriale werkingssfeer (Gibraltar).

EURODAC-Verordening met betrekking tot de vergelijking van vingerafdrukken van

asielzoekers

Dit onderwerp is komen te vervallen.


15. Europees vluchtelingenfonds

document: 5635/00 ASILE 2 FIN 17 (Nl) U reeds toegegaan met kenmerk COM (1999) 686 definitief, 1999/0274 (CNS) bij de geannoteerde

agenda, zie 23490 nr. 151 6888/00 ASILE 10 FIN 98 (Nl)

De voorzitter deed verslag van de stand van zaken van de besprekingen over dit voorstel

in de desbetreffende Raadswerkroep. Uit de besprekingen in de werkgroep kwam naar

voren dat het voorstel van de Commissie nog verduidelijking behoeft in de omschrijving van de

doelgroepen voor het fonds en van de verdeling van de daarmee verbonden projecten. Voorts

vindt er nog discussie plaats over kwesties als het financiële kader en de structuur voor het

beheer van het fonds. Na een korte gedachtenwisseling concludeerde de Raad dat de werk-

zaamheden met spoed dienen te worden voortgezet, teneinde zo mogelijk tijdens de bijeen-

komst van de JBZ-Raad op 29 en 30 mei a.s. een positief besluit ten aanzien van de ontwerp-

beschikking voor de instelling van een vluchtelingenfonds te kunnen nemen. Voorts werd de

Commissie verzocht om zo spoedig mogelijk met een voorstel voor een regeling inzake

tijdelijke bescherming voor ontheemden te komen.


16. Onderhandelingsmandaat inzake een parallelle overeenkomst bij de Overeenkomst van

Dublin met Noorwegen en IJsland

Dit onderwerp is komen te vervallen.


17. Herziening van de Overeenkomst van Dublin - presentatie van een werkdocument

van de Commissie

document : 71222/00 ASILE 14 (En)

Commissaris Vitorino gaf een korte toelichting op het -tijdens de vergadering uitgedeelde-

werkdocument inzake de vervanging van de Overeenkomst van Dublin door een

communautair instrument ter vaststelling van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de

behandeling van een in de lidstaten ingediend asielverzoek. Het document werd verwezen

voor bespreking naar de desbetreffende Raadswerkgroepen, teneinde de Commissie in staat

te stellen een formeel voorstel, vóór het einde van dit jaar, voor te bereiden.

Handvest fundamentele rechten: informatie over de procedure

De Raad nam kennis van de mededelingen van de voorzitter over de stand van werkzaamheden met betrekking tot het opstellen van het ontwerp-Handvest voor fundamentele rechten. In maart jl. is een eerste voorontwerp door het orgaan, dat de naam `Conventie' draagt, besproken ten aanzien van de artikelen die betrekking hebben op fundamentele burgerrechten. Daarna volgen burgerschapsrechten en de sociaal-economische rechten. De zogenaamde horizontale vraagstukken - waarbij het onder meer gaat om vragen als het wel-, of niet-verbindende karakter van het Handvest en de verhouding tot het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens- zullen in een later stadium aan de orde komen. Het toekomstige Franse voorzitterschap beoogt het gehele ontwerp van het Handvest aan de Europese Raad te Biarritz op 13 en 14 oktober a.s. voor te leggen. Met het oog hierop zal een eerste versie van het Ontwerp vóór de Europese Raad van Lissabon dienen te zijn afgerond.

Diversen


19a. Groep op hoog niveau inzake asiel en migratie - stand van zaken
De voorzitter bracht verslag uit over de laatste stand van zaken van de

besprekingen over de implementatie van de door de Europese Raad van Tampere

goedgekeurde actieplannen, alsmede de toekomstige werkzaamheden van de Groep.

Het actieplan voor Albanië en de regio is inmiddels afgerond en zal aan de

Algemene Raad worden voorgelegd. De voorzitter wees vervolgens op problemen met

betrekking tot de financiering, de evenwichtige uitvoering van de actieplannen en de situatie in

de doellanden, die implementatie van deze plannen bemoeilijken.

Door Nederland werd er op aangedrongen dat de werkzaamheden door de Groep op hoog niveau, nu ruim 5 maanden na de Europese Raad van Tampere, worden opgevoerd. Er zal per actiepunt dienen te worden uitgemaakt of gezamenlijke actie nodig is, of dat met een bilaterale actie kan worden volstaan. Voorts dient er over een aantal vragen te worden nagedacht, zoals de wijze van financiering (de Europese begroting, of deels met gelden uit de nationale begrotingen) van de actieplannen.

De Commissie deelde deze zorg en onderstreepte dat er nauwe samenwerking is vereist tussen de Commissie en de Groep teneinde de actieplannen te kunnen omzetten in concrete acties.


19b. Voorstel voor een verordening van de Raad betreffende de rechterlijke bevoegdheid,

de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken

document : 7137/00 JUSTCIV 32 (Nl)


10742/99 JUSTCIV 124 (Nl)

De Raad nam kennis van de mededeling van de voorzitter over de stand van zaken met

betrekking tot de omzetting van de tekst van het ontwerp-verdrag (Brussel I) in een verordening. Het advies van het Europees Parlement wordt nog in de maand april verwacht. De voorzitter concludeerde dat de werkzaamheden zo spoedig mogelijk dienen te worden afgerond, mede met het oog op de voorbereiding, in het kader van de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht, van een multilateraal Bevoegdheids-en Executieverdrag.


19c. Fraude bij aanbestedingsprocedures

De Duitse minister lichtte de laatste stand van zaken met betrekking tot dit onderwerp toe.

Duitsland heeft begin maart jl. een voorstel voor een ontwerp-kaderbesluit ter omzetting van

het ontwerp-gemeenschappelijk optreden inzake strafrechtelijke bescherming tegen fraude en

andere vormen van concurrentievervalsing bij de gunning van overheidsopdrachten op de

interne markt, ingediend. De Duitse minister vroeg de aandacht voor een spoedige voortgang

van dit dossier. De voorzitter zegde toe om het punt van de follow-up ter beslissing aan het Coreper voor te leggen.


19d. De bestrijding van drugshandel in het kader van de samenwerking met de kandidaat-

lidstaten

Het VK vestigde de aandacht op een nieuw initiatief waartoe premier Blair onlangs

heeft opgeroepen inzake de bestrijding van de drugshandel met het oog op de uitbreiding van de Europese ruimte. Dit onderwerp zal ook aan de Algemene Raad worden voorgelegd. De

voorzitter concludeerde dat het Coreper zal worden gevraagd om dit onderwerp door te

geleiden voor bespreking in het Comité art. 36.

Extra punt

Voorstel voor een forum van ministers van Justitie in het kader van de Euro-mediterrane dialoog

Van Finse zijde werd de aandacht van de Raad gevraagd voor een verzoek van de Israëlische minister van Justitie-gedaan tijdens het Finse voorzitterschap- om in het kader van de Euro-mediterrane dialoog (EuroMed) een forum op te richten voor samenwerking van ministers van Justitie. De Finse delegatie deelde mede, de coördinatiegroepen van EuroMed van dit initiatief op de hoogte te hebben gesteld en verzocht de Raad om dit voorstel voor bespreking in het kader van het Barcelona
- proces te betrekken.

Gemengd Comité op ministerieel niveau

De bijeenkomst van het Gemengd Comité is komen te vervallen. Voor wat betreft het oorspronkelijk onder punt 3 geagendeerde onderwerp: Financieel reglement SISNET, kan worden opgemerkt dat dit punt op de lijst van A-punten werd opgenomen.

Bijlage: overzicht van documenten op de lijst van A-punten die nog niet, respectievelijk nog niet in Nederlandse vertaling, zijn toegezonden

Hierbij volgt aan de hand van de nummering van de geannoteerde agenda een overzicht

van die documenten die tijdens de JBZ-Raad waren geagendeerd maar nog niet zijn toegezonden omdat ze op dat moment nog niet, respectievelijk nog niet in Nederlandse vertaling, beschikbaar waren.


2.

c. document: 6072/00 CORDROGUE 18 (Nl)

e. document: 6573/00 SIS 25 COMIX 231 (Nl)

f. document: 6600/00 SIS 26 COMIX 232 (Nl)


5002/00 SIS 2 COMIX 2 (Nl)

Gemengd Comité

document: 7023/00 SIS 33 COMIX 272 (Nl)


7027/00 SIS 32 COMIX 271 (Nl)

Bijlage 2: beantwoording vragen gesteld tijdens algemeen overleg op 23 maart 2000

Op 23 maart jl. vond, ter voorbereiding van de JBZ-Raad van 27 maart jl., een algemeen overleg plaats met de vaste commissies van uw Kamer voor Justitie en voor Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksaangelegenheden. Hierbij gaat het antwoord op een tweetal vragen, zoals bij die gelegenheid is toegezegd.
Mevrouw Halsema vroeg naar het afluisteren van telecommunicatie, zoals in de ontwerp-overeenkomst inzake de wederzijdse rechthulp in strafzaken is voorzien.

Voorop staat dat rechtshulpverzoeken in strafzaken met het oog op het afluisteren van telecommunicatie nu ook al worden gedaan en worden ingewilligd. De bestaande verdragen bevatten daarvoor geen specifieke regeling; rechtsbasis vormen algemene bepalingen, zoals artikel 1, eerste lid, van het rechtshulpverdrag van de Raad van Europa, waarin is opgenomen dat de verdragspartijen elkaar in zo ruim mogelijke mate rechtshulp zullen verlenen.

De reden waarom in de ontwerp-rechtshulpovereenkomst een specifieke regeling is voorzien, vindt zijn oorsprong in de technologische ontwikkelingen en het veranderde gebruik van telecommunicatie. Er wordt met name gedoeld op het gebruik van mobiele telefoons en op de invoering van telecommunicatie die niet meer via de bekende draden in de grond, maar via laaghangende satellieten verloopt. Dat laatste vormde in 1997 het startpunt voor de discussie over het vastleggen van een specifieke regeling in de overeenkomst. Daarna is besloten om alle aspecten van het afluisteren onder de loep te nemen. Hierbij valt op te merken dat wat de telecommunicatie via satellieten betreft er aanvankelijk sprake van was dat reeds begin vorig jaar in Italië een systeem operationeel zou worden. Daarbij is echter vertraging opgetreden en het desbetreffende bedrijf, Iridium, is inmiddels al weer failliet.

Overziet men nu de Titel over het afluisteren van telecommunicatie, dan vormen de artikelen 16 tot en met 18 daarvan de kern. Deze behelzen het volgende.

Artikel 16 bevat de regeling voor rechtshulpverzoeken strekkende tot het afluisteren, waarvoor men de technische bijstand nodig heeft van de aangezochte staat van personen, die zich:


- hetzij op het grondgebied van de verzoekende staat bevinden. Dat kan zich voordoen bij

satellietcommunicatie;


- hetzij op het grondgebied van de aangezochte staat bevinden;

- hetzij op het grondgebied van een derde lidstaat bevinden.
Met uitzondering van het eerste geval wordt hetzij door de aangezochte staat, hetzij door de staat waar betrokkene verblijft, getoetst of naar zijn recht afluisteren is toegestaan.

Artikel 17 bevat een variant op het afluisteren van een persoon op zijn eigen grondgebied die gebruik maakt van satellietcommunicatie, waardoor de staat dat ook kan doen via de op zijn grondgebied gevestigde "service providers" van dat satellietsysteem.

Artikel 18 gaat over de gevallen waarin het voor een staat technisch mogelijk is om een persoon die zich op het grondgebied van een andere staat bevindt of zich daar naar begeeft, af te luisteren zonder dat hij daarvoor enige technische bijstand nodig heeft van die staat of een andere staat. Doelstelling van de regeling is dat de afluisterende staat het feit dat hij een persoon afluistert meldt aan de staat waar de persoon zich bevindt, opdat die staat kan toetsen of het afluisteren naar zijn recht toelaatbaar is en, indien zulks niet het geval is, het afluisteren kan verbieden. Het derde lid bevat een gedetailleerde regeling over de mogelijke reacties op de meldingsplicht en de gevolgen die daaraan zijn verbonden met betrekking tot het gebruik van de gegevens. Voor de goede orde zij uw aandacht aandacht erop gevestigd, dat in het derde lid, onder a, sub
3, uiteindelijk is bepaald dat in geval het afluisteren moet worden gestaakt, de reeds daaruit verkregen gegevens niet mogen worden gebruikt. Uitzondering daarop vormt alleen de situatie dat de staat die eist dat het afluisteren wordt gestaakt zelf toestemming geeft voor bepaald gebruik.

Deze variant heeft overigens ook de aandacht van het Europese Parlement (EP) getrokken, dat adviseerde artikel 18 te schrappen. Het advies van het EP had overigens wel betrekking op een eerdere versie van de ontwerp-overeenkomst. Het EP is van oordeel dat deze materie controversieel is en daarom nu niet geregeld zou moeten worden. Het EP kan daarin niet worden gevolgd. We weten dat de technische mogelijkheden voor deze vorm van afluisteren bestaan en dat het dus kan voorkomen. Wat betreft de door de rapporteur van het EP veronderstelde vermenging van het afluisteren in het kader van het strafrecht en in het kader van de nationale veiligheid, valt op te merken dat de ontwerp-overeenkomst uitsluitend ziet op het strafrechtelijk afluisteren, hetgeen in het eerste lid van artikel 18 nog eens uitdrukkelijk is aangegeven. De normen voor strafrechtelijk afluisteren gelden tegenover iedere persoon op ons grondgebied. Op de staat rust de verplichting voor handhaving van die normen zorg te dragen, ook als het afluisteren niet door hem maar door een andere staat kan geschieden.

De Titel over afluisteren bevat verder in artikel 19 een voorziening voor de aan het afluisteren verbonden kosten: deze moeten worden betaald door de verzoekende staat. Ten slotte is er ook nog rekening gehouden met voortschrijding van de technologische ontwikkelingen door in artikel 20 aan te geven dat met het oog daarop aanvullende regelingen tussen lidstaten kunnen worden getroffen.

Tijdens eerdergenoemd algemeen overleg heeft de heer Van Oven gevraagd of buitenlanders die hier te lande slachtoffer worden van een strafbaar feit in aanmerking komen voor rechtsbijstand inzake het verhaal van de geleden schade.

Dat is inderdaad het geval. Op grond van artikel 12 van de Wet op de rechtsbijstand komt een ieder, ongeacht of hij Nederlander of buitenlander is, in aanmerking voor gesubsidieerde rechtsbijstand, mits wordt voldaan aan de in de wet genoemde criteria. Het hoofdcriterium is dat het om in de Nederlandse rechtssfeer liggende rechtsbelangen moet gaan. Dat lijkt me in casu het geval. Het buitenlandse slachtoffer kan zich voegen in de strafzaak mits zijn vordering zich daartoe leent. Over het algemeen kan hij dan, indien voldaan is aan bovengenoemde criteria, beroep doen op bijstand door een bureau voor rechtshulp. Indien zijn vordering zich niet voor voeging in het strafproces leent, kan hij een procedure starten bij de civiele rechter en zich daarin eveneens laten bijstaan door een rechtsbijstandverlener op basis van meergenoemde criteria.

Voorts kan eenieder die voldoet aan de in de Wet op de rechtsbijstand geformuleerde draagkrachtcriteria gebruik maken van de kosteloze adviesfunctie van een bureau voor rechtshulp gedurende een half uur. Naar aanleiding van een advies daartoe van de Commissie slachtofferzorg bestaat dezerzijds het voornemen de regelgeving zo aan te passen dat slachtoffers ook kosteloos gebruik kunnen maken van het verlengde spreekuur van drie uur.

Tot slot is het van belang u te melden dat het Portugese voorzitterschap inmiddels het initiatief heeft genomen om te komen tot een kaderbesluit van de Raad over slachtofferzorg aan ingezetenen van de Europese Unie die in een andere lidstaat slachtoffer worden van een strafbaar feit.


*) Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie

**) Ter vertrouwelijke inzage, alleen voor de leden, gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie