Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Herziening 90%-regeling buitenlandse belastingplichtigen

Datum nieuwsfeit: 14-04-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Financien

Titel: BUITENLANDSE BELASTINGPLICHTIGEN


INKOMSTENBELASTING; LOONBELASTING; PREMIE VOLKSVERZEKERINGEN. BUITENLANDSE BELASTINGPLICHTIGEN. 90%-REGELING.

Besluit van 14 april 2000, nr. DB2000/00288 M

De plv. Directeur-Generaal der Belastingen heeft namens de Staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.


1. INLEIDING

In het Besluit van 28 december 1989, nummer DB89/2184, zoals laatstelijk gewijzigd bij besluit van 11 maart 1991, nummer DB91/481, is een tegemoetkomende regeling neergelegd voor bepaalde buitenlandse belastingplichtigen; de zogenoemde 90%-regeling. Daarnaast is in het Besluit van 21 december 1995, nr. DB95/3858M, een afzonderlijke 90%-regeling ingevoerd voor de premie volksverzekeringen.

De sindsdien op diverse onderdelen gewijzigde Wet op de inkomstenbelasting 1964 (Wet IB 1964), met name door de invoering van de Wet van 17 december 1998 (Wet tot afschaffing van het aparte tarief voor buitenlandse belastingplichtigen) hebben mij aanleiding gegeven de regeling te herzien. Voor de heffing van de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 1999 en volgende geldt de hierna opgenomen regeling.

Van de gelegenheid wordt gebruik gemaakt om enige inmiddels verschenen beleidsbeslissingen tevens in de regeling te verwerken.

De hiervoor genoemde besluiten van 28 december 1989 en 21 december 1995 alsmede het besluit van 15 juni 1999, nr. DB99/1799M, hebben hiermee hun belang verloren.

De hierna in onderdeel 2.2.1 genoemde besluiten van 17 mei 1999, nr. DB99/1435M (lijfrentepremie), en 29 september 1998, nr. DB98/2577 (fiscale oudedagsreserve), behouden hun belang.

Bij aanvaarding van de wetsvoorstellen in het kader van de belastingherziening 2001 komt de basis aan de 90%-regeling te ontvallen.


2. REGELING VANAF HET JAAR 1999

In dit besluit is een tegemoetkoming opgenomen voor buitenlandse belastingplichtigen van wie het onzuivere wereldinkomen (nagenoeg) geheel aan de Nederlandse inkomstenbelasting is onderworpen: de zogenoemde 90%-regeling. Deze tegemoetkoming geldt zowel voor de inkomstenbelasting als voor de premie volksverzekeringen en kan voor de premie volksverzekeringen ook afzonderlijk worden toegepast indien weliswaar niet aan de 90%-voorwaarde voor de loon- en inkomstenbelasting is voldaan maar het wereldpremie-inkomen wel voor ten minste 90% daadwerkelijk aan de Nederlandse premieheffing is onderworpen.


2.1. Voorwaarden voor toepassing van de regeling
* Het onzuivere wereldinkomen van de buitenlandse belastingplichtige is gedurende de periode van de buitenlandse belastingplicht voor ten minste 90% in Nederland daadwerkelijk onderworpen aan de heffing van loonbelasting en/of inkomstenbelasting. Bij gehuwden geldt deze voorwaarde voor het totale onzuivere wereldinkomen van beide echtgenoten samen.


* Bij de aangifte inkomstenbelasting dient een specificatie van het onzuivere wereldinkomen te worden gevoegd.

Onder onzuiver wereldinkomen wordt voor deze regeling verstaan het onzuivere inkomen dat de buitenlandse belastingplichtige zou hebben genoten zo hij binnenlandse belastingplichtige zou zijn geweest.


2.2. Inhoud van de regeling

Ik keur goed dat aan buitenlandse belastingplichtigen die voldoen aan de voorwaarden van de 90%-regeling tegemoetkomingen worden verleend met betrekking tot:


1. aftrekposten;


2. de belastingvrije som;


3. de invorderingsvrijstelling;


4. middeling.

De tegemoetkomingen houden het volgende in:


2.2.1. Aftrekposten

Ten aanzien van de buitenlandse belastingplichtige die voldoet aan de voorwaarden van de

90%-regeling wordt rekening gehouden met de hierna onder a tot en met i vermelde persoonlijke verplichtingen en buitengewone lasten van die belastingplichtige (en zijn of haar echtgenoot).

Voor de aftrekposten geldt dat de uitgaven voor aftrek in aanmerking komen met inachtneming van de verder in of op basis van het genoemde wetsartikel gegeven regels. Hierbij dient het begrip "onzuivere inkomen" steeds te worden opgevat als "onzuivere wereldinkomen".
a. Periodieke uitkeringen en verstrekkingen als bedoeld in artikel 45, eerste lid, onderdelen c en d, van de Wet IB 1964 (tekst 1999);

b. Op de belastingplichtige verhaalde kosten van bijstand als bedoeld in artikel 45, eerste lid, onderdeel e, van de Wet IB 1964 (tekst 1999);

c. Renten van schulden en kosten van geldleningen als bedoeld in artikel 45, eerste lid, onderdeel f, van de Wet IB 1964 (tekst 1999);

d. Premies voor lijfrenten als bedoeld in artikel 45, eerste lid, onderdeel g, van de Wet IB 1964 (tekst 1999), alsmede premies voor de in dit onderdeel genoemde aanspraken op periodieke uitkeringen ter zake van invaliditeit, ziekte of ongeval;
Deze aftrek wordt overigens slechts verleend met inachtneming van de in mijn Besluit van 17 mei 1999, nummer DB99/1435M gegeven richtlijnen; zoals bijvoorbeeld de bepaling dat het regime van de zogenoemde fictieve negatieve persoonlijke verplichtingen van artikel 45c Wet IB 1964 van toepassing is.

e. Afkoopsommen als bedoeld in artikel 45, eerste lid, onderdeel h, van de Wet IB 1964 (tekst 1999);

f. Buitengewone lasten ter zake van levensonderhoud van kinderen jonger dan 27 jaar als bedoeld in artikel 46, eerste lid, onderdeel a, 1°, van de Wet IB 1964 (tekst 1999);
Bij de bepaling van de mate waarin de kosten van het onderhoud op de belastingplichtige drukken dient rekening te worden gehouden met het recht op een niet aan de Nederlandse belastingheffing onderworpen uitkering ingevolge een buitenlandse
kinderbijslagvoorziening/studiefinanciering.

g. Buitengewone lasten ter zake van ziekte enz., als bedoeld in artikel 46, eerste lid, onderdeel b, van de Wet IB 1964 (tekst 1999);

Als uitgaven van adoptie worden aangemerkt de uitgaven van de belastingplichtige en diens niet duurzaam gescheiden van hem levende echtgenoot ter zake van de indiening en de behandeling van een verzoek tot het uitspreken van adoptie door de rechter in het woonland, alsmede - ingeval het verzoek betrekking heeft op een kind dat, voordat de adoptanten zijn aangevangen het kind feitelijk te verzorgen en op te voeden, buiten het woonland van de adoptanten woonde - de uitgaven als bedoeld in artikel 13, van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 1990, volgens overeenkomstige regelingen in het woonland.

h. Buitengewone lasten ter zake van opleiding of studie als bedoeld in artikel 46, eerste lid, onderdeel c, van de Wet IB 1964 (tekst 1999).


i. Buitengewone lasten ter zake van beroepsmatige kinderopvang als bedoeld in artikel 46, eerste lid, onderdeel d van de Wet IB 1964 (tekst 1999) die voldoet aan de regels die krachtens artikel 20 van de Welzijnswet 1994 bij gemeentelijke verordening zijn gesteld met betrekking tot de kwaliteit van de opvang, of door de inspecteur te beoordelen buitenlandse regelingen die naar aard en strekking overeenkomen met de krachtens artikel 20 van de Welzijnswet 1994 bij gemeentelijke verordening gestelde regels.
Bij gehuwden wordt de aftrek - met uitzondering van de onder d genoemde premies - toegekend aan de echtgenoot die in totaal het hoogste bedrag heeft aan (in Nederland belaste) zuivere inkomsten uit arbeid, winst uit onderneming en zuivere inkomsten uit periodieke uitkeringen en verstrekkingen. Is dit bedrag bij beide echtgenoten even hoog dan wordt de aftrek toegekend aan de oudste echtgenoot.

De onder d) genoemde premies worden bij de belastingplichtige persoonlijk in aanmerking genomen.

Voor wat betreft de mogelijkheden van de vorming van een fiscale oudedagsreserve verwijs ik naar mijn Besluit van 29 september 1998, nr. DB98/2577.

Voorts kunnen buitenlandse belastingplichtigen die voldoen aan de voorwaarden voor de 90%-regeling gebruik maken van de in artikel 46a van de Wet IB'64 (tekst 1999) neergelegde regeling voor samenvoeging van buitengewone lasten. Ten aanzien van ongehuwden geldt de 90%-eis voor het totale onzuivere wereldinkomen van de belastingplichtige en degene met wie de gezamenlijke huishouding wordt gevoerd.

Ten slotte zij opgemerkt dat in de situatie dat belastingplichtige in een kalenderjaar zowel binnenlandse belastingplichtige als buitenlandse belastingplichtige is, de aftrekpost in de afzonderlijke perioden apart wordt berekend met inachtneming van de in die periode geldende de drempelbedragen (bijvoorbeeld bij buitengewone lasten) en maximumbedragen (bijvoorbeeld bij de aftrek van de als persoonlijke verplichtingen aan te merken renten van schulden en kosten van geldleningen).

.


2.2.2. De belastingvrije som

Buitenlandse belastingplichtigen die voldoen aan de voorwaarden van de 90%-regeling worden voor wat betreft de tariefgroepindeling op dezelfde wijze behandeld als binnenlandse belastingplichtigen.

Ten aanzien van ongehuwden geldt voor overdracht van de basisaftrek de 90%-eis voor het totale onzuivere wereldinkomen van de belastingplichtige en degene met wie de gezamenlijke huishouding wordt gevoerd.

Waar met betrekking tot een toeslag op de basisaftrek, zoals bij de (aanvullende) ouderenaftrek en de aanvullende alleenstaande ouderenaftrek, het inkomen een rol speelt moet ook rekening worden gehouden met inkomen dat niet onder de Nederlandse belastingheffing valt. Het inkomen over de periode van binnenlandse en buitenlandse belastingplicht wordt in voorkomende gevallen gezamenlijk in aanmerking genomen.

Verder geldt in het geval in een kalenderjaar sprake is van zowel binnenlandse als buitenlandse belastingplicht dat voor de beantwoording van de vraag of aan de referentieperiode wordt voldaan opeenvolgende perioden bij elkaar worden geteld.


2.2.3. De invorderingsvrijstelling

Ten aanzien van buitenlandse belastingplichtigen die voldoen aan de voorwaarden voor de

90%-regeling wordt de invorderingsvrijstelling op dezelfde wijze toegepast als bij binnenlandse belastingplichtigen. Is deze belastingplichtige in het kalenderjaar zowel binnenlands als buitenlands belastingplichtig dan wordt de vrijstelling ook verleend op basis van het totaal van het belastbare inkomen en het belastbare binnenlandse inkomen.


2.2.4. Middeling

De buitenlandse belastingplichtige kan gebruik maken van de regeling voor middeling, bedoeld in artikel 66a van de Wet IB 1964 (tekst 1999), onder de voorwaarden dat in elk jaar van het middelingstijdvak aan de voorwaarden van de 90%-regeling is voldaan. Mede gelet op het inmiddels vervallen aparte tarief voor buitenlandse belastingplichtigen ontmoet het ook geen bezwaar de faciliteit te verlenen bij samenloop van binnenlandse en buitenlandse belastingplicht in het kalenderjaar, mits in de periode van buitenlandse belastingplicht aan de voorwaarden van de 90%-regeling is voldaan. Wellicht ten overvloede merk ik op dat slechts gehele jaren in een middelingstijdvak kunnen worden betrokken.


2.3. Werking voor de loonbelasting en voorlopige teruggaaf
Met de hiervoor onder 2.2.1. en 2.2.2. genoemde tegemoetkomingen kan reeds, overeenkomstig de regels die voor binnenlandse belastingplichtigen gelden, in de loop van het kalenderjaar rekening worden gehouden.


3. INTERNATIONALE REGELINGEN

Uiteraard laat het bepaalde in deze aanschrijving onverlet de aan internationale regelingen ontleende rechten. In het bijzonder gaat het hier om rechten die inwoners van België, Suriname, de Nederlandse Antillen en Aruba kunnen ontlenen aan de verdragen ter voorkoming van dubbele belasting, respectievelijk de Belastingregeling voor het Koninkrijk.

Dit betekent dat inwoners van de genoemde landen c.q. delen van het Koninkrijk ongeacht de samenstelling van hun binnenlandse inkomen recht hebben op dezelfde belastingvrije som als binnenlandse belastingplichtigen.

Voorts keur ik goed dat deze buitenlandse belastingplichtigen, met inachtneming van de daarvoor gestelde regels, aanspraak kunnen maken op de bij 2.2.1, onder f van dit besluit vermelde aftrek van buitengewone lasten ter zake van levensonderhoud.

Inwoners van de Bondsrepubliek Duitsland hebben, wanneer zij aan de 90%-eis voldoen, reeds op basis van het met dat land gesloten verdrag recht op de onder 2. vermelde aftrekposten en belastingvrije sommen.

Voor buitenlandse belastingplichtigen die winst uit onderneming genieten door middel van een vaste inrichting in Nederland, geldt, afhankelijk van de formulering van de non-discriminatiebepaling in het van toepassing zijnde belastingverdrag, dat zij - ongeacht of voldaan is aan de 90%-eis - recht kunnen hebben op toepassing van de invorderingsvrijstelling, de zelfstandigenaftrek en de middelingsregeling. Toepassing van deze regelingen vindt plaats op dezelfde wijze als ten aanzien van binnenlandse belastingplichtigen.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie