Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Toespraak minister Vermeend voor honderdjarige CNV bond

Datum nieuwsfeit: 15-04-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten

MINISTERIE SZW

www.minszw.nl

Toespraak minister Vermeend bij jubileum Hout- en Bouwbond CNV

Nr. 2000/62

14 april 2000

Embargo:

15 april tot

12.30 uur

Minister Vermeend: bouw moet ouderen vasthouden.

De bouwsector kan knelpunten in de personeelsvoorziening oplossen door ouderen langer vast te houden in de bedrijfstak. Ook zou de sector moeten onderzoeken waarom allochtonen de bouw vaak de rug toekeren. En tenslotte zou de bouw moeten proberen zijn aantrekkelijkheid voor vrouwelijke werknemers te verhogen. 'De bouw is toch wel erg een mannenwereld,' zei minister Vermeend van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op zaterdag 15 april bij de viering van het honderdjarig bestaan van de Hout- en Bouwbond CNV in Utrecht.

Toespraak door minister W.A. Vermeend van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bij de viering van het honderdjarig jubileum van de Hout- en Bouwbond CNV op 15 april 2000 in Utrecht.

Allereerst wil ik u natuurlijk van harte gelukwensen met uw honderdjarig bestaan. Honderd jaar streven naar een betere samenleving. Honderd jaar ijveren voor een beter bestaan van zelfbewuste en weerbare werknemers. Zonodig strijdvaardig. Want u hebt de confrontatie niet geschuwd als andere wegen onbegaanbaar bleken.

Maar waar mogelijk hebt u als Hout- en Bouwbond CNV via overleg en onderhandelen uw doel willen bereiken. Het harmoniemodel was u altijd op het lijf geschreven. Ook toen dat nog veel minder vanzelfsprekend was dan de laatste jaren. Lang voordat we in Nederland van het poldermodel spraken.

Dat ik u vandaag geluk kan wensen met dit eeuwfeest als minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en niet als één van uw collega.s, is vooral te wijten aan het toeval. Want ik ben opgegroeid in een houtbedrijf. Ik kom uit een gezin dat leefde van hout. Mijn vader was modelmaker. In mijn jeugd heb ik dan ook veel in de modelmakerij van mijn vader gewerkt. Ik heb leren schaven, beitelen, zagen en schuren.

Dat u een mooi vak hebt, staat voor mij vast. Letterlijk een opbouwend vak. U maakt dingen die er zijn mogen, die gezien mogen worden. Dat mag wel eens gezegd worden in deze tijd, waarin we de mond vol hebben van informatietechnologie, de virtuele samenleving en de electronische snelweg. Het is allemaal mooi en nuttig. Maar zonder mensen zoals u, die dagelijks in werkplaatsen, op bouwplaatsen, aan de wegen of op het water aan het werk zijn, kunnen we het in dit land echt niet stellen.

Heel even terug naar het verleden, naar de Christelijke Bond van Timmerlieden, die in 1900 het begin markeerde van de huidige Hout- en Bouwbond CNV. De timmerlieden - eigenzinnige mensen weet ik uit ervaring - hebben zich toen verenigd in een vakbond. Dat was hard nodig om verbetering te kunnen brengen in de vaak ellendige omstandigheden waaronder de mensen een eeuw geleden hun werk moesten doen.

Die inzet voor mensen die het moeilijk hebben, hebt u in de afgelopen eeuw vastgehouden. Net als het besef dat er méér dingen zijn om je druk over te maken dan een behoorlijk loon, al telt dat natuurlijk ook.

Dat blijkt bijvoorbeeld uit de oprichting van het Sociaal Fonds Bouwnijverheid in 1952. Het fonds werd belast met de uitvoering van verschillende bedrijfstaksregelingen, zoals pensioen- en wachtgeldregelingen, maar ook van vorstverlet. Het blijkt ook uit uw inzet om een goede vut-regeling tot stand te brengen. Dat was in 1977. En uit het invoeren van een kortere werkweek voor de bouw in 1985.

Met die laatste twee regelingen hebt u uit volle overtuiging uw bijdrage geleverd aan het voorkomen van jeugdwerkloosheid. U hebt van harte meegewerkt aan het succesvolle beleid van een verantwoorde loonontwikkeling in ruil voor lastenverlichting. Het beleid waarmee overheid en sociale partners er sinds het Akkoord van Wassenaar in zijn geslaagd de economie weer op het goede spoor te krijgen en de werkloosheid krachtig terug te dringen.

Dat waren de klussen van de afgelopen jaren. Die hebben we samen geklaard, overheid en het bedrijfsleven, meestal in goede harmonie. Maar de tijden veranderen. Nu staan we voor nieuwe, heel andere uitdagingen.

We moeten de komende jaren rekenen met een tekort aan werknemers. Die krapte op de arbeidsmarkt is niet tijdelijk. Ook als het economisch even minder goed gaat, houden we die krappe arbeidsmarkt. Want het aantal schoolverlaters neemt af en het aantal ouderen neemt toe. Dat is zeker.

Is dat een probleem?

Dat kan het zijn, maar het hoeft niet. Niet als we van de nood een deugd maken. En dat kunnen we door minder slordig gebruik te maken van het potentieel aan arbeidskracht dat we in Nederland nog steeds in ruime mate beschikbaar hebben.

Want u weet het: tweederde van de mensen boven de 55 werkt niet of niet meer. En dan gaat het in de meeste gevallen niet om mensen die welverdiend van hun vut-uitkering genieten. De meeste mensen houden vervroegd op met werken via de WW of de WAO. Dat is helemaal niet zo.n plezierige, welverdiende uittredingsroute.

Daarom vind ik het voorbeeldig dat u in een aantal cao.s hebt opgenomen dat mensen van boven de 55 vier dagen kunnen werken. Dat kan eraan bijdragen dat mensen langer door kunnen blijven werken.

Als het zou lukken de mensen die nu voor hun zestigste ophouden met werken langer actief te houden, zouden in één klap de knelpunten op de arbeidsmarkt verdwenen zijn. Geen tekorten meer. Uw sector, de bouw, geeft het goede voorbeeld. Jarenlang bent u de onbetwiste kampioen geweest bij de WAO. Dat is niet meer zo. De laatste jaren is het aantal van uw collega.s dat arbeidsongeschikt wordt sterk afgenomen.

Maar het kan natuurlijk altijd beter. Daar werkt u ook aan. Een paar weken geleden heeft staatssecretaris Hoogervorst afspraken met u gemaakt over een convenant voor de bouw. U gaat nog eens goed kijken waar de schoen wringt. En vervolgens goede maatregelen treffen om te voorkomen dat mensen arbeidsongeschikt worden.

Zo moet het lukken nog meer mensen prettig werkend de eindstreep te laten halen. Wat mij betreft is dat niet in de eerste plaats een economisch belang. Dat is allereerst van betekenis omdat ook u er recht op hebt in goede gezondheid uw werkzame loopbaan af te sluiten.

Een goed ouderenbeleid omvat meer dan het voorkomen van arbeidsongeschiktheid. Het is ook nodig omdat we moeten investeren in mensen. Omdat we ervoor moeten zorgen dat mensen in hun vak bij de tijd blijven. Zodat ze om kunnen gaan met nieuwe technieken en nieuwe gereedschappen. Daardoor blijven mensen beter mobiel op de arbeidsmarkt. Daardoor worden mensen weerbaar. En dat is een van uw doelstellingen als vakbeweging.

U doet in de bouw al veel aan vakopleiding van mensen die kiezen voor een beroep in de bouw. Maar we moeten ons realiseren dat een vakopleiding aan het begin van een loopbaan lang niet altijd meer betekent dat je daar je hele verdere werkzame leven mee toe kunt. Her- en bijscholing zijn in steeds meer beroepen nodig om bij de tijd te blijven. Daarbij moeten we de oudere werknemers niet over het hoofd zien. Laten we vooral zo snel mogelijk korte metten maken met het dwaze vooroordeel dat je ouderen niets nieuws meer kunt leren.

Als ik het heb over het oplossen van de knelpunten op de arbeidsmarkt, denk ik ook aan allochtonen. De werkloosheid is onder etnische minderheden vier keer zo hoog als onder autochtonen. Veel knelpunten kunnen dus worden opgelost door het inschakelen van meer allochtone Nederlanders. Maar in de bouw zijn de allochtonen nog sterk ondervertegenwoordigd.

Eigenlijk is dat merkwaardig. Want de bouwsector spant zich voorbeeldig in om allochtonen aan te stellen. De laatste tijd gaan er een kleine vijfduizend allochtonen per jaar aan de slag in de bouw. Volgens het minderhedenakkoord uit 1993 moet de bouw drieduizend allochtonen per jaar in dienst nemen. Met die vijfduizend allochtonen lijkt de sector bouw dus prima te scoren.

Helaas valt dat toch tegen. Want de meeste allochtonen blijken het niet lang vol te houden in de bouw. Waar dat aan ligt, weten we niet precies. Ik denk dat het goed is als u daar onderzoek naar gaat doen. Zeker nu de bouwsector zit te springen om personeel, is het jammer dat u er maar zo mondjesmaat in slaagt deze categorie mensen vast te houden.

Een groep werknemers die in de bouw ook maar heel moeizaam een voet aan de grond krijgt, zijn de vrouwen. De bouw is toch wel erg een mannenwereld. Toch kan ik me heel goed voorstellen dat lang niet alle vrouwen op voorhand wars zijn van werken in de bouw. Er komen geleidelijk wat meer bouwvaksters. Gelukkig, want die voldoen prima in hun vak. Het zou nuttig kunnen zijn eens te kijken of bijvoorbeeld op bouwplaatsen nog knelpunten met de voorzieningen voor vrouwen op te lossen zijn die nu het werken van vrouwen nog in de weg staan.

Daarmee werkt u dan meteen aan een beter beeld van de bouwsector. Mij hoeft u er niet meer van te overtuigen dat werken in de hout- en bouwsector interessant is en dat er een behoorlijke vergoeding tegenover staat. Maar de naam van een moderne sector heeft de bouw bij de buitenwacht in het algemeen nog niet.

Dat is niet terecht, op één uitzondering na. Als het gaat om flexibele arbeidstijden, om een open oog voor de problemen van de moderne werknemer - man of vrouw - die het werk wil combineren met zorgtaken, dan loopt het grootste deel van de bouwsector nog niet voorop.

Ouderen behouden voor de bouw en kijken hoe u nieuwe werknemers kunt winnen voor uw bedrijfstak. Dat zijn naar mijn idee de opgaven waarvoor u, ook als vakbeweging, de komende jaren staat.

Aan het begin van de jaren tachtig hebt u zich als Hout- en Bouwbond niet onbetuigd gelaten. U hebt uw verantwoordelijkheid genomen bij het bestrijden van de crisis. In deze tijd doen we weer een beroep op u om uw verantwoordelijkheid te nemen nu het gaat om het oplossen van maatschappelijke problemen.

Nu gaat het om integratie van allochtonen. Om verbetering van arbeidsomstandigheden zodat mensen langer gezond blijven werken. Om een gelijkwaardige rol van vrouwen in het arbeidsproces. Ik ben er zeker van dat deze honderdjarige die oproep zal verstaan. En dat deze eeuweling de uitdagingen van het begin van de 21e eeuw met verve oppakt.


15 apr 00 12:30

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie