Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Agenda Landbouwraad 17-18 april 2000

Datum nieuwsfeit: 17-04-2000
Vindplaats van dit bericht
Vindplaats 2
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal


21501Brief LNV agenda landbouwraad 17-18 april 2000
Gemaakt: 12-4-2000 tijd: 15:17


2

Aan de Voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

's-Gravenhage, 10 april 2000

Onderwerp:

Agenda van de Landbouwraad van 17 en 18 april 2000

Geachte Voorzitter,

Hierbij deel ik u mee dat op maandag 17 en dinsdag 18 april a.s. te Luxemburg een vergadering zal worden gehouden van de Europese Ministers van Landbouw. De voorlopige agenda bevat 8 punten.

Een belangrijk onderwerp zal zijn de verplichte etikettering van rundvlees. Het ligt in de bedoeling van het Portugese voorzitterschap om tijdens deze komende Raad een besluit te nemen over een gemeenschappelijk standpunt van de Raad. Daarna volgt nog afstemming met het Europese Parlement. Het is de bedoeling dat op 1 september a.s. het nieuwe etiketteringssysteem van kracht wordt.

Daarnaast zal in de Raad gesproken worden over een wijziging van de marktordening voor katoen, een stabilisatiefonds voor de varkenssector en het intergouvernementeel forum over de bossen. In de Raad zal tevens een gedachtewisseling plaatsvinden over de landbouwonderhandelingen bij de WTO.

Goedkeuring van de agenda

Goedkeuring van de lijst met A-punten

Etikettering van rundvlees

Tijdens de Landbouwraad van december 1999 is besloten om de invoering van de verplichte etikettering van rundvlees met acht maanden uit te stellen tot 1 september a.s. Tijdens de Landbouwraad van januari jl. heeft een oriënterende discussie over dit onderwerp plaatsgevonden aan de hand van een tweetal vragen van het voorzitter-schap. Inmiddels is het voorstel op ambtelijk niveau uitgebreid aan de orde geweest. Het voorzitterschap heeft dan ook benadrukt dat het tijdens de komende Raad een besluit wil nemen over een gemeenschappelijk standpunt van de Raad. De discussie zal worden gevoerd op basis van een compromisvoorstel van het voorzitterschap. In dat compromisvoorstel zijn 21 van de 28 (voorlopige) amendementen van het Europese Parlement overgenomen. Overigens zal het Europese Parlement op 11 april a.s. haar definitieve standpunt in eerste lezing bekendmaken.

Het voorzitterschap heeft aangegeven dat in de Raad uitsluitend over de volgende drie punten nog gediscussieerd kan worden:

de oorsprongsaanduiding op het etiket,

de datum waarop de tweede fase van de verplichte etikettering in werking treedt,

de extra vermeldingen op het etiket.

Op ambtelijk niveau is benadrukt dat het voorzitterschap niet bereid zal zijn om over andere punten de discussie te heropenen.

Nederland kan het compromisvoorstel ondersteunen met uitzondering van één belangrijk punt. Het is voor Nederland namelijk moeilijk aanvaardbaar dat het binnen de Europese interne markt verboden wordt om rundvlees te etiketteren met `oorsprong EU'. Dit standpunt wordt door een viertal lidstaten én de Commissie ondersteund. Nederland heeft een sterke voorkeur voor de oorspronkelijke tekst van de Commissie, waarin de producenten de keuze hebben om of `oorsprong EU', of `oorsprong lidstaat' op het etiket te vermelden. Een meerderheid van de lidstaten wil echter verplichten dat alle lidstaten waar de dieren geboren, gehouden en geslacht zijn, op het etiket worden vermeld.

Wijziging van de marktordening voor katoen

De marktordening voor katoen is gebaseerd op een Protocol dat aan de Akte van toetreding van Griekenland is gehecht. In Spanje en Griekenland is de katoenteelt om sociale, economische en regionale redenen zeer belangrijk. Om die reden is gekozen voor een forse ondersteuning, die Europese katoen concurrerend maakt met de katoen die elders wordt geproduceerd.

De productiesteun voor katoen is een `deficiency payment'. Het doel is om het verschil tussen de streefprijs en de door de Commissie geconstateerde wereldmarktprijs voor katoen te overbruggen.

De door de Commissie vastgelegde gegarandeerde maximum hoeveelheid (GMH) bedraagt 1.031.000 ton, en is verdeeld in twee gegarandeerde nationale hoeveelheden, te weten 782.000 ton voor Griekenland en
249.000 ton voor Spanje. Indien overschrij-ding van de GMH wordt vastgesteld, wordt bezien welke lidstaat zijn nationale hoeveel-heid heeft overschreden en wordt het percentage van de overschrijding berekend. Op basis hiervan wordt een korting toegepast op de streefprijs voor katoen. In de huidige verordening is voorzien dat bij overschrijding van de GMH de streefprijs met 50% van het overschrijdingspercentage wordt gekort.

De Commissie stelt een verhoging van de korting op de streefprijs voor tot 60%. Reden hiervoor is dat jaar op jaar de GMH wordt overschreden. Daar komt bij dat de wereld-marktprijs voor katoen de laatste tijd zeer laag is. Het systeem van `deficiency payments' leidt er dan toe dat de budgettaire lasten steeds groter worden. Met haar voorstel wil de Commissie deze lasten beperken.

Verder neemt de Commissie maatregelen om de kwalijke gevolgen van de katoenteelt voor het milieu te beperken. Daarbij wordt met name gedacht aan een efficiënter gebruik van irrigatiewater.

Nederland heeft begrip voor de sociaal economische en regionale problemen die Spanje en Griekenland bij de katoenteelt ondervinden en wil ook niet tornen aan de afspraken die in het Protocol bij toetreding van Griekenland zijn vastgelegd. Wel moet sinds Berlijn bij elke marktordening, dus ook bij die voor katoen, serieus naar de begrotings-discipline worden gekeken.

Stabilisatiefonds voor de varkenssector

De Commissaris zal in de Landbouwraad een voorstel presenteren voor de instelling van een stabilisatiefonds in de varkenshouderij. Sinds medio 1998 zijn vele varkenshouders in de Europese Unie als gevolg van de zeer lage varkensprijzen in financiële problemen gekomen. Tijdens de crisis is in de Landbouwraad door verschillende ministers meer-maals aandacht gevraagd voor de moeilijke situatie van de varkenshouders. Als reactie daarop heeft de Commissie gedaan wat ze kon, namelijk de bestaande instrumenten van de marktordening zo goed mogelijk inzetten. Dit bood echter maar beperkt soelaas, vandaar de roep uit met name de zuidelijke lidstaten om nieuwe en krachtiger instru-menten in te zetten. Eén van de ideeën die tijdens de discussies in de Raad naar voren is gebracht is een stabilisatiefonds voor de varkenssector.

De Commissie stelt nu voor dat lidstaten toestemming kunnen geven voor een initiatief van varkenshouders in hun land, om op eigen kosten en voor eigen risico een stabilisa-tiefonds in te stellen. Deelname aan het fonds is op vrijwillige basis en de boeren moeten voor tenminste vijf jaar participeren. In goede tijden betalen alle deelnemers een bepaald bedrag per varken aan het fonds en in slechte tijden wordt door het fonds een vergoeding uitgekeerd aan de deelnemende boeren.

Nederland is in deze discussie nooit vragende partij geweest. Nederland is van mening dat de crisis het snelst voorbij is als de overheid zo weinig mogelijk intervenieert in de varkensmarkt. Door een vermindering van het aanbod gaan de prijzen vanzelf weer naar een bevredigend niveau. Het is de vraag of een stabilisatiefonds de marktwerking niet verstoort en daardoor een crisis juist verlengt. Niettemin kan Nederland begrip opbrengen voor het introduceren van een door het bedrijfsleven gerund stabilisatie-fonds.

Landbouwonderhandelingen bij de WTO

Het voorzitterschap wil in de Raad een gedachtewisseling voeren over de eerste onderhandelingssessie van de nieuwe onderhandelingsronde in de WTO over land-bouw. Deze vond plaats in een speciale zitting van het WTO-Landbouwcomité op 23 en 24 maart jl. in Genève. Onderhandelingen over landbouw (en diensten) waren al aan het eind van de Uruguay-ronde voorzien en zijn nu volgens plan van start gegaan. Bij gebrek aan overeenstemming over een brede WTO-ronde, worden de landbouwonder-handelingen vooralsnog gevoerd op basis van het in 1994 in de WTO_Landbouwover-eenkomst opgenomen onderhandelingsmandaat.

De Europese Unie heeft in de hierboven genoemde vergadering nogmaals het belang van een brede onderhandelingsronde benadrukt.

Ook heeft de Europese Unie aangegeven dat er een balans moet worden gevonden tussen de klassieke onderwerpen (afbouw van de invoerrechten, interne steun en exportsubsidies, inclusief exportkredieten) en non trade concerns (onder andere multifunctionele landbouw waartoe milieu, plattelandsbeleid, voedselveiligheid, voedselzekerheid en dierenwelzijn behoren).

De volgende onderhandelingssessies vinden plaats in juni, september en november 2000. In maart 2001 zal deze eerste, inventariserende onderhandelingsfase, die feitelijk dient ter voorbereiding van de daadwerkelijke onderhandelingen, worden afgesloten.

Intergouvernementeel forum over de bossen

Dit onderwerp is eveneens in de Landbouwraad van maart jl. aan de orde geweest. De uitkomsten van de 4e zitting van het Intergouvernmental Forum on Forests zullen aan de orde worden gesteld tijdens de 8e zitting van de Commission on Sustainable Development (CSD) in New York op 26 april 2000. Met het oog op de voorbereiding van die vergadering zal het voorzitterschap de concept-Raadsconclusies in de Landbouw-raad aan de orde willen stellen.

Nederland kan instemmen met het accorderen van het IFF-4-rapport tijdens de CSD-8-zitting. Teleurstelling moet echter worden uitgesproken over de resultaten van IFF-4, daar deze toch wel ver afliggen van de oorspronkelijke inzet van de Europese Unie gericht op het bereiken van een juridisch bindend instrument. Nederland heeft vanaf het begin van de discussie over het mondiale duurzame bossenbeheer het standpunt ingenomen, dat een juridisch bindend instrument de beste waarborgen biedt voor een mondiaal duurzaam beheer van alle bossen. Een van de belangrijkste argumenten hiervoor is, dat een juridisch bindend instrument de beste garanties geeft voor het nakomen van de afspraken en daarmee ook impliciet geldstromen gegenereerd kunnen worden, evenals overdracht van technologie, omdat donorlanden de zekerheid van «waar voor hun geld» hebben.

Volgens Nederland zou de EU - of EU-lidstaten die dat willen - samen met andere «like-minded» landen (en dat zijn er veel, naar schatting
75 à 80) moeten proberen alsnog tot een of ander juridisch bindend instrument te komen en dan kijken of er een «zwaan-kleef-aan»-effect ontstaat.

Diversen

Situatie op de markt voor schaalvruchten (verzoek Spanje)

De Spaanse minister zal in de Raad vermoedelijk aandacht vragen voor het feit dat de specifieke ondersteuning van de notensector dit jaar ten einde loopt. De Commissaris zal daarom worden gevraagd om in het dit jaar uit te brengen verslag over de groente- en fruitsector hier aandacht aan te geven.

Organisatie van toekomstige werkzaamheden

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER

EN VISSERIJ,

mr. L.J. Brinkhorst

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie