Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

D66: Bijdrage aan debat over integratiebeleid

Datum nieuwsfeit: 18-04-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
D66


18 april 2000

Bijdrage aan het debat over het integratiebeleid

Thom de Graaf

Algemeen
Paul Scheffer komt de eer toe het integratiedebat scherpte te geven en een gevoel van urgentie op te roepen. Hij schreef in het geruchtmakende artikel over een "multiculturele drama" dat veroorzaakt wordt door onverschilligheid, gebrek aan nationaal gevoel en open grenzen. Wij mogen hem dankbaar zijn, want het is de politiek zelf niet gelukt om de schijnwerper zo goed te richten.
Maar dat wil niet zeggen dat zijn analyse op alle punten terecht is. De stelling dat ongelijkheid en segregatie hardnekkige verschijnselen van de multiculturele verandering zijn, behoeft niet te worden weersproken. Dat is zo. De stelling dat dit wordt gestimuleerd door een veronachtzaming van onze eigen nationale cultuur, taal en geschiedenis, is op zijn minst aanvechtbaar. Wie naar een land als Frankrijk kijkt, realiseert zich dat daar de nationale trots groter is, maar het integratieprobleem ook.
"Laisser faire" (om in dit kader een franse uitdrukking te gebruiken) is in Nederland niet de leidraad geweest van het integratiebeleid van de afgelopen jaren, integendeel. Het is moeilijk, vaak een kwestie van vallen en opstaan, maar daarom nog geen reden voor een gevoel van verslagenheid omdat niet morgen klaar is wat wij vandaag willen.
Het uitgangspunt van het huidige integratiebeleid is niet behoud van eigen culturele identiteit. Ik geloof ook niet dat dit een overheidsopdracht zou moeten zijn. De eigen culturele identiteit is in de eerste plaats een keuze en verantwoordelijkheid van mensen zelf. Eigen identiteit is geen dragende pijler van het integratiebeleid en moet dat ook niet zijn. Die dragende pijler is wel het activistisch mogelijk maken van integratie, zonder verplichte assimilatie.

De Nederlandse rechtsorde biedt ruimte voor iedereen om eigen culturen te behouden, zolang het gezamenlijke belang en de fundamentele rechtsnormen niet worden aangetast. Dat geldt op religieus, op ethisch en op sociaal gebied. De ondergrens moet daarbij zeer duidelijk zijn en zonder restrictie worden gehandhaafd. Dat betekent dat in Nederland culturele uitingen als vrouwenbesnijdenis, eerwraak, achterstelling van vrouwen en discriminatie van homo's niet worden getolereerd. Nieuwkomers krijgen te maken met een cultuur waaraan zij niet gewend zijn. Daarin volledig opgaan is niet nodig en doet onrecht aan de individuele vrijheid van mensen. Maar aanpassing is wel onvermijdelijk om hier te kunnen overleven. Er is sprake van een dominant heersende cultuur. Men noemt die de Nederlandse cultuur, maar die is niet enkel gestoeld op onze vaderlandse geschiedenis of de Hollandse keuken, als die er al is. Die dominante cultuur is een resultante van geschiedenis, van beïnvloeding door andere westerse landen en ook van de vele groepen mensen die uit andere werelddelen zich hier, om welke reden ook, hebben gevestigd. Die dominante cultuur is dus in zekere zin intercultureel, open en zeker geen afgesloten kast waarin het vaderlandse tafelzilver wordt bewaard. Maar de waarden die deze cultuur door de jaren heen heeft opgeleverd zijn bepalend voor de manier waarop onze samenleving functioneert en de normen die wij daarvoor hebben vastgelegd. Wij mogen vragen van mensen om daarmee te leren omgaan.

Bij de start van Paars II is het overheidsbeleid krachtiger geformuleerd. Terugkijkend vind ik dat in de jaren daarvoor onvoldoende gericht beleid is gevoerd. De instrumenten die de WRR al in 1989 aanreikte, zijn te lang blijven liggen. Het aantreden van dit kabinet markeerde een verandering. In de eerste plaats kwam er een aparte minister voor grotesteden- en integratiebeleid. In de tweede plaats wordt de vreemdelingenwetgeving aangepast, restrictiever met behoud van rechtvaardigheid. In de derde plaats wordt nu serieus werk gemaakt met inburgering van nieuwkomers en - binnen de grenzen van het mogelijke - van mensen die allang in Nederland zijn, maar inburgering dringend nodig hebben. Minister van Boxtel komt bovendien de eer toe als eerste het immigratiekarakter van ons land uitdrukkelijk te erkennen. Ook bij een restrictief vreemdelingenbeleid zullen er in de komende 10, 15 jaar immers veel nieuwkomers zijn, zelfs meer dan nu.

De integratienota van het kabinet "Kansen krijgen, kansen pakken" van eind 1998 heeft een aantal stevige ambities omschreven, die de grote meerderheid van deze Kamer heeft onderschreven. Die nota en de vervolgstukken laten zien dat er reden is voor gemengde gevoelens. Er zijn zichtbare verbeteringen, maar te weinig en te langzaam. De tweede generatie leerlingen doet het bijvoorbeeld gelukkig op school stukken beter dan de eerste. De werkloosheid onder allochtone groepen loopt terug, op het eerste gezicht zelfs spectaculair, van 26% naar 16%. Maar voor wie zich realiseert dat de werkloosheid onder de totale beroepsbevolking onder de 4% daalt, is die 16% een onacceptabel hoog percentage. Nieuwkomers krijgen in Nederland een woning, een sociaal vangnet en een inburgeringcursus Maar de andere kant van de medaille is dat zij vaak werkloos blijven, bij elkaar wonen in verpauperde wijken en zich veelal alleen kunnen koesteren in de warmte van hun eigen culturele isolement.

Sommigen zeggen dat er een sociale onderklasse dreigt te ontstaan. Die vrees is niet ten onrechte. Maar de stelling dat de eenzijdige samenstelling van verschillende wijken in de grote steden vooral een kwestie is van inkomenssegregatie, waarvan etnische segregatie het gevolg is, lijkt mij niet juist. Het is niet alleen een sociaal-economisch probleem, het is ook een cultureel probleem dat wij onder ogen moeten zien. Een probleem dat de samenleving deels zelf schept door zich onvoldoende ontvankelijk op te stellen en een probleem omdat groepen allochtonen niet altijd in staat en bereid zijn zich in die samenleving te begeven.

De richting van het integratiebeleid zoals door het kabinet is aangegeven een juiste is. Helder zijn in de normen die voor iedereen in Nederland gelden. Inzetten op verplichte inburgering en op onderwijs, met de nadruk op taal, taal en taal. Inspanning om mensen op de arbeidsmarkt te krijgen en te houden. Stevig aanpakken van discriminatie, zowel bedoelde als onbedoelde en begrip kweken voor elkaars culturen.

Terugkijken hoe het de afgelopen dertig jaar is gegaan vind ik niet zo zinvol. Die tijd kan beter worden gebruikt om het beleid daadwerkelijk uitgevoerd te krijgen. Daar zit grotendeels de knoop. De effectiviteit van alle instellingen en maatschappelijke voorzieningen die gemoeid zijn met integratie is onvoldoende. De uitvoering van het integratiebeleid dreigt vast te lopen in de gecompliceerde samenwerking van al die instellingen: arbeidsvoorziening, opleidingscentra, bedrijven, ondernemingsraden, scholen, consultatiebureaus, beroepseducatie, het bureau nieuwkomers, de GBA, de GSD, de uitvoeringsinstantie enz., enz. Die instellingen moeten, samen met de zg. zelforganisaties, worden versterkt in hun mogelijkheden en hun onderlinge aansluiting.

Het kabinet moet daar een stevige regie op voeren. Niet in de kokers, maar ontkokerd. Krachtige coördinatie door het gehele kabinet, maar met de minister voor Integratiebeleid voorop. Bij dat laatste past ook een stevige bevoegdheid om niet alleen de hand op te houden bij de collega's maar die hand ook te kunnen gebruiken om te sturen. Ik vind dat daar een budgettaire medeverantwoordelijkheid voor alle voor integratie relevante uitgaven bij hoort.

Inburgering
De inburgering gaat nog niet zoals het zou moeten. Dat is zorgelijk want de primaire doelstelling van de integratie is toch het bevorderen van actief burgerschap van leden van etnische groeperingen. Een deel van de problemen zit bij de ROC's, die inburgering niet direct zien als kerntaak. Moeten wij niet eerder van die gedwongen winkelnering af om zo een groter en efficiënter aanbod te creëren?
Het is ronduit frustrerend dat de problemen groter worden naarmate de steden groter worden. Daar hoopt zich dus de ellende op. De gemeenten hebben een zware verantwoordelijkheid en wij vinden dat zij die ook waar moeten maken. Ook als het gaat om sancties. Integratie is geen eenrichtingsverkeer en dus zullen sancties ook daadwerkelijk effectief moeten zijn. Uitval vanwege verhuizingen of gebrek aan motivatie zal echt moeten worden bestreden. Als de gemeenten de inburgering niet echt willen verplichten, zal de minister moeten ingrijpen, bv, via een aanwijzing. Onverschilligheid staat hier gelijk aan moedwillig mensen opgeven. Mijn fractie heeft gisteren bovendien bij de behandeling van de Vreemdelingenwet voorgesteld de permanente verblijfsvergunning eerst te verlenen als het hele inburgeringtraject is doorlopen. Wie echt wil blijven, kan ook blijven maar moet dat ook laten blijken.

Opmerkelijk is voorts dat het geld in veel gevallen blijft hangen bij de gemeenten. Bij onderuitputting mogen zij dat reserveren. Dat geld moet wat ons betreft zo snel mogelijk worden ingezet voor extra aanbod voor zg. oudkomers en voor de groep met een voorlopige vergunning tot verblijf (vvtv). Als ik het goed begrijp zegt het kabinet dat het wegwerken van de wachtlijsten voor oudkomers niet zozeer een kwestie van geld is maar van organisatie, ook hier. Dat vraagt dus om actie van het kabinet, welke?

Onderwijs
Het achterstandenbeleid in het onderwijs is een paar weken geleden uitvoerig besproken. Staatssecretaris Adelmund is met veel huiswerk door de Kamer teruggestuurd. Een beetje een herexamen of een taak zou je in mijn schooltijd zeggen. Intense betrokkenheid levert nog niet zomaar een voldoende op. Vroeg onderwijs in de Nederlandse taal is doorslaggevend. De leermethoden zijn er, zij moeten alleen op de goede plek terechtkomen en daarbij moet iedereen worden ingeschakeld, ook de zg. OALT-leerkrachten. De werkelijkheid van de zwarte scholen zullen we moeten aanvaarden, verplicht scheiden is onwerkbaar en onwenselijk. Maar initiatieven voor vrijwillige spreiding zoals in Amersfoort zijn de moeite waard. Wij zien niet zoveel in verlaging van de leerplicht naar 4 jaar. Dat is vooral optiek. Van veel groter belang is de toegankelijkheid van voorschoolse opvang en peuterspeelzalen in wijken met veel allochtone bevolking. En snel want het duurt in Nederland onvoorstelbaar lang voordat van geld ook daadwerkelijk een opvangplaats komt.

Ik maak mij ernstige zorgen over de toekomst van het VMBO, zeker in relatie tot allochtone jongeren. Ruim een jaar geleden heeft de Onderwijsraad staatssecretaris Adelmund al gewaarschuwd voor het te theoretische karakter van het VMBO. Als nu blijkt dat voor de helft van de leerlingen het VMBO te moeilijk is, doen wij iets goed fout. En al helemaal als dan als oplossing wordt gekozen om de schooldeuren voor leerlingen vanaf 14 jaar open te zetten in plaats van meer praktische vakken in te voeren. Als de route feitelijk voor grote groepen buiten de schoolpoort voert, dan faalt het onderwijs jammerlijk. Ik wil graag opheldering van de minister.

Arbeidsmarkt
Nog een enkel woord over de arbeidsmarkt. Het gaat een beetje de goede kant op, maar vooral door de economische groei die allochtonen een duwtje in de rug geeft. Gelukkig maar, want de doorgeleiding van werklozen uit minderheidsgroeperingen blijkt nog steeds abominabel. Ook hier is het niet een kwestie van nieuw beleid, maar van onvoldoende benutting van het bestaande beleid. Ook hier dus uitvoering! Werkgevers die vragen om direct bemiddelbare werkloze allochtonen krijgen van de arbeidsvoorziening nul op het rekest, hoewel er 19.000 in de kaartenbakken zouden zitten. Hoe zit dat? Ik vind dat ook opnieuw moet worden gesproken over de contractcompliance. Wil Minister Vermeend dat wel serieus overwegen?
De wet SAMEN wordt nog steeds niet goed uitgevoerd, dat is eigenlijk een schande, want het betekent vooral een gebrek aan verantwoordelijkheid van werkgevers. Een cultureel neutraal personeelsbeleid is nog grotendeels een droom. Overal bestaan glazen deuren en glazen plafonds. Ook bij de overheid zelf. Het trainee-project voor academici is een wrang voorbeeld. 112 allochtonen op de ruim 1000 sollicitanten voor 132 plaatsen. Ruim 10 % aanbod. 73 allochtonen werden getest, 33 scoorden voldoende, 28 werden doorgezonden naar een ministerie en uiteindelijk werden er maar 2 in dienst genomen. Zegge en schrijve 1,5%. Dat is dus het goede voorbeeld van de overheid. De departementen zouden zich collectief moeten schamen.

Slot
De regering heeft als primaire doelstelling, ik herhaal het, realisering van actief burgerschap van leden van etnische groepen. Ik onderschrijf dat. In dat verband wijs ik op het bij de Kamer liggende initiatiefvoorstel van de collega's Rehwinkel, Varma en mijzelf om mensen die vijf jaar in Nederland wonen het kiesrecht op regionaal niveau te geven. Een kabinet dat actief burgerschap wil bevorderen, zou dat voorstel moeten omarmen. Ik vraag het kabinet dat ook te doen.
Thom de Graaf
Fractievoorzitter D66
E-mail:(Th.dGraaf@tk.parlement.nl)

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie