Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief VWS gesubsidieerd stelsel welzijns- en zorgorganisatie

Datum nieuwsfeit: 18-04-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

brief srs vws over een gesubsidieerd landelijk stelsel we lzijns- en zorgorganisatie (motie middel-van vliet)
Gemaakt: 20-4-2000 tijd: 11:49


2


26800 XVI Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2000

nr. 89 Brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 april 2000

Op 7 december 1999 werd in de Tweede Kamer de motie-Middel-Van Vliet aangenomen Kamerstukken II, 1999-2000, 26 800 XVI, nr. 22; Handelingen TK 31, 7 december 19999, 31-2341. De motie bestaat uit twee overwegingen en een verzoek.

Overwogen wordt ten eerste, dat met de herstructurering van het gesubsidieerde landelijke stelsel van welzijns- en zorgorganisaties ook een nationaal platform van overleg tussen overheid en samenleving op maatschappelijk terrein is verdwenen. Voorts overweegt de motie dat personen, die buiten het arbeidsproces staan, meer kansen en mogelijkheden behoeven om als volwaardige burgers in de samenleving te participeren en hun opvattingen kenbaar te maken.

De motie verzoekt de regering te onderzoeken in hoeverre het mogelijk is om een overlegplatform overheid-samenleving op maatschappelijk terrein in te stellen en hierover op korte termijn de Kamer te informeren.

Deze motie is in eerste instantie aan de orde geweest op 28 oktober
1999, tijdens de plenaire behandeling van de VWS-begroting in de Tweede Kamer. Bij die gelegenheid heb ik er aan herinnerd, dat destijds bij de Herstructurering van de Landelijke Organisaties (HLO) alle functies uit elkaar zijn gehaald en de overlegfunctie in feite alleen sectoraal is ingevuld. Op allerlei terreinen hebben wij nu sectorale overlegorganen, heb ik daar aan toegevoegd, maar een brede overlegfunctie is er niet meer.

Besloten werd, dat de verdere inhoudelijke discussie over de motie verschoven zou worden naar het Algemeen Overleg over de Welzijnsnota Werken aan sociale kwaliteit op 10 november 1999 Kamerstukken II,
1999-2000, 26 477, nr. 4 . Ik heb toen kort aangegeven, dat er periodiek en regulier overleg plaatsvindt met een brede geschakeerdheid aan organisaties. Wel is dat gestructureerde overleg sectoraal georganiseerd. Zo is er sprake van formeel in het leven geroepen gestructureerd overleg voor het gehandicaptenbeleid, voor het ouderenbeleid, voor het jeugdbeleid, voor de maatschappelijke opvang en voor het patiënten- en consumentenbeleid. Daarnaast voer ik, c.q. voeren directeuren(-generaal), geregeld overleg met afzonderlijke (groepen van) instellingen. In dat verband noem ik in eerste instantie de organisaties van uitkeringsgerechtigden, ouderen, gehandicapten, patiënten en consumenten, vrijwilligers, minderheden, sportdeelnemers, jongeren en oorlogsgetroffenen. In tweede instantie noem ik de landelijke organisaties van aanbieders van zorg en welzijn, waaronder de sportorganisaties en de landelijke infrastructuur welzijn. Maar uiteraard is deze lijst niet volledig.

Naast dit gestructureerde overleg worden er in het kader van de uitwerking van de Welzijnsnota 1999-2002 in toenemende mate situaties gecreëerd waarin intensief over intersectorale thema's wordt gesproken. Deelnemers en organisaties vanuit verschillende sectoren en van verschillend niveau, zowel uitvoerend als vertegenwoordigend, zowel professioneel als vrijwillig, worden daarbij uitgenodigd.

Zo organiseerde VWS begin dit jaar bijeenkomsten over de vijf programmalijnen van de Welzijnsnota alsmede over het onderwerp vrijwilligerswerk, waar tientallen verenigingen en instanties aan deelnamen. Inmiddels is ook over het onderwerp ouder wordende allochtonen een serie 'invitational conferences' gestart.

Ik acht die inhoudelijke debatten met de betrokken organisaties van groot belang voor de verdere ontwikkeling van het beleid. Juist de wisselwerking tussen beleidsmakers, uitvoerders, onderzoeksinstellingen en ondersteuningsorganisaties kan tot verdieping en verbetering leiden van het beleid en een integralere benadering mogelijk maken van de maatschappelijke vraagstukken waar VWS verantwoordelijkheid voor draagt.

Ik meen dat op deze wijze recht gedaan kan worden aan de bedoelingen van de indieners van de motie. In het licht van de motie acht ik het daarbij van belang om de overlegvormen zoals die in de afgelopen periode zijn ontstaan rondom de uitwerking van de Welzijnsnota
1999-2002 meer systematisch te koppelen aan de op grond van artikel 8 van de Welzijnswet geformuleerde kaders. Deze hebben betrekking op de inhoud en de totstandkoming van de welzijnsnota als zodanig.
Hiermee meen ik duidelijk gemaakt te hebben dat er voldoende mogelijkheden tot overleg zijn. Een formeel nationaal overlegplatform daarnaast heeft, gegeven de bestaande en recentelijk ontwikkelde overlegstructuren, eigenlijk geen toegevoegde waarde.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid,

Welzijn en Sport,

A.M. Vliegenthart

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie