Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

SZW over evaluatieonderzoek agrarisch seizoenswerk 1999

Datum nieuwsfeit: 18-04-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Verslag algemeen overleg inzake evaluatieonderzoek seizoenswerk 1999
Gemaakt: 21-4-2000 tijd: 15:12


1


26800 XV Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2000

nr. 71 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 18 april 2000

De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid<1> heeft op 4 april 2000 overleg gevoerd met staatssecretaris Hoogervorst van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het evaluatieonderzoek agrarisch seizoenswerk 1999 (SoZa-00-263).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissie

De heer Stroeken (CDA) constateerde dat waar 40% tot 45% van de agrarische bedrijven nog steeds moeite ondervindt bij het werven van voldoende personeel voor seizoensarbeid, er in dezen nog steeds sprake is van een veelomvattend, reëel en actueel probleem dat naar verwachting vanwege de huidige arbeidsmarktontwikkeling, waarbij men gemakkelijker ander werk dan seizoensarbeid kan verkrijgen, alleen maar zal toenemen. Volgens het onderhavige evaluatieonderzoek zijn voor het vervullen van de huidige vacatures al meer dan 100.000 personen nodig, terwijl nog steeds 1 miljoen mensen langs de kant staan in Nederland. De staatssecretaris dient zich dan ook te beraden op nadere maatregelen om dit probleem te tackelen.

Gelet op de tot nu toe beperkte deelname aan de premieregeling bij marginale arbeid (PMA) is de vraag gerechtvaardigd of niet gedacht moet worden aan bijstelling, zodanig dat er een groter rendement ontstaat.

In de huidige situatie geldt dat pas wanneer een tuinder kan aantonen dat hij na forse werving nog steeds geen personeel kan krijgen, het prioriteitsgenietend aanbod van toepassing wordt. Na uitvoerige belichting van het desbetreffende probleem is er nog de grote kans dat die tuinder uiteindelijk geen vergunning krijgt om dan iemand in dienst te nemen van buiten de Europese Unie. Verontrustend is dat daardoor de illegale arbeid toeneemt. De heer Stroeken pleitte er dan ook voor dat, wanneer tuinders na intensieve werving nog steeds niet kunnen voorzien in voldoende personeel, hun via globale toetsing de mogelijkheid geboden wordt werknemers van buiten de EU aan te trekken.

Vervolgens vroeg hij aandacht voor de enige jaren geleden door zijn fractie naar voren gebrachte suggestie om per werknemer een bedrag van f.3000 vrij te stellen van belastingen en sociale premies. Waar voor vrijwilligerswerk wel een fiscale regeling bestaat, rijst de vraag waarom een dergelijke opzet ook niet gehanteerd kan worden voor seizoensarbeid.

De heer De Wit (SP) releveerde dat op dit moment binnen de agrarische sector sprake is van harde concurrentie, ook met het buitenland, waardoor met name de lonen en arbeidsvoorwaarden onder voortdurende druk staan, mede tot gevolg hebbend dat er onvoldoende personeel is om de producten van het land te krijgen. Voorop dient overigens te staan dat tegenover dit type arbeid een fatsoenlijke beloning staat, inclusief naleving van de CAO-afspraken.

Per 1 maart 1999 is op verzoek van de sectorraad agrarisch het aanwijzingsbesluit inzake PMA door het Landelijk instituut sociale verzekeringen (LISV) ingetrokken, waardoor de PMA in 1999 alleen nog maar geldt voor uitkeringsgerechtigden. Uit de voorliggende evaluatie blijkt dat ofschoon de PMA per saldo een gunstiger loonkostenbedrag oplevert, op dit moment door de sector de voorkeur wordt gegeven aan afspraken op CAO-niveau. Een en ander laat onverlet dat nog steeds aan
5% van de totale vraag niet beantwoord kan worden, hetgeen een probleem is dat een intensieve aanpak vereist.

Een bijkomende complicatie is het verschijnsel van de toename van illegale werknemers in de agrarische sector. In juni vorig jaar heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid forse maatregelen hiertegen aangekondigd. Blijkens een artikel in de Telegraaf van 31 maart jl. over het Westland interventieteam, komt evenwel naar voren dat de koppelbazen absoluut niet bevreesd zijn voor controles en dat er wat hen betreft nauwelijks iets aan de hand is. Dit leidt tot de vraag wat de staatssecretaris ten aanzien van het huidige seizoen voor ogen staat wat betreft de aanpak van de illegale arbeid in de sector. Zijn er speciale maatregelen getroffen en zo ja, waaruit bestaan die dan?

Het midden- en kleinbedrijf in de sector heeft verzocht om een soepeler wettelijk regime met betrekking tot het te werk stellen van asielzoekers. De heer De Wit had er wel behoefte aan hierbij aan te tekenen dat niet iedereen geschikt is voor de zware arbeid waarom het hierbij gaat. Voorkomen moet dan ook worden dat het automatisme gaat gelden dat, omdat er een probleem is in de sector, de oplossing wordt gezocht in het aantrekken van meer asielzoekers. De juiste en gangbare volgorde ten aanzien van het werven van werklozen mag dus niet uit het oog worden verloren.

Door bepaalde belanghebbenden wordt verzocht om een soepeler toepassing van de Wet arbeid vreemdelingen (WAV), in de zin dat de regionale bureaus arbeidsvoorziening sneller zouden moeten overgaan tot het afgeven van vergunningen in dit kader. Hoewel hier en daar zeker enige bureaucratische rompslomp weggenomen zou moeten worden, meende de heer De Wit dat niet de hand mag worden gelicht aan de voorschriften conform deze wet die er toch mede toe strekt het personeelsprobleem in de sector op te lossen.

De heer Santi (PvdA) concludeerde op basis van onder andere het onderhavige evaluatieonderzoek dat ondanks stimulerende maatregelen van de zijde van de overheid er nog steeds sprake is van een significant tekort aan seizoenarbeiders, een tekort dat naar verwachting alleen nog maar zal toenemen. Daarbij is het tevens van belang de rol en de positie van de sector zelf in ogenschouw te nemen. Zo komt uit het evaluatierapport niet duidelijk naar voren of de betrokken bedrijven echt veel moeite doen om de uitkeringsgerechtigden in het kader van de PMA aan het werk te zetten, dit mede in relatie tot de constatering dat er nog steeds sprake is van illegale arbeid, die volgens hetzelfde rapport alleen nog maar zal toenemen. Zonder het instrument van de PMA als zodanig ter discussie te stellen, is het wellicht wel zinnig dit nog eens goed tegen het licht te houden waar het gaat om zijn praktische uitwerking ten behoeve van de doelgroep. Verdient het daarnaast geen aanbeveling om hierover ook in overleg te treden met de betrokken gemeenten?

Uitgangspunt dient en blijft te zijn dat zonder gebruikmaking van arbeidskrachten van buiten de EU en illegalen het probleem van het vervullen van seizoensvacatures in de agrarische sector opgelost wordt.

Ten slotte vroeg de heer Santi wat de staatssecretaris voornemens is te doen aan de door de sector zelf aangegeven aangedragen knelpunten en was hij benieuwd te vernemen of de op handen zijnde wijziging van de WAV tevens zal inhouden dat de aanbodzijde beter wordt geregeld, zodat meer ingespeeld zal worden op de noden van de tuinders op dit punt.

Mevrouw Schimmel (D66) vroeg de bevestiging van de staatssecretaris dat de nieuwe CAO-regeling gelegenheidswerk die met name betrekking heeft op huisvrouwen/-mannen, scholieren, studenten en asielzoekers, als zodanig qua systematiek niet strijdig is met het premieregime in het kader van de PMA-regeling die sinds 1 maart 1999 alleen nog geldt voor uitkeringsgerechtigden. Hoewel laatstgenoemde regeling tot nu toe niet erg succesvol is gebleken, blijft het van belang deze te handhaven om uitkeringsgerechtigden te interesseren voor seizoenswerk en tegelijkertijd de loonkosten voor werkgevers enigszins te drukken.

Er zijn afspraken gemaakt om in het kader van de WAV kortere termijnen te hanteren in het geval van calamiteiten. Bovendien vindt een aanbod- en vraaginventarisatie plaats. Daarnaast houden regionale land- en tuinbouworganisaties (LTO's) zich bezig met projecten omtrent regionale asielzoekers. Daar het aanbod vanuit de asielzoekerscentra groter is dan de vraag, is het van belang dat opnieuw goed gekeken wordt naar aspecten die remmend werken op tewerkstelling van asielzoekers, zoals de afdrachtregeling, het ontbreken van een op hen gerichte arbeidstoeleidingsstructuur, de reisafstand tot de werkplek en de weglek naar zwart werk.

Verder vroeg mevrouw Schimmel aandacht voor EURES, het bureau dat bemiddelt voor werkgevers die op zoek zijn naar personeel uit de EU, maar dat klaarblijkelijk zo'n geringe capaciteit heeft dat dit niet altijd op bevredigende wijze functioneert, hetgeen overigens onverlet laat het beleid en de volgorde, zoals in eerdergenoemde brochure uiteengezet: eerst werven binnen Nederland, vervolgens binnen de EU en dan pas buiten de EU.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD) meende dat de door de intrekking per 1 maart 1999 van het aanwijzingsbesluit categorieën Wet PMA ontstane situatie waarin de PMA vanaf die datum alleen nog maar geldt voor uitkeringsgerechtigden, optimaal benut moet worden ten behoeve van deze doelgroep. Waar uit het voorliggende onderzoeksrapport naar voren komt dat 10% tot 15% van de uitkeringsgerechtigden goed inzetbaar is voor seizoenswerk, zou meer aandacht besteed moeten worden aan sociale activering van cliënten met een bijstandsuitkering. Indachtig het sanctiebeleid en de mogelijkheden die er zijn om de premieregeling in te zetten om uitkeringsgerechtigden aan het werk te helpen c.q. op trajecten te zetten, is het van belang hierover het overleg met de gemeenten aan te gaan, waarbij wellicht ook gekomen kan worden tot een projectmatige aanpak, zoals in Noord-Holland waar tussen arbeidsvoorziening en de sector heel goede afspraken zijn gemaakt.

Ten slotte sprak zij de complimenten uit over de onlangs verschenen heldere brochure over het seizoenswerk die toch gezien kan worden als een resultante van het vruchtbare overleg tussen de sector en de staatssecretaris.

Antwoord van de regering

De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stipuleerde dat vergeleken met voorgaande jaren waarin de krapte op de arbeidsmarkt vooral het seizoenswerk betrof, die krapte inmiddels een algemeen probleem is geworden dat voor bijna alle sectoren geldt. Seizoenswerk blijft overigens een speciale positie houden vanwege de tijdelijkheid van het werk en vanwege het feit dat de marges in de agrarische sector niet dusdanig hoog zijn dat de arbeidsvoorwaarden gemakkelijk tot een hoog concurrerend niveau kunnen worden opgetrokken.

Hoewel de nieuwe CAO-regeling gelegenheidswerk in het kader waarvan vrijstelling kan worden verleend aan bepaalde CAO-betalingen in met name de particuliere sfeer, een aantrekkelijk en flexibel instrument blijkt te zijn, was de staatssecretaris onder het motto "baat het niet, het schaadt ook niet" nog niet toe aan afschaffing van de nog vigerende PMA-regeling. Bovendien zal nog moeten blijken hoe bestendig genoemde CAO-regeling is.

Een opmerkelijke conclusie in het evaluatieonderzoek is dat voorkomen moet worden dat alle aandacht gericht wordt op een extra wervingsinspanning om het aanbod van alternatieve groepen seizoenswerkers te vergroten omdat er wel eens sprake zou kunnen zijn van een structureel afnemende interesse onder de traditionele seizoenskrachten. Het is dan ook van groot belang voor de sector dat men toekomstgericht bezig is en veel aandacht besteedt aan het realiseren van goede arbeidsomstandigheden en -voorwaarden. Hoewel het werven van personeel voor seizoenswerk primair een verantwoordelijkheid van de sector zelf is, is de rol van de overheid hierbij wel degelijk een actieve. Zo is er intensief overleg met LTO Nederland gevoerd, hetgeen tot een aantal concrete resultaten heeft geleid, waaronder de reeds veel geroemde brochure.

Wat betreft de tewerkstellingsvergunningen releveerde de staatssecretaris dat ten aanzien van aanvragen anders dan voor asielzoekers arbeidsvoorziening binnen de wettelijke termijn van maximaal vijf weken beslist. Op aanvragen voor asielzoekers zal arbeidsvoorziening binnen een tot twee weken beslissen en op aanvragen bij onvoorzienbare calamiteiten binnen twee weken. Daarnaast vindt in samenwerking met de sector een inventarisatie plaats van vraag en aanbod in de tuinbouw in 2000, teneinde na te gaan of prioritair aanbod in voldoende mate beschikbaar is. Naar verwachting zullen de eerste resultaten van die inventarisatie van zeven oogsten in diverse regio's in het land binnenkort ter beschikking komen.

De inzet van asielzoekers bij seizoenswerk laat een zeer gemengd beeld zien. In de fruitteelt is er in zeer ruime mate en klaarblijkelijk naar tevredenheid gebruikgemaakt van asielzoekers. Bij de aspergeoogst waren weliswaar 2350 COA-verklaringen afgegeven, maar is er slechts in enkele honderden gevallen gebruik van gemaakt. Het vermoeden is dat er wat betreft de fruitteelt een goede samenwerking is geweest tussen de asielzoekerscentra, arbeidsvoorziening en de werkgevers en dat die samenwerking bij de aspergeteelt afwezig is geweest, hetgeen nog eens de noodzaak illustreert om te komen tot verdere intensivering van coördinatie en samenwerking tussen betrokken partijen.

Met betrekking tot de uitkeringsgerechtigden is uit een in 1997 verricht onderzoek gebleken dat gemeenten hun cliënten over het algemeen actief benaderen voor seizoensarbeid. In bijvoorbeeld Noord- en Midden-Limburg hebben van de 32 gemeenten 13 gemeenten hun uitkeringsgerechtigden individueel benaderd voor oogstwerkzaamheden. De directe verwijzing van bijstandsgerechtigden op vacatures wordt doorgaans overgelaten aan arbeidsvoorziening. De staatssecretaris zag overigens geen taak weggelegd voor de rijksoverheid om op dit punt nader samen te werken met gemeenten en arbeidsvoorziening. De aanpak moet op lokaal niveau plaatsvinden, hetgeen ook in lijn is met de implementatie van de Centra voor werk en inkomen. Het is en blijft de beleidsautonomie van gemeenten om bijstandsgerechtigden aan het werk te krijgen.

In het kader van het sanctioneringsbeleid vindt momenteel een evaluatie plaats van de Wet boeten en maatregelen. Uit de conceptrapportage over het onderzoek naar activeringsinstrumenten in de nieuwe Algemene bijstandwet (ABW), blijkt dat sinds de invoering van die wet 13% van de bijstandsgerechtigden een maatregel opgelegd heeft gekregen. In aanmerking nemend dat een vrij groot gedeelte van de bijstandsgerechtigden is vrijgesteld van arbeidsplicht, is dat een aanzienlijk getal. Het voornemen is dan ook om in het kader van de WW en de ABW de regels ter voorkoming van verwijtbare werkloosheid strikter na te leven, waarbij zelfs intensiveringen worden overwogen.

De illegaliteit is een probleem dat ondanks allerlei maatregelen om er tegen op te treden, nimmer zal verdwijnen. Illegalen zullen namelijk altijd onder de prijs kunnen duiken van de officiële lonen die in Nederland worden betaald. Een en ander laat onverlet dat wel degelijk een flinke intensivering van het beleid plaatsvindt om dit verschijnsel te bestrijden. In 1999 zijn er 21 grote opsporingsacties geweest en wat betreft het jaar 2000 wordt gestreefd naar 700 tot 800 controles annex bedrijfsbezoeken, waarvan er reeds 150 zijn gerealiseerd, en zullen 60 grote opsporingsacties plaatsvinden. Ook het aantal inspecteurs dat zich bezighoudt met de controle op de naleving van de WAV is toegenomen van 52 in 1997 naar 80 nu, een aantal overigens dat in de komende jaren nog zal stijgen.

De staatssecretaris verwees met betrekking tot het CDA-voorstel over de vrijstelling van f.3000, naar het desbetreffende advies van de Raad van State waarin staat dat zo'n vrijstelling een forse inbreuk op de systematiek van de verplichte werknemersverzekeringen betekent, strijdig is met EG-recht en leidt tot afwenteling van kosten.

Nadere gedachtewisseling

De heer Stroeken (CDA) vroeg of met name ten behoeve van toegelaten vluchtelingen, van wie 60% werkloos is, speciale programma's voor de instroming in seizoenswerk kunnen worden opgezet, juist waar een dergelijke tijdelijke baan vaak een opstap betekent naar een structurele job.

De termijn van twee weken die arbeidsvoorziening hanteert voor een tewerkstellingsvergunning in het geval van calamiteiten zag hij graag verder ingekort.

De heer De Wit (SP) vroeg de staatssecretaris nog wat specifieker aan te geven welke aanpak de regering voor ogen heeft om de illegale arbeid in het Westland maar zeker ook in andere delen van het land tegen te gaan.

De heer Santi (PvdA) benadrukte dat bij het tegengaan van illegale arbeid, het van groot belang is niet alleen de illegalen zelf aan te pakken en eventueel strafrechtelijk te vervolgen, maar zeker ook de betrokken werkgevers en tussenpersonen.

Refererend aan de in het evaluatieonderzoek genoemde projecten in Gelderland en Zeeland waarbij gebruik is gemaakt van betaalde dienstverlening, kan deze dienstverlening wanneer die integer en professioneel van aard is, wel degelijk van toegevoegde waarde zijn voor het vergroten van het aanbod van seizoenswerkers.

Ten slotte drong hij aan op verdere intensivering van het overleg tussen de rijksoverheid en de sector om oplossingen te vinden voor met name de in de recente brief van de LTO Nederland gesignaleerde knelpunten met betrekking tot seizoenswerk.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD) meende dat hoewel het de beleidsautonomie van gemeenten is om hun bijstandsgerechtigden aan het werk te krijgen, er wel degelijk een taak voor de rijksoverheid is weggelegd om deze gemeenten nog eens goed bewust te maken van de regelingen die er zijn in het kader van seizoensarbeid.

De staatssecretaris wees erop dat het rijk als toezichthouder een grote verantwoordelijkheid heeft ten aanzien van de uitvoering van de bijstandsregelingen, waarbij het beleid ten aanzien van het activeren van uitkeringsgerechtigden een zeer prominente plaats inneemt.

In het kader van het reïntegratiebeleid is gekozen voor een groepenindeling, in de zin dat naarmate voor personen de afstand tot de arbeidsmarkt groter is, zoals voor toegelaten vluchtelingen, er meer geld en inspanningen tegenover staan om die afstand te verkleinen dan wel weg te nemen. Van een specifiek beleid voor toegelaten vluchtelingen op dit punt kan echter geen sprake zijn. De problemen waarmee zij geconfronteerd worden, zijn in zoveel facetten van overheidsbeleid gevangen dat het welhaast niet voorstelbaar is dat ze aan de aandacht kunnen ontsnappen.

De beslistermijn van twee weken in het geval van calamiteiten is een maximumtermijn. Het streven bij arbeidsvoorziening is er uiteraard op gericht om het sneller te doen, hoewel de termijn van twee weken al zeer kort is, juist waar er sprake moet zijn van een deugdelijke beslissing.

Aan de processen-verbaal die in het kader van de WAV worden opgemaakt, zullen tevens berekeningen over het behaalde economisch voordeel worden toegevoegd, waardoor de effectiviteit van de bestraffing aanzienlijk wordt vergroot.

De staatssecretaris gaf ten slotte aan de haalbaarheid te zullen bezien van een overleg met LTO Nederland over onder andere de door die organisatie bij brief gesignaleerde knelpunten.

De voorzitter van de commissie,

Terpstra

De griffier van de commissie,

Van Dijk


1 Samenstelling:

Leden: Terpstra (VVD), voorzitter, Biesheuvel (CDA), Schimmel (D66), Van Zijl (PvdA), Bijleveld-Schouten (CDA), Kalsbeek (PvdA), Noorman-den Uyl (PvdA), ondervoorzitter, Kamp (VVD), Essers (VVD), Van Dijke (RPF/GPV), Bakker (D66), Visser-van Doorn (CDA), De Wit (SP), Verburg (CDA), Smits (PvdA), Spoelman (PvdA), Van der Staaij (SGP), Örgü (VVD), Harrewijn (GroenLinks), Van Gent (GroenLinks), Bussemaker (PvdA), Balkenende (CDA), Wilders (VVD), Santi (PvdA), Snijder-Hazelhoff (VVD)

Plv. leden: E. Meijer (VVD), Van Ardenne-van der Hoeven (CDA), Giskes (D66), Van der Hoek (PvdA), Dankers (CDA), Hamer (PvdA), Kortram (PvdA), Blok (VVD), Van Blerck-Woerdman (VVD), Van Middelkoop (RPF/GPV), Van Vliet (D66), Stroeken (CDA), Marijnissen (SP), Eisses-Timmerman (CDA), Schoenmakers (PvdA), Middel (PvdA), Van Walsem (D66), Weekers (VVD), Vendrik (GroenLinks), Rosenmöller (GroenLinks), Wagenaar (PvdA), Mosterd (CDA), De Vries (VVD), Oudkerk (PvdA), Klein Molekamp (VVD)

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie