Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Minister Vermeend wil substantiële vermindering armoedeval

Datum nieuwsfeit: 20-04-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

20 april 2000 Nr. 2000/68

Minister Vermeend wil substantiële vermindering van armoedeval

Het kabinet heeft ingestemd met het voorstel van minister Vermeend van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om door middel van een meerjarenaanpak de zogeheten armoedeval substantieel te verminderen zonder dat het nadelige gevolgen heeft voor de koopkracht van degenen die gebruik maken van inkomensafhankelijke regelingen.

In augustus wordt bij de besluitvorming van de begroting 2001 bezien of in het kader van de meerjarenaanpak reeds een eerste stap kan worden gezet. Waar het regelingen van mede-overheden betreft zal het kabinet in overleg treden met deze overheden om ook hier te komen tot een meerjarige aanpak van de armoedeval. Bij volgende stappen zal ook de nadere verkenning van een aantal fiscale thema’s, die tijdens de behandeling van de belastingherziening 2001 aan de Tweede Kamer is toegezegd, worden betrokken.

Mensen met een uitkering die een betaalde baan aanvaarden, gaan er doorgaans bruto in inkomen op vooruit. Er is sprake van een armoedeval als deze inkomensverbetering teniet wordt gedaan omdat men bijvoorbeeld niet meer in aanmerking komt voor huursubsidie of gemeentelijke inkomensondersteunende maatregelen. Het kabinet wil toe naar een situatie waarin werken financieel meer lonend wordt. De interdepartementale Werkgroep Harmonisatie Inkomensafhankelijke Regelingen, heeft de effecten onderzocht van inkomensafhankelijke regelingen. Het rapport ‘Armoedeval, analyse en oplossingen’ en het kabinetsstandpunt op dit rapport zijn door minister Vermeend van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangeboden aan de Tweede Kamer.

Het onderzoek toont aan welke regelingen bijdragen aan de armoedeval. De opeenhoping van inkomensafhankelijke regelingen in combinatie met de belasting- en premiedruk werkt zodanig uit dat de netto inkomensverbetering die optreedt als men gaat werken, zeer gering en soms zelfs afwezig is. Wanneer rekening wordt gehouden met de kosten die gepaard gaan met het aanvaarden van werk (reiskosten, kleding, opleiding e.d.) dan blijkt de overgang van uitkering naar laagbetaald werk in de meeste gevallen niet lonend. Alleenstaande ouders met kinderen en alleenverdieners zien bij een loon tot 140% van het wettelijk minimumloon hun inkomen nauwelijks of niet verbeteren. Ook laagbetaalde werknemers die doorgroeien naar een hoger salaris en (nog) niet-werkende partners ondervinden de nadelen van de armoedeval. Het kabinet acht dit een ongewenste situatie, ook met het oog op de huidige knelpunten op de arbeidsmarkt.

Volgens minister Vermeend vergt een verdere vermindering van de armoedeval, vanwege de complexe problematiek en de verschillende aspecten op budgettair, fiscaal, inkomenspolitiek, emancipatoir en uitvoeringstechnisch terrein een meerjarige aanpak. Uitgangspunt is een substantiële vermindering van de armoedeval zonder nadelige koopkrachtgevolgen. Minister Vermeend geeft aan de oplossing mede via de fiscale sfeer te laten lopen.

Minister Vermeend constateert dat inkomensafhankelijke regelingen een effectief middel zijn voor gerichte inkomenssteun aan lagere inkomensgroepen. Ze hebben een belangrijke functie als verzekering tegen bijzondere uitgaven en het toegankelijk houden van bepaalde maatschappelijke voorzieningen voor mensen met een laag inkomen. Dit geldt in sterke mate voor de grootste veroorzaker van de armoedeval: de huursubsidie. Voorop staat dat met de huursubsidie een belangrijk doel wordt gediend, namelijk ervoor zorgen dat mensen met lage inkomens goed en betaalbaar kunnen wonen. Minister Vermeend wijst er op dat het voorkomen van koopkrachtverlies tot een aanzienlijk budgettair beslag kan leiden. Dit vloeit voort uit het feit dat de inkomenscompensatie niet alleen betrekking heeft op degenen die gebruik maken van de regelingen, maar primair op iedereen in dezelfde inkomenssituatie. Het budgettaire beslag is derhalve veel groter dan de besparing die op individuele regelingen wordt bereikt.

Een belangrijke aanzet tot vermindering van de armoedeval wordt reeds gegeven in de belastingherziening 2001. De introductie van de arbeidskorting maakt werkaanvaarding, met name op minimumloon-niveau, financieel aantrekkelijker. Ten opzichte van de huidige situatie betekent de belastingherziening waarvan arbeidskorting deel uitmaakt een netto inkomensverbetering van 2 tot 3 procent van het besteedbaar inkomen.

Naast de inkomensafhankelijke regelingen van het rijk dragen de gemeentelijke inkomensondersteunende maatregelen eveneens bij aan de armoedeval. Uitgangspunt is dat het rijk verantwoordelijk is voor de algemene ondersteuning van minima en de gemeenten zorgdragen voor individueel maatwerk (bijzondere bijstand). Vermeend acht het denkbaar dat gemeenten hierbij de arbeidsmarktsituatie laten meewegen. Hij wil met gemeenten en hun organisaties in overleg treden teneinde de toekenningscriteria eenduidig vast te leggen en op zoek te gaan naar alternatieven voor de huidige regelingen. Voor wat betreft het kwijtscheldingsbeleid van de gemeenten zullen de mogelijkheden worden verkend om het vangnetkarakter van de regeling te herstellen. Ook hierover zal met gemeenten overleg plaatsvinden, met als doel een meerjarige aanpak van de armoedeval voor zover die door gemeentelijke maatregelen wordt veroorzaakt.

Het kabinet wil verder op korte termijn de huidige ouderbijdrage voor kinderopvang aanpassen in de vorm van een ruimere fiscale stimulans. Anders dan bij de overige voorstellen gaat het hier om een financiële uitbreiding van de regeling. De beperking van de marginale druk die hiervan het gevolg is levert een bijdrage aan de vermindering van de armoedeval.

Verder zal de vormgeving van de huidige stimuleringspremies bij het aanvaarden van een baan nader worden bekeken. Deze premies voorzien nu al in een tijdelijke verzachting van de armoedeval. Door de premies buiten de bepaling van het belastbaar inkomen te houden, wordt voorkomen dat de toekenning van premies leidt tot verminderde inkomensafhankelijke aanspraken. De minister overweegt de premie daarbij zo vorm te geven dat zij pas (deels) wordt verstrekt als men al enige tijd aan het werk is, waardoor de effectiviteit van dit instrument wordt vergroot.

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie