Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief Vermeend bij Rapport Armoede-val

Datum nieuwsfeit: 20-04-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Brief SZW armoedeval

Gemaakt: 25-4-2000 tijd: 10:36


4


26800 XV Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2000

Nr. 72 Brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 april 2000

Vorig jaar is zowel tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen als tijdens de begrotings-behandeling SZW met uw Kamer over de armoedeval gesproken. In het rapport Armoede-val, analyse en oplossingen van de interdepartementale Werkgroep Harmonisatie Inkomens-afhankelijke Regelingen (WHIR), dat ik u hierbij doe toekomen, 1) wordt de problematiek van de armoedeval inzichtelijk weergegeven. Het baart het kabinet zorgen dat de cumulatie van inkomensafhankelijke regelingen (in combinatie met de belasting- en premiedruk) zodanig uitwerkt dat de netto inkomensverbetering die samenhangt met de overgang van een uitkering naar werk of met een anderszins optredende bruto inkomensstijging, zeer gering en soms zelfs afwezig is. Zeker wanneer rekening wordt gehouden met de (bij werken onvermijdelijke) verwervingskosten, blijkt dat de overgang van uitkering naar laagbetaald werk in de meeste gevallen financieel niet lonend is.

De problematiek geldt rond het minimumloon tot 130 à 140% daarvan. Alleenstaande ouders met kinderen en alleenverdieners die toetreden tegen een loon tot 140% van het minimumloon ondervinden daardoor weinig of geen inkomensverbetering.

Het kabinet beschouwt het feit dat voor de arbeidsmarkt beschikbare uitkeringsgerechtigden, waarvan de meesten laagopgeleid zijn en vaak zijn aangewezen op laagbetaald werk, nauwelijks of geen financieel voordeel hebben bij het aanvaarden van werk als een belangrijk probleem. Dit geldt evenzeer voor laagbetaalde werknemers die doorgroeien naar een hoger salaris en voor thans (nog) niet-werkende partners. Verbetering van deze situatie zal een positieve uitwerking hebben op het aanbod van arbeid, hetgeen des te meer klemt in het licht van de knelpunten die zich momenteel, ook aan de onderkant, op de arbeidsmarkt voordoen.

Bij het beoordelen van mogelijkheden om de negatieve effecten tegen te gaan, dient te worden meegewogen dat inkomensafhankelijke regelingen een effectief middel zijn voor gerichte inkomenssteun aan lagere inkomensgroepen. Zij hebben een belangrijke functie als een tegemoetkoming in bijzondere uitgaven en het toegankelijk houden van bepaalde maatschappelijke voorzieningen voor mensen met een laag inkomen. Deze voordelen hebben ertoe geleid dat de armoedeval de huidige vorm kon aannemen. Eventuele wijzigingen in de systematiek mogen niet leiden tot koopkrachtverlies voor degenen die van inkomensafhankelijke regelingen gebruik maken. Ook de gevolgen voor het bereiken van sectorale doelen moeten in de afweging worden betrokken.

Opgemerkt moet worden dat het voorkomen van koopkrachtverlies tot een aanzienlijk budgettair beslag kan leiden. Dit vloeit voort uit het feit dat de inkomenscompensatie niet alleen betrekking heeft op degenen die gebruik maken van de regelingen maar primair op iedereen in dezelfde inkomenssituatie. Het budgettaire beslag is derhalve veel groter dan de besparing die op individuele regelingen wordt bereikt.

Regelingen die bijdragen aan de armoedeval

In het bijgevoegde rapport worden regelingen geanalyseerd die bijdragen aan de armoede-val. Concreet gaat het om de huursubsidie, de regeling voor kwijtschelding van lokale lasten en het gemeentelijk inkomensondersteunend beleid. Maatregelen ten aanzien van andere regelingen op rijksniveau liggen thans niet voor de hand.

Huursubsidie

Voorop staat dat met de huursubsidie een belangrijk doel wordt gediend, namelijk het waar-borgen dat huishoudens met lage inkomens goede en betaalbare woningen kunnen bewonen. Tegelijkertijd wordt geconstateerd dat op rijksniveau de huursubsidie van de inkomens-afhankelijke regelingen de belangrijkste oorzaak is van de armoedeval. Dit wordt nog versterkt door het feit dat in het verleden bredere inkomenspolitieke overwegingen een rol zijn gaan spelen bij de intensivering in de huursubsidie. Het benutten van de huursubsidie hiervoor leidt tot ongelijke behandeling van gebruikers hiervan en niet-gebruikers. Ook de Tweede Kamer heeft hierop gewezen en de regering via een motie verzocht bij een komende koopkrachtreparatie deze ongelijke behandeling te voorkomen (zie Tweede Kamer, 1996-1997,
25.090, nr. 59). Dergelijke overwegingen dragen ertoe bij oplossingen voor het verminderen van de armoedeval mede te zoeken in de fiscale sfeer.

Gemeentelijke inkomensondersteunende maatregelen

Mede-overheden doen in het kader van armoedebestrijding categoriaal aan inkomens-ondersteuning. Bovendien bestaat er voor lagere overheden de mogelijkheid om de kwijtscheldingsnorm voor lokale heffingen te verhogen. Deze is inmiddels door vrijwel alle gemeenten op de bijstandsnorm gesteld, waardoor veel meer huishoudens voor kwijt-schelding in aanmerking komen dan voorheen. Uit de analyse blijkt dat deze maatregelen in belangrijke mate bijdragen aan de armoedeval.

Het is wenselijk dat mede-overheden in hun beleidsafweging nadrukkelijk het effect op de armoedeval meewegen. Uitgangspunt daarbij dient te zijn dat het rijk verantwoordelijk is voor de generieke ondersteuning en de gemeenten zorg dragen voor individueel maatwerk. Een belangrijk sluitstuk van dit beleid vormt de bijzondere bijstand. Hierbij bepaalt een gemeente op basis van maatwerk in hoeverre een tegemoetkoming in bijzondere omstandig-heden wenselijk is. Het is denkbaar dat gemeenten daarbij de arbeidsmarktsituatie laten meewegen. Mogelijk kan hiervoor worden aangesloten bij veranderingen in de financieringssystematiek van de bijstand. In dit verband verdienen de in het rapport opgenomen aanbevelingen ten aanzien van het stellen van criteria voor de als categoriaal aangeduide gemeentelijke regelingen verdere uitwerking. Het kabinet zal daartoe in overleg te treden met mede-overheden en hun organisaties. Dit overleg dient ertoe te leiden dat criteria eenduidig worden vastgelegd en dat wordt nagegaan welke alternatieven er zijn voor huidige categoriale regelingen.

Kwijtschelding

Het kabinet is voornemens om een uitwerking te maken van de mogelijkheden om het vangnetkarakter van de regeling te herstellen. Uit het rapport blijkt dat aanpassing van de kwijtscheldingsnorm een bijdrage kan leveren aan het verminderen van de armoedeval. Overleg hierover met mede-overheden over de uitwerking van deze gedachte is noodzakelijk.

Andere regelingen

Verdere aanbevelingen van de werkgroep hebben betrekking op de regeling voor kinderopvang, stimuleringspremies en de uitvoering van inkomensafhankelijke regelingen.

Bij de kinderopvang verdient voor de korte termijn een aanpassing van de huidige ouder-bijdrage in de vorm van een ruimere fiscale stimulans verdere uitwerking. Anders dan bij de andere voorstellen betreft dit een intensivering binnen de regeling zelf. Hierbij is mee-gewogen het participatie-bevorderend effect en de wens om te komen tot een beperking van (de cumulatie van) marginale druk.

Stimuleringspremies bij het aanvaarden van een baan vormen nu al een nuttig instrument. De premie verzacht tijdelijk de armoedeval bij een overgang van uitkering naar werk. De vormgeving van stimuleringspremies verdient nadere aandacht. Door deze buiten de bepaling van het belastbaar inkomen te houden, wordt voorkomen dat de toekenning van stimuleringspremies leidt tot verminderde inkomensafhankelijke aanspraken. Hierbij kan worden overwogen om de premies zodanig vorm te geven, dat zij (deels) worden verstrekt na een succesvolle periode van participatie. Hierdoor kan de effectiviteit van dit instrument ter bevordering van de uitstroom naar regulier werk verder worden vergroot.

Wat betreft de uitvoering van inkomensafhankelijke regelingen acht het kabinet het gewenst om voortaan inkomens- en vermogensgegevens rechtstreeks door de belastingdienst aan te laten leveren, omdat dit tot aanzienlijke efficiencywinst kan leiden. Tevens is het wenselijk om op lange termijn te streven naar centrale registratie ten behoeve van het tegengaan van cumulatie van eigen bijdragen en subsidies en uit het oogpunt van efficiëntie en synergie. Dit vergt vanwege regelingspecifieke informatie echter de nodige zorgvuldigheid. Tenslotte behoeft wat betreft de uitvoering de beschikbaarstelling aan zowel werkenden als niet-werkenden nadere aandacht.

Aanpak armoedeval

De voorstellen voor de belastingherziening 2001 leiden tot een vermindering van de armoedeval. De introductie van de arbeidskorting maakt werkaanvaarding, met name op minimumloonniveau, financieel aantrekkelijker. Ten opzichte van de huidige situatie resulteert het nieuwe fiscale stelsel, waarvan de introductie van de arbeidskorting deel uitmaakt, per saldo in een netto inkomensverbetering van 2 à
3% van het besteedbaar inkomen bij de overgang van uitkering naar werk. Ook de intensivering langs fiscale weg die per 1 januari 2000 heeft plaatsgevonden in de kinderopvang draagt bij aan het verminderen van de armoedeval.

Een verdere vermindering vergt vanwege de complexe problematiek en de verschillende aspecten op budgettair, fiscaal, inkomenspolitiek, emancipatoir en uitvoeringstechnisch terrein een meerjarige aanpak. Uitgangspunt is een substantiële reductie van de armoedeval zonder nadelige koopkrachtconsequenties, waarbij rekening wordt gehouden met een evenwichtige inkomensontwikkeling. Bij de besluitvorming rond het opstellen van de begroting 2001 wordt bezien of in het kader van een dergelijk meerjarig plan van aanpak reeds een eerste stap kan worden gezet. Volgende stappen in deze meerjarige aanpak worden uitgewerkt in samenhang met een nadere verkenning van een aantal fiscale thema's, die tijdens de behandeling van de belastingherziening 2001 aan de Tweede Kamer is toegezegd. Waar het de regelingen van mede-overheden betreft zal het kabinet in overleg treden met deze overheden om te komen tot een meerjarige aanpak van de armoedeval die daar optreedt.

De Minister van Sociale Zaken

en Werkgelegenheid,

W.A.F.G. Vermeend


1) Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie
Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie