Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Brief LNV over integrale aanpak mestproblematiek

Datum nieuwsfeit: 20-04-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Brief LNV regeling beëindiging veehouderijtakken
Gemaakt: 25-4-2000 tijd: 11:13


3


26729 Integrale aanpak mestproblematiek

Nr. 41 Brief van de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 april 2000

Tijdens het algemeen overleg van hedenmiddag met de vaste commissies voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer over de Regeling beëindiging veehouderijtakken hebben de woordvoerders van verschil-lende fracties aandacht gevraagd voor artikel 8, eerste lid, van die regeling. Dat artikellid staat in de weg aan deelname aan de regeling ingeval bedrijven na 9 september 1999 varkens- of mestproductierechten hebben verworven of vervreemd dan wel de tot het be-drijf behorende oppervlakte landbouwgrond hebben verkleind. Deze bepaling is opge-nomen ter voorkoming van anticipatie-effecten. Bij nadere beschouwing is de desbe-tref-fende bepaling onnodig belemmerend voor deelname, reden waarom ik inmiddels een wijziging op dit onderdeel heb vastgesteld, die op zeer korte termijn in de Staatscourant zal worden gepubliceerd en zal gelden voor de gehele eerste openstellingstermijn.

De wijziging behelst het volgende:


1. Ingeval na 9 september 1999 en voor indiening van de subsidieaanvraag de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond is verkleind, wordt de betrokken veehou-der niet van deelname aan de regeling uitgesloten. In plaats daarvan wordt per kilogram fosfaat overeenkomend met de aan de desbetreffende oppervlakte landbouwgrond ge-koppelde grondgebonden mestproductierechten, het totale subsidiebedrag waarvoor de vee-houder in aanmerking komt neerwaarts bijgesteld. Voor de eerste openstellingsperiode gaat het om een bedrag van f. 36,50 per kg fosfaat waarmee het grondgebonden mest-productierecht is verkleind. De voorziening is noodzakelijk om te voorkomen dat één van de uitgangspunten van de regeling wordt ondergraven, namelijk dat uitsluitend een ver-goeding wordt betaald voor het niet-grondgebonden mestproductierecht en wel voor zover dat in 1998 daadwerkelijk voor de mestproductie werd benut en voor zover deze mest--productie niet op basis van het grondgebonden mestproductierecht kon plaatsvinden. Zogenoemde `latente' niet-grondgebonden mestproductierechten en grondgebonden mest-productierechten komen ingevolge de regeling niet voor een vergoeding in aan-merking.


2. Ingeval na 9 september 1999 en voor indiening van de subsidieaanvraag bij het Bureau Heffingen een kennis-ge-ving van verplaatsing is gedaan, strekkende tot vervreemding van (een deel van) het niet-grondgebonden mestproductierecht, wordt de betrokken vee-hou-der even-min van deelname aan de regeling uitgesloten. Ook hier vindt een neerwaartse cor-rectie van het totale subsidiebedrag plaats, en wel voor elke kilogram fosfaat waarmee het niet-grondgebonden mestproductierecht wordt verkleind. Voor de eerste openstel-lings-periode gaat het om een bedrag van f. 36,50 per kg fosfaat. Hiermee wordt de moge-lijk-heid onder-vangen dat de veehouder anticiperend op de inwerkingtreding van de rege-ling `latente' niet-grondgebonden mestproductierechten heeft verkocht. In het kader van de regeling worden latente rechten doorgehaald zonder dat daar een vergoeding tegenover staat.


3. Uitsluiting van subsidie vindt uiteraard wel plaats indien na indiening van de subsidie-aanvraag en vóór doorhaling van de betrokken rechten na subsidieverlening nog mestpro-ductierechten of varkensrechten aan derden worden vervreemd. Anders zou de betrokken veehouder dezelfde rechten twee keer te gelde kunnen maken, bij de overheid en op de markt.

Tijdens het algemeen overleg is tevens gevraagd om duidelijkheid te verschaffen aan be-drijven die deelnemen aan de Opkoopregeling varkensrechten. Een deel van de aan-vragers wacht thans nog op een beslissing op de subsidieaanvraag, aangezien binnen het sub-si-die-plafond van f. 200 miljoen een reservering moet worden aangehouden. Deze reser-vering is noodzakelijk omdat een aantal aanvragers mogelijk aanspraak kunnen maken op een ho-ge--re subsidie als zij in aanmerking komen voor een van de nieuwe categorieën hard-heids-gevallen die op korte termijn in het Besluit hardheidsgevallen Wet herstruc-tu-re-ring var-kens-houderij worden opgenomen. Toepassing van dat Besluit kan immers leiden tot een hoger varkensrecht. Dit betekent dat aanvragers die later een subsidie hebben aan-ge-vraagd mogelijk niet in aanmerking voor subsidie zullen komen, omdat met hun aanvraag het plafond van f 200 miljoen wordt overschreden. Ik verwacht op zeer korte termijn dui-delijkheid te heb-ben over de precieze omvang van de aan te houden reservering. Alle sub-sidie-aan-vra-gen waar-mee met inachtneming van de reservering het subsidieplafond zal worden over-schre-den zullen vervolgens worden afgewezen. De circa 150 bedrijven die dit risico lopen zijn over dit risico in het verleden al bericht door het Bureau Heffingen. Zij kun-nen uiter-aard een subsidieaanvraag indienen in het kader van de Regeling beëindiging vee-houde-rijtakken, tegen de in het kader van die regeling geldende voorwaarden en con-dities. Tot de eventuele afwijzing van hun subsidieaanvraag in het kader van de Opkoop-regeling var-kens-rech-ten, geven zij daarmee geen aanspraken in het kader van die laatste regeling op.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER

EN VISSERIJ,

L. J. Brinkhorst

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie