Nieuwsbank

Schrijft, screent en verspreidt persberichten voor journalistiek, search en social media. Hét startpunt om uw nieuws wereldkundig te maken. Ook voor follow-ups, pitches en korte videoproducties.

Verslag algemeen overleg vergunningverlening UMTS

Datum nieuwsfeit: 21-04-2000
Vindplaats van dit bericht
Bron: Razende Robot Reporter
Zoek soortgelijke berichten
Tweede Kamer der Staten Generaal

Verslag algemeen overleg vergunningverlening umts
Gemaakt: 27-4-2000 tijd: 12:18


1


26800 XII Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (XII) voor het jaar 2000

nr. 62 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 21 april 2000

De vaste commissies voor Verkeer en Waterstaat<1> en voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport<2> hebben op 28 maart 2000 overleg gevoerd met staatssecretaris J.M. de Vries van Verkeer en Waterstaat en minister Borst-Eilers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over:


- de voortgang overleg inzake de gezondheidsaspecten van GSM;

- de brief van de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat over vergunningverlening UMTS (VW-00-88).

Van dit overleg brengen de commissies bijgaand beknopt verslag uit.

Voortgang overleg inzake de gezondheidsaspecten van GSM

Vragen en opmerkingen uit de commissies

De heer Van der Steenhoven (GroenLinks) had na de van de minister gekregen informatie toch nog onvoldoende beeld van de gezondheidsaspecten van GSM. Hij zou graag meer duidelijkheid krijgen over de richtlijn en de implementatie daarvan, al dan niet via de Warenwet. Voorts vernam hij graag wanneer de toegezegde notitie over het nationale antennebeleid mag worden verwacht.

Er wordt weliswaar gezegd dat uit onderzoeken geen nadelige effecten op de gezondheid blijken, maar je kunt natuurlijk ook niet met zekerheid zeggen dat zich nooit gezondheidsklachten zullen voordoen. Hij zag graag dat daarnaar toch nader onderzoek werd ingesteld. De WHO komt in 2005 wel met een rapport daarover, maar zijn fractie vond dat toch wat te lang duren, mede gezien de nieuwe ontwikkelingen rondom UMTS, waarbij het wellicht gaat om zo'n 3000 nieuwe zendmasten.

Voor degenen die aan en vlakbij zendmasten werken is het belangrijk om te weten hoe zenders precies gericht zijn. In de praktijk blijkt dat dit ook bij gemeentes vaak niet bekend is. De heer Van der Steenhoven pleitte er dan ook voor te bezien of gemeentes, bijvoorbeeld via bouwvergunningen, niet meer informatie over die masten kunnen krijgen.

Ook mevrouw Augusteijn-Esser (D66) was tot nu toe niet gebleken dat er negatieve gevolgen voor de volksgezondheid van het gebruik van GSM zijn te benoemen, maar de onrust daarover blijft wel bestaan. Overigens worden al die onderzoeken daarnaar niet voor niets gedaan. Die gevoelens van onrust moeten haars inziens serieus worden genomen. Als men gerustgesteld moet worden, kan dat eigenlijk maar op één manier, namelijk met gedegen informatie op basis van gedegen onderzoek. Er zullen ongetwijfeld veel internationale onderzoeken zijn gedaan. Kan de minister zeggen wat de resultaten daarvan zijn? Overigens had zij begrepen dat het advies van de Gezondheidsraad binnenkort mag worden verwacht. Wat de uitkomst daarvan ook moge zijn, het zou goed zijn als de bevolking via folders en wellicht ook informatie via Postbus 51 goed geïnformeerd blijft.

De heer Eurlings (CDA) is het ermee eens dat er met de bevolking moet worden gecommuniceerd wat er inmiddels op dit terrein bekend is.

Kan worden gezegd of het alleen maar gaat om de veldsterkte en wat is er waar of niet waar van alle verhalen dat gepulstheid e.d. van stralingen op termijn toch tot andere effecten kan leiden?

Waarvan echt zeker is dat die geen gezondheidsklachten veroorzaken, zou hij dat nog eens graag door de minister bevestigd willen horen, waar er nog onduidelijkheid bestaat, bijvoorbeeld over de langetermijneffecten zou hij het op prijs stellen als de minister nog eens aangaf wat nu de extra inspanningen zullen zijn om daar samen met Europese partners onderzoek naar te doen.

Hij herinnerde voorts aan de vragen die hij in het vorige overleg heeft gesteld, namelijk of de grenswaarden niet wettelijk kunnen worden vastgelegd en hoe de informatievoorziening, ook om onterechte onrustgevoelens weg te nemen, zal worden geïntensiveerd.

Ten slotte wees hij op de discrepantie in de benadering van dit fenomeen door de verschillende Europese landen. Zo wordt in sommige landen geadviseerd om als men vaak mobiel belt een head set te gebruiken. Het leek hem verstandig dat ook op dit punt in Europa een lijn wordt getrokken.

Antwoord van de minister

De minister erkende dat er rondom mobiele telefonie de nodige onrustgevoelens zijn ontstaan. Of die nu terecht zijn of niet, ook haar leek het van belang om ze serieus te nemen en te proberen ze weg te nemen. Daarom wordt alles wat inmiddels bekend is over de risico's ook heel nadrukkelijk bekend gemaakt. Kort gezegd komt het erop neer dat er aan het gebruik van mobiele telefonie geen risico's verbonden zijn, met uitzondering van de masten waar men niet binnen drie meter in de zendrichting van de mast moet komen. Rond de jaarwisseling is er een nieuwe brochure verschenen die via veel kanalen wordt verspreid. Echter, erkend moet worden dat ook niet keihard kan worden gezegd dat bij langdurig gebruik geen nadelige gezondheidseffecten kunnen optreden.

In het advies van de Gezondheidsraad zijn ook alle resultaten van internationaal onderzoek tot op dat moment verwerkt. De conclusie was dat er geen aanwijzingen zijn dat het gebruik van mobiele telefonie gevaar oplevert voor de gezondheid. De minister gaf toe dat lang niet elk onderzoek evengoed van kwaliteit was en ook niet altijd even helder qua uitkomst, waardoor er toch vraagtekens zijn gebleven. Dat nam niet weg dat zij zonder meer durfde uit te gaan van de conclusies van de Gezondheidsraad die overigens ook ongevraagd zijn adviezen kan actualiseren. De raad stelt op dit moment nog twee andere adviezen op, een over GSM-antennes dat medio dit jaar beschikbaar zal komen en een over de gezondheidsaspecten bij het gebruik van de mobiele telefoon. Dat is mede naar aanleiding van het onderzoek over tumoren waaruit bleek dat die vaker voorkwamen aan de kant van het oor waarmee mobiel wordt getelefoneerd, terwijl het aantal tumoren niet hoger was dan verwacht. Het is met andere woorden een statistisch gegeven waaruit zeker niet blijkt dat het gebruik van de mobiele telefoon slecht is voor de gezondheid. In ieder geval is ook de Gezondheidsraad van mening dat de informatie up to date moet worden gehouden en dat ieder gerucht toch maar moet worden onderzocht en van een wetenschappelijk advies moet worden voorzien.

Het was haars inziens een verantwoordelijkheid van de werkgevers om ervoor te zorgen dat hun werknemers goed geïnformeerd zijn. Informatie als de zendrichting kon volgens haar ook zonder meer bij de operators worden opgevraagd. Ook veronderstelde zij dat de gemeente die de vergunning afgeeft daarvan op de hoogte zal zijn. Het was haar overigens bekend dat Sociale Zaken bezig is met het opstellen van richtlijnen voor de desbetreffende werkgevers en dat met de providers is afgesproken om bij de antennes heel duidelijke zones aan te geven om de werknemers zo goed mogelijk te informeren. Wanneer die richtlijnen gereed zijn, kon zij nu niet zeggen, maar zal zij de Kamer schriftelijk laten weten.

Het gevraagde eigen Nederlands onderzoek leek haar niet zo zinvol. Zij gaf de voorkeur aan internationaal onderzoek. De EU heeft in het kader van het R&D-programma Quality of Life and Management of Living Resources, onderdeel van het vijfde kaderprogramma, gelden beschikbaar gesteld om onderzoek te doen. Bovendien is er nog een heel groot veldonderzoek gaande van de WHO. De resultaten daarvan zijn inderdaad in 2005 te verwachten. Men kan dat wel sneller willen, maar onderzoek naar vooral kleine gezondheidseffecten nemen nu eenmaal veel tijd in beslag.

Voorts wees zij erop dat het UMTS een fijnmazig netwerk is met hoge frequenties, kleine cellen, kleinere antennes en een lager zendvermogen en dat de risico's daarvan naar verwachting veel kleiner zijn dan van GSM.

Na het vorige overleg was haar gebleken dat Europese richtlijn uit
1999 niet via een besluit op basis van de Warenwet maar op basis van de Telecomwet zal worden geïmplementeerd. Dat besluit wordt medio 2000 van kracht.

In antwoord op de vraag van de heer Eurlings merkte de minister ten slotte nog op dat geen nadelige gezondheidseffecten zijn gebleken en dat het derhalve moeilijk is vast te stellen waarmee ze dan eventueel zouden kunnen samenhangen. Eenheid van benadering door de verschillende landen leek haar in ieder geval van groot belang ook om onnodige onrust te voorkomen.

Brief van de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat over vergunningverlening UMTS (VW-00-88)

Vragen en opmerkingen uit de commissies

De heer Nicolaï (VVD) herhaalde in dit verband het standpunt van zijn fractie dat veilingen niet mogen worden gebruikt om de staatskas te spekken; het oogmerk van veilingen moet zijn dat dit de beste en eigenlijk de enige objectieve manier is om schaarste toe te delen.

Net als bij vorige veilingen vond hij het een goede zaak dat de politiek ruim van te voren de voorwaarden schetst waaronder ze moeten plaatsvinden. Met de meeste onderdelen van het thans voorliggende voorstel voor de UMTS-veiling was hij het op zich eens. Uiteraard moet geveild worden ingeval van schaarste. Met de periode van vijftien jaar kon hij het eveneens eens zijn. Dat per partij een vergunning wordt uitgegeven vond hij niet meer dan logisch. Dat er nu vijf vergunningen worden uitgegeven vond hij ook beter dan de aanvankelijk beoogde vier. Echter, hij gaf de voorkeur aan gelijke pakketten. Waarom zou dat technisch gezien niet kunnen? Streeft de staatssecretaris daarnaar zodra het technisch gezien dan wel kan? Op de ITU World Radio Conference die vlak voor de veiling plaatsvindt, zal extra ruimte beschikbaar worden gesteld, maar hoe zeker is dat en wanneer komt die daadwerkelijk ter beschikking? Kan dat dan nog wel worden meegenomen in de UMTS-veiling?

Hij was het er voorts mee eens dat geen enkele partij op voorhand van de veiling wordt uitgesloten, maar is er enige risico dat het gebruik of het gebrek daaraan zodanig zal zijn dat frequenties beter kunnen worden ingeleverd, zoals in de VS ook is gebeurd?

Hij kon zich vinden in het gestelde over de dekkingsgraadeisen, dus ook met het schrappen van de voorwaarde van fasering van de roll out. Kan het overigens toch niet wat meer op het eindresultaat worden gericht? Waarom wordt niet gehanteerd het inwoneraantal per vierkante kilometer in plaats van per gemeente? Waarom wordt niet uitgegaan van de beschikbaarheid van diensten maar van signalen?

Hij was het er vervolgens mee eens dat de eisen van het verplicht leveren van diensten niet verder worden aangescherpt en dat van de sector mag worden verwacht dat dit goed zal worden ingevuld.

Het gestelde over roaming kon eveneens zijn instemming hebben, maar daarmee nog niet de opvatting dat er nog aanvullende regelgeving nodig is. Dat kan onderling worden geregeld en bovendien is er nog de Opta en de Telecomwet, dus voldoende garanties om toegang te krijgen tot aanbieders met een aanmerkelijke marktmacht.

Zijn fractie maakte zich nog wel zorgen over de tijdsplanning. Is er nog voldoende tijd om de resultaten van die World Radio Conference erin mee te nemen?

De heer Nicolaï was het er op zich mee eens dat Nederland ervoor moet zorgen om in de voorhoede te blijven bij de verdeling van UMTS binnen de EU, maar bestaat er in juli al voldoende duidelijkheid, zowel in technologische als in markttechnische zin? Hoe verhoudt zich dit alles overigens tot de veiling van de WLL? Is het juist dat er op dat punt sprake is van enkele juridische complicaties?

Hoe staat het wat de UMTS betreft met de afstemming met de VS?

Ten slotte vroeg hij welke consequenties UMTS kan hebben voor het antennebeleid en site sharing.

Mevrouw Augusteijn-Esser (D66) sloot zich met name aan bij de vraag over het rijksantennebeleid. Haar fractie achtte zowel voor burgers als voor gemeentes een geïntegreerd rijksantennebeleid noodzakelijk. Door UMTS zullen er heel wat antennes bij komen, hetgeen de nodige consequenties kan hebben voor de volksgezondheid, de ruimtelijke ordening, het milieu.

Er zullen via een veiling vijf vergunningen worden uitgegeven. Verwacht wordt dat er zoveel gegadigden zijn dat er inderdaad een veiling nodig is, maar wat gebeurt er als zich slechts vijf partijen melden? De D66-fractie nam aan dat er voldoende gegadigden zijn zodat tot veiling moet worden overgegaan, maar die moet dan wel zo transparant mogelijk zijn. Is de staatssecretaris het ermee eens dat speculatief toetreden moet worden voorkomen?

Waarom wordt voortgebouwd op de opgedane ervaring met de veiling van DCS-1800. Is dat wel goed vergelijkbaar?

Geen enkele partij zal op voorhand van een vergunning worden uitgesloten en elke partij krijgt maximaal één vergunning. Hoe kan worden voorkomen dat partijen, bijvoorbeeld via tussenpersonen, meer dan één vergunning krijgt?

Als voorwaarden worden een efficiënt gebruik van de frequenties en een minimale landelijke dekking gesteld. Vergunninghouders krijgen anderhalf jaar de tijd om dat te regelen. De staatssecretaris denkt dat zij daarmee voldoende tegemoet komt aan het feit dat UMTS een nieuwe technologie is die zich nog moet bewijzen, maar waarop baseert zij dat?

Vergunningen worden verleend voor een periode van vijftien jaar. De procedure zal in april 2000 starten, zodat de veiling in juli 2000 kan worden gehouden. Is er voldoende rekening gehouden met een groot deel van de marktpartijen dat uitstel heeft gevraagd van de veiling? Is de wel geuite vrees gerechtvaardigd dat de frequenties zullen worden gebruikt voor spraaktelefonie?

Wat ten slotte de opbrengst betreft, bleef de D66-fractie vasthouden aan de afspraak dat die ter aflossing van de staatsschuld moet worden aangewend, maar dat de vrijvallende rente inderdaad in het FES kan worden gestopt. Overigens was zij het ermee eens dat een opbrengst op zich geen doel van veiling mag zijn.

De heer Van der Steenhoven (GroenLinks) plaatste de nodige kanttekeningen bij de technische mogelijkheden en de marktverwachtingen. Uit de in de VS en Finland met UMTS opgedane ervaringen lijkt het enigszins te gaan om een luchtbel en dat veel vergunninghouders inmiddels failliet zijn gegaan. Het gaat om internetachtige ontwikkelingen via de mobiele breedbandtelefonie en daar is op dit moment nog nauwelijks wetgeving op gericht. Het leek hem dan ook verstandig om nog voordat tot vergunningverlening wordt overgegaan nog eens heel goed te kijken naar alle voorwaarden en uitgangspunten.

Wat is de reactie van de staatssecretaris op de kritiek van de Opta? In het kader van het netwerkenoverleg heeft de minister van EZ verleden week nog gesproken over het belang van de toezichthouder.

Ook hij pleitte hij voor het vaststellen van een nationaal antennebeleid voordat tot vergunningverlening wordt overgegaan, mede gelet op ervaringen die in het verleden en nog met GSM-masten zijn en worden opgedaan.

Wat de fractie van GroenLinks betreft, kwam deze operatie dus nog te vroeg en waren er nog te veel vragen en onzekerheden. In ieder geval wilde zij de internationale conferentie over frequentieverdeling afwachten.

Ook de heer Eurlings (CDA) had nog de nodige kritische kanttekeningen bij de plannen voor de UMTS-veiling. Hij vroeg zich allereerst af of het gekozen tijdstip nu wel zo gelukkig is. Er bestaat nog de nodige onduidelijkheid over de UMTS-standaard en over de veilingplannen in andere EU-landen. Hebben alleen het Verenigd Koninkrijk en Nederland niet tot uitstel van de veiling besloten? De staatssecretaris erkent bovendien zelf dat er nog onzekerheid is die wellicht door de internationale conferentie (ten dele) kan worden weggenomen.

De CDA-fractie heeft wel vaker kritiek geuit op de manier waarop met veilingen voor hoegenaamd schaarse frequenties wordt omgegaan. Men kan wel zeggen dat het er niet om gaat om daarmee de staatskas te spekken, maar de facto gebeurt dat natuurlijk wel. De kosten die providers moeten maken, zullen zij hoe dan ook terug willen verdienen en dat kan alleen maar via de burger. Ook is het de vraag of de hoogste bieders ook de bedrijven zijn die bereid en in staat zijn om de nodige investeringen te doen en de concurrentie zo groot mogelijk te maken. Daarom bleef zij pleiten voor een zogenaamde beauty contest, waarbij de kwalitatieve benadering vooropstaat. De daarmee elders opgedane ervaringen zijn toch niet slecht te noemen. Ook Brussel plaatst grote vraagtekens bij de schaarstebenadering die Nederland hanteert, net als Arthur D. Little, een van de meest vooraanstaande consultants op het gebied van technologiemanagement.

De heer Eurlings was van mening dat welk systeem ook wordt gekozen, de nieuwe vergunninghouders moeten worden gehouden aan de roll-outverplichting. Het gaat niet alleen om een goede concurrentie, maar ook om een efficiënt gebruik van de beschikbare frequenties.

De staatssecretaris opteert voor niet gelijke pakketten, onder andere om technische redenen, maar dat heeft ook gevolgen voor de concurrentie tussen de vijf partijen. Hoe zit dat in andere Europese landen?

Voor het uitrollen van vijf UMTS-netwerken zal een behoorlijk aantal nieuwe antennes nodig zijn, zij het wat kleinere. De CDA-fractie achtte het daarom van belang om daaraan via een duidelijk antennebeleid invulling te geven.

Waarom gaat de staatssecretaris uit van een vergunningperiode van vijftien jaar, mede gelet op de noodzakelijke investeringen en de technologische levensduur van deze nieuwe norm?

Mevrouw Van Zuijlen (PvdA) kon in grote lijnen instemmen met het voorliggende voorstel. Ook haar fractie koos voor veilen omdat dit toch de meest transparante manier is om schaarse middelen te verdelen en niet vanwege de eventuele opbrengst.

Zij waardeerde het dat het kabinet zich voorneemt om met een rijksantennebeleid te komen, maar zij achtte spoed daarmee toch wel gewenst. Welke onderdelen zijn al geïmplementeerd en welke zullen dat op korte termijn zijn? In hoeverre wordt een versoepeling voorgestaan van het bouwvergunningenbeleid, bijvoorbeeld voor antennes die lager zijn dan vijf meter? Hoe staat het met het daadwerkelijk ter beschikking stellen van staatsgebouwen en -objecten? Hoe staat het met de site sharing met overheidsnetwerken, zoals C2000? Komt er nog een notitie over het voorgestane rijksantennebeleid of kan de staatssecretaris nu al aangeven hoe dat eruit komt te zien?

Zij kon zich enkele zorgen die vanuit de sector naar voren zijn gekomen wel enigszins voorstellen, met name die over speculatieve partijen. Is er sprake van een preselectie qua biedbedrag en de benodigde investeringscapaciteit? Wordt er gedacht aan een zekerheidsstelling? Hoe kan worden gegarandeerd dat de frequenties daadwerkelijk voor UMTS worden ingezet en niet voor spraaktelefonie? Zouden partijen voor de veiling al niet duidelijk moeten maken welke technologie ze gaan gebruiken? Met name gelet op het streven naar een level playing field gaf mevrouw Van Zuijlen ook de voorkeur aan gelijke pakketten. Worden sterke partijen anders niet nog sterker?

Antwoord van de staatssecretaris

De staatssecretaris merkte allereerst op dat de veilingen die dit jaar en begin volgend jaar worden gehouden van een heel verschillende grootte zijn. Voor sommige veilingen zal veel belangstelling zijn en die zullen wellicht ook geld opbrengen, voor andere veilingen zal dat minder het geval zijn. Met de veilingen wordt geprobeerd een aantal nieuwe technieken in de markt mogelijk te maken. Het spekken van de staatskas is dus beslist niet het hoofddoel. Als er al een opbrengst is, wordt die in mindering op de staatsschuld gebracht. Eventuele rente gaat naar het FES. Het instrument van de veiling wordt gebruikt omdat het het meest transparante en non discriminatoire instrument is. Natuurlijk worden vooraf wel voorwaarden aan deelnemende partijen gesteld, zoals aan de financiële positie -- er wordt ook een zekerheidsstelling gevraagd van 100 mln. voor een grote en 90 mln. voor een kleine kavel --, aan de rechtsvorm, aan de deskundigheid op het betrokken terrein, ook om speculatie en het risico van niet-uitrollen te voorkomen. Haars inziens was een beauty contest toch een veel subjectiever instrument en minder transparant. Mochten er inderdaad maar vijf gegadigden komen die geen van alle dezelfde kavel willen, dan is een veiling niet nodig en krijgen ze de kavels om niet.

Op de laatste Telecomraad van november was haar gebleken dat vrijwel elk land UMTS dit jaar in de markt zet en dat zo ongeveer de helft van de landen kiest voor een veiling en de andere helft voor een beauty contest. Desgevraagd verklaarde zij zich bereid om nog voor het paasreces daarvan een overzicht aan de Kamer te overleggen, maar zij gaf aan dat het niet mogelijk is om daarbij aan te geven hoe die veilingen of beauty contests precies zullen verlopen. Wel was haar bekend dat ook in sommige andere landen is gekozen voor verschillende pakketten. Duidelijk was volgens haar wel dat de animo voor veilen toeneemt. Dat de kritiek vanuit Brussel op de gehanteerde definitie van schaarste toeneemt, was haar tot nu toe in ieder geval niet gebleken. Brussel laat het ook aan de lidstaten over of zij kiezen voor veiling of beauty contest.

Aanvankelijk was inderdaad gekozen voor vier gelijke pakketten van 15 MHz gepaard spectrum en 5 MHz ongepaard spectrum. Na overleg met het de sector is uiteindelijk besloten tot twee pakketten van 15 plus 5 en drie pakketten van 10 plus 5 MHz. In ieder geval kunnen het er op korte termijn geen vijf gelijke worden. Na de wereldradioconferentie zal bekend zijn hoeveel extra frequentieruimte Nederland vanaf 2008 krijgt. Bij de verkaveling zal zowel rekening worden gehouden met nieuwkomers als met bestaande partijen die hun frequetiepakketten willen uitbreiden. Overigens is het technisch onmogelijk om de nu beschikbare hoeveelheid spectrum in vijf gelijke stukken te verdelen, zoals kaas, want het moet stapsgewijze worden verdeeld. Doe je dat wel, dan krijg je teveel "snijverlies" en anders zouden de vijf pakketten meer dan de beschikbare hoeveelheid spectrum moeten bevatten. Vooralsnog is in ieder geval een ongelijkheid van de pakketten onontkoombaar. Het is vrijwel zeker dat er frequenties vrijkomen, maar hoe de taart er precies uit ziet en hoe die zou kunnen worden verdeeld, weet de staatssecretaris pas na de wereldradioconferentie.

Overigens maken alle pakketten een voldoende landelijke dekking mogelijk. Er zijn nu vijf operators in Nederland en die willen alle een kans hebben, maar het is natuurlijk niet gezegd dat zij ook de enige vijf zullen zijn die aan de veiling willen deelnemen. Na een jaar moeten de operators aantonen dat de frequenties worden gebruikt, maar als in 2007 blijkt dat men het netwerk onvoldoende heeft uitgerold, kan men de frequenties kwijtraken. De bewindsvrouwe vond de vergelijking met de VS niet terecht. De ontwikkeling van de mobiele telefonie in Europa is heel anders verlopen dan in de VS waar zo'n drie standaarden worden gehanteerd en men bijvoorbeeld in de buurstaat al niets meer met zijn mobiele telefoon kan, omdat daar een andere standaard wordt gebruikt. Daarom is de mobiele telefonie daar ook niet zo'n succes geworden. Het grote pluspunt voor Europa is dat elk land de GSM-standaard heeft gekozen. Ook heeft Europa gezamenlijk gekozen voor de UMTS-standaard, mede in de hoop dat het GSM-succes kan worden geëvenaard. In heel Europa zal dus een kavel moeten worden bestemd voor UMTS, maar voor de andere kavels mag ook gebruik worden gemaakt van een van de vijf door de ITU goedgekeurde IMT-2000-standaarden. Op de aanstaande conferentie zal wellicht meer duidelijkheid ontstaan over de vraag of er nog meer frequenties beschikbaar komen voor de derde generatie van de mobiele telefonie. Sommige marktpartijen hebben inderdaad gevraagd om met de veiling te wachten tot na die conferentie omdat dan bekend zal zijn hoeveel frequenties er vrijkomen, hetgeen hun biedstrategie kan beïnvloeden. De staatssecretaris is daaraan enigszins tegemoet gekomen door de veiling niet in mei, maar na de World Radio Conference te houden, maar voelde niet veel voor verder uitstel, want dan zou Nederland in vergelijking met andere landen laat met de veiling zijn, zoals ook bij DCS-1800 het geval was. Zij wilde Nederland graag bij de kopgroep houden, met name gelet op de economische spin-off van dergelijke nieuwe ontwikkelingen. Overigens herhaalde zij dat die extra frequenties naar verwachting pas in 2008 daadwerkelijk kunnen worden gebruikt.

Zij erkende dat UMTS een nieuwe technologie is, maar wees erop dat in Japan op dit moment een systeem bestaat dat als twee druppels water erop lijkt, namelijk I-mode, een continue snelle verbinding met internet. Daar komen per maand zo'n half miljoen nieuwe gebruikers bij. Als daarbij dan nog wordt gekeken naar ontwikkelingen van WAP, GPRS en Edge, dan had zij er het volste vertrouwen in dat UMTS tot ontwikkeling zal komen. Het Verenigd Koninkrijk, dat zo ongeveer dezelfde voorwaarden stelt, veilt op dit moment vijf kavels, terwijl er dertien gegadigden zijn. Ook daaruit bleek haars inziens wel dat de markt er wel degelijk rijp voor is. Overigens vindt de daadwerkelijke start pas in 2002 plaats.

Als de commissie in meerderheid het groene licht geeft, start de procedure op 12 april. Vanaf dat moment kan men aanvraagdocumenten bij de notaris opvragen. Tot uiterlijk 10 mei kunnen over de procedure vragen worden gesteld die uiterlijk 17 mei moeten zijn beantwoord. Tot en met 5 juni kan men een aanvraag indienen. Als is bezien of iedere aanvrager aan de eisen voldoet, wordt vastgesteld of er sprake is van schaarste en of er dus een veiling moet komen. Uiterlijk 3 juli wordt bekend wie tot de veiling worden toegelaten en dan zal op 10 juli de veiling plaatsvinden.

Wat de WLL betreft memoreerde de staatssecretaris dat daarin enige vertraging is opgetreden vanwege een juridische procedure. Er is maar een zeer klein aantal deskundigen in Europa dat veilingen kan begeleiden. Mede gelet op hun beschikbaarheid is de WLL-veiling na de zomer gepland. Ondertussen zal de DVBT-veiling plaatsvinden, maar dat is een heel ander soort veiling. Tot dusver ligt alles nog op schema, maar er hoeft maar iets tussen te komen, zoals een juridische procedure en het hele schema komt onder druk te staan.

Zij merkte vervolgens op dat de UMTS-veiling iets transparanter is dan de DCS-1800-veiling, omdat tijdens de veiling de identiteit van de deelnemers bekend wordt gemaakt en per ronde bekend wordt gemaakt welke partij welk hoogste bod per kavel heeft gedaan. Per ronde wordt voor iedere kavel het minimaal te bieden bedrag door de veilingmeester vastgesteld, in de regel het hoogste bod van de voorgaande ronde vermeerderd met 10%. Ten slotte moeten de partijen op de veiling aanwezig zijn en handmatig bieden. Als men een kavel krijgt toegewezen, moet het bedrag binnen twee weken worden voldaan, waarna de vergunning daadwerkelijk wordt verleend. Er is gekozen voor een vergunningsduur van vijftien jaar, omdat dit toch de periode is waarin dergelijke hoge investeringen terug kunnen worden verdiend.

Zij merkte vervolgens op dat de toezichthouder toezicht houdt binnen de door de wet geschetste kaders. Zij heeft de adviezen van de Opta afgewogen en daarin een bepaalde keuze gemaakt. Zij heeft de adviezen dus zeker niet genegeerd, maar binnen haar verantwoordelijkheid daarin een keuze gemaakt. Zij heeft de Kamer daarover geïnformeerd.

Vervolgens ging zij in op het nationaal antennebeleid en merkte zij allereerst op dat van alles wat de volksgezondheid raakt het ministerie van VWS de standaarden aangeeft. Begin volgende week zal de Kamer een brief ontvangen waarin alle acties inzake het nationaal antennebeleid staan. Om de markt tegemoet te komen wordt de mogelijkheid bezien van het onder voorwaarden beschikbaar stellen van rijksobjecten om antennes te plaatsen. Er vindt op dit moment al een proef plaats met wegportalen, maar er wordt ook gekeken naar rijksgebouwen en rijkslocaties. Ook wordt site sharing tussen diensten van de centrale overheid bevorderd en tussen de antennemasten van de centrale overheid, C2000, en van private partijen. Er wordt kortom geprobeerd het aantal masten zoveel mogelijk te delen en daardoor te beperken. Daartoe wordt aan alle betrokken departementen ook een intentieverklaring voorgelegd.

Voorts wordt in samenspraak met VROM wenselijke dan wel noodzakelijke aanpassing van toepasselijke wet- en regelgeving bezien. Op dit moment moeten per gemeente afspraken worden gemaakt, terwijl gemeentes zelf vaak ook niet weten in welke kaders zij moeten werken, of er al dan niet een bouwvergunning, een hinderwetvergunning of een milieuvergunning nodig is. Gemeentes hebben terzake een eigenstandige bevoegdheid, maar het ministerie gaat hen wel aangeven in welke kaders zij een en ander kunnen afwegen. Er is een breed maatschappelijk discussieplatform opgezet waar de ontwikkeling van de draadloze infrastructuur en de impact daarvan op het leefmilieu worden besproken. Er is sprake van een heel brede voorlichting door middel van brochures, persvoorlichting, folders en een site (www.antennebeleid.nl) waarop men alle informatie omtrent antennes kan vinden. Voorts worden enkele onderzoeken uitgevoerd waarvan de resultaten april-mei beschikbaar komen. Er wordt ook op dat punt heel goed samengewerkt met de operators.

Ten slotte merkte zij nog op dat de blootstellingslimieten waar het gaat om antennes, mogelijk worden opgenomen in het inrichtingen- en vergunningenbesluit van de Wet milieubeheer.

Nadere gedachtewisseling

Volgens de heer Nicolaï (VVD) zou het uitrollen van bijvoorbeeld het UMTS-netwerk niet mogen stuiten op problemen rondom de zendmasten. Voor het overige had hij er geen moeite mee dat, zo nodig, tot de veiling wordt overgegaan.

De heer Van der Steenhoven (GroenLinks) waardeerde het dat de brief over het nationaal antennebeleid de Kamer spoedig zal bereiken, maar wilde het debat daarover afwachten alvorens eventueel akkoord te gaan met het daadwerkelijk uitgeven van UMTS-vergunningen.

Hij bleef voorts van mening dat de staatssecretaris wat al te gemakkelijk voorbij is gegaan aan de kritiek van de Opta. De Opta adviseert om ook garanties te creëren voor de kleinere operators om mee te kunnen doen, want als zij de slag missen en de technologie ontwikkelt zich inderdaad zoals de staatssecretaris verwacht, dan komen zij wel in een zeer nadelige positie. Het is dus voor alle bedrijven in deze markt van belang dat zij in ieder geval deel kunnen nemen aan deze nieuwe ontwikkeling.

Ten slotte merkte hij op dat er volgens hem meer gegevens op tafel zouden moeten liggen over de marktverwachtingen en ook een vergelijkende toets van alle deelnemers -- wat willen ze, wat zijn hun mogelijkheden, hoe is hun financiële positie -- om te voorkomen dat vergunningen uiteindelijk toch weer moeten worden ingenomen.

De heer Eurlings (CDA) erkende dat de frequenties waarover Nederland beschikt inderdaad schaars zijn. Ze kunnen maar een keer worden weggegeven. Hij herhaalde zijn verzoek om een brief waarin wordt aangegeven welke landen gekozen hebben voor een veiling en hoe die zullen verlopen. De staatssecretaris heeft toegezegd dat zij voor het paasreces met zoveel mogelijk informatie daarover zal komen, maar gelet op haar toezegging dat zij volgende week al komt met haar brief over het antennebeleid, zou hij die informatie ook graag de volgende week al willen hebben.

Ten slotte vroeg hij in hoeverre de veiling voor de WLL zich qua tijdpad verhoudt tot die van UMTS en in hoeverre leermomenten van de ene veiling worden meegenomen bij de andere.

De staatssecretaris kon de heer Nicolaï uiteraard geen garanties geven, maar er wordt nu alles aan gedaan om tot een goed beleid te komen en zij verwachtte derhalve geen problemen.

Zij verschilde fundamenteel met de heer Van der Steenhoven van mening waar het gaat om de interpretatie van hetgeen de Opta heeft gezegd over uitstellen van de veiling en het kansen geven aan kleine partijen. Sowieso zijn er wereldwijd minder kavels beschikbaar dan er partijen zijn die daarvoor belangstelling hebben. Zij was er overigens van overtuigd dat partijen soms ook samen moeten werken om bepaalde ontwikkelingen aan te kunnen. De vijf partijen die in Nederland opereren zijn bijna alle een samenstelling van andere partijen; dit zijn in sommige gevallen ook buitenlandse partijen.

De WLL-veiling zal een aantal maanden na de UMTS-veiling plaatsvinden, maar is wel een heel ander soort veiling. WLL gaat over frequenties tussen de lokale centrale, bedrijven en huizen. Echter, elke veiling levert ervaringen op die voor een andere veiling kunnen worden gebruikt. Zo worden de ervaringen van de DCS-1800-veiling gebruikt bij de komende veilingen.

Wat het verzoek van de heer Eurlings betreft, hechtte zij eraan op te merken dat zij de brief die nu aan de orde is al in januari naar de Kamer heeft gestuurd. Het is natuurlijk aan de Kamer om haar eigen agenda te bepalen, maar het is nu eind maart. Om het schema te halen moet de procedure op 12 april beginnen, want anders kan zij haar veilingteam niet behouden, want die heeft veel andere verplichtingen. Zij wil de Kamer uiteraard elke brief sturen met informatie die de Kamer wenst, maar zij moet echt op 12 april verder kunnen gaan. Overigens zal het nog enige tijd vergen om van elke lidstaat de door de heer Eurlings gevraagde gegevens te krijgen.

De voorzitter van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat,

Blaauw

De voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Essers

De griffier van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat,

Roovers


1 Samenstelling:

Leden: Blaauw (VVD), voorzitter, Van den Berg (SGP), Reitsma (CDA), Biesheuvel (CDA), Rosenmöller (GroenLinks), Valk (PvdA), Van Gijzel (PvdA), Leers (CDA), ondervoorzitter, Feenstra (PvdA), Van Heemst (PvdA), Verbugt (VVD), Van Zuijlen (PvdA), Stellingwerf (RPF/GPV), Giskes (D66), Klein Molekamp (VVD), Hofstra (VVD), Van der Steenhoven (GroenLinks), Ravestein (D66), Niederer (VVD), Nicolaï (VVD), Van der Knaap (CDA), Eurlings (CDA), Van Bommel (SP), Herrebrugh (PvdA), Hindriks (PvdA)

Plv. leden: Te Veldhuis (VVD), Bakker (D66), Th.A.M. Meijer (CDA), Stroeken (CDA), Van Gent (GroenLinks), Waalkens (PvdA), Crone (PvdA), Atsma (CDA), Duivesteijn (PvdA), Witteveen-Hevinga (PvdA), Voûte-Droste (VVD), Spoelman (PvdA), Schutte (RPF/GPV), Augusteijn-Esser (D66), Geluk (VVD), Luchtenveld (VVD), Vendrik (GroenLinks), Van Walsem (D66), Weekers (VVD), Balemans (VVD), Buijs (CDA), Dankers (CDA), Poppe (SP), Dijksma (PvdA)


2 Samenstelling:

Leden: Van der Vlies (SGP), Swildens-Rozendaal (PvdA), ondervoorzitter, Bijleveld-Schouten (CDA), Middel (PvdA), Rouvoet (RPF/GPV), Oedayraj Singh Varma (GroenLinks), Oudkerk (PvdA), Rijpstra (VVD), Lambrechts (D66), Essers (VVD), voorzitter, Dankers (CDA), Van Vliet (D66), Van Blerck-Woerdman (VVD), Passtoors (VVD), Eisses-Timmerman (CDA), Spoelman (PvdA), Hermann (GroenLinks), Kant (SP), Gortzak (PvdA) Buijs (CDA), E. Meijer (VVD), Van der Hoek (PvdA), Blok (VVD), Arib (PvdA), Atsma (CDA)

Plv. leden: Van 't Riet (D66), Rehwinkel (PvdA), Eurlings (CDA), Apostolou (PvdA), Schutte (RPF/GPV), Van Gent (GroenLinks), Noorman-den Uyl (PvdA), Weekers (VVD), Ravestein (D66), Örgü (VVD), Van de Camp (CDA), Schimmel (D66), Terpstra (VVD), Udo (VVD), Visser-van Doorn (CDA), Smits (PvdA), Harrewijn (GroenLinks), Marijnissen (SP), Belinfante (PvdA), Ross-van Dorp (CDA), O.P.G. Vos (VVD), Hamer (PvdA), Cherribi (VVD), Duijkers (PvdA), Th.A.M. Meijer (CDA)

Copyright Tweede Kamer der Staten Generaal

reageer via disqus

Nieuwsbank op Twitter

Gratis persberichten ontvangen?

Registreer nu

Profiteer van het gratis Nieuwsbank persberichtenfilter

advertentie